Gemeenteblad van Coevorden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
CoevordenGemeenteblad 2016, 57715Verordeningen



Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Coevorden

Nr. 2016/1293

De gemeenteraad van Coevorden;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 april 2016, nr. 1293

gelet op artikel 149 van de Gemeente wet, artikel 2.1.3 derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), artikel 47 van de Participatiewet, artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 2 derde lid van de Wet sociale werkvoorziening (WSW)

BESLUIT:

Vast te stellen de volgende

Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Coevorden

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden;

  • de adviesraad: het orgaan dat het college adviseert met betrekking tot het sociale domein van de gemeente Coevorden;

  • belanghebbenden: de inwoners van de gemeente Coevorden, in het bijzonder mensen die om persoonlijke, financiële, sociale en/of maatschappelijke redenen in een kwetsbare positie verkeren.

  • Onafhankelijk voorzitter van de adviesraad: de voorzitter, niet zijnde een lid van een werkgroep.

 

Artikel 2. Taken

  • 1.

    De adviesraad heeft tot taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren en informeren over alle aangelegenheden die betrekking hebben op het terrein van het sociaal domein, met name op de volgende hoofddomeinen:

    • jeugd;

    • zorg en maatschappelijke ondersteuning;

    • werk en inkomen.

  • 2.

    De adviesraad stelt zich tot doel om met haar adviezen een bijdrage te leveren aan:

    • het bevorderen van de zelfredzaamheid, eigen kracht en participatie van belanghebbenden;

    • een samenleving waarin iedereen op gelijkwaardige wijze deelneemt aan de samenleving en tot zijn recht kan komen, ongeacht culturele achtergrond, geslacht, leeftijd, talenten en/of beperkingen;

    • het verbeteren van de kwaliteit van gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan binnen het sociaal domein.

  • 3.

    De adviesraad zorgt voor de wettelijk voorgeschreven burger- en cliëntenparticipatie, vermeld in de Wmo, de Participatiewet, de Jeugdwet en de WSW, conform deze verordening.

 

 

Artikel 3. Samenstelling werkgroepen en adviesraad

  • 1.

    Er zijn drie werkgroepen te weten Jeugd, Zorg & Maatschappelijke ondersteuning en Werk & Inkomen, welke uit minimaal 3 leden en maximaal 7 leden bestaan.

  • 2.

    Voor de leden van de werkgroepen geldt dat de samenstelling:

    • qua bevolkingskenmerken zoveel mogelijk een afspiegeling vormt van de samenleving van de gemeente Coevorden;

    • qua deskundigheid en ervaring evenwichtig verdeeld zijn over de breedte van het onderwerp.

  • 3.

    De leden van de werkgroepen hebben een aantoonbare binding met de samenleving van de gemeente Coevorden en de belanghebbenden.

  • 4.

    De leden van de werkgroepen bekleden geen vertegenwoordigende functie namens een politieke partij in de gemeente Coevorden, zijn geen lid van het college of de raad en zijn geen ambtenaar van de gemeente Coevorden.

  • 5.

    De adviesraad bestaat uit minimaal 1 en maximaal 2 afgevaardigden per werkgroep, een onafhankelijk voorzitter en een ambtelijk ondersteuner.

  • 6.

    De werkgroepen beslissen welk lid/welke leden afgevaardigd wordt/worden naar de adviesraad.

  • 7.

    De adviesraad kiest uit haar midden een vicevoorzitter en penningmeester. De taken van de vicevoorzitter en de penningmeester worden in het huishoudelijk reglement opgenomen.

 

Artikel 4. Voorzitter van de adviesraad

  • 1.

    De voorzitter van de adviesraad is onafhankelijk en vertegenwoordigt de adviesraad naar buiten toe. De voorzitter van de adviesraad ondertekent alle officiële stukken van de adviesraad, waaronder de adviezen van de adviesraad.

  • 2.

    De voorzitter van de adviesraad is bij voorkeur woonachtig in de gemeente Coevorden, maar heeft in ieder geval een aantoonbare binding met de samenleving van de gemeente Coevorden en de belanghebbenden.

  • 3.

