Derde wijziging CAR-UWO 2016 wijziging salarisbedragen

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leek;

 

gelezen het advies met registratienummer 2016002721;

 

gelet op de ledenbrief van het LOGA, nummer 16/017;

 

gelet op artikel 125, lid 2 van de Ambtenarenwet;

 

B E S L U I T :

 

vast te stellen de derde wijziging CAR-UWO 2016.

 

Artikel 1  

  • 1.

    Bijlage I, Salarisverhoging aan te vullen, waarna deze bijlage komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage I

Salarisverhoging

In de bijlage van de in artikel 3:1, eerste lid bedoelde bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen schaalbedragen verhoogd met 2%. Met ingang van 1 januari 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%. Met ingang van 1 augustus 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%, behoudens de schaalbedragen van personeel werkzaam bij gemeentelijke zorginstellingen. Ten aanzien van personeel dat op of na 1 augustus 1995 werkzaam is bij gemeentelijke ziekenhuizen, gemeentelijke verpleegtehuizen of gemeentelijke psychiatrische ziekenhuizen, geldt dat zij in januari 1996 een eenmalige uitkering ontvangen ter grootte van 1,25% van de grondslag. De grondslag bestaat uit de over de maanden augustus tot en met december 1995 genoten bezoldiging, vermeerderd met 8% vakantietoeslag. Deze uitkering wordt niet verstrekt aan personeel dat voor 1 januari 1996 uit dienst is getreden en in de periode van 1 augustus tot en met 31 december 1995 minder dan 100 uur bij één instelling heeft gewerkt.

 

Met ingang van 1 januari 1996 is de gemeentelijke salarismutatie ook op personeel van zorginstellingen van toepassing.

 

Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%.

 

Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van het jaarsalaris.

 

Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd.

 

In december 1997 wordt, naast de al bestaande eindejaarsuitkering van 0,3%, een eenmalige uitkering verstrekt van 0,7% van het jaarsalaris met dien verstande dat die uitkering minimaal ƒ 350,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Met ingang van 1 april 1998 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,25%.

 

In december 1998 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% met 0,5% van het jaarsalarisverhoogd tot 0,8% met dien verstande dat uitkering minimaal ƒ 400,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%. Met ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.

 

In december 1999 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% structureel met 0,5% van het jaarsalaris verhoogd tot 0,8% structureel van het jaarsalaris, met dien verstande dat de uitkering minimaal ƒ 400,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%.

 

Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%.

 

In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd met 0,5% onder een gelijktijdige eenmalige verhoging van het minimale bedrag met ƒ 250,00. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3% met een minimaal bedrag van ƒ 650,00.

 

Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaalbedragen gebruteerd met 1,9% met een maximum van ƒ 1745,00.

 

Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%.

 

Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,95% (0,2%+0,75%) structureel verhoogd naar 1,75%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag verhoogd van ƒ 400,00 naar ƒ 1125,00 bruto. In 2001 wordt deze minimale uitkering eenmalig opgehoogd met ƒ 50,00 naar ƒ 1175,00 bruto.

 

Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van € 511,00.

 

Met ingang van 1 februari 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 3%.

 

Met ingang van 1 oktober 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%.

 

Vanaf 2002 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 1 procentpunt verhoogd naar 2,75%. Tevens wordt vanaf 2002 het minimale bedrag verhoogd van € 511,00 naar € 611,00 bruto. Vanaf 2002 is de grondslag van de eindejaarsuitkering het jaarsalaris.

 

Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2%.

 

Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt verhoogd naar 3%. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van € 611,00 naar € 836,00 bruto.

 

Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 200,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.

 

Met ingang van 1 juni 2005 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%.

 

Met ingang van 1 februari 2006 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,6%.

 

Met ingang van 1 februari 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,8%.

 

Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,00.

 

Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,00.

