GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

TOT INSTANDHOUDING EN BEHEER VAN HET

TECHNISCH BUREAU IN DE KRIMPENERWAARD

CONCEPT WIJZIGING 3-12-2015

RAADHUISPLEIN 6 , 2922 AD KRIMPEN AAN DEN IJSSEL

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING TOT INSTANDHOUDING EN BEHEER VAN HET TECHNISCH BUREAU IN DE KRIMPENERWAARD VAN DE GEMEENTEN KRIMPEN AAN DEN IJSSEL EN KRIMPENERWAARD

INHOUD

Hoofdstuk II Inrichting, samenstelling en werkwijze van het bestuur

  • 1.

    algemene bepaling

  • 2.

    het algemeen bestuur

  • 3.

    het dagelijks bestuur

  • 4.

    de voorzitter

  • 5.

    overige bepalingen

Hoofdstuk III Taken en bevoegdheden van het lichaam

  • 1.

    algemene bepaling

  • 2.

    bevoegdhedenverdeling

  • 3.

    informatie en verantwoording

Hoofdstuk IV Taken van het bureau

Hoofdstuk V Personeel

Hoofdstuk VI Financiële bepalingen

  • 1.

    begroting en rekening van het lichaam

  • 2.

    doorberekening van kosten

  • 3.

    overige financiële bepalingen

Hoofdstuk VII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Hoofdstuk VIII Geschillen

Hoofdstuk IX Archiefbescheiden

Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING TOT INSTANDHOUDING EN BEHEER VAN HET TECHNISCH BUREAU IN DE KRIMPENERWAARD.

Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder

  • a.

    het lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • b.

    gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

  • c.

    de raden: de raden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten;

  • d.

    het bureau; het Technisch Bureau in de Krimpenerwaard;

  • e.

    het bij de samenwerking betrokken gebied: de rechtsgebieden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten;

  • f.

    de deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten.

Artikel 2
  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd Gemeenschappelijke regeling Technisch Bureau in de Krimpenerwaard.

  • 2.

    Het lichaam is rechtspersoon; het is gevestigd te Krimpen aan den IJssel.

  • 3.

    Het lichaam wordt ingesteld met het oog op de uitoefening van het bouw- en woningtoezicht, als bedoeld in de Woningwet en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO), en werkzaamheden van technische aard op het gebied van volkshuisvesting en openbare werken in het bij de samenwerking betrokken gebied.

  • 4.

    De taken op het gebied van Bouw- en woningtoezicht worden uitgeoefend op grond van artikel 23, lid 2 genoemde wetten.

Hoofdstuk II

Inrichting, samenstelling en werkwijze van het bestuur

1. Algemene bepaling

Artikel 3

Het bestuur van het lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

2. Het algemeen bestuur

Artikel 4

1.Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden.

De raden van de deelnemende gemeenten wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders, elk 3 leden van het algemeen bestuur aan, waaronder in ieder geval één lid dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders.

De aanwijzing van het lid, dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders, geschiedt op aanbeveling van dat college.

Elk van de aangewezen leden heeft bij de besluitvorming in het algemeen bestuur 1 stem.

  • 1.

    De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de raden in nieuwe samenstelling, te houden op de dag met ingang waarvan de leden van de raden in oude samenstelling aftreden.

  • 2.

    De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag met ingang waarvan de leden van de raden aftreden. Wanneer zij opnieuw in de raden zijn gekozen, zijn zij terstond herkiesbaar.

  • 3.

    De leden van het algemeen bestuur, die deel uitmaken van de colleges van burgemeester en wethouders waaruit zij als zodanig aangewezen zijn, treden bovendien af op het tijdstip waarop zij niet langer van de colleges deel uitmaken.

  • 4.

    Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

  • 5.

    De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de raad die hen heeft aangewezen, op de hoogte. Zolang de leden, die ontslag hebben genomen, raadslid zijn, blijven zij hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 6.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad waardoor men krachtens het bepaalde in het eerste lid is aangewezen.

