Gemeente Borger-Odoorn, Ontwerpverordening individuele inkomenstoeslag

 

 

Het college van gemeente Borger-Odoorn is voornemens de gemeenteraad voor te stellen de huidige Verordening individuele inkomenstoeslag te wijzigen. De voorgenomen wijziging houdt in dat de hoogte van de toeslag vanaf 1 januari 2016 wordt vastgesteld als percentage van de bijstandsnorm voor gehuwden. De ontwerpverordening ligt ter inzage in het gemeentehuis van gemeente Borger-Odoorn van 20 juli 2016 tot en met 30 augustus 2016. In deze periode kunt u bij deze verordening op- en/of aanmerkingen maken. Daarna wordt de verordening samen met de inspraakreacties voorgelegd aan de gemeenteraad. Die bespreekt ze in een openbare vergadering en neemt een besluit.

Wilt u reageren?Uw schriftelijke inspraakreactie kunt u sturen naar:

  • -

    Per e-mail: gemeente@borger-odoorn.nl. Vermeld het onderwerp: ‘Zienswijze Verordening individuele inkomenstoeslag 2015’.

  • -

    Per post: College van burgemeester en wethouders Borger-Odoorn, Postbus 3,  7875 ZG  Exloo.

Wilt u liever mondeling reageren, dan kunt u telefonisch contact opnemen met Huyb Stegeman of Job Wolters via het algemene nummer 14 0591 (vragen naar de gemeente Borger-Odoorn). U kunt de ontwerpverordening in de opgegeven periode vinden op de website www.borger-odoorn.nl/terinzage. De documenten liggen ook ter inzage in het Klant Contact Centrum op het gemeentehuis.

 

GEMEENTERAAD

 

Onderwerp: Vaststelling van de gewijzigde Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Borger-Odoorn 2016

 

Registratienummer:16.15684

 

De raad van de gemeente Borger-Odoorn;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. <datum>, nummer: <nummer>;

 

gelet op het bepaalde in: artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b; artikel 8, tweede lid; en artikel 36 van de Participatiewet;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de ‘Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Borger-Odoorn 2016’.

 

Artikel 1. Begrippen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Bijstandsnorm gehuwden: de bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de Participatiewet zoals die geldt op 1 januari van het betreffende kalenderjaar;

    • b.

      Inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, en de algemene bijstand;

    • c.

      Peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt;

    • d.

      Referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.

Artikel 2. Aanvraag individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    Een persoon die behoort tot de doelgroep voor een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet, kan een aanvraag indienen met in acht neming van de voorwaarden dat de persoon op de datum van de aanvraag:

  • -

    21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is;

  • -

    langdurig een laag inkomen heeft en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;

  • -

    geen uitzicht heeft op inkomensverbetering;

    waarbij gekeken wordt naar de omstandigheden van die persoon.

2.Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet wordt schriftelijk ingediend.

Artikel 3. Langdurig laag inkomen

Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 100% van de voor de aanvrager geldende bijstandsnorm.

Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt:

    • a.

      voor een alleenstaande 28% van de bijstandsnorm gehuwden;

    • b.

      voor een alleenstaande ouder 36% van de bijstandsnorm gehuwden;

    • c.

      voor gehuwden 40% van de bijstandsnorm gehuwden.

  • 2.

    Als één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

  • 3.

    Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.

Artikel 5. Uitzicht op inkomensverbetering

Er is sprake van uitzicht op inkomensverbetering indien de belanghebbende op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel een studie volgt als genoemd in de Wet Studiefinanciering.

Artikel 6. Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

Artikel 7. Inwerkingtreding

De verordening treedt met ingang van 1 januari 2016 in werking.

Artikel 8. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Borger-Odoorn 2016’.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>.

de griffier , de voorzitter,

H.van Olst Mr. J. Seton

Algemene toelichting Verordening individuele inkomenstoeslag

Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een discretionaire bevoegdheid. Dat betekent dat het college een individuele inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden.

