BELEIDSLIJN HELING VOOR HANDELAREN IN GEBRUIKTE EN ONGEREGELDE GOEDEREN GEMEENTE HELLEVOETSLUIS 2016

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

 

overwegende dat;

 

het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 4:81 Algemene Wet Bestuursrecht bevoegd is om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;

 

de burgemeester op grond van artikel 172 Gemeentewet verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

 

het college op grond van artikel 125 Gemeentewet bevoegd is tot het opleggen van een last onder bestuursdwang;

 

het wenselijk is dat het college van burgemeester en wethouders de Beleidslijn heling voor handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen vaststelt; 

 

Besluiten vast te stellen de:

 

Beleidslijn heling voor handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen Hellevoetsluis 2016.

 

Artikel 1

De Beleidslijn heling voor handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen wordt vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Deze beleidslijn kan worden aangehaald als: Beleidslijn heling voor handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen Hellevoetsluis 2016.

 

 

Aldus besloten door de burgemeester van de gemeente Hellevoetsluis d.d. 12 april 2016.

 

De burgemeester,

Milène Junius.

 

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis d.d. 12 april 2016.

 

De secretaris, De voorzitter,

Jan Simons. Milène Junius.

 

 

Beleidslijn heling voor handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen

 

Gemeente Hellevoetsluis, april 2016

 

Inleiding

 

De basis voor een leefbare en aantrekkelijke leefomgeving is een veilige gemeente. Straatroven, woninginbraken en overvallen hebben veel impact op de slachtoffers en vormen daarmee een gevaar voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Deze zogenaamde High Impact Crime en ondermijnende criminaliteit worden door de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente intensief aangepakt. Uit het oogpunt van misdaadbestrijding is de aanpak van handel in goederen afkomstig van een misdrijf en hieraan gerelateerde strafbare feiten (hierna: heling) van groot belang. De gelegenheid tot het verhandelen van goederen die afkomstig zijn van een misdrijf, al dan niet gepleegd in de eigen gemeente, stimuleert namelijk dit soort misdaadvormen, aangezien de hiermee verworven goederen snel via handelaren kunnen worden omgezet in geld. Opkopers en handelaren die handelen in ongeregelde en gebruikte goederen (hierna: handelaren 1

In bijlage 1 is in het ‘Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht’ weergegeven op welke handelaren de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van dit handhavingsarrangement betrekking heeft.

) vormen daarmee vanzelfsprekend een aantrekkelijke afzetmarkt.

 

De gemeente Hellevoetsluis hecht veel waarde aan vrijheid voor ondernemers. Iedere ondernemer kan het beroep van ‘handelaar’ uitoefenen. In Hellevoetsluis zijn slechts enkele handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen. Een deel van deze branche is echter kwetsbaar voor het faciliteren van criminaliteit. Handelaren dragen hiermee een grote verantwoordelijkheid. Daarom heeft de gemeente Hellevoetsluis voor handelaren, als aanvulling op landelijke wetgeving, regels beschreven in de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). De aangewezen toezichthouder (hierna: toezichthouder 2

In bijlage 2 is in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering (WvS) en in artikel 6:2 van de APV weergegeven welke ambtenaren belast zijn met de opsporing van de bij artikel 437, 437 bis of 437 ter van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de APV.

) ziet hierop toe. Op basis van deze wet- en regelgeving is een passend bestuurlijk handhavingsmodel opgesteld. Naast het strafrecht biedt hiermee ook het bestuursrecht mogelijkheden om heling een halt toe te roepen.

In navolging van onder andere de gemeente Rotterdam is deze beleidslijn heling opgesteld, mede om te voorkomen dat handelaren uitwijken naar de gemeente Hellevoetsluis. Deze beleidslijn is samen met de gemeenten Brielle, Westvoorne en Goeree-Overflakkee opgesteld.