  • 7.

    De raden kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur als zodanig ontslaan, indien dat lid het vertrouwen van de raad door wie de aanwijzing heeft plaatsgevonden, niet meer bezit.

In dat geval is artikel 87a van de gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 1.

    Burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten doen zo spoedig mogelijk mededeling aan de voorzitter, wanneer een tussentijdse vacature ontstaat anders dan bedoeld in het zesde lid van dit artikel en van de aanwijzing van een lid c.q. leden van het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het aanwijzen van leden van het algemeen bestuur ter vervulling van plaatsen die om een andere reden dan bedoeld in het derde lid van dit artikel openvallen, vindt plaats binnen twee maanden nadat die plaatsen zijn opengevallen.

Artikel 5

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der deelnemers danwel het bestuur van het lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt, met uitzondering van onderwijzend personeel.

Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van één der deelnemers danwel van het lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

Artikel 6
  • 1.

    Op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur is, voor zover daarvan bij de Wet gemeenschappelijke regelingen niet is afgeweken, de gemeentewet van toepassing.

  • 2.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal.

  • 3.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

  • 4.

    De deuren worden gesloten wanneer een derde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 5.

    Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

  • 6.

    In een besloten vergadering kan niet beraadslaagd, noch een besluit genomen worden over de begroting, wijzigingen daarvan en de rekening van het lichaam.

  • 7.

    In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over het kopen, ruilen, vervreemden, bezwaren en in erfpacht aannemen of uitgeven van onroerende goederen.

Artikel 7
  • 1.

    Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 4 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.

  • 2.

    Op grond van de belangen genoemd in artikel 4 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter van het lichaam, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen bestuur overleggen.

Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

  • 1.

    De krachtens het tweede lid van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

  • 2.

    De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Artikel 8

Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn werkzaamheden.

3. Het dagelijks bestuur

Artikel 9

1.Het dagelijks bestuur bestaat uit 3 leden, te weten:

de voorzitter, de vice-voorzitter en de secretaris.

De voorzitter wordt aangewezen door het algemeen bestuur; de vice-voorzitter en de secretaris door het dagelijks bestuur.

  • 1.

    Iedere deelnemer is met minimaal één lid in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd. Elk lid heeft bij de besluitvorming in het dagelijks bestuur 1 stem.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen, waarbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in het eerste en het tweede lid.

  • 3.

    De leden van het dagelijks bestuur treden af met ingang van de dag waarop zij krachtens het bepaalde in artikel 4, derde lid, aftreden als lid van het algemeen bestuur.

  • 4.

    De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die krachtens het bepaalde in het voorgaande lid zijn opengevallen, vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, volgend op de dag waarop die plaatsen zijn opengevallen.

  • 5.

    Tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee.

  • 6.

    De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag doen zij schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, blijft niettemin zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard.

  • 7.

    Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten.

In dat geval is artikel 87a van de gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 1.

    Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die om een andere reden dan bedoeld in het vierde lid van dit artikel openvallen, geschiedt ten spoedigste.

  • 2.

    Door en uit het algemeen bestuur worden plaatsvervangers van de leden van het dagelijks bestuur aangewezen. De plaatsvervangers treden tijdelijk in de functie van lid van het dagelijks bestuur, wanneer in het dagelijks bestuur door ziekte of anderszins gedurende langere tijd – meer dan 2 maanden – een plaats openvalt.

Artikel 10
  • 1.

    Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.

  • 2.

    Artikel 98 van de gemeentewet is op het houden van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.

Artikel 11
  • 1.

    Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 4 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft.

  • 2.

    Op grond van een belang, genoemd in artikel 4 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter ten aanzien van de stukken die hij aan het dagelijks bestuur overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat de voorzitter dan wel het dagelijks bestuur de verplichting daartoe opheft.

  • 3.

    Indien het dagelijks bestuur zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding door de leden van beide organen in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.

