Inspraak subsidiebeleid 2017 gemeente Berg en Dal – concept Algemene subsidieverordening

De raad van de gemeente Berg en Dal maakt bekend dat zij in haar vergadering van 26 mei 2016 de concept nota subsidiebeleid, de concept Algemene subsidieverordening en de concept nadere regelingen heeft vrijgegeven voor inspraak.

 

Subsidiebeleid vanaf 1 januari 2017

Na de herindeling van 1 januari 2015 vervallen per 1 januari 2017 de subsidieverordeningen van de voormalige gemeenten. De gemeente Berg en Dal heeft daarom nieuwe uitgangspunten voor het subsidiebeleid vastgelegd in de conceptnota subsidiebeleid en de concept Algemene subsidieverordening en de concept nadere regelingen daarop aangepast.

 

Concept Algemene subsidieverordening

In de concept Algemene subsidieverordening (Asv) staan de algemene regels voor subsidieverlening. Bijvoorbeeld wanneer aanvragers hun subsidieaanvraag ingediend moeten hebben en hoe zij hun subsidie moeten verantwoorden. Enkele wijzigingen in de Asv:

  • Het is in lijn gebracht met Europese richtlijnen;

  • Bij de verantwoordingseisen is opgenomen dat bij subsidies boven de € 40.000 niet standaard een accountantsverklaring wordt geëist;

  • Een overgangsregeling is opgenomen voor de jaren 2017 en 2018.

Inzage

Onderstaande concept Asv ligt overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening en het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Berg en Dal van 26 mei 2016 zes weken na de datum van dit Gemeenteblad voor een ieder ter inzage.

 

De betreffende stukken (alle documenten die bij het subsidiebeleid horen) zijn te raadplegen via de website www.bergendal.nl of op afspraak in te zien in het gemeentehuis van Berg en Dal, Dorpsplein 1 te Groesbeek. Hiervoor maakt u een afspraak met de afdeling Beleid, cluster Maatschappelijke Ontwikkeling via telefoonnummer 14024.

 

Inspraak

Ingezetenen van de gemeente Berg en Dal en belanghebbenden kunnen desgewenst schriftelijk of mondeling een gemotiveerde zienswijze op de conceptnota subsidiebeleid, de concept Algemene subsidieverordening en de concept nadere regelingen, kenbaar maken. Dit kan door binnen zes weken na de datum van dit Gemeenteblad de zienswijze te richten aan:

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal

t.a.v. de heer Te Riele, afdeling Beleid

postbus 20

6560 AA Groesbeek.

 

Voor nadere informatie of voor het indienen van mondelinge zienswijzen kunt u contact opnemen met de afdeling Beleid, cluster Maatschappelijke Ontwikkeling via telefoonnummer 14024.

 

Concept Algemene subsidieverordening Welzijn Berg en Dal 2017

 

De raad van de gemeente Berg en Dal;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van dd...<< datum>>,<<nummer>>;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Algemene subsidieverordening Welzijn Berg en Dal 2017.

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening (en de daarop rustende bepalingen) wordt verstaand onder:

 

a. Algemene groepsvrijstellingsverordening:

verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving.

 

b. Awb:

Algemene wet bestuursrecht.

 

c. De-minimisverordening:

verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving.

 

d. Europees steunkader:

een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het verdrag heeft vastgesteld.

 

e. Jaarlijkse subsidie:

subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal (boek)jaren aan een aanvrager voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt.

 

f. Onderneming:

iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent.

 

g. Raad:

raad van de gemeente Berg en Dal.

 

h. Verdrag:

verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is):

    • a.

      Amateurkunst;

    • b.

      Buurtverenigingen;

    • c.

      EHBO en AED;

    • d.

      Gemeentelijke sportaccommodaties;

    • e.

      Groene leefruimte;

    • f.

      Jeugd en jongeren;

    • g.

      Musea;

    • h.

      Oprichten van een rechtspersoon;

    • i.

      Overige verenigingen;

    • j.

      Ouderenbonden/ouderenverenigingen;

    • k.

      Sportverenigingen;

    • l.

      Volksfeesten;

    • m.

      Vrouwenverenigingen;

    • n.

      Wijkraden.

  • 2.

    Deze verordening is niet van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen:

    • a.

      ruimtelijke ordening en volkshuisvesting;

    • b.

      gemeentelijke monumenten;

    • c.

      recreatie en toerisme;

    • d.

      natuur en landschap;

    • e.

      milieu en duurzaamheid.

  • 3.

    Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Rechtspersoonlijkheid

  • 1.

    Subsidie wordt slechts verstrekt aan rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan subsidie worden verstrekt aan rechtspersonen zonder volledige rechtsbevoegdheid en aan natuurlijke personen.

Artikel 4. Nadere regeling

Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 5. Europees steunkader

  • 1.

    Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2.

    Bij nadere regelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de nadere regeling naar het toepasselijke steunkader.

  • 3.

    Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

  • 5.

    Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 6. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij nadere regeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:

    • a.

      als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of

    • b.

      als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 3.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

  • 4.

    In de nadere regelingen alsook bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag binnen een subsidieplafond wordt verdeeld.

