Besluit PGB gemeente Stede Broec 2016

In de verordening maatschappelijke ondersteuning en de verordening jeugdhulp is opgenomen dat er nadere regels kunnen worden vastgesteld omtrent het PGB. In het besluit PGB worden deze regels vastgesteld. Door het vervallen van de ouderbijdrage in de jeugdwet en het vaststellen van het PGB besluit voor zowel Wmo als Jeugd is er geen apart Besluit Jeugdhulp meer nodig. Deze wordt daarom ingetrokken

Hieronder leest u het Besluit PGB:

 

Dit besluit PGB is een uitwerking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Stede Broec 2015, artikel 6 en de Verordening Jeugdhulp gemeente Stede Broec 2016, artikel 4.6.

In de verordeningen en in de toelichting daarop zijn de kaders van de wet uitgewerkt. Op onderdelen is het nodig om nadere regels te stellen.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stede Broec

Besluit in te trekken het Besluit Jeugdhulp gemeente Stede Broec 2015 en

Besluit vast te stellen het Besluit PGB gemeente Stede Broec 2016

Artikel 1: Voorwaarden PGB (ook in de Wmo 2015 en de Jeugdwet opgenomen)

Een PGB wordt verstrekt als een cliënt aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a.

    de cliënt dan wel een jeugdige of zijn ouders moet naar oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn de aan de PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Dat mag ook met hulp uit zijn sociale netwerk of van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde zijn.

  • b.

    Een cliënt dan wel een jeugdige of zijn ouders moeten zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat hij of zij een PGB wenst (Wmo) of dat de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder niet passend is (Jeugdwet). Dit moet door middel van het inleveren van een ondersteuningsplan voorafgaand aan de aanvraag.

  • c.

    Naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is.

Artikel 2: Weigeringsgronden

  • 1.

    Het PGB kan worden geweigerd als:

    • de aanvrager handelingsonbekwaam is;

    • de aanvrager geen inzicht in zijn functionele beperkingen heeft;

    • de aanvrager als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht heeft;

    • er sprake is van verslavingsproblematiek;

    • er eerder misbruik is gemaakt van het PGB;

    • er sprake is van schuldenproblematiek, al dan niet samenhangend met verslavingsproblematiek;

    • er een onvoldoende beoordeling van het ondersteuningsplan is of het ondersteuningsplan niet of onvolledig wordt ingeleverd.

       

      Bovenstaande opsomming is niet limitatief.

  • 2.

    Wanneer een aanvrager met bovenstaande problematiek een zaakwaarnemer of vertegenwoordiger heeft, hoeft het beheer van het PGB geen probleem te zijn en kan het PGB wel worden toegekend. De kosten voor het beheer kunnen niet uit het PGB worden betaald.

Artikel 3: Herzien en intrekken van het PGB

  • 1.

    Het PGB kan worden herzien dan wel ingetrokken als:

    • de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft geleverd en een andere beslissing was genomen als de juiste of volledige gegevens waren geleverd

    • de aanvrager niet langer op de voorziening is aangewezen

    • het PGB is niet langer toereikend voor de in te kopen zorg

    • de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden van het PGB

    • de aanvrager het PGB voor een ander doel gebruikt.

  • 2.

    Het college geeft een beschikking af voor de herziening / intrekking waarin de datum wordt vermeld van wijziging.

  • 3.

    Het college kan middels het uit laten vaardigen van een dwangbevel het teveel betaalde PGB terugvorderen.

Artikel 4: Gebruik en inzet van het PGB

  • 1.

    Een bemiddelingsbureau kan niet gelijktijdig de zorgverlener leveren. De kosten voor het bemiddelingsbureau mogen niet uit het PGB worden betaald

  • 2.

    Wanneer de budgethouder op vakantie gaat, kan de ondersteuning op het vakantieadres worden ingezet voor een periode van maximaal zes weken.

  • 3.

    De tarieven zijn afgeleid van de bedragen die voor de verstrekkingen in natura zijn afgesproken.

  • 4.

    De budgethouder beschikt niet over een vrij besteedbaar bedrag en kan geen feestdagenvergoeding uitkeren.

  • 5.

    De budgethouder legt het uurtarief dat hij met zijn hulpverlener afspreekt vast in de zorgovereenkomst.

  • 6.

    De budgethouder spreekt geen vast maandloon af met zijn hulpverlener.

Artikel 5: Passendheid en kwaliteit

  • 1.

    Een PGB voor dienstverlening wordt voor maximaal één jaar afgegeven.

  • 2.

    Indien de budgethouder een verlenging wil van het PGB of een gewijzigde aanvraag wil doen, moet de budgethouder twee maanden hieraan voorafgaand contact opnemen met de gemeente. Er wordt dan getoetst of de ondersteuning het gewenste resultaat heeft gehad, de kwaliteit voldoende was of bijsturing nodig is en of er een nieuwe beschikking afgegeven kan worden. Bij de toetsing is het ondersteuningsplan leidend.

  • 3.

    De budgethouder geeft desgevraagd (tussentijds) inzicht in de besteding van het PGB.

  • 4.

    Indien er sprake is van verlenging van het PGB of een tweede beschikking PGB kan een maximale duur van twee jaar worden gesteld.

  • 5.

    De budgethouder vraagt een VOG van de hulpverlener. Indien er sprake is van zorgverlening bij de hulpverlener thuis, moet elke meerderjarige bewoner een VOG overhandigen. Bij aanvraag van een PGB moet het VOG worden getoond. Het VOG mag maximaal 2 jaar oud zijn.

