gezien het voorstel van het college van 22 maart 2016;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen;;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende ‘Verordening tot 3e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013’:
Artikel 1
Artikel 1:2, vijfde lid wordt als volgt gewijzigd:
In afwijking van het tweede lid, is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a.
Artikel 2
Artikel 2.5, tweede lid, onder h wordt als volgt gewijzigd:
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 van deze verordening.
Artikel 3
In artikel 2:7 wordt het volgende lid toegevoegd:
Lid 2: Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
De opvolgende leden van dit artikel worden vernummerd.
Artikel 4
Artikel 2:16 wordt als volgt gewijzigd:
Evenementenvergunning
- 1.
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a.
Evenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg of het openbaar water, met uitzondering van:
- -
een manifestatie in de zin van de Wet openbare manifestaties;
- -
markten als bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet;
- -
betogingen, vergaderingen en samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties en
- -
activiteiten in gebouwen.
- b.
Evenemententerrein: de ruimte die in de vergunning als bedoeld in het tweede lid is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daar naar te kijken of eraan deel te nemen.
- c.
Categorie 0-evenement: Zeer kleinschalig evenement.
- d.
Categorie A-evenement: Laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor het verkeer.
- e.
Categorie B-evenement: Gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer.
- f.
Categorie C-evenement: Hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.
- 2.
De burgemeester stelt de vergunningaanvraag buiten behandeling indien:
- b.
een A-evenement niet ten minste vier weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd;
- c.
de vooraankondiging van een B- of een C-evenement niet voor 15 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenementenoverzicht wordt vastgesteld, is ingediend;
- d.
het B- of C-evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op het evenementenoverzicht welke is vastgesteld voor het jaar waarin het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd plaatsvindt.De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de aanvrager:
- a.
- b.
in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of
- c.
de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.
- 1.
Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:
- a.
dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid, voorkomen of beperken van overlast of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement;
- b.
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;
- c.
de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd;
- d.
het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;
- e.
de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is;
- f.
de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet;
- g.
tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen;
- h.
de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de gemeente Vlissingen.
- 1.
De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
- a.
de plaats en het tijdstip van het evenement;
- b.
de benodigde technische voorzieningen;
- c.
de inrichting van het evenemententerrein;
- e.
het activiteitenprogramma;
- f.
een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;
- g.
- 1.
De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste:
- a.
de plaats waar het evenement wordt gehouden;
- b.
de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden;
- c.
een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers;
- d.
de inrichting van het evenemententerrein;
- e.
het activiteitenprogramma;
- f.
de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid;
- g.
het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;
- h.
de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen.
- 1.
Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, dienen door de aanvrager onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld.
- 2.
De burgemeester kan bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning de volgende belangen in aanmerking nemen:
- a.
de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten;
- b.
het aantal bezoekers dat wordt verwacht;
- c.
het, in het Evenementenbeleid, vastgestelde maximale aantal evenementen per categorie en per locatie;
- d.
of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;
- e.
of gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden;
- f.
of gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer;
- g.
of gevaar bestaat voor een onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement;
- h.
of gevaar bestaat voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aanzien van de stad, beschadiging van de openbare groenvoorzieningen of van voorzieningen voor het openbaar nut;
- i.
of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed en ordelijk verloop van het evenement, gelet op de eerder vermelde belangen;
- j.
of de organisator voldoende waarborgen biedt om de schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken;
- k.
of de organisator voldoende waarborgen biedt inzake de verzekering van verkeersregelaars.
- 1.
De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op de in het negende lid bedoelde belangen en hij kan ter verzekering van de nakoming van deze voorschriften in de vergunning bepalen dat een borgsom moet worden verstrekt voordat het evenement wordt gehouden.
- 2.
Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten, die op grond van deze of andere gemeentelijke vergunningplichtig zijn, heeft de houder van de vergunning voor het evenement geen afzonderlijke vergunning nodig, mits die activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid.
- 3.
Het is aan anderen dan de vergunninghouder verboden op het evenementterrein activiteiten te verrichten, waarvoor bij of krachtens enige gemeentelijke verordening vergunning is vereist en welke activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid, tenzij die anderen met de houder van de vergunning een overeenkomst hebben gesloten en zij zich jegens de vergunninghouder hebben verbonden de voorschriften en beperkingen, die aan de vergunning zijn verbonden in acht te nemen.
- 4.
