NADERE REGELS JEUGDHULP GEMEENTE ZEVENAAR 2016

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar,

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen ten aanzien van de uitvoering

van de Jeugdwet,

Gelet op artikel 156 Gemeentewet en de artikelen 2, 10, 16 en 17 van de Verordening

jeugdhulp gemeente Zevenaar 2016;

Besluit vast te stellen de volgende nadere regels met betrekking tot de verordening Jeugdhulp

gemeente Zevenaar 2016:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1. Definities

Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven,

hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, Verordening Jeugdhulp 2016 en de Algemene

wet bestuursrecht (Awb).

Sociale netwerk: Tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en

andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden die niet in

hetzelfde huis wonen, buren, vrienden, kennissen.

Gebruikelijke zorg: De normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te

bieden.

Hoofdstuk II. Voorzieningen

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp

  • 1.

    Het te bereiken resultaat is leidend voor de inzet van voorzieningen.

  • 2.

    De beschikbare voorzieningen bestaan in principe uit voorzieningen die geboden worden door partijen die door de gemeente gecontracteerd zijn.

  • 3.

    Wanneer mogelijk, wordt ingezet op overige, vrij toegankelijke voorzieningen, bestaande uit

    • informatie en advies over opvoeden/opgroeien

    • welzijnsactiviteiten

    • jeugdgezondheidszorg

  • 4.

    Indien meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, kent het college de

goedkoopste voorziening toe.

  • 5.

    de volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar:

    • a.

      het welzijnswerk, peuterspeelzaalwerk, sociaal cultureel werk, jeugdwerk, tienerwerk en jongerenwerk;

    • b.

      het bieden van informatie, advies en consultatie aan jeugdigen en hun ouders over onder andere:

1° opgroei- en opvoedingsproblemen;

2° psychische problemen en stoornissen;

3° opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd;

4° taal- en leerproblemen;

5° kindermishandeling en huiselijk geweld;

6° lichamelijke of verstandelijke beperkingen;

7° cliëntondersteuning;

  • c.

    het bieden van ondersteuning bij het versterken van de eigen kracht van het kind of de jongeren, zijn of haar ouders / opvoeders en de andere leden van het gezin;

  • d.

    het bieden van ondersteuning bij het versterken van het sociale netwerk, waaronder familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, mantelzorgers en maatjes en het toeleiden naar collectieve activiteiten in de nabije omgeving, waaronder sport, cultuur en vrije tijd;

  • e.

    het bieden van ondersteuning bij het opzetten van een gezinsplan of een familiegroepsplan;

  • f.

    kortdurende individuele, niet specialistische begeleiding gericht op de algemene dagelijkse levensverrichtingen, opgroei- en opvoedondersteuning;

  • g.

    de begeleiding naar lichte hulp en consultatie bij de (jeugd)gezondheidszorg en het onderwijs.

  • h.

    het voeren van regie rondom de uitvoering van het gezinsplan.

    • 6.

      De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:

  • a.

    de ambulante trajecten jeugd op het gebied van begeleiding, jeugdhulp en opvoedhulp

  • b.

    de ambulante trajecten op het gebied van behandeling basis en specialistisch jeugd ggz:

1° basis ggz;

2° specialistische ggz;

3° hulp bij enkelvoudige, ernstige dyslexie.

c.de ambulante trajecten jeugd op het gebied van observatie en diagnostiek:

1° behandeling van psychiatrische stoornissen

2° behandeling van (licht)verstandelijke beperkingen

3° behandeling van opvoedproblemen en gedragsstoornissen

4° behandeling van dyslexie

  • d.

    de persoonlijke verzorging, begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf voor jeugdigen met een fysieke, (licht)verstandelijke beperking en/of psychiatrische aandoening;

  • e.

    de behandeling voor jeugdigen met een (licht)verstandelijke beperking

  • f.

    de pleegzorg;

  • g.

    de residentiële jeugdhulp en semi-residentiële jeugdhulp:

1° beschermd wonen en wonen met behandeling voor jeugdigen met een

psychiatrische aandoening;

2° kort- en langdurend verblijf, mogelijk met behandeling, voor:

I.hulp aan jeugdigen met een (lichte) verstandelijke beperking;

II. hulp aan jeugdigen met een psychiatrische stoornis (gesloten en open verblijf, deel- en voltijds);

III. residentiële jeugdhulp (vol- en deeltijd) aan jeugdigen met ernstige gedragsproblematiek;

  • h.

    het kortdurend verblijf, zonder behandeling, waaronder logeeropvang (respijtzorg).

