Gemeenteblad van Roerdalen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Roerdalen | Gemeenteblad 2016, 93582 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Roerdalen | Gemeenteblad 2016, 93582 | Verordeningen |
Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen;
gelezen het voorstel van 29 maart 2016,
gelet op de artikelen 3, vierde lid, 4, zesde lid, 5, vierde lid, 6, 8, vijfde lid, 9, derde lid, 10, vijfde lid, 11, vijfde lid, 12, 13, tweede lid, 14, 15, tweede lid en 18 van de Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015;
de gemeenten van Noord- en Midden Limburg (Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert1) aan de gemeente Venlo mandaat verlenen om de verantwoordelijkheden ten aanzien van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang uit te voeren voor deze gemeenten;
dit besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016 is afgestemd met de gemeenten uit de regio Noord- en Midden-Limburg. Dit besluit is het afgesproken kader waarbinnen de centrumgemeente Venlo de bevoegdheid tot het beoordelen en toekennen van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor deze gemeenten dient uit te voeren;
besluit vast te stellen het Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016.
1. De gemeenten Gennep en Mook & Middelaar zijn voor deze regionale taak aangelsoten bij gemeente Nijmegen.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, en;
Kleinschalig wooninitiatief: een woonsituatie waarbij:
de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, of op meerdere woonadressen binnen een straal van 100 meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten;
Norm persoonlijke uitgaven: de van toepassing zijnde normen ingevolge artikel 23 lid 1 van de WWB bij verblijf in een inrichting (zak- en kleedgeld, artikel 23 lid 1 van de Participatiewet) vermeerderd met de netto kosten zorgverzekering (premie minus zorgtoeslag cf. artikel 23 lid 2 van de Participatiewet);
Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wmo 2015 (in het bijzonder artikel 1.1.1), het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (in het bijzonder artikel 1.1) en de Verordening (in het bijzonder artikel 1).
Een cliënt of zijn vertegenwoordiger doet een melding bij het ZVH.
1.2.2 Wanneer er door de cliënt of zijn vertegenwoordiger melding voor een ondersteuningsvraag wordt ingediend, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Verordening, wordt deze in behandeling genomen door het ZVH.
1.2.3 Het ZVH beoordeelt er sprake is van een ondersteuningsvraag voor een maatwerkvoorziening BW/MO/VO . Het ZVH stelt vast of een cliënt behoort tot de doelgroep die gebruik mag maken van de maatwerkvoorziening BW.
1.3.1 Wanneer het ZVH de melding in behandeling heeft genomen, start het ZVH een onderzoek naar de cliënt om zijn situatie in beeld te brengen.
1.3.2 In het onderzoek wordt de situatie van cliënt en eventueel zijn gezin en mantelzorger(s) in kaart gebracht door een toets op elf leefdomeinen (opvoeden, regie, mobiliteit, Algemene, dagelijkse levensverrichtingen/ huishouden, wonen, mentale gezondheid, fysieke gezondheid, sociale participatie, werk/ opleiding en financiën).
1.3.3 Het keukentafelgesprek maakt onderdeel uit van het onderzoek en vindt plaats binnen 2 weken na de melding van de cliënt (of zijn vertegenwoordiger). In overleg met de cliënt (of zijn vertegenwoordiger) kan van deze termijn afgeweken worden.
a. Tijdens het keukentafelgesprek worden alle voor het onderzoek van belang zijnde aspecten over onder andere de mogelijkheden, de persoonlijke situatie en leefomgeving van de cliënt, zijn gezin en/of mantelzorger besproken, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015, om te komen tot een afweging voor de noodzaak, omvang en duur van de ondersteuning.
b. De medewerker van het ZVH legitimeert zich bij aanvang van het keukentafelgesprek met de cliënt (en de eventuele vertegenwoordiger).
c. De cliënt (en eventuele vertegenwoordiger) wordt geïnformeerd over de toestemmingsverklaring voor het uitwisselen van gegevens en wordt verzocht deze te ondertekenen.
1.3.4 Indien blijkt dat nader (medisch) advies nodig is, schakelt het ZVH een adviseur in, nadat de cliënt (en eventuele vertegenwoordiger) is geïnformeerd welk advies aan welke deskundige wordt gevraagd om tot een beoordeling van de ondersteuningsbehoefte te komen.
1.4.1 Het resultaat van het onderzoek en gesprek wordt vastgelegd in een Leefzorgplan.
a. Het ZVH maakt dit Leefzorgplan binnen 6 weken na de datum van de melding bekend aan de cliënt, of indien van toepassing aan zijn vertegenwoordiger, en vraagt om ondertekening voor een akkoord of een ondertekening voor gezien en niet akkoord. Dit kan eventueel per e-mail.
b. Indien tijdens het onderzoek blijkt dat de cliënt (en eventueel zijn vertegenwoordiger) het niet eens is met de (voorlopige) uitkomst van het onderzoek, of dat er onduidelijkheid is over de gemaakte afspraken, vindt er overleg plaats tussen de cliënt en het ZVH.