 

In 2010 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5,5%. De bodem in de eindejaarsuitkering wordt verhoogd van € 836,00 naar € 1750,00. Degenen die (een deel van) de maand april 2010 in dienst zijn van de gemeente ontvangen een eenmalige uitkering van 1% en een eenmalige uitkering van 0,5%. Beide eenmalige uitkeringen worden berekend over het salaris dat de medewerker ontvangen heeft in de maand april 2010 vermenigvuldigd met de factor 12. Voor medewerkers met een deeltijdbetrekking worden de twee eenmalige uitkeringen vastgesteld naar rato van de betrekkingsomvang. De eenmalige uitkeringen zijn pensioengevend en hebben geen invloed op de hoogte van bovenwettelijke uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid (uitkeringen op grond van hoofdstuk 9, 9a, 9b, 9c, 10, 10a, 10d, 11 en 11a van de CAR).

 

Met ingang van 1 januari 2011 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5% en wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 6,0%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 1750,00.

 

Met ingang van 1 januari 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.

 

Met ingang van 1 april 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.

 

Met ingang van 1 oktober 2014 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%. Degenen die op 15 juli 2014 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.

 

Met ingang van 1 januari 2016 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,0%.

 

  • 2.

    Bijlage IIa te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IIa

Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 januari 2016, nieuwe structuur*

 

schaal

periodiek

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

0

1492

1526

1565

1610

1656

1766

1982

2268

2517

2715

1

1526

1578

1630

1682

1736

1847

2056

2360

2625

2842

2

1564

1629

1694

1754

1814

1927

2149

2452

2732

2967

3

1601

1680

1759

1825

1893

2008

2232

2544

2839

3094

4

1638

1732

1823

1897

1973

2089

2316

2636

2946

3221

5

1676

1783

1888

1969

2051

2169

2399

2728

3053

3347

6

1713

1833

1953

2041

2130

2249

2483

2820

3161

3473

7

1750

1885

2017

2112

2209

2330

2567

2912

3268

3599

8

1788

1936

2082

2184

2288

2410

2651

3004

3376

3726

9

1825

1987

2146

2256

2368

2491

2734

3096

3483

3852

10

1862

2039

2211

2328

2446

2571

2818

3188

3590

3978

11

1899

2090

2276

2399

2525

2652

2901

3280

3697

4105

 

schaal

periodiek

10A

11

11A

12

13

14

15

16

17

18

0

2993

3253

3580

3908

4363

4635

4984

5337

5905

6546

1

3123

3387

3715

4042

4495

4794

5168

5551

6136

6795

2

3252

3522

3849

4175

4627

4954

5352

5765

6368

7043

3

3382

3656

3983

4307

4758

5112

5536

5980

6599

7292

4

3511

3791

4117

4439

4890

5272

5720

6195

6830

7540

5

3641

3925

4249

4571

5022

5431

5904

6409

7062

7789

6

3770

4060

4381

4703

5154

5591

6089

6623

7293

8037

7

3900

4193

4513

4835

5286

5750

6273

6838

7524

8286

8

4029

4325

4645

4967

5418

5910

6457

7052

7756

8535

9

4158

4457

4777

5099

5550

6068

6641

7267

7987

8784

10

4284

4589

4909

5231

5682

6228

6825

7481

8218

9032

11

4412

4721

5041

5363

5814

6387

7010

7696

8450

9281

* Als het schaalbedrag onder het voor de medewerker geldende minimumloon ligt, heeft de medewerker recht op het voor hem geldende minimumloon overeenkomstig de bepalingen in de WML.

 

Voor de ambtenaar die valt onder de definitie van artikel 1:2c, eerste lid geldt een aparte schaal: schaal A. Het bedrag van de periodiek 0 is gelijk aan het wettelijk minimumloon. Het bedrag van de periodiek 11 is gelijk aan 120% van het wettelijk minimumloon. De salarisbedragen voor schaal A worden geïndexeerd op de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon en elk jaar op 1 januari vastgesteld door het LOGA en gepubliceerd op www.car-uwo.nl.

 

  • 3.

    Bijlage II te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage II

Inpassingtabel betreffende de gemeentelijke garantiesalarissen per 1 januari 2016

Regelnummer

Garantieschalen

33

3377

35

3501

37

3623

39

3733

41

3849

43

3970

45

4098

47

4222

49

4341

51

4461

53

4576

57

4818

59

4933

61

5053

63

5188

67

5487

69

5637

73

5935

75

6086

77

6258

79

6427

81

6595

83

6779

85

6977

87

7176

89

7375

91

7574

93

7772

95

7974

 

  • 4.