    De voorzitter van de adviesraad bekleedt geen vertegenwoordigende functie namens een politieke partij in de gemeente Coevorden, is geen lid van het college of de raad en is geen ambtenaar van de gemeente Coevorden. De voorzitter van de adviesraad heeft geen zakelijke binding met de gemeente Coevorden, voor zover een dergelijke binding van invloed kan zijn op zijn/haar onafhankelijke positie.

 

Artikel 5. Ambtelijk secretaris

  • 1.

    Het college wijst een ambtelijk secretaris aan. De ambtelijk secretaris heeft geen stemrecht in de adviesraad. De ambtelijk secretaris zorgt voor goede administratieve ondersteuning van de adviesraad.

  • 2.

    Tot de taken van de ambtelijk secretaris behoren uitsluitend:

    • het in samenwerking met de voorzitter opstellen van de agenda van de vergaderingen van de adviesraad;

    • het tijdig verzenden van de agenda met de bijbehorende stukken ten behoeve van de vergaderingen van de adviesraad;

    • het bijwonen van alle vergaderingen van de adviesraad en het zorgdragen voor een verslag en/of besluitenlijst en de publicatie daarvan;

    • het bewaken van de voortgang en afhandeling van uitgebrachte adviezen;

    • het terugkoppelen van besluiten van het college naar aanleiding van uitgebrachte adviezen aan de adviesraad;

    • de sollicitatiecommissie adviseren en ondersteunen.

Artikel 6. Voordracht benoeming en zittingsduur

  • 1.

    Er wordt een sollicitatiecommissie gevormd, welke bestaat uit drie leden van de adviesraad. De ambtelijk secretaris ondersteunt en adviseert deze sollicitatiecommissie bij haar werkzaamheden.

  • 2.

    De werving van de leden van de werkgroepen en de voorzitter van de adviesraad vindt plaats via een sollicitatieprocedure, waarbij wordt gewerkt met profielschetsen, opgesteld door de leden van de adviesraad. De werving van de leden van de werkgroepen en de voorzitter worden bekendgemaakt in de lokale media en in media die gericht zijn op en bekend zijn bij de onderscheiden cliëntgroeperingen.

  • 3.

    Het samenstellen van de sollicitatiecommissie en het opstellen en uitvoeren van de sollicitatieprocedure wordt met de hoogst mogelijke zorgvuldigheid gedaan.

  • 4.

    Het college benoemt de voorzitter van de adviesraad en de leden van de werkgroepen op voordracht van de sollicitatiecommissie.

  • 5.

    [Vervallen].

  • 6.

    [Vervallen].

  • 7.

    De leden van de werkgroepen en de voorzitter van de adviesraad worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Benoemingen kunnen één keer aansluitend op de eerste termijn met eenzelfde periode van maximaal 4 jaar worden verlengd. Na de maximale zittingsduur van acht jaar is een lid van de werkgroep en de voorzitter van de adviesraden niet opnieuw benoembaar.

  • 8.

    Voor het in stand houden en versterken van de in de werkgroepen opgedane ervaring en kennis, streven de werkgroepen naar het gefaseerd aftreden en (her)benoemen van de leden en hanteren daartoe een rooster. Het rooster van aftreden wordt geregeld in het huishoudelijk reglement.

  • 9.

    Het lidmaatschap van leden van de werkgroepen eindigt:

    • op eigen verzoek;

    • door het verstrijken van de periode waarvoor men is benoemd, behoudens herbenoeming;

    • doordat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3, derde en vierde lid;

    • op voordracht van minimaal 2/3e van het totaal aantal leden en de voorzitter van de adviesraad op grond van handelen of nalaten van het betreffende lid van een werkgroep, waardoor voortzetting als lid van de werkgroep ongewenst wordt geacht;

    • als een lid van een werkgroep meer dan een half jaar aaneengesloten verzuimt.

    • De adviesraad draagt leden van werkgroepen aan het college voor ontslag voor. Het college neemt een besluit over het ontslag van leden.

  • 10.

    Wanneer een lid van een werkgroep om geldige redenen langdurig moet verzuimen, maar maximaal een half jaar, kan de adviesraad een tijdelijk plaatsvervangend lid voordragen, welke door het college wordt benoemd.