De dag waarop de in lid 1.5.1 genoemde aanvraag is ontvangen door het college geldt als aanvraagdatum.
1.5.5 Indien een aanvraag later dan vier weken nadat het Leefzorgplan bekend is gemaakt, zoals bedoeld in artikel 1.4.1 van dit besluit, ondertekend wordt geretourneerd aan het college, dan is aan het college het recht voorbehouden om, indien het aannemelijk is dat er sprake is of kan zijn van nieuwe feiten en/of gewijzigde omstandigheden, een nieuw onderzoek te laten starten
Artikel 1.7 Inlichtingenplicht
1.7.1 Een cliënt (of zijn vertegenwoordiger) stelt het ZVH uit eigen beweging of na en verzoek van het ZVH, zo spoedig mogelijk op de hoogte van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing, zoals bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015
Hoofdstuk 2 Maatwerkvoorziening BW
Artikel 2.1 Criteria voor de toekenning van een maatwerkvoorziening BW
2.1.1 Een cliënt kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening BW als:
a. de cliënt 18 jaar of ouder is en zich niet zelfstandig kan handhaven in de samenleving en dit niet op te lossen is met eigen kracht, mantelzorg, een algemene voorziening of een algemeen gebruikelijke voorziening, en;
b. een ter zake kundige professional de psychiatrische of psychische aandoening of beperking heeft vastgesteld (bijvoorbeeld een arts, psychiater, GZ psycholoog, of verpleegkundig specialist), en;
c. (intramurale) behandeling voor de psychiatrische of psychische aandoening of beperking is afgerond of niet (meer) op de voorgrond staat, en;
d. er niet sprake is van een acute situatie in de geestelijke gezondheid of op andere leefdomeinen, en;
e. de cliënt voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving 24 uur per dag zorg, begeleiding en/ of toezicht nodig heeft. Deze zorg, begeleiding en toezicht zijn intensief en onplanbaar. Deze zorg, begeleiding en toezicht zijn aanwezig of oproepbaar.
f. een maatwerkvoorziening Beschermd Wonen wordt toegekend wanneer een of beide volgende criteria van toepassing zijn.
• Aanwezigheid van een aantoonbaar positief sociaal netwerk (familie en vrienden). Ten minste 1 familielid of vriend heeft zijn woonplaats in Noord- en Midden Limburg, zoals blijkt uit Basisregistraties Personengegevens (BRP) en bevestigt zijn relatie met de cliënt;
• De cliënt heeft in de voorgaande periode zijn hoofdverblijf in de regio Noord- en Midden Limburg gehad, zoals blijkt uit de BRP.
• Aantoonbare bekendheid bij instellingen of ziekenhuizen. Dit blijkt uit een bevestiging door de betreffende instellingen of ziekenhuizen.
• Er is een gegronde reden om tegemoet te komen aan de wens van de cliënt om in een bepaalde gemeente in de regio Noord- en Midden Limburg te willen wonen.
2.1.2 Een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening BW kan, naast de relevante bepalingen in de Wmo 2015 en de Verordening, worden geweigerd, herzien of ingetrokken indien:
a. de cliënt niet langer meewerkt aan het goed functioneren van de maatwerkvoorziening BW, of
b. de cliënt niet langer meewerkt aan het komen tot de in het Leefzorgplan vastgelegde resultaten.
2.1.3 De cliënt, die in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening BW, ontvangt deze ondersteuning zoveel mogelijk in de gemeente waar hij de meeste kans heeft op herstel en toename van zelfredzaamheid en participatie.
Artikel 2.2 Overdracht van cliënten tussen verschillende centrumgemeenten
Indien een cliënt of zijn vertegenwoordiger, die een toekenning voor een maatwerkvoorziening heeft, een (voornemen tot) verhuizing naar een andere gemeente mededeelt aan het ZVH, dan neemt het ZVH na overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger contact op met de gemeente van nieuwe vestiging om een goede overdracht te organiseren.
Indien een cliënt of zijn vertegenwoordiger, die in een andere gemeente een toekenning voor een maatwerkvoorziening heeft ontvangen, een (voornemen tot) verhuizing naar de gemeente Roerdalen mededeelt aan het ZVH, dan neemt het ZVH na overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger contact op met de gemeente van herkomst om een goede overdracht te organiseren.
