Gemeenteblad van Laren

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LarenGemeenteblad 2016, 52073Beleidsregels



AANBESTEDINGS- EN INKOOPBELEID BEL COMBINATIE

 

SAMENVATTING BELEIDSPUNTEN 

De deelnemers[1] in de inkoopsamenwerking Gooi en Vechtstreek (hierna te noemen: deelnemers in de iSGV) stellen de volgende beleidspunten vast:

 

  • 1.

    het ARW 2012 wordt, met uitzondering van de bepalingen inzake de aan werken gerelateerde leveringen en diensten, van toepassing verklaard op alle aanbestedingen op het gebied van werken boven de Europese drempelwaarden. Daarbij geldt ook het `pas toe of leg uit`- principe (`comply or explain`). Dat wil zeggen dat afwijken is toegestaan, mits gemotiveerd (§ 3.1);

 

  • 2.

    het Inkoophandboek wordt gebruikt. Afwijking is slechts mogelijk door een deugdelijk gemotiveerd besluit van het bevoegde bestuursorgaan (§ 3.3);

 

  • 3.

    wanneer dit mogelijk en zinvol is, zal artikel 2.80 (bijzondere uitvoeringsvoorwaarde) Aanbestedingswet worden toegepast, in de vorm van `de bouwblokkenmethode voor maatschappelijke waarde` om daarmee te voldoen aan artikel 1.4, tweede lid Aanbestedingswet (creëren zoveel mogelijk maatschappelijke waarde) (§ 4.2);

 

  • 4.

    er wordt rekening gehouden met de lokale economie en het MKB, zonder dat dit tot enigerlei vorm van discriminatie leidt (§ 4.3)

 

  • 5.

    wanneer het mogelijk is, zal worden overwogen of van de mogelijkheid van artikel 2.82 Aanbestedingswet (voorbehoud SW-bedrijven) gebruik wordt gemaakt (§ 4.4);

 

  • 6.

    bij elke aanbesteding zal minimaal een productanalyse worden gedaan, eventueel aangevuld met een uitgebreidere marktanalyse (§ 5.1);

 

  • 7.

    de objectieve criteria die worden toegepast voor de keuze van de toe te laten ondernemer(s) worden uitgewerkt in het inkoophandboek (§ 5.4);

 

  • 8.

    voor inkoop- en aanbestedingsprocedures zal – met inachtneming van de Gids Proportionaliteit – bij de in § 5.5.2 genoemde drempelbedragen de daar genoemde procedures worden gehanteerd, tenzij blijkt dat dit niet aansluit bij het type inkoop en het karakter van de markt waarin de ondernemers opereren. In dat geval kan ook gekozen worden voor een andere procedure (in de tabel aangegeven met een oranje kleur) (§ 5.5.2);

 

  • 1.

    bij II-B diensten onder de Europese drempelbedragen en bij II-B diensten boven de Europese drempelbedragen zonder grensoverschrijdend belang, wordt op basis van objectieve gronden gekozen voor een onderhandse procedure, een nationaal openbare procedure of een Europese procedure (§ 5.7).

1. INLEIDING 

1.1 Aanleiding 

Op 1 april 2013 is de Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Tegelijkertijd traden ook het Aanbestedingsbesluit, de Gids Proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement voor werken 2012 (ARW 2012) in werking. De Aanbestedingswet implementeert de Europese aanbestedingsrichtlijnen[2] en vervangt het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO) en de Wet implementatie rechtsbescherming aanbestedingen (Wira). In de Aanbestedingswet wordt via een algemene maatregel van bestuur (het Aanbestedingsbesluit) een tweetal richtsnoeren verplicht gesteld: de Gids Proportionaliteit en (voor aanbestedingen voor werken onder de Europese drempels) het ARW 2012.

 

In de Aanbestedingswet 2012 zijn in deel 1 algemene bepalingen opgenomen, zowel voor aanbestedingen boven als onder de Europese drempels. Sommige van die bepalingen vergen, evenals de genoemde richtsnoeren, nader beleid. Reden waarom het afgestemd regionaal inkoopbeleid moet worden aangepast.

 

Nu in de Aanbestedingswet ook bepalingen zijn opgenomen voor aanbestedingen onder de Europese drempels, gelden, meer nog dan in de oude situatie, de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht ook voor die aanbestedingen. Kort gezegd gaat het hier om gelijke behandeling, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit.

 1.2 Samenhang regionaal inkoopbeleid en lokaal inkoopbeleid 

De regering heeft in de Aanbestedingswet via artikel 4.28 een voorziening opgenomen waardoor zij – indien uit een evaluatie van de aanbestedingspraktijk blijkt dat de nieuwe wetgeving tot onvoldoende uniformering heeft geleid – nadere procedurele regels kan stellen om een uniforme wijze van aanbesteding af te dwingen.

 

Het ligt daarom voor de hand - gezien deze nadrukkelijk intentie van de wetgever om te streven naar een uniformering van de aanbestedingspraktijk [3] - om dit inkoopbeleid inclusief het inkoophandboek van toepassing te verklaren op zowel regionale als lokale overheidsopdrachten.