  • 11.

    Het voorzitterschap eindigt:

    • op eigen verzoek;

    • door het verstrijken van de periode waarvoor de voorzitter van de adviesraad is benoemd, behoudens herbenoeming;

    • doordat niet meer wordt voldaan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

    • op voordracht van minimaal 2/3e van het totaal aantal leden van de adviesraad op grond van handelen of nalaten van de voorzitter van de adviesraad, waardoor voortzetting van het voorzitterschap van de adviesraad ongewenst wordt geacht;

    • als de voorzitter van de adviesraad op jaarbasis meer dan de helft van het aantal bijeenkomsten van de adviesraad verzuimt;

    • als de voorzitter van de adviesraad meer dan een halfjaar aaneengesloten verzuimt.

    • De vicevoorzitter van de adviesraad draagt de voorzitter van de adviesraad aan het college voor ontslag voor. Het college neemt een besluit over het ontslag van de voorzitter van de adviesraad.

Artikel 7. Kwartiermakers

[Vervallen]

 

Artikel 8. Vergaderingen

  • 1.

    De vergaderingen van de adviesraad zijn openbaar. De adviesraad kan besluiten een besloten vergadering te houden, bijvoorbeeld bij de behandeling van niet openbare stukken waarover het college advies vraagt.

  • 2.

    De adviesraad vergadert jaarlijks acht tot tien keer en zoveel meer of minder als tenminste een meerderheid van de leden van de adviesraad of de voorzitter van de adviesraad het nodig oordelen.

  • 3.

    De voorzitter van de adviesraad organiseert de vergaderingen van de adviesraad en stelt samen met de ambtelijk secretaris de agenda op.

  • 4.

    De adviesraad is bevoegd om het college en (behandelend) ambtenaren op haar vergaderingen uit te nodigen voor het geven van een toelichting op voorstellen die door het college van de gemeente aan de adviesraad zijn voorgelegd voor het uitbrengen van advies.

  • 5.

    De adviesraad kan externe deskundigen uitnodigen om in een vergadering toelichting of advies te geven.

  • 6.

    De voorzitter van de adviesraad kan personen die een openbare vergadering van de adviesraad als toehoorder bijwonen in de gelegenheid stellen met betrekking tot agendapunten in te spreken.

  • 7.

    De adviesraad vergadert minimaal vier maal per jaar met de wethouder(s) en eventueel het afdelingshoofd(en) die verantwoordelijk zijn voor de portefeuilles binnen het sociaal domein over beleid, ideeën en plannen van het college en/of raad binnen het sociaal domein.

  • 8.

    De werkgroepen vergaderen onder leiding van de voorzitter van de adviesraad minimaal twee maal per jaar samen als geheel.

  • 9.

    Leden van de werkgroepen hebben regelmatig overleg met de behandelend ambtenaren over lopend en nieuw beleid, ideeën en plannen binnen het sociaal domein. De frequentie daarvan wordt in onderling overleg vastgesteld

 

Artikel 9. Door het college te verstrekken informatie

  • 1.

    De adviesraad krijgt van het college op verzoek tijdig alle informatie die de adviesraad voor de uitoefening van haar taakstelling nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat.

  • 2.

    Het college streeft ernaar dat de betreffende werkgroep zo vroeg mogelijk in het proces bij de beleidsvorming wordt betrokken.

  • 3.

    De voorzitter van de adviesraad en de leden van de werkgroepen hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot de inhoud van stukken waar door het college geheimhouding is opgelegd. Deze geheimhoudingsplicht strekt zich ook uit tot andere personen die de werkgroepen over vertrouwelijke onderwerpen consulteren. De voorzitter van de adviesraad en de leden van de werkgroepen wijzen externen op hun geheimhoudingsplicht. De geheimhoudingsplicht vervalt niet door de beëindiging van het voorzitterschap of lidmaatschap van de werkgroepen, noch door beëindiging van het adviseurschap door derden.

  • 4.

    Het college verstrekt geen informatie over individuele personen aan de adviesraad.

 

Artikel 10. Advisering en adviestermijnen

  • 1.