 

De doelstelling van het bestuurlijk handhavingsarrangement voor heling is de naleving van de geldende wet- en regelgeving door handelaren. Hiermee wordt getracht de afzetmarkt te verkleinen voor goederen die afkomstig zijn van een misdrijf (hierna: gestolen goederen). Dader- en gelegenheidsstructuren ten aanzien van High Impact Crime en ondermijnende criminaliteit worden bestreden met als uiteindelijke doel om hiermee de openbare orde en het woon- en leefklimaat voor alle inwoners, ondernemers en bezoekers van Hellevoetsluis te beschermen.

 

Wettelijk kader

De wet- en regelgeving schrijft handelaren bepaalde verplichtingen voor bij de uitvoering van hun beroep. Het Wetboek van Strafrecht (hierna: WvSR) beperkt zich voornamelijk tot strafbare feiten die samenhangen met de inkoop van goederen. Regelgeving in de APV richt zich op de verkoop van goederen en de verplichtingen die een handelaar heeft ten aanzien van een meldingsplicht behorend bij de uitoefening van het beroep als handelaar. Tezamen doet deze wet- en regelgeving een beroep op de handelaar om te allen tijde een actieve rol te vervullen in het voorkomen van handel in gestolen goederen, het opsporingsonderzoek van de politie naar deze goederen te ondersteunen en levert het een bijdrage aan het teruggeven van deze goederen aan de rechtmatige eigenaar. Het niet of onvolledig nakomen van bovenstaande wet- en regelgeving is een strafbaar feit.

 

Daarnaast staat in de artikelen 416, 417 en 417 bis WvSR een aantal strafbare feiten beschreven dat samenhangt met de handel in goederen. Het verschil met bovenstaande strafbare feiten is dat de handelaar zich hier zelf schuldig maakt aan het plegen van een misdrijf, namelijk heling.

 

Bevoegdheden burgemeester

 

De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente Hellevoetsluis. Deze verantwoordelijkheid en de daarbij horende bevoegdheden zijn vastgelegd in de Gemeentewet. De burgemeester beschikt over een scala aan bestuurlijke middelen om de openbare orde en veiligheid te beschermen.

 

Tweesporenbeleid

Het kan zijn dat een constatering of overtreding maakt dat zowel op basis van strafrecht als op basis van bestuursrecht een sanctie of maatregel wordt getroffen.

Strafrecht is punitief: op een overtreding van een wetsartikel volgt als straf een sanctie. Een bestuursrechtelijke maatregel die de burgemeester treft is meestal een reparatoire maatregel welke als doel heeft de aangetaste openbare orde en veiligheid te herstellen, dan wel te voorkomen dat deze (verder) wordt verstoord. Bestuursrecht en strafrecht kunnen dus naast elkaar worden toegepast.

Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij de constatering van heling. Wanneer sprake is van heling of wanneer heling aannemelijk is op basis van constateringen van de toezichthouder, dan kan de burgemeester besluiten dat er sprake is van een aantasting van de openbare orde en een maatregel treffen. De overtreding kan daarnaast in een strafrechtelijke procedure leiden tot een strafrechtelijke sanctie.

 

Zorgvuldigheid

Voorafgaand aan een besluit van de burgemeester tot het nemen van een eventuele maatregel zal de handelaar in de gelegenheid gesteld worden om zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Hierna worden alle feiten en omstandigheden afgewogen ten opzichte van de wet- en regelgeving en het bestuurlijke handhavingsarrangement. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekend gemaakt aan de handelaar, de handhavingspartners en eventuele andere belanghebbenden, zoals de pandeigenaar. Indien de handelaar of een andere belanghebbende zich niet kan verenigen met het besluit van de burgemeester dan kan hiertegen bezwaar worden gemaakt.

 

Handhavingsarrangement

 

Het handhavingsarrangement voorziet in:

  • -

    duidelijkheid voor handelaren ten aanzien van maatregelen die kunnen worden genomen bij het niet naleven van de wet- en regelgeving;

  • -

    maatregelen die aansluiten op de werkingssfeer van de bevoegdheden van de burgemeester ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat en de beschreven wet- en regelgeving ter voorkoming van heling;

  • -

    systematisch opgebouwde maatregelen die rekening houden met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en aansluiting vinden bij ander bestuurlijk handhavingsbeleid.

