Nadere regels voor subsidieverstrekking 2016

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;

 

gelet op de Algemene subsidieverordening Roosendaal (ASV);

 

gelet op de Algemene wet bestuursrecht;

 

overwegende dat

  • het gewenst is de subsidie-uitvragen 2016 te verduidelijken en aan te vullen voor stichtingen, organisaties en verenigingen

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende wijziging van de

 

Nadere regels voor subsidieverstrekking 2016

6.1.19 Innovatie niet vrij toegankelijke jeugdhulp
Inleiding

In het “Beleidsplan Zorg voor jeugd in West-Brabant West 2015-2017” van de regio West Brabant West (WBW) waaronder de gemeenten Bergen op Zoom, Etten Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert vallen, is opgenomen dat jeugdhulp op een andere manier vorm moet worden gegeven. Daarbij is het bieden van kwalitatief goede jeugdhulp voor jeugdigen en hun ouder(s)/verzorger(s), met behulp van innovatie in zorgvormen en voor minder geld, een belangrijk uitgangspunt.

 

Onder Innovatie jeugdhulp wordt verstaan het proces van innoveren (innovatieproces), omvattende het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van de jeugdhulp (van product en diensten, methodiekontwikkeling, attitude, samenwerking, systeemontwikkeling). De vernieuwing moet leiden tot een pedagogische maatschappij die bevorderend is voor het opgroeien en opvoeden van jeugdigen en die de eigen kracht van de jeugdigen en hun begeleiders versterkt.

 

Artikel 1 Beleidsdoelstellingen

Deze subsidieregeling heeft tot doel om de realisatie van de drieledige doelstelling van de innovatie jeugdhulp te steunen. Deze doelstelling bestaat uit:

  • 1.

    een verschuiving naar preventie, inzet van eigen kracht en ontzorging;

  • 2.

    efficiëntere en effectievere jeugdhulp;

  • 3.

    de realisatie van organisatie-overstijgende innovatie (samenwerking tussen meerdere (jeugd-hulp)partners en/of een leereffect voor andere (jeugdhulp)instellingen.

 

Artikel 2 Projecten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidieaanvrager dient aannemelijk te maken dat het project een bijdrage zal leveren aan minimaal één van de volgende specifieke subsidiecriteria:

    • a.

      Het project bevordert en/of stimuleert het gebruik van voorliggende voorzieningen, bij voorkeur algemeen toegankelijke voorzieningen waardoor er minder gebruik wordt gemaakt van niet vrij toegankelijke voorzieningen; en/of

    • b.

      Het project leidt aantoonbaar tot minder gebruik van zware gespecialiseerde hulp c.q. tot een structurele reductie van de capaciteit van de (semi-) residentiële jeugdhulp / klinische setting; en/of

    • c.

      Het project leidt aantoonbaar tot effectievere jeugdhulp vanuit het perspectief van de jeugdige en/of zijn ouders.

 

Artikel 3 Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van de Algemene subsidieverordening Roosendaal wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      het project geen bijdrage levert aan de te behalen doelstelling geformuleerd in artikel 1;

    • b.

      het project geen bijdrage levert aan minimaal één van de criteria, genoemd in artikel 2;

    • c.

      de aanvrager niet tot de doelgroep van de regeling behoort zoals opgenomen in artikel 5;

    • d.

      indien de gemiddelde totaalscore van een subsidieaanvraag onder het minimum blijft van 35 punten,

    • e.

      de subsidieaanvraag niet binnen de in artikel 6 lid 2 genoemde termijn is ontvangen, voorzien van alle gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 2.

    De subsidieaanvraag wordt geweigerd indien blijkt dat aan de subsidieaanvrager een subsidie is of wordt verleend waarvan de activiteit betrekking heeft op innovatie-, transformatie- of transitie in het kader van de Jeugdwet voor vergelijkbare activiteiten als waarvoor op basis van deze regeling subsidie is aangevraagd.

 

Artikel 4 Subsidievorm

Eenmalige subsidie voor een periode van maximaal één jaar.

 

Artikel 5 Doelgroep

Voor subsidie kunnen in aanmerking komen de jeugdhulpaanbieders waarmee de regio West-Brabant West in 2016 een overeenkomst heeft afgesloten voor niet vrij toegankelijke jeugdhulp.

 

Artikel 6 Procedurebepalingen

  • 1.

    De subsidieaanvragen kunnen worden ingediend op de datum dat deze nadere regel inwerking treedt.

  • 2.

    In afwijking van de algemene subsidieverordening Roosendaal is de indieningsperiode voor deze eenmalige subsidie 1 december 2016.

  • 3.

    Subsidieaanvraag dient schriftelijk te worden ingediend, via het daartoe bestemde aanvraagformulier, bij het college van burgemeester en wethouders, Postbus 5000, 4700 KA Roosendaal.

  • 4.

    Subsidieaanvragen die na het verstrijken van de in het eerste lid vermelde termijn zijn ontvangen worden geweigerd wegens het overschrijden van deze termijn.

 

Artikel 7 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze regeling voor 2016 is vastgesteld op maximaal € 340.000,-.

 

Artikel 8 Berekening van de subsidie

Bovenstaand subsidieplafond is de maximale beschikbare subsidie. Subsidie wordt verleend op basis van een door de aanvrager in te dienen aanvraag. De maximale subsidie per aanvrager voor de in artikel 2 genoemde projecten bedraagt € 100.000,-.

 

Artikel 9 Subsidie criteria

  • 1.