Artikel 2.3 Maatwerkvoorziening BW
Indien de cliënt de beschikte maatwerkvoorziening wil ontvangen via een persoonsgebonden budget (PGB ), dan geldt als aanvullende voorwaarde dat de cliënt en eventueel zijn vertegenwoordiger een plan moet opstellen. Dit plan, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 van de Verordening dient een motivering te bevatten:
Het ZVH beoordeelt of het plan zoals bedoeld in lid 2.3.3 leidt tot het behalen van de doelen uit het Leefzorgplan van de cliënt.
2.3.5 Bij de beoordeling van de kwaliteit van een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB, wordt uitgegaan van wettelijke kwaliteitseisen voor de maatwerkvoorzieningen waarvoor het PGB bedoeld is.
2.3.6 Het college kent, met inachtneming van het bepaalde in de Wmo 2015, geen PGB toe als:
a. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie,
b. aan de cliënt eerder een PGB is verleend en de cliënt zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB gemaakte afspraken.
Artikel 2.5 Verantwoording van het PGB
Indien blijkt dat het PGB geheel of gedeeltelijk onterecht is betaald vanwege een foutieve declaratie dan kan dit, naast wat is bepaald bij artikel 2.4.1 Wmo 2015, indien mogelijk worden verrekend met het beschikbaar gestelde budget, of teruggevorderd bij de cliënt die de declaratie heeft ingediend. Het niet-geaccepteerde deel van de verantwoording wordt verrekend met het beschikbaar gestelde budget waarna de budgethouder binnen acht weken na verantwoording een besluit tot verrekening ontvangt.
2.5.7 Er vindt elk kwartaal aanvullend onderzoek plaats naar de besteding van het PGB bij elke budgethouder die in het vorige kwartaal een besluit tot verrekening heeft ontvangen.
2.5.8 Indien uit onderzoek blijkt dat de met een PGB ingekochte maatwerkvoorziening niet voldoet aan de kwaliteitscriteria, zoals bedoeld in artikel 2.3.5 van dit besluit, krijgt de budgethouder 4 weken de tijd om hiervoor aanpassingen door te voeren.
2.6.1 De eigen bijdrage voor Beschermd Wonen wordt berekend tot het maximum dat op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is toegestaan.
Artikel 2.7 Aflopende indicaties en beschikkingen
Indien de cliënt een andere vorm van zorg wenst, draagt het ZVH de cliënt over naar de gemeente waar de cliënt woonachtig is of een naar landelijke voorziening. Indien de cliënt daarmee instemt, draagt het ZVH de reeds bekende informatie over de cliënt over aan de betreffende gemeente of voorziening.
2.7.3 Indien een cliënt alle gesprekken weigert, meldt het ZVH bij de gemeente waar de cliënt woonachtig is, dat de beschikking BW afloopt.
Indien een maatwerkvoorziening BW is toegekend aan een cliënt, maar er (nog) geen plek is bij de door de cliënt gewenste aanbieder voor BW, is het mogelijk dat de cliënt op grond van zijn beschikking op zijn huidige verblijfplaats (intensieve) ambulante begeleiding ontvangt. Dit is bedoeld als overbrugging en deze situatie mag maximaal 8 weken duren.
Wanneer een indicatie voor BW afloopt, maar nog niet zeker is of een cliënt een volgende stap kan zetten naar zichzelf handhaven met minder zorg en begeleiding, is het mogelijk om op proef te wonen met (intensieve) ambulante begeleiding op basis van een maatwerkvoorziening BW. Dit is bedoeld als overbrugging en deze situatie mag niet langer dan 8 weken duren.
Wanneer een cliënt voor BW tijdelijk geen gebruik kan maken van het Beschermd Wonen, omdat andere problematiek (tijdelijk) op de voorgrond staat, kan de cliënt terugkeren naar het Beschermd Wonen, zonder een nieuwe indicatie aan te hoeven vragen bij het ZVH. Deze andere problematiek mag niet langer dan 6 weken duren.
Hoofdstuk 3 Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang
Artikel 3.2 Eigen bijdrage MO/VO
De eigen bijdrage voor de voltijdsopvang is gelijk aan het verschil tussen de voor de cliënt geldende bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien de aanbieder geen voeding verstrekt, wordt de norm persoonlijke uitgaven verhoogd met een bedrag voor voeding, gelijk aan het bedrag dat het Nibud hiervoor hanteert.
Hoofdstuk 4 Onderzoek kwaliteit, meldingsregeling en toezichthouder
Artikel 4.2 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
4.2.3 De toezichthouder doet onafhankelijk onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college jaarlijks over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
Artikel 5.1 Inwerkingtreding en citeertitel
5.1.1 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2016.
5.1.2 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 2016.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 5 april 2016,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-93582.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.