 

Overtreding (geconstateerd door toezichthouder)

Wettelijke grondslag

Bestuurlijke maatregel

Geen schriftelijke opgave gedaan van woonadres en/of handelslokaliteit(en) dan wel wijzigingen binnen gestelde termijn i.v.m. een beroep of gewoonte maken van het opkopen. (art 2:68 APV 3

Bijlage 3 geeft weer welke voorschriften staan beschreven in artikel 2:68 APV met betrekking tot de genoemde overtreding.

)

Artikel 2:68 APV

Eerste overtreding: waarschuwing.

 

 

Tweede overtreding binnen twee jaar na constatering eerste overtreding: een last onder dwangsom aanzeggen.

 

 

Derde en volgende overtredingen binnen twee jaar na constatering tweede overtreding: verbeuren van de dwangsom.

Nalaten medewerking te verlenen aan de toezichthouder bij de controle van het in- en/of verkoopregister

Artikel 2:68 APV

Eerste overtreding: waarschuwing.

 

 

Tweede overtreding binnen twee jaar na constatering eerste overtreding: een last onder dwangsom aanzeggen.

 

 

Derde en volgende overtredingen binnen twee jaar na constatering tweede overtreding: verbeuren van de dwangsom.

Het verwerven van een goed van een minderjarige

Artikel 437 WvSr

Eerste overtreding: waarschuwing.

 

 

Tweede overtreding binnen twee jaar na constatering eerste overtreding: een last onder dwangsom aanzeggen.

 

 

Derde en volgende overtredingen binnen twee jaar na constatering tweede overtreding: verbeuren van de dwangsom.

Vervreemding of verandering goed binnen 5 dagen na verkrijgen

Artikel 2:68 APV

Eerste overtreding: waarschuwing.

 

 

Tweede overtreding binnen twee jaar na constatering eerste overtreding: een last onder dwangsom aanzeggen.

 

 

Derde en volgende overtredingen binnen twee jaar na constatering tweede overtreding: verbeuren van de dwangsom.

Verkoopregister wordt niet bijgehouden in een gewaarmerkt register

Artikel 2:67 APV

Eerste overtreding: waarschuwing.

 

 

Tweede overtreding binnen twee jaar na constatering eerste overtreding: een last onder dwangsom aanzeggen.

 

 

Derde en volgende overtredingen binnen twee jaar na constatering tweede overtreding: verbeuren van de dwangsom.

Verkoopregister wordt niet juist bijgehouden in een gewaarmerkt register

Artikel 2:67 APV

Verschrijving 1 of 2 fouten

Verschrijving > 2 fouten

 

 

Eerste overtreding: waarschuwing

Eerste

overtreding:

waarschuwing.

 

 

Tweede overtreding: waarschuwing

Tweede

overtreding: een last onder dwangsom aanzeggen.

 

 

Derde overtreding en volgende overtredingen: waarschuwing

Derde

overtreding en volgende overtredingen: verbeuren van de dwangsom.

 

Uitgelicht

Misdrijven waarmee goederen worden verworven, zoals straatroven, overvallen en woninginbraken, hebben een grote impact op het woon- en leefklimaat en tasten de openbare orde aan. De beschreven overtredingen in het handhavingsarrangement brengen het risico met zich mee dat de handel in goederen afkomstig van dit soort misdrijven wordt gefaciliteerd. Wanneer de toezichthouder constateert dat de handelaar één of meerdere overtredingen uit het handhavingsarrangement begaat, kan dit leiden tot het aanzeggen van een last onder bestuursdwang en het verbeuren van de dwangsom. Met deze dwangsom wordt getracht de aanzuigende werking van de opkoper op het inleveren van gestolen goederen te doen stoppen, dan wel in de toekomst te voorkomen. Hiermee wordt de keten van het plegen van een misdrijf, het (door)verkopen van de buitgemaakte goederen en daarmee de stimulans tot het plegen van dergelijke misdrijven doorbroken.