De vergunninghouder die een evenement organiseert of degene die er feitelijke leiding bij heeft is, indien de burgemeester een bevel geeft met het oog op het waarborgen van de in het derde lid bedoelde belangen, verplicht daaraan direct gevolg te geven en, indien nodig, het evenement onmiddellijk te beëindigen, waarbij hij verplicht is ervoor zorg te dragen dat geen publiek meer wordt toegelaten.
- 5.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5
Artikel 2:16a wordt als volgt toegevoegd:
Beslistermijn
In afwijking van artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester:
- a.
Binnen vier weken voorafgaand aan het evenement, indien sprake is van een A-evenement; of
- a.
Binnen acht weken voorafgaand aan het evenement, indien sprake is van een B- of C-evenement na de dag waarop de aanvraag voor een vergunning krachtens artikel 2:16 of 2.17 is ontvangen.
Artikel 6
Artikel 2:16b wordt als volgt toegevoegd:
0-evenementen
- 1.
Het is verboden zonder kennisgeving aan de burgemeester een 0-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.
- 1.
Van een 0-evenement is sprake indien:
- a.
het een feest op eigen terrein of straatfeest in de openlucht betreft;
- b.
het een evenement dat plaatsvindt tussen 9 en 23 uur of op een zon- of feestdag (feestdag is gelijk aan zondag) tussen 13.00 en 23.00 uur;
- c.
het geluidsniveau op een afstand van 5 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A);
- d.
het niet plaatsvindt op de rijbaan, een fiets-, bromfiets- of parkeergelegenheid of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
- e.
het geen extra politiecapaciteit vergt;
- f.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 50 m² per object;
- a.
er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt;
- a.
er een organisator is die de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt.
- 1.
De aanvrager stelt de burgemeester ten minste 10 dagen voorafgaand aan het 0-evenement in kennis van het evenement door middel van het door de burgemeester vastgestelde kennisgevingsformulier.
- 2.
Toestemming voor het evenement is verleend indien:
- a.
na ontvangst van het kennisgevingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, en
- b.
de aanvrager een ontvangstbevestiging, van het feit dat hij een kennisgeving heeft gedaan, kan tonen.
- 3.
Indien naar het oordeel van de burgemeester uit nieuwe feiten of omstandigheden na de kennisgeving er vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde kan de burgemeester alsnog bepalen dat het verboden is.
Artikel 7
Artikel 2:17 wordt als volgt gewijzigd:
Evenementen in gebouwen
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester in of in een gedeelte van een gebouw of van een vaartuig een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis te houden of te doen houden, of voor dat doel een gebouw of vaartuig of gedeelte daarvan te gebruiken.
- 2.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op:
- -
manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties;
- -
markten als bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet;
- -
evenementen in gebouwen waarvoor een gebruiksvergunning als bedoeld in de Bouwverordening van kracht is en sprake is van reguliere activiteiten die volledig binnen de begrenzing van één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer vallen.
- 3.
De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren op grond van een belang als bedoeld in artikel 2:16, derde, vierde en vijfde lid.
De leden zes tot en met veertien, genoemd in artikel 2.16, zijn overeenkomstig van toepassing
Artikel 8
Aan artikel 2:18 worden de leden 5, 6 en 7 als volgt toegevoegd:
- 1.
De burgemeester kan in de aanloop naar, tijdens, en na een evenement alle aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht ter handhaving van de openbare orde. De burgemeester bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie, brandweer en hulpverlening.
- 2.
De organisator van een evenement is verplicht in de aanloop naar, tijdens, en na het evenement:
- a.
alle maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde;
- b.
het evenement onverwijld te beëindigen bij verstoring van de openbare orde of de vrees daarvoor;
- c.
een aanwijzing van de burgemeester onverwijld op te volgen;
- d.
ervoor te zorgen dat bij een verstoring van de openbare orde, na een aanwijzing van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van de politie of brandweer geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten.
- 1.
Het is voor bezoekers van een evenement tijdens en na het evenement:
- a.
verboden zich op het evenemententerrein te gedragen met het kennelijke doel om de openbare orde of veiligheid te verstoren of te bedreigen;
- a.
verboden al dan niet op het evenemententerrein, op of aan de weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren;
- b.
verboden zich op een evenemententerrein te begeven indien overeenkomstig het eerste, dan wel het tweede lid onder d opdracht is gegeven het evenemententerrein te verlaten;
- c.
verplicht ter ordelijk verloop van een evenement of bij enig voorval, waardoor wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan een daartoe strekkende aanwijzing van een ambtenaar van de politie of brandweer zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen.
