Tweede wijziging CAR-UWO 2016

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leek;

 

gelezen het advies met registratienummer 2016002288;

 

gelet op de ledenbrief van het LOGA, nummer 16/014;

 

gelet op artikel 125, lid 2 van de Ambtenarenwet;

 

B E S L U I T :

 

vast te stellen de tweede wijziging CAR-UWO 2016.

Artikel 1  

  • 1.

    Artikel 1:1, onderdeel rr te wijzigen waarna dit onderdeel komt te luiden:

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

rr.

salaristoelagen: de in paragraaf 3 van hoofdstuk 3 genoemde toelagen te weten: de functioneringstoelage, de waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst, de inconveniententoelage, de arbeidsmarkttoelage, de garantietoelage en de afbouwtoelage, die aan de medewerker zijn toegekend. Deze werden tot 1 januari 2016 tot de bezoldiging gerekend. Voor de medewerker in dienst vóór 1 januari 2016, geldt de toelage overgangsrecht (TOR) op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 6, ook als een salaristoelage;

 

  • 2.

    Artikel 10d:2, onderdeel b te wijzigen waarna dit onderdeel komt te luiden:

Artikel 10d:2 Begripsbepalingen

b.

grondslag: het gemiddelde van het salaris, de toegekende salaristoelage(n) en de toelage overgangsrecht (TOR) hoofdstuk 3, berekend over een periode van 12 maanden direct voorafgaand aan de start van de re-integratiefase of de start van het Van werk naar werk-traject, vermeerderd met de vakantietoelage en de eindejaarsuitkering; deze wordt geïndexeerd met de generieke salarisverhoging in de gemeentelijke sector;

 

  • 3.

    Artikel 10d:26 te wijzigen waarna dit onderdeel komt te luiden:

Artikel 10d:26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag

1.

 

De aanvullende uitkering kent twee fases. De aanvullende uitkering wordt uitgedrukt in een percen-tage van de grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b over het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is.

2.

 

Gedurende de eerste fase bedraagt de aanvullende uitkering:

 

a.

voor ambtenaren met een grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b tot een bedrag van € 4375,00: 10%;

 

b.

voor ambtenaren met een grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b vanaf € 4375,00 tot een bedrag van € 5250,00: 20%;

 

c.

voor ambtenaren met een grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b vanaf € 5250,00: 30%.

3.

 

Gedurende de tweede fase bedraagt de aanvullende uitkering:

 

a.

voor ambtenaren met een grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b van € 4375,00 tot een bedrag van € 5250,00: 10%;

 

b.

voor ambtenaren met een grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b van € 5250,00 tot een bedrag van € 6560,00: 20%;

 

c.

voor ambtenaren met een grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b vanaf € 6560,00: 30%.

 

  • 4.

    Artikel 10d:31, lid 3 te wijzigen waarna dit onderdeel komt te luiden:

Artikel 10d:31 Hoogte na-wettelijke uitkering

3.

De na-wettelijke uitkering en het inkomen dat de ambtenaar uit of in verband met arbeid ontvangt, mag een hoogte van 90% van de grondslag zoals gedefinieerd in artikel 10d:2, onderdeel b niet overschrijden. Het meerdere wordt gekort op de na-wettelijke uitkering.

 

Artikel 2 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en werkt terug tot 1 januari 2016.

 

Aldus besloten in de vergadering

van burgemeester en wethouders

van de gemeente Leek,

d.d. 12 april 2016.

B.C. Hoekstra, burgemeester mevrouw M.Y. van der Veen, locosecretaris

Naar boven