    Het project sluit aan bij de doelstellingen zoals zijn weergeven in artikel 1;

  • 2.

    Het project is gericht op een nieuwe of vernieuwende werkwijze op het gebied van de niet vrij toegankelijke jeugdhulp;

  • 3.

    Het project is organisatie-overstijgend en leidt tot duurzame samenwerking tussen meerdere (jeugdhulp)partners) en/of heeft een leereffect voor andere (jeugdhulp)instellingen;

  • 4.

    Het project realiseert quick-wins (dit zijn snel te behalen, kleine resultaten die worden ervaren als een verbetering, als een teken dat de innovatie zijn vorm krijgt);

  • 5.

    De aanvrager maakt in het projectplan voldoende aannemelijk dat:

    • a.

      In financiële zin: de structurele besparing in de kosten staat in verhouding tot het financieel rendement dat deze eenmalige investering in de uitvoering van het innovatieplan oplevert. Dit wordt uitgedrukt in een proportionaliteitsgetal. Bijvoorbeeld: beoogde structurele kos-tenbesparing € 200.000,-. De totale subsidiabele kosten van de uit te voeren maatregelen bedragen € 60.000,- -> berekende proportionaliteit = 3,33

    • b.

      In kwalitatieve zin: de kwalitatieve voordelen die het plan oplevert ten opzichte van de huidige wijze van werken.

    • c.

      Er voldoende organisatiekracht en inhoudelijke kwaliteit bij de subsidieaanvrager beschik-baar is voor de daadwerkelijke uitvoering van het ingediende plan;

    • d.

      Het projectplan financieel uitvoerbaar en realistisch is, door middel van een begroting van de kosten van de activiteiten, inclusief bijdrage van derden, eigen investeringen en het aangevraagde subsidiebedrag (rekening houdend met artikel 11).

    • e.

      Het projectplan organisatorisch en praktisch uitvoerbaar en realistisch is.

  • 6.

    Het project heeft betrekking op een aantal gemeenten binnen de regio WBW:

    • Van 0 tot en met 3 gemeenten: 1 punt

    • Van 4 tot en met 6 gemeenten: 2 punten

    • Van 7 tot en met 9 gemeenten: 3 punten

 

Artikel 10 Beoordeling en verdeling van het subsidieplafond

  • 1.

    Voor de beoordeling van de aanvragen en over de op de aanvragen te nemen beslissing wordt de volgende systematiek gehanteerd:

    • a.

      Project aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst (wie het eerst komt, wie het eerst maalt) en afgehandeld totdat het subsidieplafond is bereikt. Is een ingediende aanvraag onvolledig, dan is het mogelijk de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. De datum waarop de aanvraag volledig is, is de datum van binnenkomst. Andere volledige aanvragen die voor deze datum zijn ingediend gaan dus voor. De aanvraag wordt ook in behandeling genomen als een toelichting zoals in lid 2 van dit artikel gevraagd wordt. Aanvragen kunnen alleen ingediend worden tijdens de indieningsperiode. Komen er meer aanvragen op een dag binnen, dan volgt een loting voor de volgorde van binnenkomst.

    • b.

      Project aanvragen worden beoordeeld of er een bijdrage geleverd wordt aan minimaal één van de specifieke subsidiecriteria vermeld in artikel 2.

    • c.

      De wijze van verdeling van het subsidieplafond geschiedt conform bij artikel 9 vermelde criteria. Per criterium wordt een score toebedeeld op basis van de mate waarin aan het criterium wordt voldaan. De te behalen scores voor de criteria 1 t/m 5 zijn Uitstekend = 10 punten, Goed = 8 punten, Redelijk = 5 punten en Minimaal = 2 punten waarbij criterium 5a t/m d als 1 criterium wordt beoordeeld. Bij criterium 6 zijn de te behalen scores vermeld.

    • d.

      De beoordeling geschiedt door een team dat bestaat uit 4 materie deskundigen. Deze personen beoordelen de inschrijvingen onafhankelijk van elkaar.

    • e.

      De behaalde punten per criterium worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal beoordelaars tot een gemiddeld totaalscore.

    • f.

      Indien het project een gemiddeld totaalscore heeft groter of gelijk dan 35 punten komt het project in aanmerking voor subsidie.

  • 2.

    Indien het subsidieplafond nog niet is bereikt en de aanvrager overschrijdt het subsidieplafond met de subsidieaanvraag, dan kan uitsluitend subsidie verleend worden met het bedrag waar-mee het plafond niet overschreden wordt. Wil de aanvrager aanspraak maken op deze subsidiemogelijkheid dan dient hij door middel van een onderbouwde, sluitende begroting aan te tonen dat hij, met inbegrip van de lagere subsidieaanvraag, over voldoende middelen beschikt om de activiteit(en), waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te realiseren.

 

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie op basis van deze regeling in aanmerking:

  • 1.

    Alle vormen van exploitatiekosten, die zijn gerelateerd aan gebouwen en systemen;

  • 2.

    Kosten van onderhoud of verbouwing van gebouwen en inventaris;

  • 3.

    Reguliere overhead, uurvergoeding (onder-)directeuren en/of managers;

  • 4.

    Frictiekosten, als gevolg van de transformatie;

  • 5.

    Accountantskosten;

  • 6.

    Onvoorziene kosten.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking drie dagen na bekendmaking in het Gemeenteblad.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Roosendaal op 12 juli 2016,

De secretaris, de burgemeester,

Naar boven