Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2016, 92306 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2016, 92306 | Verordeningen |
Nadere regels subsidies couleur locale Rotterdam 2017
Deze nadere regels zijn van toepassing op het verstrekken van eenmalige en jaarlijkse subsidies ten behoeve van de uitvoering van activiteiten in het kalenderjaar 2017 in het kader van couleur locale.
Voor subsidies couleur locale gelden voor 2017 per gebied de hieronder genoemde subsidieplafonds:
Artikel 8 Verdeelregels jaarlijkse subsidie
Voor zover het totaalbedrag van de jaarlijkse subsidieaanvragen het subsidieplafond als bedoeld in artikel 6 overschrijdt, honoreert het college die subsidieaanvragen, die naar het oordeel van het college kwalitatief en kwantitatief de grootste bijdrage leveren aan de doelstellingen zoals geformuleerd in het NRW.
Het college handelt overeenkomstig deze nadere regels, tenzij de toepassing van deze nadere regels zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Toelichting bij de Nadere regels subsidies couleur locale Rotterdam 2017
Op 4 juni 2015 is de Kadernotitie Nieuw Rotterdams Welzijn 2016-2019 (hierna NRW) vastgesteld. Met het NRW is het fundament gelegd voor toekomstbestendig welzijnswerk per 1 januari 2016. De basisinfrastructuur welzijn wordt gebiedsgericht ingekocht via aanbesteding. Er wordt daarbij uitgegaan van integrale opdrachten per gebied, dit houdt in welzijn voor jeugd & volwassenen in één opdrachtbeschrijving.
Op grond van het NRW bestaat de mogelijkheid van subsidiëring van activiteiten op het gebied van couleur locale en stedelijk welzijn. Hiervoor zijn de volgende subsidieregelingen vastgesteld:
Naast het stedelijk welzijn en de integrale gebiedsopdrachten voor de basisinfrastructuur is er ruimte/een flexibel budget voor de kleinere betekenisvolle partijen in het gebied voor sociale cohesie en ondersteuning van de kwetsbaren. In ieder gebied zijn er organisaties die bijdragen aan de leefbaarheid, zich inzetten voor kwetsbare groepen, die waardevolle activiteiten voor bewoners organiseren of een vernieuwende aanpak bieden. Deze organisaties draaien meestal op grote vrijwillige- en minimale professionele inzet. Dit type organisaties maakt zelfstandig nauwelijks kans bij grootschalige inkoop. Ook is er een risico dat het specifieke karakter verloren gaat wanneer de dienstverlening bij een andere aanbieder ondergebracht wordt. De worteling van deze zogenaamde 'couleur locale' in het gebied is groot. Het uitgangspunt is dat de couleur locale activiteiten biedt, die een bijdrage leveren aan de doelen en de resultaten van het NRW: het versterken van de civil society en de zelfredzaamheid van Rotterdammers.
In het gebied draagt de welzijnsinzet bij aan:
In artikel 1 worden begrippen gedefinieerd die worden gebruikt in de nadere regels. Het gaat in enkele gevallen om begrippen die in de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (hierna SvR 2014) op dezelfde wijze zijn gedefinieerd. Ten behoeve van de leesbaarheid en duidelijkheid is er voor gekozen om deze begrippen ook in de begripsbepalingen van de nadere regels op te nemen.
Dit afwegingskader is een bijlage van de nadere regels en is een nadere uitwerking van de criteria opgenomen in artikel 3 en de weigeringsgronden opgenomen in artikel 5 van de nadere regels.
Naast het stedelijk welzijn en de integrale gebiedsopdrachten voor de basisinfrastructuur is er ruimte/een flexibel budget voor de kleinere betekenisvolle partijen in het gebied voor sociale cohesie en ondersteuning van de kwetsbaren. In ieder gebied zijn er organisaties die bijdragen aan de leefbaarheid, zich inzetten voor kwetsbare groepen, die waardevolle activiteiten voor bewoners organiseren of een vernieuwende aanpak bieden.
Deze organisaties draaien meestal op grote vrijwillige- en minimale professionele inzet. Dit type organisaties maakt zelfstandig nauwelijks kans bij grootschalige inkoop.
Ook is er een risico dat het specifieke karakter verloren gaat wanneer de dienstverlening bij een andere aanbieder ondergebracht wordt. De worteling van deze zogenaamde 'couleur locale' in het gebied is groot. Het uitgangspunt is dat de couleur locale activiteiten biedt, die een bijdrage leveren aan de doelen en de resultaten van het NRW: het versterken van de civil society en de zelfredzaamheid van Rotterdammers.