4. De voorzitter

Artikel 12
  • 1.

    De voorzitter wordt door het algemeen bestuur aangewezen uit de leden die tevens zitting hebben in het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De voorzitter is voorzitter zowel van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de vice-voorzitter van het dagelijks bestuur.

Artikel 13
  • 1.

    De stukken die van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend.

  • 2.

    De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte;

hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.

5. Overige bepalingen

Artikel 14
  • 1.

    De in artikel 13, eerste lid, bedoelde stukken worden door de secretaris medeondertekend.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor het maken van de notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur regelt de plaatsvervanging van de secretaris.

Artikel 15

De vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur worden bijgewoond door de directeur van het bureau, tenzij deze organen anders bepalen.

Artikel 16

Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, een regeling vaststellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten van de leden van het bestuur van het lichaam.

Hoofdstuk III

Taken en bevoegdheden van het lichaam

1. Algemene bepaling

Artikel 17

Het lichaam heeft, in het kader van de in artikel 2, derde lid, vermelde zorg, tot taak het beheren en in stand houden van een gemeenschappelijk bureau: het Technisch Bureau in de Krimpenerwaard.

2. Bevoegdhedenverdeling

Artikel 18
  • 1.

    Aan de organen van het lichaam worden alle bevoegdheden toegekend, die zij behoeven ter verwezenlijking van de taak van het lichaam als in artikel 17 genoemd, met dien verstande, dat zij niet de bevoegdheid hebben tot het heffen van belastingen of het maken van door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordeningen.

  • 2.

    Wettelijke verdeling van bevoegdheden en taken tussen de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester is hierbij van overeenkomstige toepassing op de verdeling van bevoegdheden en taken tussen de organen van het lichaam, onderscheidenlijk het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 19
  • 1.

    Met betrekking tot de uitoefening van de in artikel 17 genoemde taak berust bij het algemeen bestuur alle bevoegdheid, die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter is opgedragen.

  • 2.

    Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in ieder geval belast met en bevoegd tot:

    • a.

      het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling;

    • b.

      het aangaan van geldleningen en van rekening-courant-overeenkomsten;

    • c.

      het uitlenen dan wel beleggen van gelden;

    • d.

      het kopen, ruilen, vervreemden, bezwaren en in erfpacht aannemen of uitgeven van onroerende goederen;

    • e.

      het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is goedgekeurd;

een en ander zoals geregeld in de gemeentewet;

  • a.

    het voeren van rechtsgedingen en administratieve beroepen;

  • b.

    het berusten in een tegen het lichaam ingestelde rechtsvordering.

Artikel 20

Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde en hetgeen is bepaald in artikel 33b Wgr is het dagelijks bestuur belast met en bevoegd tot:

  • a.

    het dagelijks beheer van het bureau;

  • b.

    het toezicht op het bureau en al wat het lichaam aangaat;

  • c.

    de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

  • d.

    de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;

  • e.

    het toezicht op het beheren van de financiën van het lichaam;

  • f.

    het toezicht op het beheren van de eigendommen van het lichaam;

  • g.

    het verhuren of op andere wijze in gebruik geven van eigendommen van het lichaam;

  • h.

    het huren ten behoeve van het lichaam;

  • i.

    het nemen van conservatoire maatregelen voordat wordt besloten tot het voeren van rechtsgedingen, ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;

  • j.

    het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het lichaam van belang is;

  • k.

    het sluiten van overeenkomsten met derden ten aanzien van het verrichten door het bureau van incidentele werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 23, vijfde lid.

3. Informatie en verantwoording

Artikel 21
  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 3.

    Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen over zaken het lichaam betreffende, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 4.

    Het reglement van orde voor het algemeen bestuur, als genoemd in artikel 8, regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel.

  • 5.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 22

1.Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden alle inlichtingen over zaken het lichaam betreffende, die door één of meer leden van die raden worden verlangd, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

De wijze waarop hieraan uitvoering wordt gegeven, vindt regeling in de reglementen van orde van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur, als genoemd in de artikelen 8 respectievelijk 10, eerste lid.