    Wanneer het college de adviesraad om advies vraagt, neemt de adviesraad voor het uitbrengen van haar advies een termijn van maximaal zes weken in acht. In overleg met de ambtelijk secretaris kan hiervan worden afgeweken.

  • 2.

    De adviesraad beslist in welke werkgroep(en) het advies wordt voorbereid. Dit betreft de werkgroep waar het onderwerp onder valt of een samenwerking van meerdere werkgroepen. Het lid dat/de leden die de werkgroep(en) vertegenwoordigt/vertegenwoordigen in de adviesraad, zorgt/zorgen voor een goede werkwijze bij de totstandkoming van het advies.

  • 3.

    De werkgroepen zorgen voor draagvlak en betrokkenheid door:

    • belanghebbenden te consulteren over een bepaald onderwerp;

    • naar eigen inzicht inwoners en eventueel andere deelnemers aan de samenleving van de gemeente Coevorden zoveel mogelijk op directe wijze bij de meningsvorming en advisering te betrekken;

    • een levendig netwerk van maatschappelijke organisaties, platformen en vertegenwoordigers van groepen van belanghebbenden te onderhouden;

    • te zorgen voor een toegankelijke en actuele communicatie met belanghebbenden.

  • 4.

    In het advies wordt te allen tijde de wijze waarop het advies tot stand is gekomen opgenomen. Hierbij wordt in ieder geval aangegeven op welke wijze de achterban is geconsulteerd en hoe is gezorgd voor integraliteit met de verschillende werkgroepen.

  • 5.

    Het lid dat/de leden die de werkgroep dat het advies heeft voorbereid vertegenwoordigt/vertegenwoordigen in de adviesraad, licht/lichten het advies toe in de vergadering van de adviesraad, waarna de adviesraad een besluit neemt over het uitbrengen van het advies aan het college.

  • 6.

    Wanneer de adviesraad besluit het advies van een werkgroep aan te passen alvorens het wordt uitgebracht aan het college, wordt dit in het advies gemotiveerd.

  • 7.

    Wanneer de adviesraad besluit een advies niet of aangepast aan het college uit te brengen, worden de werkgroepen hier vooraf van op de hoogte gesteld, waarbij de reden om een advies niet of aangepast uit te brengen wordt gemotiveerd.

  • 8.

    De adviesraad adviseert niet over klachten, bezwaarschriften of andere zaken die op individuen betrekking hebben.

 

Artikel 11. Stemmen

  • 1.

    Wanneer de leden van de adviesraad bij het nemen van een besluit niet tot overeenstemming komen, wordt er onder leiding van de voorzitter van de adviesraad gestemd.

  • 2.

    Elk lid van de adviesraad mag één stem uitbrengen, de voorzitter en de ambtelijk secretaris zijn niet stemgerechtigd.

  • 3.

    De in artikel 8, vierde, vijfde en zesde lid genoemde personen, die aan een vergadering van de adviesraad deelnemen, hebben geen stemrecht.

  • 4.

    De besluiten van de adviesraad worden bij meerderheid van uitgebrachte stemmen genomen.

  • 5.

    Bij staking van de stemmen wordt het te nemen besluit verworpen.

  • 6.

    Wanneer een besluit niet met algemene stemmen is genomen, wordt in het verslag van de betreffende vergadering van de adviesraad melding gemaakt van de afzonderlijke afwijkende meningen alsook de stemverhouding.

  • 7.

    De leden van de adviesraad onthouden zich van stemmen over zaken die henzelf, hun echtgenoten c.q. partners of bloed- of aanverwanten tot de derde graad, persoonlijk aangaan of waarin zij als gemachtigden zijn betrokken of anderszins belangen hebben.

 

Artikel 12. Besluiten en beslistermijnen van het college

  • 1.

    Het college streeft er naar binnen zes weken na advisering door de adviesraad een besluit te nemen.

  • 2.

    Als het college besluit van een advies van de adviesraad af te wijken, wordt dit schriftelijk gemotiveerd aan de adviesraad meegedeeld. In haar motivering onderbouwt het college welke punten uit het advies om welke redenen niet worden overgenomen.

  • 3.

    Het college besluit met inachtneming van het advies van de adviesraad. Na besluitvorming worden de stukken, met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur, openbaar gemaakt.