 

Het verwerven van een goed van een minderjarige

Ook minderjarigen (<18 jaar) maken zich schuldig aan misdrijven waarbij goederen worden

buitgemaakt en/of verworven. De meest recente cijfers met betrekking tot overvallen in de regio Rotterdam laten zien dat het aantal minderjarigen ten opzichte van het aantal meerderjarigen dat dit soort misdrijven pleegt zelfs toeneemt. Vanwege deze ontwikkeling heeft de gemeente in overleg met OM en de politie onlangs besloten de aanpak van jeugdige overvallers te intensiveren. Om voor deze groep barrières op te werpen tegen het plegen van High Impact Crime, de afzetmarkt voor de buitgemaakte goederen te verkleinen en daarmee succesbeleving met het plegen van misdrijven een halt toe te roepen is het inkopen van minderjarigen wettelijk niet toegestaan en tevens opgenomen in het arrangement.

 

Niet goed bijhouden opkoopregister (waaronder identificatieplicht)

Een belangrijke voorzorgsmaatregel die een handelaar kan nemen ter voorkoming van handel in gestolen goederen is het op juiste wijze registeren van goederen die de handelaar verkrijgt en verkoopt. Dit begint met de registratie in het inkoopregister bij het verkrijgen van het goed. Het op juiste wijze registreren maakt dat de aangeboden goederen en de personen die deze goederen aanbieden traceerbaar zijn voor de politie. Hiermee draagt de handelaar bij aan het opsporingsonderzoek van de politie, werpt de handelaar een barrière op voor (potentiële) delictplegers en draagt de handelaar daarmee in zijn algemeenheid bij aan de aanpak van High Impact Crime. Autohandelaren zijn niet verplicht een opkoopregister bij te houden, tenzij er sprake is van informatie afkomstig van politie of justitie waaruit blijkt dat de handelaar de laatste 5 jaar betrokken is geweest bij de handel in gestolen goederen.

 

Heling

De beschreven overtredingen in het handhavingsarrangement dienen ter voorkoming van de handel in gestolen goederen. Bij heling, of wanneer het aannemelijk is dat de handelaar zich schuldig maakt aan heling, is sprake van een (vermoedelijk) misdrijf, waarmee de handelaar direct bijdraagt aan de handel in dit soort goederen. De handelaar stimuleert daarmee direct de hieraan voorafgaande misdrijven.

 

Belangenafweging

De burgemeester weegt in de besluitvorming over het treffen van een bestuurlijke maatregel het belang van de ondernemer en overige belanghebbenden af tegen dat van de openbare orde. De openbare orde weegt daarbij zwaar.

De openbare orde kan in bepaalde gevallen zijn aangetast zonder dat direct sprake is van een overtreding door de handelaar. Naast de naleving van de geldende wet- en regelgeving kijkt de burgemeester dus ook naar de invloed van de onderneming op haar omgeving. Een handelaar heeft in die zin een zogenaamde ‘risicoaansprakelijkheid’. Bijvoorbeeld wanneer de onderneming als (bekende) afzetmarkt dient voor gestolen goederen. Het soort, de hoeveelheid en/of de locatie van de aangetroffen gestolen goederen, net als de frequentie waarmee dit soort goederen wordt aangetroffen spelen hierin voor de mate van aantasting van de openbare orde een belangrijke rol.

 

Daarnaast wordt in de afweging ook meegenomen op welke wijze de inkoper aantoonbaar invulling geeft aan zijn ‘onderzoeksplicht’ voorafgaande aan de inkoop van goederen. Oftewel welke voorzorgsmaatregelen neemt een handelaar om te voorkomen dat gestolen goederen worden ingekocht. Van de handelaar mag worden verwacht dat deze de handelsmarkt in de betreffende goederen goed kent.