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad die hem heeft aangewezen alle inlichtingen over zaken het lichaam betreffende, die door die raad of één of meer leden daarvan worden verlangd, op de wijze die door die raad is bepaald, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door die raad is bepaald.

Hoofdstuk IV

Taken van het bureau

Artikel 23
  • 1.

    Het bureau kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten op het gebied van bouw- en woningtoezicht, volkshuisvesting, openbare werken en milieu in het bij de samenwerking betrokken gebied.

  • 2.

    Met inachtneming van het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid heeft het bureau voor alle deelnemende gemeenten tot taak:

    • a.

      het bouw- en woningtoezicht zoals omschreven in de Woningwet en de WABO, alsmede het toezicht op de naleving van de bouwverordening van de deelnemende gemeenten, waartoe tevens wordt geacht te behoren het adviseren over alle aanvragen om omgevingsvergunning – onderdeel bouwen en slopen alsmede over alle zaken betreffende de uitvoering van de Woningwet en de WABO en daarmede samenhangende wetgeving, zover daartoe mandaat is verleend;

    • b.

      de zorg voor technische werken:

op het gebied van:

  • -

    weg- en waterbouw;

  • -

    rioleringen;

betrekking hebbende op:

  • -

    nieuwe aanleg, werken met een kostenbedrag boven € 25.000,--; dit bedrag kan bij besluit van het algemeen bestuur met een gekwalificeerde meerderheid van 4/6 worden herzien;

  • -

    onderhoud in sfeer van algehele vervanging;

  • -

    plannen in het kader van het grondbedrijf;

inhoudende:

  • -

    advisering c.q. opstelling van plannen;

  • -

    doen uitvoeren van plannen;

  • -

    toezicht op uitvoering;

    • a.

      het verrichten van landmeetkundige werkzaamheden;

    • b.

      het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van exploitatie-berekeningen voor het grondbedrijf.

      • 1.

        Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in het tweede lid van dit artikel genoemde taken kunnen door of namens het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers schriftelijk werkafspraken worden gemaakt.

      • 2.

        In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid van dit artikel verricht het bureau op verzoek van een deelnemer andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van volkshuisvesting en openbare werken dan in genoemd lid is opgedragen.

      • 3.

        Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in het tweede en vierde lid bedoelde taken, kan het bureau op verzoek van derden incidenteel adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van volkshuisvesting, openbare werken en milieu verrichten.

Op een zodanig verzoek wordt door het dagelijks bestuur beslist; overeenkomsten voor het verrichten van incidentele werkzaamheden voor derden worden door het dagelijks bestuur aangegaan.

1.De deelnemers zijn verplicht het dagelijks bestuur afzonderlijk te informeren inzake de in de deelnemende gemeenten van gemeentewege uit te voeren (onderhouds-)-

werkzaamheden, rakende het zorggebied van het lichaam als omschreven in het derde lid van artikel 2. Deze meldingsplicht heeft betrekking op de geschillenregeling, genoemd in artikel 42 van deze regeling.

Artikel 23a
  • 1.

    Aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers.

  • 2.

    De colleges van de deelnemers kunnen hun bevoegdheden ten aanzien van de bij of krachtens artikel 23 aan het bureau opgedragen taken, mandateren aan de directeur van de dienst.

  • 3.

    Voor zover bij de mandaatverlening niet anders is bepaald, kan ten aanzien van de aan de directeur in mandaat toekomende taken en bevoegdheden ondermandaat worden verleend.

Hoofdstuk V

Personeel

Artikel 24

1.De directeur van het bureau wordt door het algemeen bestuur benoemd uit een door het dagelijks bestuur op te maken voordracht van zo mogelijk tenminste twee personen.

Het algemeen bestuur kan hem schorsen en ontslaan.

  • 1.