 

Artikel 13. Faciliteiten en budget

  • 1.

    Het college stelt de adviesraad jaarlijks een werkbudget ter beschikking ten behoeve van uitgaven die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van de adviesraad, de werkgroepen en de voorzitter van de adviesraad, zoals de onkosten van de leden van de werkgroepen en de voorzitter van de adviesraad, inhuur van deskundigen, deskundigheidsbevordering en het organiseren van bijeenkomsten.

  • 2.

    Voor de vergaderingen van de adviesraad en de werkgroepen stelt de gemeente een goed bereikbare en toegankelijke vergaderlocatie ter beschikking.

 

Artikel 14. Begroting en verantwoording

  • 1.

    De adviesraad stelt jaarlijks vooraf, dat wil zeggen voor 1 november, een activiteitenplan en een begroting op voor het volgende boekjaar.

  • 2.

    De adviesraad maakt achteraf, dat wil zeggen voor 1 mei, een inhoudelijk en financieel jaarverslag over het afgelopen jaar. De evaluatie van het functioneren van de adviesraad en de werkgroepen is in ieder geval onderdeel van het inhoudelijk jaarverslag.

  • 3.

    De adviesraad zendt de in het eerste en tweede lid genoemde stukken zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken, na vaststelling toe aan het college.

 

Artikel 15. Nadere regels en huishoudelijk reglement

  • 1.

    Deze verordening is leidend. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels geven.

  • 2.

    De adviesraad stelt een huishoudelijk reglement vast ter nadere regeling van het functioneren van de werkgroepen en de adviesraad.

 

Artikel 16. Wijziging verordening

Deze verordening wordt slechts gewijzigd nadat de adviesraad in de gelegenheid is gesteld haar standpunt hierover kenbaar te maken. De adviesraad formuleert haar standpunt over het wijzigen van deze verordening binnen vier weken.

 

Artikel 17. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De verordening cliëntenraad Wsw vastgesteld bij besluit van de raad van de gemeente Coevorden van 10 juni 2008, wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Verordening WMO-raad Coevorden 2011, vastgesteld bij besluit van de raad van de gemeente Coevorden van 11 januari 2011, wordt ingetrokken.

  • 3.

    De Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Coevorden, vastgesteld bij besluit van de raad van de gemeente Coevorden van 23 juni 2015, wordt ingetrokken.

  • 4.

    Vragen om advies door het college aan de adviesraad, die worden ingediend voor dat de nieuwe adviesraad is geïnstalleerd, worden afgehandeld krachtens het bepaalde in de dan van toepassing zijnde verordeningen als genoemd in dit artikel in de leden 1 tot en met 3.

  • 5.

    Het college benoemt de voorzitter van de adviesraad zoals bedoeld in artikel 4 en de leden van de werkgroepen zoals bedoeld in artikel 3 die vanaf de inwerkingtreding van deze verordening functioneren als voorzitter en leden van de werkgroepen. De sollicitatieprocedure zoals vastgelegd in artikel 6 lid 1 tot en met 4 is op deze eerste benoeming niet van toepassing.

 

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Coevorden”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 26 april 2016.

voorzitter griffier

B.J. Bouwmeester J. Kuipers-Meijering

Toelichting bij de Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Coevorden

Algemeen

Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de Participatiewet, artikel 2.1.3, derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo), artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 2 derde lid van de Wet sociale werkvoorziening (hierna: Wsw). Deze artikelen dragen de gemeenteraad op bij verordening regels te stellen over de wijze waarop bij de uitvoering van de betreffende wet betrokken personen (of hun vertegenwoordigers) worden betrokken bij ontwikkeling van gemeentelijk beleid.

 

De gemeente hecht sterk aan actieve betrokkenheid van mensen die met de Participatiewet, Wmo, Wsw en Jeugdwet te maken krijgen. Wet- en regelgeving en beleid worden steeds meer integraal. Het ligt daarom voor de hand ook de belangenbehartiging zodanig vorm te geven dat de integraliteit van de adviezen maximaal gewaarborgd is. Dit heeft geresulteerd in een proces gericht op het komen tot één Adviesraad Sociaal Domein per 1 januari 2016 (hierna: adviesraad). Eén brede adviesraad draagt bij aan de totstandkoming van adviezen waarbij de belangen van álle doelgroepen zijn meegewogen.