  • i.

    de gesloten jeugdhulp;

  • j.

    de drangtrajecten en dwangtrajecten door gecertificeerde instellingen;

  • k.

    de crisisjeugdhulp.

Hoofdstuk III. Persoonsgebonden budget (PGB)

Artikel 3. PGB

1.Onder de voorwaarden genoemd in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet kan een persoonsgebonden

budget worden toegekend.

2.Er wordt geen PGB toegekend wanneer niet aan de voorwaarden zoals genoemd in de

Jeugdwet wordt voldaan of in het geval dat:

  • -

    er sprake is van zwaardere ondersteuningsvormen, zoals maatschappelijke opvang, beschermd wonen, (dag)behandeling en ambulante specialistische jeugdhulp die zich niet verhouden tot een PGB;

  • -

    het een minderjarige betreft die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft gekregen of een jeugdige die is opgenomen in een gesloten accommodatie;

  • -

    er sprake is van crisishulp/ crisisopvang/ spoedeisende zorg;

  • -

    er sprake is van pleegzorg;

  • -

    er sprake is van zwaarwegende bezwaren van overwegende aard.

Artikel 4. Hoogte PGB

1.Wanneer cliënt ondersteund wordt via een PGB, geldt dat het PGB uitsluitend wordt gebruikt

voor het betrekken van ondersteuning ten behoeve van het in de beschikking vastgelegd

resultaat.

  • 2.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget:

    • a.

      wordt mede bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het persoonsgebonden budget gaat besteden;

    • b.

      bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura.

    • c.

      bedraagt nooit meer dan de werkelijk gemaakte kosten.

  • 2.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget voor:

    • a.

      individuele begeleiding door een niet daartoe opgeleid persoon die mantelzorger is of afkomstig is uit het sociale netwerk van de cliënt bedraagt maximaal € 20,00 per uur.

b. individuele begeleiding door een daartoe opgeleide persoon (en aangesloten bij de voor deze branche van toepassing zijnde beroepsorganisatie) bedraagt maximaal € 65,00 per uur.

  • c.

    begeleiding groep bedraagt maximaal € 50,00 per dagdeel

  • d.

    kortdurend verblijf bedraagt maximaal € 101,00 per etmaal

  • e.

    vervoer van en naar de zorgaanbieder bij c en d wordt bepaald op basis een kilometervergoeding van € 0,31 per kilometer die uitgaat van de dichtst bij de woning van de jeugdige gelegen geschikte locatie.

  • f.

    persoonlijke verzorging bedraagt maximaal € 27,01 per uur

    • 4.

      Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het Pgb budget worden betaald.

 

Artikel 5. Inzet PGB binnen het sociale netwerk

  • 1.

    Degene aan wie een PGB wordt verstrekt, kan de individuele voorziening uitsluitend betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk indien is gebleken dat de ondersteuning van het sociale netwerk buiten datgene valt van wat redelijkerwijs van dit netwerk verwacht mag worden.

  • 2.

    Voor wat onder gebruikelijke zorg wordt verstaan, wordt aangesloten bij de Beleidsregels gebruikelijke zorg AWBZ 2014 en jurisprudentie.

  • 3.

    De inzet van niet-professionele zorg is toegestaan voor de zorgcategorie persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en begeleiding.

 

Artikel 6. Kwaliteitseisen PGB

1.Voor de zorg die ingekocht wordt met het PGB bij een PGB-zorgaanbieder, gelden dezelfde

kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura.

2.Voor de inzet van mensen uit het sociale netwerk voor ondersteuning zijn de volgende

kwaliteitseisen van toepassing:

a.de persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau, die

in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd

op de reële behoefte van de jeugdige of ouder.

b.de kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn om de gestelde doelen in het gezinsplan

te kunnen realiseren. De geleverde voorziening wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van

de aanvrager en eventuele andere vormen van hulp en/of zorg in het gezin.

c.de persoon doet melding van iedere calamiteit of geweld die bij de verlening van jeugdhulp of

bij de uitvoering ervan plaatsvindt.

d.de persoon stelt een clientenondersteuner in de gelegenheid zijn taak uit te voeren.

 

Hoofdstuk VI: Slotbepalingen

Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden gelijktijdig in werking met de inwerkintreding van de Verordening

Jeugdhulp gemeente Zevenaar 2016.

Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: “Nadere regels Jeugdhulp gemeente Zevenaar 2016”.

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders op 3 november 2015.

 

de burgemeester, de secretaris,

drs. J.A. de Ruiter mw. mr. S.E.G. Wiersma

Naar boven