    Onder toezicht van het dagelijks bestuur is de directeur belast met de dagelijkse leiding van het bureau en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.

  • 2.

    De directeur van het bureau verleent de bestuursorganen van het lichaam bijstand bij het vervullen van hun taak.

  • 3.

    De instructie van de directeur van het bureau wordt door het algemeen bestuur vastgesteld op voorstel van het dagelijks bestuur.

Artikel 25
  • 1.

    Het algemeen bestuur bepaalt de omvang van het personeelsbestand van het bureau.

  • 2.

    Binnen het raam van de door het algemeen bestuur vastgestelde formatie is het dagelijks bestuur belast met het aanstellen als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel van het lichaam, de directeur van het bureau uitgezonderd.

Wanneer door bijzondere omstandigheden de voortgang van normale werkzaamheden, als bedoeld in het tweede lid van artikel 23, zodanig in de knel komt, dat feitelijk het functioneren van het bureau in totaliteit gevaar loopt, is het dagelijks bestuur bevoegd tijdelijk extra personeel aan te trekken na overleg met het algemeen bestuur.

Wanneer de omvang van de werkzaamheden, als bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 23, daartoe aanleiding geeft, is het dagelijks bestuur tevens bevoegd tijdelijk extra personeel aan te trekken.

1.Eventuele instructies voor het personeel van het bureau, de directeur uitgezonderd, worden door het dagelijks bestuur vastgesteld.

Artikel 26
  • 1.

    Voor zover door het algemeen bestuur niet anders wordt bepaald, zijn op het personeel in dienst van het lichaam de rechtspositieregelingen die zijn of zullen worden vastgesteld voor het personeel in dienst van de gemeente Krimpen aan den IJssel van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Waar in de in het eerste lid bedoelde regelingen gesproken wordt van “raad”, “burgemeester en wethouders” dan wel “burgemeester”, wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling gelezen, respectievelijk het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 27
  • 1.

    Voor het personeel van het bureau, belast met de in artikel 23, tweede lid onder a genoemde taak van bouw- en woningtoezicht, wordt door het algemeen bestuur een instructie vastgesteld, welke aan de raden van de deelnemende gemeenten wordt toegezonden.

  • 2.

    In deze instructie wordt in elk geval bepaald dat door het betrokken personeel buiten dienstverband geen werkzaamheden, al dan niet tegen vergoeding, op het gebied van het bouwbedrijf mogen worden verricht ten behoeve van particulieren zowel in als buiten de deelnemende gemeenten en geen andere beroepen of betrekkingen mogen worden uitgeoefend of bekleed dan die waarvoor door het dagelijks bestuur in bijzondere gevallen toestemming is verleend.

  • 3.

    Als uitzondering op het bepaalde ingevolge het tweede lid wordt in de instructie bepaald dat door het betrokken personeel werkzaamheden kunnen worden verricht voor verenigingen en stichtingen in één of meer van de deelnemende gemeenten in het belang van de volkshuisvesting werkzaam en als zodanig door het bevoegde gezag krachtens artikel 70 van de Woningwet toegelaten.

  • 4.

    In de instructie wordt het dagelijks bestuur bevoegd verklaard van geval tot geval te bepalen onder welke voorwaarden het betrokken personeel toestemming wordt verleend bedoelde werkzaamheden te verrichten.

Hoofdstuk VI

Financiële bepalingen

1. Begroting en rekening van het lichaam

Artikel 28

Het algemeen bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van het lichaam.

Artikel 29
  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst één of meer deskundigen aan voor de controle op het financieel beheer en de administratie van het lichaam.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde controle regels vast.

Artikel 30

De begroting en de rekening van het lichaam worden ingericht overeenkomstig het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” (BBV).

Artikel 31

Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 32

Ontwerpbegroting

  • 1.

    Het dagelijks bestuur maakt elk jaar een ontwerp-begroting en zendt deze acht weken voordat zij ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden doch uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, alsmede aan de leden van het algemeen bestuur.