 

De individuele inkomenstoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten regels worden vastgesteld over het verlenen van de individuele inkomenstoeslag. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig” en ‘laag’ inkomen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begrippen

De begrippen die in de Participatiewet voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis. Voor een aantal begrippen die als zodanig niet in de Participatiewet staan is een definitie gegeven in deze verordening.

Artikel 2. Indienen verzoek

In dit artikel wordt benoemd aan welke voorwaarden, zoals genoemd in de wet, moet worden voldaan. Daarnaast wordt bepaald dat de aanvraag schriftelijk moet worden ingediend.

Artikel 3. Langdurig laag inkomen

De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan de peildatum wordt aangeduid als referteperiode. Deze referteperiode wordt vastgesteld op drie jaar.

 

Het begrip laag inkomen wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger is dan 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

 

Een belanghebbende kan perioden waarin hij een inkomen boven de bijstandsnorm heeft niet middelen met perioden waarin hij vanwege de aanwezigheid van bijvoorbeeld een uitsluitingsgrond (detentie of maatregel) geen recht op bijstand had.

 

Er is niet voor gekozen om het recht op de individuele inkomenstoeslag ook toe te kennen bij een inkomen boven de bijstandsnorm. Van deze bevoegdheid wordt om twee redenen geen gebruik gemaakt. Ten eerste omdat dit ongewenste armoedevaleffecten in zich heeft. Ten tweede omdat het in aanmerking laten komen van belanghebbenden met een inkomen van bijvoorbeeld 110% van de bijstand niet valt te rijmen met de uitsluiting van belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Zij zijn uitgesloten van het recht op de individuele inkomenstoeslag omdat hun AOW al voldoende hoger zou zijn dan de bijstandsnorm van belanghebbenden tot de pensioengerechtigde leeftijd. (Dit verschil is 5 tot 9%, afhankelijk van de vraag of iemand een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin vormt).

Artikel 4. Hoogte van de toeslag

De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt uitgedrukt in een percentage van de bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar tot de pensioengerechtigdeleeftijd.Op deze manier is de jaarlijkse indexering van de toeslag gewaarborgd, zonder dat daarvoor een afzonderlijk besluit van raad of college noodzakelijk is.

 

De toeslag voor gehuwden bedraagt 40% van de bijstandsnorm voor gehuwden. Aansluitend bij de normensystematiek onder de Wet werk en bijstand bedraagt de toeslag voor alleenstaande ouders en alleenstaanden 90% respectievelijk 70% van de individuele inkomenstoeslag voor gehuwden.

 

Het tweede lid ziet op de situatie dat een van de gehuwden niet in aanmerking komt voor de toeslag omdat hij is uitgesloten van het recht op bijstand.

Artikel 5. Uitzicht op inkomensverbetering

Het is aan de gemeente overgelaten om te bepalen onder welke omstandigheden sprake is van uitzicht op inkomensverbetering. Beschikt men over uitzicht op inkomensverbetering, dan ontbreekt het recht op individuele inkomenstoeslag. Hier vallen voornamelijk studenten onder. Het uitsluiten van studenten kan een verboden onderscheid in de zin van artikel 26 IVBPR opleveren ten opzichte van personen uit andere groepen die mogelijk evenzeer uitzicht op inkomensverbetering hebben. Nu is het zo dat veel studenten een inkomen hebben dat hoger is dan de voor hen geldende bijstandsnorm. Alleen de WSF-toelage voor jongeren tot 21 jaar is al hoger dan de bijstandsnorm. Zij hebben daarom al om die reden geen recht op de individuele inkomenstoeslag.

 

Een andere groep die geen recht op deze toeslag heeft, is de groep die bewust kiest voor een deeltijdbaan, maar wel het potentieel heeft om inkomensverbetering te realiseren.

Artikel 6. Onvoorziene gevallen

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 8. Citeerartikel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Naar boven