Artikel 9
Artikel 2:30 wordt als volgt gewijzigd:
De titel van het artikel wordt gewijzigd in “verboden gedragingen”
De tekst van het artikel wordt gewijzigd in de volgende drie leden:
Het is verboden in een openbare inrichting:
- 1.
de orde te verstoren dan wel zich te gedragen in strijd met de goede zeden;
- 1.
zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:28, eerste lid;
- 1.
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 10
Artikel 2:37 wordt verplaatst en hernummerd naar artikel 2:34A
Artikel 11
Artikel 2:36 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard mag alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken:
(koppeling aan activiteit)
a. vanaf 2 uren (twee uren) voor de aanvang tot 2 uren (twee uren) na
afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire
doelen van de rechtspersoon;
en
(koppeling aan dagen / tijden)
b. op maandag tot en met vrijdag niet eerder dan 17:00 uur tot uiterlijk 24:00 uur;
c. zaterdag, zon- en feestdagen niet eerder dan 12:00 uur tot uiterlijk 24:00 uur.
- 1.
Voor zover de paracommerciële rechtspersoon, als bedoeld onder lid 1, activiteiten overdag op werkdagen heeft mag op deze dagen, in afwijking van het bepaalde onder 1, sub b, vanaf 12:00 uur alcoholhoudende drank worden verstrekt.
- 1.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard in de vorm van een poppodium (podium voor een breed aanbod van bijvoorbeeld muziek, theater en dans) kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 2 uur (twee uur) voor de aanvang tot uiterlijk 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, op maandag tot en met woensdag tot uiterlijk 24.00 uur, en op donderdag tot en met zondag tot uiterlijk 02.00 uur van de daaropvolgende dag.
- 1.
Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 2 uren (twee uren) voor de aanvang tot uiterlijk 2 uren (twee uren) na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon en tot uiterlijk 24:00 uur.
- 2.
Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet, of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
Artikel 12
Artikel 2:38 wordt als volgt gewijzigd:
De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank een en ander in aanvulling op artikel 2:34A.
Artikel 13
Artikel 2:39A lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
1.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in artikel 2:34A gestelde verbod en de in artikel 2:36 leden 1 tot en met 4 genoemde dagen en tijden.
Artikel 14
Artikel 2:42, tweede lid, onder b wordt als volgt gewijzigd:
b.speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en
Artikel 15
Artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging van titel: Bezit van inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal.
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
- 2.
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
- 3.
Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 16
Artikel 2:51, eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied:
- a.
alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben;
- b.
drank in glazen met zich te voeren of bij zich te hebben;
- c.
anderszins dan verpakt, glazen bij zich te hebben, tenzij met het kennelijk en uitsluitend oogmerk van vervoer.
Artikel 17
Artikel 2:56, eerste lid, onder b. wordt als volgt gewijzigd:
a.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden de hond te laten verblijven:
van 15 april tot en met 15 september op de stranden gelegen voor de Boulevard Evertsen, Bankert en de Ruijter, op het Nollestrand, op het strand Westduin of in de daarbij behorende kleedruimtes;
a.het is de eigenaar of houder van een hond wel toegestaan om deze in de periode van 15 april tot en met 15 september op het strand, gelegen voor de Boulevard Bankert en Boulevard de Ruijter ter hoogte van de Coosje Buskenstraat, te laten verblijven in de periode tussen 19:00 uur ’s-avonds en 9:00 uur ‘s-morgens.
Artikel 18
Artikel 2:58, tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:
- a.
anders dan kort aangelijnd nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;
- b.
anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat de burgemeester aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.
Artikel 19
Afdeling 15 wordt als volgt toegevoegd: Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen.
Artikel 20
Artikel 2:69 wordt als volgt toegevoegd:
Begripsomschrijvingen
- A.
Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.
- B.
Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijzen overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.
Artikel 21
Artikel 2:70 wordt als volgt toegevoegd:
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister.
- 1.
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:
- a.
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
- b.
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
- c.
een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;
- d.
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
- e.
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
- 2.
De burgemeester kan voor daarbij aangegeven categorieën van goederen vrijstelling verlenen van de in het eerste lid gestelde verplichting.
Artikel 22
Artikel 2:71 wordt als volgt toegevoegd:
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht.
- 1.