  • 2.

    De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 238, van de gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken na ontvangst van de ontwerp-begroting het dagelijks bestuur schriftelijk van hun gevoelen omtrent de ontwerp-begroting doen blijken.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Begroting

  • 1.

    De begroting van het lichaam wordt uiterlijk 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt door het algemeen bestuur vastgesteld.

  • 2.

    Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake gedeputeerde staten van hun gevoelen kunnen doen blijken.

Indien de begroting ten opzichte van het ontwerp ongewijzigd is vastgesteld, kan worden volstaan met mededeling hiervan.

  • 1.

    Binnen twee weken nadat de begroting is vastgesteld en zo spoedig mogelijk nadat de handelingen als bedoeld in het vijfde lid hebben plaatsgehad doch uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur deelt de beslissing van gedeputeerde staten inzake de goedkeuring van de begroting zo spoedig mogelijk mede aan de deelnemende gemeenten, alsmede aan het algemeen bestuur.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste, derde, vijfde, zesde en zevende lid van dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 33
  • 1.

    Het dagelijks bestuur richt elk jaar de rekening van het voorgaande jaar in.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur stelt de rekening van het lichaam voorlopig vast uiterlijk 15 april volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft en zendt deze vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de raden van de deelnemende gemeenten..

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening van het lichaam definitief vast uiterlijk 15 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt daarna deze rekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de rekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten, alsmede ter kennisneming een afschrift aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur voegt bij het voorstel voor de rekening een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 29 aangewezen deskundige(n).

2. Doorberekening van kosten

Artikel 34
  • 1.

    a. De directe personele-, specifieke-, materiële- en kapitaallasten worden direct over de kostendragers verdeeld.

    • b.

      De indirecte lasten (omslagkosten) worden volgens de in de begroting van het lichaam aangegeven methodiek over de verschillende kostendragers verdeeld.

  • 2.

    Onder kostendragers worden verstaan, de taken als bedoeld in het tweede lid van artikel 23, alsmede de incidentele opdrachten tot uitvoering van werkzaamheden die een uitvloeisel zijn van het vierde en vijfde lid van artikel 23.

  • 3.

    De totalen van de onder het eerste lid genoemde directe- en indirecte lasten, die over de kostendragers zijn verdeeld, worden aan de deelnemende gemeenten casu quo opdrachtgevende derden als volgt toegerekend:

    • a.

      ter zake van de werkzaamheden verbonden aan de taak, omschreven in het tweede lid, sub a, van artikel 23, naar rato van het aantal inwoners van de volgende kernen van de deelnemende gemeenten per 1 januari van het voorafgaande boekjaar:

      • Gemeente Krimpenerwaard: Lekkerkerk, Krimpen aan de Lek, Berkenwoude, Ammerstol, Bergambacht, Ouderkerk aan den IJssel, Gouderak;

      • Gemeente Krimpen aan den IJssel;

    • b.

      ter zake van de werkzaamheden verbonden aan de overige in artikel 23 genoemde taken en incidentele opdrachten, naar rato van het aantal uren dat door middel van een urenregistratie direct aan die taken casu quo opdrachten is gerelateerd.

  • 1.

    Indien ten behoeve van bepaalde werken of anderszins uitgaven worden gedaan die een bijzonder karakter dragen, is het dagelijks bestuur bevoegd deze kosten in afwijking van het eerste, tweede en derde lid van dit artikel, rechtstreeks toe te rekenen aan die deelnemende gemeente casu quo opdrachtgevende derde, waarvoor die uitgaven zijn gedaan; die gemeente dan wel derde wordt hiervan tevoren mededeling gedaan.

3. Overige financiële bepalingen

Artikel 35
  • 1.

    De deelnemers betalen uiterlijk 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november een voorschot in de kosten van het lopende boekjaar ten bedrage van 25% van het jaarbudget.

  • 2.

    Naar aanleiding van de administratie over de afzonderlijke kwartalen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd bepalen dat een van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijkend voorschot wordt betaald.

