Gemeenteblad van Sittard-Geleen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2016, 58343 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2016, 58343 | Verordeningen |
Regeling gesprekkencyclus medewerkers Griffie gemeente Sittard-Geleen
Het competentieprofiel wordt opgebouwd uit de competenties uit de bij deze regeling gevoegde en daarvan onlosmakelijk deel van uitmakende competentiegids. Deze gids is de verzameling van competentiebeschrijvingen op vier niveaus, aansluitend bij de zwaarte en complexiteit van de functie:
Voor elke functie wordt, als aanvulling op de concerncompetenties, bepaald welke functie specifieke competenties nodig zijn om aan het bij de functie horende patroon van eisen en verwachtingen te kunnen voldoen. Dit gebeurt door de leidinggevende na overleg met de medewerker. Als dit overleg niet leidt tot overeenstemming, is het oordeel van de leidinggevende bepalend.
Als leidinggevende en medewerker het niet eens worden over de te maken planningsafspraken, is het standpunt van de leidinggevende bepalend. In een dergelijke situatie hoeft de medewerker deze afspraken niet voor akkoord te verklaren. Hij kan ermee volstaan om onder opgaaf van reden de afspraken voor ‘niet akkoord’ te ondertekenen.
Uiterlijk zes maanden na het planningsgesprek bespreken leidinggevende en medewerker de voortgang van de afspraken uit het planningsgesprek. Hierbij kan aandacht worden besteed aan de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de werkzaamheden worden verricht, de randvoorwaarden om de resultaten te bereiken en alle andere onderwerpen die er toe doen.
Het doel is de realisatie van de vastgelegde planningsafspraken te volgen, te ondersteunen en het functioneren eventueel bij te sturen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld dan wel bijgesteld. De door de leidinggevende en de medewerker geaccordeerde afspraken worden digitaal vastgelegd in de applicatie.
Als leidinggevende en medewerker het niet eens worden over de nadere invulling, aanvulling of bijstelling van de afspraken, hoeft de medewerker de wijzigingen in de afspraken niet voor akkoord te verklaren. Hij kan ermee volstaan om onder opgaaf van reden de afspraken voor ‘niet akkoord’ te ondertekenen.. Dat laat onverlet dat het standpunt van de leidinggevende bepalend is.
Op basis van de vooraf vastgestelde weging wordt een eindkwalificatie aan het functioneren van de medewerker toegekend. Deze kwalificatie berust op het oordeel over de drie in het derde lid van dit artikel bedoelde aspecten gezamenlijk. Deze onderdelen wegen voor 50% (werkafspraken) respectievelijk 40% (competentieniveau) en 10% (kennisniveau) mee bij het bepalen van de eindkwalificatie.
De leidinggevende kan voor het opmaken van de beoordeling inlichtingen inwinnen bij personen die een relevante functionele werkrelatie met de medewerker hebben en die informatie kunnen verstrekken over het functioneren van de medewerker en/of diens ontwikkeling en/of resultaten. Daartoe behoren in ieder geval de bij enig team werkzame unit-coördinatoren. Als de leidinggevende van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken, doet hij hiervan mededeling aan de medewerker.
Als de medewerker het niet eens is met de beoordeling, tekent hij deze in de applicatie voor ‘niet akkoord’. Hij kan dan binnen twee weken na het evaluatiegesprek schriftelijk aan de leidinggevende kenbaar maken welke bedenkingen hij heeft. Binnen twee weken nadat hij dat heeft gedaan, wordt hij door de leidinggevende in de gelegenheid gesteld zijn bedenkingen mondeling toe te lichten.
Als de leidinggevende in de door de medewerker ingediende bedenkingen geen aanleiding ziet om te komen tot een andere beoordeling, doet hij hiervan gemotiveerd mededeling aan de medewerker. Dit gebeurt binnen vier weken nadat de medewerker zijn bedenkingen mondeling heeft toegelicht. Met deze mededeling wordt de beoordeling geacht te zijn vastgesteld. De medewerker kan in dit geval tegen de beoordeling bezwaar en eventueel beroep aantekenen volgens de regels die hiervoor gelden volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 7 Afwijkende procedure
Voor de medewerker die werkzaam is op basis van een aanstelling voor bepaalde tijd bij wijze van proef, geldt een afwijkende regeling. Deze is erop gericht om aan het einde van de proeftijd de vraag te kunnen beantwoorden of de medewerker heeft voldaan aan de in redelijkheid te stellen, hem bij zijn indiensttreding kenbaar gemaakte eisen en hij – tenzij andere zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten – in aanmerking komt voor een aanstelling voor onbepaalde tijd.
Om tot de beantwoording van de in het vorige lid bedoelde vraag te komen heeft de leidinggevende met de medewerker bij indiensttreding, in ieder geval binnen vier weken nadat die heeft plaatsgevonden, een planningsgesprek. Drie respectievelijk vijf maanden nadat dit gesprek heeft plaatsgevonden, volgen twee voortgangsgesprekken. Tien maanden na het planningsgesprek vindt een evaluatiegesprek plaats, gericht op de vraagstelling als omschreven in het eerste lid.
In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, wordt een beslissing genomen door het college van burgemeester en wethouders.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-58343.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.