Raakvlakken Wsw, Wmo, Participatiewet en Jeugdwet

Met de komst van de Participatiewet geldt de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) alleen nog voor de zittende Wsw-ers terwijl nieuwe arbeidsgehandicapten onder de Participatiewet vallen. Voor mensen die eind 2014 onder de Wsw vielen en dus een dienstverband via de Wsw hadden, verandert er niets. Zij behouden al hun rechten. De gemeente moet passend werk blijven bieden. Er moet aandacht zijn voor mensen die begeleid werken via de Wsw. Als zij hun werk verliezen dan hoeft de gemeente hen geen nieuwe begeleid werken-plek via de Wsw aan te beiden. Als dat gebeurt dan vervalt de Wsw-indicatie. Dat geldt ook voor mensen die met een tijdelijk dienstverband in de Wsw werken. Als dat dienstverband afloopt dan hoeft de gemeente ook hen geen nieuw Wsw-dienstverband aan te bieden en vervalt ook voor hen de Wsw-indicatie. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen nieuwe mensen meer in de Wsw instromen. Wie op de wachtlijst stond voor een Wsw-dienstverband, valt onder de Participatiewet of onder de Wajong, WAO, Wia. Mensen die onder de Wajong, WAO of Wia vallen, kunnen bij het UWV terecht.

Vanaf 2015 moeten gemeenten zorgen voor onafhankelijke cliëntondersteuning op het gebied van zorg, hulp, werk of voorzieningen. Dit geldt dus ook voor arbeid.

Sommige mensen met een arbeidshandicap werken maar hebben ook ondersteuning nodig bij zelfstandig of begeleid wonen. Als de woonbegeleiding wegvalt, dan gaat het ook vaak mis met het werk.

Arbeidsmatige dagbesteding (Wmo) en sociale activering (Participatiewet): naast betaald werk (waaronder beschut werk) via de Participatiewet, is via de Wmo dagbesteding mogelijk.

In de Participatiewet staat regulier werk voorop. Dat geldt ook voor mensen met een arbeidshandicap. Loonkostensubsidie is een instrument dat de gemeente kan inzetten voor werknemers die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen.

Artikel 2.10 van de Jeugdwet stelt dat artikel 2.1.3 derde lid van de Wmo van overeenkomstige toepassing is. Ook de belangen van de doelgroep die valt onder Jeugdwet moeten worden behartigd in de adviesraad. In dit kader kende de ‘oude’ Wmo-raad reeds een cluster Jeugd.

 

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.

 

Artikel 2. Taken

lid 1: De adviesraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies te geven over het te ontwikkelen beleid. De gevraagde ongevraagde adviezen hebben betrekking op het beleid van het sociaal domein. Het sociaal domein wordt daarbij gedefinieerd als het gehele beleidsdomein dat direct of indirect is gerelateerd aan de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo, WSW en Participatiewet.

 

Artikel 3. Samenstelling werkgroepen en adviesraad

lid 1: Het minimum aantal leden van de werkgroepen is op drie gesteld; bij een kleinere samenstelling lijkt het –gezien alle deeldoelgroepen- niet mogelijk om tot een adequate belangenafweging te komen. Het maximum aantal leden is op zeven gesteld. Een groter aantal leden draagt naar verwachting niet bij aan een adequate belangenafweging.

lid 2: Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn recht te kunnen laten komen, is het van belang dat de adviesraad een afspiegeling is van alle doelgroepen vallende onder de Participatiewet, de Wmo, de WSW en de Jeugdwet. Een evenredige vertegenwoordiging van deze groepen in de werkgroepen is daarom het uitgangspunt van deze verordening.

lid 3: De aantoonbare binding met de samenleving van de gemeente Coevorden en de belanghebbenden kan blijken uit onder andere (vak)kennis van, (ervarings)deskundigheid over of affiniteit met doelgroepen die in de werkgroepen worden vertegenwoordigd. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat de leden van de werkgroepen in de gemeente Coevorden woonachtig zijn.