  • 5.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE

Artikel 7. Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier waaraan de volgende bijlage wordt toegevoegd:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij voor zover van toepassing onderstaande gegevens als extra bijlagen toe aan het aanvraagformulier:

    • a.

      een exemplaar van de oprichtingsakte;

    • b.

      de statuten;

    • c.

      inschrijvingsbewijs Kamer van Koophandel;

    • d.

      het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen;

    • e.

      het aantal leden, te onderscheiden in leden die woonachtig zijn in de gemeente Berg en Dal en leden die elders woonachtig zijn, te meten op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar of indien dat niet mogelijk is de datum van oprichting.

  • 3.

    Bij nadere regeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 8. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.

  • 3.

    Andere aanvragen om subsidie:

    • a.

      kunnen het gehele jaar worden ingediend en

    • b.

      worden ingediend uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 4.

    Bij nadere regeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

  • 5.

    Een aanvrager die de subsidieaanvraag niet volledig binnen de termijn genoemd in het eerste en tweede lid heeft ingediend, wordt verzocht om de benodigde gegevens alsnog binnen vier weken toe te sturen, gerekend vanaf de verzenddatum van het verzoek om de aanvraag aan te vullen.

    Indien ook na een verzoek als bedoeld in het vijfde lid geen volledige aanvraag is ontvangen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Artikel 9. Beslistermijn

  • 1.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag tot subsidie als bedoeld in artikel 8 eerste lid (die betrekking heeft op het kalenderjaar volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend), uiterlijk voor 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie in alle andere gevallen binnen dertien weken na indiening van de aanvraag.

  • 3.

    Bij nadere regeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor ten hoogste acht weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

  • 5.

    Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 10. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:

    • a.

      als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

    • b.

      als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

  • 2.

    Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Berg en Dal of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente Berg en Dal of haar ingezetenen;

    • b.

      als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • c.

      als de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

    • d.

      als de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;

    • e.

      als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • f.

      als subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente;

    • g.

      in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • h.

      in de bij de betrokken nadere regeling bepaalde gevallen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 11. Verlening subsidie

  • 1.

    Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geven burgemeester en wethouders aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.

  • 2.

    burgemeester en wethouders zijn bevoegd, naast de verplichtingen als bedoeld in artikel 4:37 Awb, ook andere doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 Awb op te leggen.

Artikel 12. Betaling en bevoorschotting

  • 1.

    Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.

  • 2.

    Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, 1, onderdeel b wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.

  • 3.

    Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 13. Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan burgemeester en wethouders, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 14. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  • 2.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van burgemeester en wethouders voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb.

HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 15. Verantwoording subsidies tot en met 5.000 euro

  • 1.

    Subsidies tot en met 5.000 euro worden door burgemeester en wethouders:

    • a.

      direct vastgesteld of;

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze en op een door haar aangegeven tijdstip aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot en met 40.000 euro

  • 1.

    Bij subsidieverlening van meer dan 5.000 euro, maar minder dan 40.000 euro dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders:

    • a.

      Bij een subsidie als bedoeld in artikel 8 derde lid alsmede subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht;

    • b.

      Bij een per (boek)jaar verstrekte subsidie uiterlijk vóór 1 september in het jaar na afloop van het kalenderjaar.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 17. Verantwoording subsidies van meer dan 40.000

  • 1.

    Bij subsidieverlening van meer dan 40.000 euro dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders:

    • a.

      Bij een subsidie als bedoeld in artikel 8 derde lid alsmede subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht;

    • b.

      bij een per (boek)jaar verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 september in het jaar na afloop van het kalenderjaar.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • c.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verleend;

    • d.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • e.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 18. Vaststelling subsidie

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast tenzij bij nadere regeling anders is bepaald.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn eenmaal te verdagen met acht weken.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 4.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaan burgemeester en wethouders zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.

HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 19. Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen

  • 1.

    Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de nadere regeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.

  • 2.

    Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de nadere regeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.

  • 3.

    Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 20. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4, 5 en 10 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 21. Intrekking

De volgende Algemene subsidieverordeningen worden ingetrokken:

  • De Algemene subsidieverordening Millingen aan de Rijn 2008;

  • De Algemene subsidieverordening gemeente Ubbergen 2010;

  • De Algemene subsidieverordening welzijn Groesbeek 2012.

Artikel 22. Overgangsbepalingen

  • 1.

    Op alle voor de inwerkingtreding van deze verordening ingediende aanvragen blijven de Algemene subsidieverordeningen zoals genoemd in artikel 21 van toepassing.

  • 2.

    In afwijking van artikel 8 eerste lid kunnen aanvragen voor een subsidie voor het kalenderjaar 2017 worden ingediend direct na inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening tot uiterlijk 1 december 2016.

  • 3.

    Alle aanvragers die ook in 2016 subsidie ontvingen en in 2017 op grond van de betreffende nadere regeling minder subsidie ontvangen dan in 2016, behouden in 2017 het subsidiebedrag dat zij in 2016 ontvingen. Als uitzondering geldt hierbij een eventuele verlaging van het subsidiebedrag als gevolg van een daling van het ledenaantal.

  • 4.

    Voor aanvragers die in 2017 op grond van de betreffende nadere regeling minder dan 80% ontvangen van het subsidiebedrag zij in 2016 ontvingen, geldt bovendien dat zij in 2018 50% ontvangen van het verschil tussen het definitieve subsidiebedrag en het subsidiebedrag van 2016, met uitzondering van een eventuele verlaging van het bedrag als gevolg van een daling van het ledenaantal.

Artikel 23. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

Artikel 24. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Welzijn Berg en Dal 2017.

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Berg en Dal in zijn openbare vergadering van @@

de burgemeester,

de griffier,

Naar boven