  • 3.

    Uiterlijk 1 juni vindt per deelnemer een eerste afrekening plaats over het voorafgaande boekjaar overeenkomstig het ontwerp van de voorlopige rekening.

  • 4.

    De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na het besluit van gedeputeerde staten tot vaststelling van de rekening.

  • 5.

    Bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde betalingstermijnen wordt aan de deelnemer over het voorschot rente in rekening gebracht. Als zodanig wordt de wettelijke rente, bepaald overeenkomstig artikel 119a van het Burgerlijk Wetboek, gehanteerd.

Artikel 36
  • 1.

    Het algemeen bestuur draagt zorg voor verzekering met betrekking tot wettelijke aansprakelijkheid en verzekering van eigendommen van het lichaam.

  • 1.

    De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.De deelnemende gemeenten verbinden zich om in geval van opheffing van het openbaar lichaam een liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting tot het verdelen van de rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende partijen op een in dat plan te bepalen wijze.

Hoofdstuk VII

Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing.

Artikel 37
  • 1.

    Toetreding door andere gemeenten kan plaatsvinden, indien de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen.

  • 3.

    De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op de dag waarop overeenkomstig artikel 27, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, opname in de registers van de deelnemende gemeenten heeft plaatsgevonden, tenzij een latere datum is bepaald.

Artikel 38
  • 1.

    Een deelnemer kan uittreden, indien de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten na instemming met de afwikkeling van de financiële en organisatorische gevolgen daarvan.

  • 2.

    Indien een deelnemer uit de regeling wenst te treden, zal in het kader van de in het eerste lid bedoelde afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan een toewijzing van personeel aan deze deelnemer kunnen plaatsvinden en zal er een compensatie verschuldigd zijn voor de overige rechten en verplichtingen.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste en tweede lid is tevens van toepassing in het geval, dat een deelnemer één of meer van de in het tweede lid van artikel 23 benoemde taken aan de regeling wenst te onttrekken.

  • 4.

    De uittreding gaat in op 1 januari volgende op de datum waarop overeenkomstig artikel 27, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, opname in de registers van de deelnemende gemeenten heeft plaatsgevonden, tenzij anders is bepaald.

Artikel 39
  • 1.

    Wijziging van de regeling vindt plaats, indien de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten.

  • 2.

    De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op de dag waarop overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, opname in de registers van de deelnemende gemeenten heeft plaatsgevonden, tenzij een andere datum is bepaald.

Artikel 40
  • 1.

    De regeling kan worden opgeheven, indien de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten.

  • 2.

    Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan vastgesteld, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord. Het liquidatieplan regelt de financiële en personele gevolgen van de opheffing van de regeling. Het plan behoeft goedkeuring van gedeputeerde staten.

  • 3.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.

Toewijzing van personeel aan de deelnemers zal plaatsvinden bij besluit van het algemeen bestuur. Het liquidatieplan bevat de verplichting van de deelnemers het toegewezen personeel te accepteren.

1.De opheffing gaat in op 1 januari volgende op de datum waarop overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, opname in de registers van de deelnemende gemeenten heeft plaatsgevonden, tenzij anders is bepaald.

Artikel 41

Bij ontbinding van het lichaam in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft het lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is.

Hoofdstuk VIII

Geschillen

Artikel 42
  • 1.

    Op basis van de krachtens artikel 23, zesde lid, verkregen informatie, beoordeelt het dagelijks bestuur of er door deelnemers werkzaamheden in eigen beheer worden uitgevoerd, welke volgens het tweede lid van artikel 23 door het bureau zouden moeten worden uitgevoerd.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur treedt in overleg met het bestuur van een deelnemende gemeente, wanneer het dagelijks bestuur van oordeel is dat door die gemeente bepaalde werkzaamheden in strijd met artikel 23 aan het bureau worden onthouden.

  • 3.