    Bijlage IV te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IV

Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 januari 2016

 

5

6

7

8

9

10

aanloopbedrag 1

1793

1830

1869

1918

2173

2541

aanloopbedrag 2

 

1918

1975

2043

2298

2660

aanloopbedrag 3

 

 

 

2173

2420

2787

0

1869

2043

2110

2298

2541

2854

1

1918

2110

2173

2359

2602

2929

2

1975

2173

2237

2420

2660

2999

3

2043

2237

2298

2479

2723

3058

4

2110

2298

2359

2541

2787

3124

5

2173

2359

2420

2602

2854

3191

6

2237

2420

2479

2660

2929

3253

7

2298

2479

2541

2723

2999

3311

8

2359

2541

2602

2787

3058

3369

9

2420

2602

2660

2854

3124

3427

10

2479

2660

2723

2929

3191

3487

11

 

2723

2787

2999

3253

3552

12

 

 

2854

3058

3311

3617

13

 

 

2929

3124

3369

3676

14

 

 

2999

3191

3427

3733

15

 

 

3058

3253

3487

3788

uitloopbedrag 1

2602

2854

3191

3427

3617

3906

uitloopbedrag 2

 

2999

3311

3617

3733

4028

uitloopbedrag 3

 

 

 

3733

3849

4158

 

  • 5.

    Bijlage IIb te wijzigen waarna deze komt te luiden:

 

Artikel 99 Bijlage IIb

Vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 januari 2016

 

jaarvergoeding

uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.

uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening

uurbedrag voor langdurig aanwezigheid

1. Aspirant manschap A

340

10,51

19,64

13,09

2. Manschap A, Chauffeur, Voertuigbediener, Gaspakdrager, Brandweerduiker, Verkenner gevaarlijke stoffen

340

12,07

22,69

15,12

3. Manschap B, duikploegleider, langer dan 5 jaar manschap A, manschap A en ten minste twee specialisaties uit categorie 2

340

13,39

25,11

16,74

4. Bevelvoerder

510

16,77

31,53

21,02

5. Officier van dienst

4019

0,00

40,19

0,00

6 Hoofdofficier van dienst, adviseur gevaarlijke stoffen

5771

0,00

57,71

0,00

7.Commandant van dienst

8585

0,00

64,40

0,00

 

  • 6.

    Bijlage IIc te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IIc

Gebruteerde Vergoedingsbedragen vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 januari 2016

 

jaarvergoeding

uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.

uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening

uurbedrag voor langdurig aanwezigheid

1. Aspirant manschap A

344

10,65

19,98

13,31

2. Manschap A, Chauffeur, Voertuigbediener, Gaspakdrager, Brandweerduiker, Verkenner gevaarlijke stoffen

344

12,30

23,15

15,43

3. Manschap B, duikploegleider, langer dan 5 jaar manschap A, manschap A en ten minste twee specialisaties uit categorie 2

344

13,63

25,51

17,02

4. Bevelvoerder

518

17,06

32,01

21,34

5. Officier van dienst

4096

0,00

40,96

0,00

6 Hoofdofficier van dienst, adviseur gevaarlijke stoffen

5875

0,00

58,75

0,00

7.Commandant van dienst

8746

0,00

65,55

0,00

In deze bijlage is de tabel opgenomen die uitsluitend geldt voor de zeer beperkte categorie vrijwilligers bij de brandweer voor wie de vergoedingen tot het inkomen in de zin van het Pensioenreglement worden gerekend. Het gaat hierbij om personen die vóór 1 januari 1980 een aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer. Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Op 1 januari 1980 is de regeling op dit punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer uitgesloten van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de wijziging in 1980 is een overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat vrijwilligers die op 31 december 1979 al ambtenaar waren, het ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde dienstverhouding werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu nog vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen opbouwen bij het ABP. Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld, zijn per definitie geen ABP-deelnemer. Voor hen is deze bijlage niet van belang, maar geldt bijlage 11.

 

Artikel 2 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en werkt terug tot 1 januari 2016.

 

Aldus besloten in de vergadering

van burgemeester en wethouders

van de gemeente Leek,

d.d. 3 mei 2016.

B.C. Hoekstra, burgemeester mevrouw M.Y. van der Veen, locosecretaris

Naar boven