Voor een toelichting op dit begrip wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 1 van de SvR 2014.
Na de opheffing van de deelgemeenten in 2014, zijn in Rotterdam 14 gebieden benoemd, die nagenoeg dezelfde omvang hebben als de voormalige deelgemeenten. De 14 gebieden zijn opgenomen in artikel 2 van de Verordening op de gebiedscommissies 2014.
Voor een toelichting op dit begrip wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 1 van de SvR 2014.
Het NRW richt zich op vrij toegankelijke, of met een zeer beperkte toegangstoets beschikbare algemene voorzieningen in de stad. Kijk voor meer informatie op www.rotterdam.nl/nieuwrotterdamswelzijn. De volgende doelstellingen staan centraal in het nieuwe welzijnsdomein:
het vergrotenvan de zelfredzaamheid van Rotterdammers betekent dat bewoners zo lang mogelijk met inzet van hun directe omgeving en niet- geïndiceerde wijkvoorzieningen in hun eigen omgeving actief zijn, daar blijven wonen en zo laat mogelijk een beroep doen op geïndiceerde professionele zorg en jeugdhulp.
De inzet van welzijn is gericht op het ontlasten van mantelzorgers, de ondersteuning van vrijwilligers, het organiseren van en toeleiden naar gebruik van collectieve wijkvoorzieningen, langer thuis blijven wonen, inzet/scholing/training van Rotterdammers met een uitkering;
De bevoegdheid van het college om nadere regels vast te stellen is opgenomen in artikel 3, derde lid van de SvR 2014. De nadere regels zijn van toepassing op activiteiten die in 2017 plaatsvinden.
Artikel 3 Criteria subsidie couleur locale
In het afwegingskader zijn 9 criteria opgenomen op grond waarvan het college toetst of een activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd kan worden gesubsidieerd vanuit de nadere regels. Indien de activiteit op grond van het afwegingskader minimaal 6 keer een 'JA' scoort kan subsidie worden verstrekt. Daarbij geldt dat de activiteit in ieder geval dient te voldoen aan één van de doelstellingen van het NRW (criterium 1, zie hiervoor het afwegingskader). Het afwegingskader is een onderdeel van de nadere regels.
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid die zij heeft om op grond van artikel 6, vierde lid van de SvR 2014 een andere indieningstermijn te stellen. De aanvraagtermijn voor de jaarlijkse subsidies (dus voor de activiteiten die plaatsvinden van 1 januari t/m 31 december 2017) is 1 oktober 2016.
Zodoende hebben potentiële subsidieaanvragers voldoende tijd om kennis te nemen van de nadere regels en op basis hiervan een subsidieaanvraag in te dienen. De subsidieaanvraag wordt online ingediend via de portal www.rotterdam.nl/subsidie.
In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen. Naast deze weigeringsgronden gelden uiteraard de weigeringsgronden opgenomen in artikel 8 van de SvR 2014 en de weigeringsgronden opgenomen in de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht (hoofdstuk 4, titel 4.2 van de Awb). Hieronder een opsomming van de weigeringsgronden met toelichting. Het gaat hierbij om een activiteit die:
niet voldoet aan een van de doelstellingen zoals geformuleerd in het NRW .
Deze doelstellingen zijn hierboven in het algemene deel van de toelichting opgenomen. Dezelfde doelstellingen zijn opgenomen onder criterium 1 van het afwegingskader. Het niet voldoen van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd aan ten minste één van deze doelstellingen resulteert in een weigering van de subsidieaanvraag. Enkel activiteiten die voldoen aan ten minste één van deze doelstellingen worden aangemerkt als welzijnsactiviteiten in het kader van het NRW.
valt onder de reikwijdte van de Nadere regels bewonersinitiatieven Rotterdam .
Aangezien de bewonersinitiatieven en de couleur locale activiteiten beide in de gebieden plaatsvinden wordt bij de beoordeling van een aanvraag couleur locale getoetst of er sprake is van een bewonersinitiatief. Indien aan de hand van de criteria voor bewonersinitiatieven blijkt dat er sprake is van een bewonersinitiatief wordt de subsidie geweigerd.