    Indien het dagelijks bestuur niet tot een vergelijk komt met het bestuur van een deelnemende gemeente in een situatie als bedoeld in het tweede lid, is het dagelijks bestuur bevoegd ter compensatie van de inkomstenderving door het bureau, aan die gemeente de verplichting op te leggen aan het bureau te voldoen de somma van maximaal 15% van het kostenbedrag van de werkzaamheden welke naar het oordeel van het dagelijks bestuur ten onrechte aan het bureau worden onthouden. Het kostenbedrag van die werkzaamheden wordt door het dagelijks bestuur geraamd.

  • 4.

    Tegen de oplegging van de verplichting tot het voldoen van de in het derde lid bedoelde somma kan door de deelnemer bezwaar worden gemaakt door een beroep te doen op de geschillenregeling als bedoeld in artikel 43.

Artikel 43
  • 1.

    Geschillen omtrent de toepassing van deze regeling, in de ruimste zin, tussen besturen van deelnemende gemeenten en het bestuur van het lichaam, worden door gedeputeerde staten beslist, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid van de Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan de gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

  • 2.

    Gedeputeerde staten kunnen bij de beslissing van het geschil het desbetreffende bestuur opdragen een besluit te nemen met inachtneming van het in hun beslissing bepaalde en binnen een daartoe te stellen termijn. Indien binnen de gestelde termijn het besluit niet is genomen, geschiedt dit door gedeputeerde staten.

  • 3.

    In spoedeisende gevallen kunnen gedeputeerde staten bij de beslissing van het geschil in de plaats van het desbetreffende bestuur een besluit als bedoeld in het tweede lid nemen.

  • 4.

    Hangende het onderzoek van het geschil kan het besluit dat onderwerp van het geschil uitmaakt, op verzoek van het belanghebbende bestuur door gedeputeerde staten worden geschorst op grond dat de uitvoering van het besluit voor dat bestuur een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang. Ook kan op verzoek van dat bestuur een voorlopige voorziening worden getroffen ter voorkoming van onevenredig nadeel als in de eerste volzin bedoeld.

  • 5.

    De schorsing en voorlopige voorziening vervallen, zodra door gedeputeerde staten is beslist op het geschil of, indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid, zodra het daar bedoelde besluit is genomen dan wel op een ander tijdstip, aangegeven door gedeputeerde staten bij de beslissing van het geschil of bij hun besluit, bedoeld in de laatste volzin van het tweede lid of in het derde lid.

Hoofdstuk IX

Archiefbescheiden

Artikel 44

Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van het lichaam, alsmede het toezicht daarop.

Hoofdstuk X

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 45

Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 46

Het bestuur van de gemeente Krimpen aan den IJssel draagt zorg voor toezending van deze regeling aan gedeputeerde staten.

Artikel 47
  • 1.

    De gewijzigde regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de dag waarop overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, opname in de registers van de deelnemende gemeenten heeft plaatsgevonden en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2016.

  • 2.

    De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.

Artikel 48
  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 4 vindt de eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur plaats gelijktijdig met de wijziging van de regeling door de deelnemers; de alsdan aangewezen leden treden in functie direct nadat de gewijzigde regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 47 in werking is getreden.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur in nieuwe samenstelling worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

Artikel 49

De rechtspositieregelingen van de gemeente Krimpen aan den IJssel zijn voor het personeel van het bureau van toepassing, eerst nadat het algemeen bestuur van het lichaam daartoe heeft besloten. Tot dat moment blijven de bestaande rechtspositieregelingen van het lichaam van kracht voor het personeel van het bureau.

Artikel 50

De bestaande instructies van het lichaam, gericht aan de directeur en ander personeel van het bureau, blijven van kracht totdat deze zijn vervangen door nieuwe instructies op basis van de nieuwe regeling.

Artikel 51

De regeling kan worden aangehaald als:

“Gemeenschappelijke regeling Technisch Bureau in de Krimpenerwaard”.

Naar boven