Gemeenteblad van Veldhoven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veldhoven | Gemeenteblad 2016, 69896 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veldhoven | Gemeenteblad 2016, 69896 | Beleidsregels |
Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, vastgesteld door de burgemeester bij besluit van 24 mei 2016 en het college van burgemeester en wethouders bij besluit van 24 mei 2016
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
overwegende, dat de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;
gelet op het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbepalingen door het openbaar bestuur, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en Horecawet, artikel 30b van de Wet op de kansspelen, de artikelen 2.1 en 2.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2:13, 2:15, 2:24 en 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Bibob-toets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het Bureau aan te vragen;
Hoofdstuk 2 Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 2.1Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen
Het bestuursorgaan zal de Bibob-toets in beginsel toepassen met betrekking tot aanvragen om een beschikking zoals bedoeld in:
artikel 2:13 van de Algemene plaatselijke verordening voor zover het betreft het organiseren van evenementen met betrekking tot vechtsporten, zoals free fight (het vrije gevecht), vale tudo (Braziliaans Mixed Martial Arts), cage fight (kooigevecht), kickboksen en Muay Thai (Thaiboksen) in al hun varianten;
artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder e van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet (omgevingsvergunning - inrichtingen Wet Milieubeheer), met inachtneming van de in bijlage 3 genoemde uitgangspunten en uitzonderingen;
artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet kan worden geweigerd (omgevingsvergunning - beperkte milieutoets), met inachtneming van de in bijlage 3 genoemde uitgangspunten en uitzonderingen.
Artikel 2.2 Toepassing in bijzondere situaties bij aanvragen voor een beschikking genoemd in artikel 2.1
Het bestuursorgaan zal, naast de in artikel 2.1 en nader in de bijlagen uitgewerkte aangeduide aanvragen ook overgaan tot een Bibob-toets, als vanuit eigen informatie of informatie verkregen van een of meer partners binnen het samenwerkingsverband RIEC of van het Openbaar Ministerie informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
Als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau Bibob blijkt, dat tegen de aanvrager van een beschikking in de twee jaar voorafgaande aan de datum van indiening van een aanvraag genoemd in artikel 2.1 door het Bureau Bibob een advies is uitgebracht of een aanvraag om een advies door het Bureau Bibob in behandeling is genomen dan moet worden over gegaan tot toepassing van de wet Bibob.
Artikel 2.3 Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen
Het bestuursorgaan kan de wet in beginsel toepassen met betrekking tot reeds verleende beschikkingen indien:
vanuit eigen informatie of informatie verkregen van een of meer partners binnen het samenwerkingsverband RIEC of van het Openbaar Ministerie informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet Bibob;
Artikel 2.4 Lichte en uitgebreide Bibob-toets
Bij het toepassen van de Bibob-toets bij aanvragen om een beschikking zoals genoemd in artikel 2.1 van deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen een lichte Bibob-toets en uitgebreide Bibob-toets. Dit onderscheid is nader uitgewerkt in bijlage 4.
Artikel 4.1 Intrekking beleidslijn
De “Bibob-beleidslijn ‘Horeca- en prostitutiebranche, coffee-, smart- en growshops en speelautomatenhallen, en Omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouw’”, vastgesteld op 26 februari 2013 en in werking getreden op 1 mei 2013, is met de inwerkingtreding van deze beleidsregel ingetrokken.
Deze beleidsregel is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Veldhoven, ieder voor zover bevoegd, op 24 mei 2016 en treedt in werking op 1 juni 2016.
Horeca- en prostitutiebranche, coffeeshops, smart- en headshops en speelautomatenhallen
De Wet bibob wordt toegepast op de vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van het horecabedrijf, met uitzondering van een horecavergunning voor:
Het bestuursorgaan kan van deze uitzonderingen afwijken en bij moverende redenen alsnog besluiten een bibob-toets toe te passen.
De Wet bibob wordt toegepast op de vergunning op grond van artikel 2:15 van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) voor de exploitatie van een horecabedrijf, met uitzondering van een horeca-exploitatievergunning voor de op dit type vergunning van toepassing zijnde uitzonderingen genoemd bij de Drank- en Horecavergunning.
De genoemde uitzonderingen gelden niet:
als bij een aanvraag vanuit eigen informatie of informatie verkregen van een of meer partners binnen het samenwerkingsverband RIEC of van het Openbaar Ministerie informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. Dan zal het bestuursorgaan de Bibob-toets in beginsel toepassen met betrekking tot elke aanvraag om een beschikking, zoals vermeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor de uitoefening van het horecabedrijf en artikel 2:15 Apv voor de exploitatie van een horecabedrijf.
Omgevingsvergunning – activiteit ‘Bouw’
Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van kracht geworden. Artikel 2.1 van de Wabo vermeldt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk (lid 1 onder a). In artikel 2.20, eerste lid van de Wabo, respectievelijk artikel 5.19, vierde lid, onder b, van de Wabo is geregeld dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning (deels) kan worden geweigerd respectievelijk een verleende vergunning (deels) kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.
Uitgaande van het doel van de Wet bibob, het waarborgen van de integriteit van het bestuursorgaan en het voorkomen van ongewild faciliteren van criminele activiteiten en daarmee het tegenhouden van vergunningen waarbij een bepaalde mate van criminele beïnvloeding te verwachten valt, zijn beleidsuitgangspunten benoemd waarbij bibob van toepassing is.
Uitzonderingen op toepassing Wet bibob
De toepassing van de Wet bibob bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning inzake een bouwactiviteit in de hieronder genoemde gevallen zal niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
De beleidsuitgangspunten zijn hieronder weergegeven.
Gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie
Bouwprojecten van enige omvang worden onderworpen aan een bibob-toets. In dit kader wordt een onderscheid gemaakt tussen kleinere en grotere bouwprojecten, dit bezien in combinatie met de gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie.
Als eerste uitgangspunt in deze beleidslijn geldt, dat een bibob-toets plaatsvindt in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit, waarbij sprake is van een gebruiksoppervlakte van meer dan het volgende aantal m2 per gebruiksfunctie:
CumulatieAanvragen voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit worden onderworpen aan een bibob-toets vanaf de 4e aanvraag op jaarbasis van dezelfde aanvrager en/of betrokkenen met een gebruiksoppervlakte van meer dan het volgende aantal m2 per gebruiksfunctie:
Een volgend uitgangspunt is het aanwijzen van specifieke risicocategorieën, die gevoelig worden geacht voor criminele invloeden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit wordt aan een bibob-toets onderworpen, indien de gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie meer bedraagt dan de hieronder laagst genoemde gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie en minder bedraagt dan of gelijk is aan de hoogst genoemde gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie:
en waarbij sprake is van een of meerdere onderstaande risicocategorieën:
Voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen worden verricht, seksuele diensten worden aangeboden of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden (waaronder prostitutiebedrijven, darkrooms, seksbioscopen, sekswinkels, erotische massagesalons);
Vrijplaatsen (locaties waar en/of groepen waartegen een effectief overheidsoptreden wordt belemmerd, leidend tot een maatschappelijk ongewenste situatie, waarbij aanwijzingen bestaan voor het aanwezig zijn van strafbare gedragingen waaronder (fiscale) fraude en waarbij we spreken over handhavingsknelpunten. De belemmering betreft soms een bestaande of vermeende dreiging, soms een sociaal-culturele hindernis);
NB.: Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. Deze risicocategorieën kunnen, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het bevoegd bestuursorgaan worden aangepast.
Naast de hiervoor genoemde gevallen waarbij als regel een zogenoemde bibob-toets plaatsvindt, kan de Wet bibob (binnen de mogelijkheden van de wet) ook in bijzondere gevallen worden ingezet als instrument in het kader van de handhaving van (lokaal) beleid. Om die reden zal, naast de hiervoor aangeduide gevallen, ook een bibob-toets mogelijk zijn bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, waarbij op basis van feiten en omstandigheden, of gebaseerd op (aanvullend) lokaal beleid, gemotiveerd een risico-inschatting conform de Wet bibob in dat geval geboden is. De burgemeester is via deze beleidslijn gemandateerd hiertoe dit besluit te nemen, gezien zijn/haar betrokkenheid en informatiewinning in het driehoeksoverleg.
Als bijzonder geval wordt ook verstaan het reeds in aanvang hebben genomen van bouwactiviteiten, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is aangevraagd en
de gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie meer bedraagt dan de hieronder laagst genoemde gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie en minder bedraagt dan of gelijk is aan de hoogst genoemde gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie:
Omgevingsvergunning – activiteit ‘Milieu’
De Bibob-toets met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder i van deze beleidsregel (omgevingsvergunning – inrichtingen Wet Milieubeheer) blijft beperkt tot:
en betreft zowel de aanvraag van een vergunning als ook een wijzigingsvergunning.
De toepassing van de Bibob-toets bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder j (omgevingsvergunning – beperkte milieutoets) zal in beginsel beperkt blijven tot de gevallen, waarin specifieke informatie daartoe aanleiding vormt.
De Bibob-toets wordt niet toegepast indien de aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder i en j van deze beleidsregel afkomstig is van:
Als bij een aanvraag vanuit eigen informatie of informatie verkregen van een of meer partners binnen het samenwerkingsverband RIEC of van het Openbaar Ministerie informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet, zal het bestuursorgaan de Bibob-toets in beginsel toepassen met betrekking tot de aanvraag om een beschikking, zoals vermeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef, en onder e, van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet, (omgevingsvergunning inrichtingen Wet Milieubeheer), ook al behoren deze niet tot de hierboven genoemde risicocategorieën en gevallen.
Lichte en uitgebreide Bibob-toets
Bij de beoordeling om een vergunning al of niet te verlenen wil de gemeente zo klantgericht mogelijk handelen. Daarom wordt een onderscheid gemaakt tussen een “lichte Bibob-toets” en een “uitgebreide Bibob-toets". Een lichte toets is een globaal, maar wel serieus onderzoek van de gegeven antwoorden op de gestelde vragen en de ingeleverde stukken bij de aanvraag om de vergunning.
Als uit de lichte Bibob-toets iets opvallends naar voren komt (bijvoorbeeld een ‘merkwaardige financiering’ of een bijzondere bedrijfsstructuur) of als de gegeven antwoorden en stukken extra vragen oproepen, dan zullen de ingeleverde stukken nauwkeuriger geanalyseerd worden en wordt de aanvrager uitgenodigd om op de onduidelijkheden een toelichting te geven. In dat verband kunnen eventueel extra documenten, bewijsstukken of informatie gevraagd worden. Dat is de uitgebreide toets.
Een uitgebreide toets wordt in ieder geval uitgevoerd in de volgende gevallen:
Als een vergunning werd ingetrokken wegens het weigeren om een bibob-vragenformulier of volledig in te vullen en/of de daarbij behorende bijlagen in te leveren of die aanvraag buiten behandeling werd gesteld wegens het niet volledig invullen van het bibob-vragenformulier en/of het inleveren van in het kader van het bibob-onderzoek gevraagde documenten;
De kosten voor bibob zijn verwerkt in de vastgestelde legestarieven. Deze legestarieven zijn in overleg met Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Veldhoven tot stand gekomen. Hierbij geldt het uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-69896.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.