Het tweede lid is als kan-bepaling opgenomen onder de weigeringsgronden in dit artikel. Naast de opgesomde weigeringsgronden in het eerste lid, kunnen zich immers andere omstandigheden voordoen die het college aanleiding geven om een subsidieaanvraag te weigeren. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn door de combinatie van criteria waarop een aanvraag punten heeft gekregen op grond van het afwegingskader, vanwege de beperkte meerwaarde van de gewenste activiteit in het gebied of omdat voor hetzelfde doel reeds een voorziening is of wordt getroffen in het gebied en de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd hieraan niet of nauwelijks van toegevoegde waarde is. Met dit tweede lid is het college daardoor in staat meer specifiek tot een beoordeling van de aanvraag te komen.
Artikel 4, tweede lid, SvR2014, geeft het college de bevoegdheid om aanvullende subsidieplafonds vast te stellen. In artikel 6 wordt een subsidieplafond vastgesteld omdat de middelen waaruit gesubsidieerd kan worden niet oneindig zijn. De raad heeft budgetten opgenomen in de begroting (met een voorbehoud dat deze budgetten in het najaar door de raad worden vastgesteld). Het bereiken van het maximum van dit budget is een grond om de subsidieaanvraag te weigeren. Zie ook de toelichting onder artikel 5 t/m 7.
De aanvraag wordt tevens geweigerd voor zover door verstrekking van de aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden. Deze weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4:25, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb). Daarom is het niet als weigeringsgrond opgenomen in artikel 4 van de nadere regels.
Artikel 4:25, tweede lid van de Awb:
Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.
Het kan voorkomen dat op enig moment het budget niet meer toereikend is om het aangevraagde bedrag volledig te subsidiëren. Bijvoorbeeld als een subsidiebedrag van € 50.000,– wordt aangevraagd, de subsidieaanvraag voldoet aan de criteria om voor subsidie in aanmerking te komen. Echter er is nog een restbudget beschikbaar van € 30.000,–. In dit geval kan de subsidie gedeeltelijk worden geweigerd. Dit wordt gedaan in overleg met de subsidieaanvrager. Het kan namelijk zijn dat door een gedeeltelijke weigering, het laten plaatsvinden van de overige activiteiten niet realiseerbaar is voor de subsidieaanvrager.
Artikel 4, tweede lid, SvR2014, geeft het college de bevoegdheid om aanvullende subsidieplafonds vast te stellen. In dit artikel worden deze plafonds vastgesteld en bekend gemaakt, onder het voorbehoud dat de raad de begroting ongewijzigd vaststelt. Deze plafonds zijn logischerwijs niet van toepassing op de subsidies die op grond van de begrotingspost worden gesubsidieerd.
Artikel 7 Verdeelregels eenmalige subsidie
Artikel 4, derde lid van de SvR 2014, geeft het college de bevoegdheid om verdeelregels vast te stellen. Voor de eenmalige subsidies geldt dat 'wie het eerst komt wie het eerst maalt'. Dus de aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en voorzover de aanvragen aan de nadere regels voldoen en het budget toereikend is, worden de aanvragen gehonoreerd. Ook hier kan sprake zijn van een gedeeltelijke weigering, omdat bij een volledige honorering van de aanvraag het subsidieplafond zou worden bereikt. Zoals hierboven reeds is toegelicht, wordt de (eenmalige) aanvraag tevens geweigerd voor zover door verstrekking van de aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden. Deze weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4:25, tweede lid van de Awb. Daarom is het niet als weigeringsgrond opgenomen in artikel 4 van de nadere regels. Op grond van artikel 4:5 Awb, eerste lid, onderdeel c, krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag binnen een bepaalde termijn aan te vullen. De datum waarop de aanvulling op de aanvraag is ontvangen, geldt als datum van ontvangst.
Het derde lid van dit artikel geeft aan dat de eenmalige subsidieaanvragen voor activiteiten in het kalenderjaar 2017, die uiterlijk 1 oktober 2016 zijn ingediend, worden meegenomen in de gezamenlijke beoordeling van de jaarlijkse subsidieaanvragen. Zie hiervoor de toelichting onder artikel 8.
Artikel 8 Verdeelregels jaarlijkse subsidie
Artikel 4, derde lid van de SvR 2014, geeft het college de bevoegdheid om verdeelregels vast te stellen. De aanvragen voor een jaarlijkse subsidie worden uiterlijk 1 oktober 2016 ingediend. De subsidieaanvragen worden gezamenlijk beoordeeld.