Van een handelaar mag tevens worden verwacht dat deze zich bewust is van het feit dat de handel in ongeregelde en gebruikte goederen verantwoordelijkheden met zich mee brengt ten aanzien van het voorkomen van handel in gestolen goederen.

 

Geldigheidstermijn overtreding

Voor het handhavingsarrangement geldt dat een volgende stap wordt gezet in het arrangement wanneer binnen een jaar na een vorige constatering en/of overtreding (hierna: overtreding) opnieuw een overtreding plaatsvindt. Een overtreding blijft vijf jaar meetellen. Vindt een overtreding binnen vijf jaar na de vorige overtreding plaats, maar is de vorige keer langer dan een jaar geleden, dan wordt de handhavingsstap herhaald.

 

Mandaat aan de politiechef van Politie Eenheid Rotterdam

Ingevolge het Wetboek van Strafrecht en de APV is de burgemeester bevoegd om het in- en verkoopregister te waarmerken. Hij kan deze bevoegdheid mandateren aan een ambtenaar (‘door of namens”). Gelet op de strafrechtelijke aard en aanpak van heling is deze bevoegdheid gemandateerd aan de politiechef van Politie Eenheid Rotterdam.

 

Afbakening

Dit handhavingsarrangement geldt niet voor zover in dit handhavingsthema wordt voorzien in het Handhavingsprotocol Horeca. De uitgangspunten van het handhavingsprotocol Horeca zijn het terugdringen en voorkomen van aantasting van de openbare orde en veiligheid en het woon en leefklimaat. Daarnaast wordt gehandhaafd ten behoeve van het voorkomen en terugdringen van criminaliteit in de horecabranche.

 

 

Bijlage 1: Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht’

Besluit van 6 januari 1992, ter uitvoering van artikel437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht

[…]

 

Artikel 1

1. De handelaren, bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zijn opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen, metalen, edelstenen, uurwerken,

kunstvoorwerpen, auto's, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en

videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie.

[…]

 

Artikel 2

[…]

2. De handelaar, aangewezen in artikel 1 van dit besluit, voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 437, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht tot het aantekening houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij heeft verworven of voorhanden heeft indien hij een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register houdt en daarin onverwijld vermeldt:

  • a.

    het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

  • b.

    de datum van verkrijging van het goed;

  • c.

    een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;

  • d.

    de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging van het goed;

  • e.

    de naam en het adres van degene van wie het goed is verkregen;

  • f.

    zowel een omschrijving als het nummer van het document bedoeld in het eerste lid waarmee hij de identiteit van de aanbieder heeft vastgesteld, voor zover het de inkoop van koper en koperlegeringen betreft en de koopprijs van dat goed in contant geld wordt uitbetaald.

 

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de Wet van 9 oktober 1991, Stb. 520 tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering met voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van heling, in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 6 januari 1992

Beatrix

De Minister van Justitie a.i.,

C. I. Dales

Uitgegeven de achtentwintigste januari 1992

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

 

 

Bijlage 2: Aangewezen toezichthouder

Wetboek van Strafvordering

 

Artikel 552

De in artikel 141 bedoelde ambtenaren en de ambtenaren die krachtens artikel 142 zijn belast met de opsporing van de bij artikel 437, 437bis of 437ter van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten, hebben toegang tot elke plaats waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij wordt gebruikt door een handelaar als bedoeld in laatstgenoemde artikelen. Artikel 90bis van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.

 

Artikel 6:2 APV Hellevoetsluis: Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: ambtenaren van de politie en de door het college of de burgemeester aangewezen personen.

  • 2.

    Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

 

 

Bijlage 3: Artikel 2:68 APV: Voorschriften zoals bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:

  • a.

    de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

    • 1.

      dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

    • 2.

      van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;

    • 3.

      dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;

    • 4.

      dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;

  • b.

    de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

  • c.

    aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

  • d.

    een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Naar boven