 

Artikel 4. Voorzitter

lid 2: De aantoonbare binding met de samenleving van de gemeente Coevorden en de belanghebbenden kan blijken uit onder andere (vak)kennis van, (ervarings)deskundigheid over of affiniteit met de beleidsterreinen die onder het sociaal domein vallen. Hoewel de voorkeur uitgaat naar een inwoner van de gemeente Coevorden, hoeft dit niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat de voorzitter van de adviesraad woonachtig is in de gemeente Coevorden.

 

Artikel 5. Ambtelijk secretaris

lid 1: Het college voorziet in ondersteuning om de adviesraad zijn rol effectief te kunnen laten vervullen. De ambtelijk secretaris kan de communicatie tussen de adviesraad en het college stroomlijnen.

 

Artikel 6. Voordracht, benoeming en zittingsduur

In artikel 6 is vastgelegd op welke wijze de werkgroepen worden samengesteld en dat de leden van werkgroepen worden benoemd door het college. Ze hebben daarmee een formele status.

Daarnaast wordt in artikel 10 aangegeven dat de werkgroepen adviezen voorbereiden. Daarmee is ook de taak van de werkgroepen vastgelegd. In datzelfde artikel wordt in lid 7 aangegeven hoe de adviesraad met adviezen vanuit de werkgroepen omgaat. Deze bepalingen betreffen volgens ons de positie en de rol van de (leden van de) werkgroepen en maken volgens ons voldoende duidelijk wat de status van de werkgroepen en de leden van de werkgroepen is.

lid 1: De ondersteunende en adviserende taken van de ambtelijk secretaris tijdens de sollicitatieprocedure hebben onder andere betrekking op het naleven van de bepalingen over de leden en de voorzitter zoals ze in de verordening zijn opgenomen.

lid 3, 8, 9 en 10: Het college moet in haar besluit een gemotiveerde onderbouwing opnemen, indien zij besluit:

een voordracht van leden van werkgroepen of van de voorzitter van de adviesraad af te wijzen;

een voordracht tot het ontslag van leden van werkgroepen of van de voorzitter van de adviesraad af te wijzen;

een voordracht van een tijdelijk plaatsvervangend lid van de werkgroep af te wijzen.

 

Artikel 7. Kwartiermakers

In de oorspronkelijke verordening was dit artikel gewijd aan de rol van de kwartiermakers, maar dit behoeft geen regeling in de definitieve verordening en is daarom vervallen.

 

Artikel 13. Faciliteiten en budget

lid 1: De hoogte van het werkbudget wordt jaarlijks op basis van de begroting van de adviesraad en de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen voor de adviesraad vastgesteld.

lid 1: Onderdeel van het werkbudget van de adviesraad is een vergoeding van de onkosten van leden van de werkgroep. Wanneer wordt gesproken over een vergoeding voor de werkzaamheden van leden van de werkgroepen, kan deze worden gezien als een vrijwilligersbijdrage. Een vrijwilligersbijdrage wordt, ongeacht de hoogte van de bijdrage, in mindering gebracht op een uitkering. Dit is niet het geval wanneer het om een onkostenvergoeding gaat.

 

Artikel 17 . Intrekken oude verordening en overgangsrecht

Lid 5: De voorbereiding van de vorming van een nieuwe adviesraad en de daarin opgenomen werkgroepen voor het sociaal domein heeft plaatsgevonden met ondersteuning van een kwartiermakersteam, bestaande uit vertegenwoordigers van de (oude) advies- resp. cliëntenraden. De werving en selectie van voorzitter en leden van de werkgroepen vormde daarvan een onderdeel. Het kwartiermakersteam heeft het sollicitatieproces gecoördineerd. Zij hebben een oproep tot werving in de verschillende media geplaatst, de gesprekken gevoerd met de sollicitanten en naar aanleiding daarvan een voordracht aan het college gedaan van de te benoemen voorzitter en de te benoemen leden van de werkgroepen.

Het college voorziet in de benoeming voor de eerste benoemingsperiode. Op nieuwe  benoemingen zijn de bepalingen over werving en selectie zoals opgenomen in artikel 6 lid 1 tot en met 4 van toepassing.