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
- a.
wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis te stellen dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, waarbij hij tevens schriftelijk opgave doet van zijn woonadres
- b.
de onder a. bedoelde ambtenaar onder aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit.
- c.
aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben aangebracht waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn vermeld;
- d.
indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van enig misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a. bedoelde ambtenaar.
- e.
Wanneer hij is opgehouden met het opkopen van goederen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van opkoper niet langer uitoefent, de onder a. bedoelde ambtenaar hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis stelt.
Artikel 23
Artikel 2:72 wordt als volgt toegevoegd.
Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door verkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf werkdagen dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen, tenzij deze wijziging niet van invloed is op de herkenbaarheid van het goed.
Artikel 24
Uit de tekst van Afdeling 17 “toezicht op growshops, smartshops, belwinkels en internetcafés” worden de termen “growshops” en “smartshops” verwijderd.
Artikel 25
De inhoud van Afdeling 16 Carbidschieten wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:73 Carbidschieten
- 1.
Het is verboden acetyleengas afkomstig van reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden op zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan worden veroorzaakt.
- 2.
Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien:
a. gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale omvang van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen en
b. het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot 17.00 uur en
c. hiervan ten minste 14 dagen voorafgaand aan de datum van gebruik melding is gedaan aan het college
d. de melding vergezeld is van een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt en de melding tevens is voorzien van een kaart waarop de betreffende locatie is ingetekend en
e. de melding geaccepteerd is door het college.
- 3.
De plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:
a. op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing en
b. op een afstand van tenminste 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg en
c. op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren en
d. wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin dicht bij woonbebouwing is gelegen en
e. het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen.
- 4.
Dit artikel is niet van toepassing voor zover, de Wet milieubeheer, Wet wapens en munitie, Wet milieugevaarlijke stoffen, Wet vervoer gevaarlijke stoffen, Wetboek van strafrecht van toepassing is en is niet van toepassing op artikel 4.7 Knalapparatuur.
Artikel 26
Artikel 2:80, eerste lid, onder a wordt als volgt gewijzigd
Uit de begripsomschrijving worden de termen “growshop” en “smartshop” verwijderd.
Artikel 27
Artikel 3:5, tweede lid, onder c, sub ii wordt als volgt gewijzigd:
-de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a(oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
Artikel 28
Artikel 4:1, onder a wordt als volgt gewijzigd:
a.besluit Activiteitenbesluit milieubeheer.
Artikel 29
Artikel 4:2, tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
Artikel 30
Artikel 4:3, derde lid wordt als volgt gewijzigd:
Het is een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan om tijdens maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld.
Artikel 31
Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd.
Aanwijzen horecaconcentratiegebied
Het college kan een gebied aanwijzen als horecaconcentratiegebied als bedoeld in artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Artikel 32
In artikel 5:2 wordt lid 5 als volgt toegevoegd:
5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 33
In artikel 5:20 wordt lid 4 als volgt toegevoegd:
4.Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
De opvolgende leden van dit artikel worden vernummerd.
Artikel 34
Artikel 5:20 lid 5 wordt als volgt gewijzigd:
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet
Artikel 35
Artikel 5:22, derde lid wordt als volgt gewijzigd:
3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 36
In artikel 5:38 wordt lid 6 als volgt toegevoegd:
6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 37
In artikel 6:1, eerste lid, de vermelde artikelen 2:74 en 2:76 vervangen door 2:73.
Artikel 38
Artikel 6:1, derde lid wordt als volgt toegevoegd:
3.In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:5, vijfde lid onder b, 2:6, tweede lid en 4:12, eerste lid.
Artikel 38
Artikel 6:2, eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast:
- a.
de ambtenaren bouw- en woningtoezicht;
- a.
de inspecteurs handhaving milieu;
- b.
de toezichthouder gebruik openbare ruimte en sportaccommodaties;
- c.
de evenementencoördinator;
- d.
de technisch beleidsmedewerker milieu;
- e.
de coördinator beheer badstrand;
- f.
- g.
de buitengewoon opsporingsambtenaren van het handhavingsteam;
- h.
artsen en SOA-verpleegkundigen voor zover het toezicht betreft op (volks)gezondheid en hygiëne als bedoeld in hoofdstuk 3.
Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013, 3e wijziging” en treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het elektronische gemeenteblad van de gemeente Vlissingen.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 april 2016.
de griffier, de voorzitter,
mr. F. Vermeulen drs. A.R.B. van den Tillaar