Indien na de uiterlijke indieningstermijn blijkt dat het aangevraagde bedrag het subsidieplafond overschrijdt worden die aanvragen die de meeste punten behalen (na toetsing aan het afwegingskader) verstrekt.
Ook hier kan sprake zijn van een gedeeltelijke weigering, omdat bij een volledige honorering van de aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden. Deze weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4:25, tweede lid van de Awb.
Daarom is het niet als weigeringsgrond opgenomen in artikel 4 van de nadere regels. Op grond van artikel 4:5 Awb, eerste lid, onderdeel c, krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag binnen een bepaalde termijn aan te vullen.
In de nadere regels is een hardheidsclausule opgenomen om, in gevallen waarin toepassing van de regeling - gegeven de doelstelling en de strekking van die regeling - een ‘onbillijkheid van overwegende aard’ zou opleveren, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Met andere woorden: de hardheidsclausule ziet toe op situaties die niet voorzien zijn bij het vaststellen van de nadere regels en waarin het niet redelijk zou zijn om geen subsidie te verstrekken, ook al wordt niet geheel voldaan aan het bepaalde in de nadere regels.
Artikel 10 Inwerkingtreding en overgangsrecht
De nadere regels treden in werking op de dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij worden geplaatst en zijn van toepassing op activiteiten die in het kalenderjaar 2017 plaatsvinden.
Deze nadere regels worden aangehaald als 'Nadere regels subsidies couleur locale Rotterdam 2017'.
Afwegingskader Nadere regels subsidies couleur locale Rotterdam 2017
Indien de activiteit op grond van onderstaand afwegingskader minimaal 6 punten behaalt (dit houdt in dat minimaal 6 criteria met 'JA' worden beantwoord) is er in beginsel sprake van subsidiëring op grond van de Nadere regels couleur locale Rotterdam 2017, mits er geen sprake is van uitsluiting op grond van criterium 1.
|
Draagt de activiteit direct bij aan één van de te behalen maatschappelijke resultaten, zoals die in het document NRW 1 zijn beschreven, te weten: – het vergroten van de samenredzaamheid van Rotterdammers (een sterke civil society): meer vrijwillige inzet, meer bewonersinitiatief; toename van sociale cohesie, – vergroten van zelfredzaamheid: ontlasten van mantelzorgers, kleiner beroep op formele zorg, meer gebruik van collectieve wijkdiensten, langer thuis blijven wonen, grotere inzet/scholing/training van Rotterdammers met een uitkering, – het creëren van een kansrijke, veilig buurt en opvoedomgeving voor kinderen en jongeren? |
||||
|
Vrijwillige-/professionele ondersteuning: Kenmerkt de organisatie - en uitvoering van de activiteiten zich door grote vrijwillige inzet met beperkte professionele ondersteuning? Hierbij geldt dat maximaal 20% van de benodigde totale ureninzet wordt uitgevoerd door professionals. |
||||
|
Activiteiten duurzaam/geborgd: Zijn de activiteiten/inzet duurzaam: zijn de inzet en/of activiteiten niet eenmalig maar geborgd tijdens de looptijd van de subsidieperiode? |
||||
|
Sluiten de activiteiten/inzet aan op de prioritering die in de analyse van het gebied is gesteld? |
||||
|
Gaat het om het bereik onder een doelgroep die met andere activiteiten/inzet (vrijwel) niet door een andere aanbieder wordt bereikt/kan worden bereikt in een specifiek gebied? |
||||
|
– Zijn de activiteiten uniek of aanvullend op het reeds bestaande aanbod in het gebied? – Is er geen andere subsidieaanvraag ingediend voor hetzelfde doel die in inhoudelijk en/of in financieel opzicht beter is in relatie tot het realiseren van de doel van de inzet/activiteit? Indien beide vragen hierboven met 'ja' worden beantwoord wordt voldaan aan dit criterium (criterium 6). |
||||
|
Specifieke aanpak, expertise en kennis: Kenmerken de activiteiten/inzet zich door een specifieke aanpak, expertise en kennis die niet door een andere partij wordt ingezet? |
||||
|
Aangesloten/ingebed (wijk)netwerk: Zijn activiteiten/inzet aangesloten op en ingebed in het (wijk)netwerk? |
||||
|
Is de subsidieaanvraag voor deze activiteiten/inzet lager dan € 100.000 per gebied? |
||||
Dit gemeenteblad 2016, nummer 116, is uitgegeven op 1 juli 2016 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover hoofdbureau politie)
(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-92306.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.