Artikel 6: PGB voor voorzieningen Wmo 2015

  • 1.

    Een PGB voor een maatwerkvoorziening in de Wmo is mogelijk voor: individuele begeleiding, groepsbegeleiding, kortdurend verblijf, hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en rolstoelen.

  • 2.

    Een PGB is niet mogelijk voor het collectieve vervoer en spoedzorg.

  • 3.

    Een PGB die ingezet wordt bij een zorgverlener die als ZZP –er werkzaam is wordt berekend op maximaal 90% van het tarief voor Zorg in Natura.

  • 4.

    Een PGB die ingezet wordt bij een zorgverlener die werkzaam is voor een instelling die geen contract heeft met de gemeente Stede Broec wordt berekend op maximaal 100% van het tarief voor Zorg in Natura.

  • 5.

    Als er met een PGB een persoon uit het sociale netwerk of andere niet-professionele hulp wordt ingeschakeld dan geldt een tarief van maximaal 20 euro per uur voor de individuele begeleiding, groepsbegeleiding en kortdurend verblijf.

  • 6.

    De hoogte van het PGB voor hulp bij het huishouden bedraagt voor categorie HH1 maximaal:

    • a.

      Voor hulp bij het huishouden door een persoon die niet werkzaam is voor een instelling: € 17,40 per uur;

    • b.

      Voor hulp bij het huishouden door een gekwalificeerde Zzp-er: € 19,58 per uur

    • c.

      Voor hulp bij het huishouden door een persoon werkzaam voor een instelling: € 21,75 per uur.

  • 7.

    De hoogte van het PGB voor hulp bij het huishouden bedraagt voor categorie HH2 maximaal:

    • a.

      Voor hulp bij het huishouden door een persoon die niet werkzaam is voor een instelling: € 17,40 per uur;

    • b.

      Voor hulp bij het huishouden door een gekwalificeerde Zzp-er: € 23,40 per uur

    • c.

      Voor hulp bij het huishouden voor een persoon die werkzaam is voor een instelling € 26,00 per uur.

  • 8.

    De bedragen zoals hier genoemd zijn afgeleid van de contractprijs met de aanbieders voor hulp bij het huishouden en worden geïndexeerd met hetzelfde percentage als de contractprijzen voor hulp bij het huishouden.

  • 9.

    Een PGB die ingezet wordt voor vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en rolstoelen wordt berekend op maximaal het tarief voor deze voorzieningen in natura. Bij een meerprijs zijn de meerkosten voor de aanvrager.

Artikel 7: PGB voor voorzieningen Jeugdwet

  • 1.

    Een PGB voor individuele jeugdhulpvoorzieningen is mogelijk voor behandeling en verblijf, begeleiding en persoonlijke verzorging generalistische en specialistische jeugd ggz, residentiele jeugdhulp en specialistische jeugdhulp voor het jonge kind (voorheen dagbehandeling).

  • 2.

    Een PGB voor een voorziening in de Jeugdwet is niet mogelijk als het gaat om een minderjarige die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft gekregen of wanneer een jeugdige is opgenomen in een gesloten accommodatie. Verder sluit de gemeente Stede Broec het volgende uit: Crisishulp, crisisopvang, spoedeisende zorg & Pleegzorg.

  • 3.

    Een PGB die ingezet wordt bij een zorgverlener die werkzaam is die als ZZP-er werkzaam is wordt berekend op maximaal 90% van het laagste tarief voor de toegekende zorg in natura.

  • 4.

    Een PGB die ingezet wordt bij een zorgverlener die werkzaam is voor een instelling die geen contract heeft met de gemeente Stede Broec wordt berekend op maximaal 100% van het tarief voor Zorg in Natura.

  • 5.

    Als er met een PGB een persoon uit het sociale netwerk of andere niet-professionele hulp wordt ingeschakeld dan geldt een tarief van maximaal 20 euro per uur.

  • 6.

    Er wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele hulp. Het verschil tussen professionele en niet-professionele hulp wordt bepaald door:

    • a.

      Inschrijving Kamer van Koophandel;

    • b.

      Er is een dienstverband met minimaal twee medewerkers aanwezig;

    • c.

      De medewerkers voldoen aan de kwaliteitseisen die voor de desbetreffende ondersteuning worden gesteld en ontvangen een salaris dat daarmee overeenkomstig is;

    • d.

      De eigenaar en medewerkers zijn geen eerstegraads familie van degene aan wie ze jeugdhulp verlenen. Wanneer hier niet aan wordt voldaan spreken we van niet-professionele hulp.

Artikel 8: Voor PGB zorgaanbieders gelden de volgende kwaliteitseisen:

  • 1.

    Jeugdhulpverleners zijn geregistreerd in het beroepsregister.

  • 2.

    Hulpaanbieders en vrij gevestigden moeten zijn aangesloten bij een professioneel collectief. Het collectief is mee verantwoordelijk voor de kwaliteit van de hulpverlening.

  • 3.

    Hulpaanbieders zijn verplicht te melden in de verwijsindex (VIR) en hanteren de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

  • 4.

    Hulpverleners kunnen de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden inschatten en aangeven wanneer specialistische ondersteuning is gewenst, bijvoorbeeld van uit het flexibele aanbod dan wel specialistische hulp.

  • 5.

    De hulpaanbieder werkt actief samen met ander jeugdhulpverleners wanneer er sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de jeugdige of betrokkenen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van

Burgemeester en wethouders van 19 april 2016

Naar boven