 

De wetgever streeft nadrukkelijk in de nadere regelgeving bij de Aanbestedingswet (denk bijvoorbeeld aan ‘de Gids Proportionaliteit’) tot het bevorderen van een zo breed mogelijke toepassing van uniforme procedures. Verder is door de regering een convenant gesloten met de VNG om aan de hand van flankerend beleid deze uniformering te stimuleren[4]. Op basis van dit convenant heeft de VNG een model inkoopbeleid en de model algemene inkoopvoorwaarden ontwikkeld. Het VNG model inkoopbeleid is in dit inkoopbeleid verwerkt.

 

Met deze uitgangspunten is dan ook bij de opzet van het inkoophandboek rekening gehouden. In een uniforme ‘voorfase’ worden alle belangrijke aspecten van de Aanbestedingswet en onderliggende regelgeving behandeld, waardoor een individuele medewerker tot een gedegen en objectieve en rechtmatige keuze kan komen voor een aanbestedingsprocedure. Door deze aanpak wordt er – los van een eventueel gebruik van de afwijkingsbevoegdheid (zie paragraaf 3.2) – geen onderscheid meer gemaakt tussen bijvoorbeeld regionale of lokale aanbestedingsdrempels. Met deze aanpak is voor alle deelnemers in de iSGV de uitleg van de aanbestedingsregels gelijk.

Deze aanpak biedt bovendien het voordeel om als deelnemers in de iSGV gezamenlijk te werken aan de verplichting om zorg te dragen voor het leveren van zoveel mogelijk ‘maatschappelijke waarde’ bij de inzet van publieke middelen. Deze verplichting is neergelegd in artikel 1.4 van de nieuwe Aanbestedingswet. Het begrip omvat - blijkens de toelichting – naast de gebruikelijke toe te passen sociale en milieuvoorwaarden, ook het creëren van de mogelijkheid voor innovatieve toepassing bij de uitvoering van overheidsopdrachten. Op dit moment wordt binnen de deelnemers in de iSGV aan de onderlinge samenhang van deze drie aspecten gewerkt. Op het gebied van de sociale voorwaarden is daarbinnen reeds een gezamenlijk aanpak ontwikkeld in de vorm van een zogenaamde bouwblokkenmethode. Het ligt dan ook voor de hand dit binnen het (regionale) inkoophandboek verder door te ontwikkelen.

 

Tot slot dient opgemerkt te worden dat de opzet van dit beleidsmodel elke deelnemer in de iSGV de mogelijkheid biedt om bij bestuurlijke goedkeuring er voor te kiezen dit algemene regionaal afgestemde inkoopbeleid integraal van toepassing te verklaren en te hanteren als ware het lokaal inkoopbeleid. Door gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid in dit inkoopbeleid (paragraaf 3.2) kan namelijk altijd voor een lokale aanbesteding van leveringen en diensten of lokale aanbestedingen van werken worden afgeweken van dit inkoopbeleid.

Deze afwijking op het inkoopbeleid heeft meestal betrekking op de eigen specifiek inhoudelijke (en daarmee beleidsmatige) afwegingen binnen de eigen (lokale) overheidsopdracht.

Aan deze eigen inhoudelijke afweging kan een andere (meer toepasselijke) inkoopprocedure zijn verbonden die afwijkt van de in eerste instantie voorgeschreven procedure uit dit inkoopbeleid. Deze keuze(s) dient(en) in het kader van de verplichting om te komen tot een objectieve keuze voor een aanbestedingsprocedure wel in het aanbestedingsdossier specifiek met (afhankelijk van de opdracht met bestuurlijke) goedkeuring te worden opgenomen .

 

  • Regionaal

    INKOOPHANDBOEK

 

  • toe te passen

    INKOOPPROCEDURES

 

  •  

    Uitwerking en

    uniforme uitleg van de

    regels van de nieuwe

    aanbestedingswet

     

 

  •  

    Objectieve

    keuze voor een

    aanbestedings-

    procedure

 

  • Enkelvoudig onderhands

 

  • Meervoudig onderhands

 

  • Nationaal openbaar

 

  • Europese procedure

 

 2. DOELSTELLINGEN INKOOPBELEID 

Inkoop en aanbesteden zijn belangrijke en risicovolle processen voor aanbestedende diensten. De deelnemers in de iSGV hebben de verantwoordelijkheid deze processen op een rechtmatige, integere en doelmatige wijze uit te voeren. Dit vereist een zorgvuldige aanpak. De deelnemers in de iSGV dienen daarbij niet alleen rekening te houden met financiële, maar ook met politieke, juridische en kwalitatieve aspecten. Bij inkoop en aanbesteden wordt gemeenschapsgeld aangewend. Teneinde de risico's zoveel mogelijk te beperken is het noodzakelijk om te beschikken over heldere en eenduidige kaders en een daarvan afgeleide werkwijze.

Door het vaststellen van een inzichtelijk beleid kan er voor gezorgd worden dat bewust omgegaan wordt met Europese regelgeving en er extra aandacht wordt geschonken aan integer, doelmatig en doeltreffend inkopen en aanbesteden. De deelnemers in de iSGV hebben uiteraard zelf voordeel bij een doordacht inkoop- en aanbestedingsbeleid. Een efficiënt ingerichte en uitgevoerde inkoop- en aanbestedingsorganisatie kan door de verbeteringen van de kwaliteit van opdrachten en bestekken, enerzijds leiden tot het – zeker voor overheden - algemeen wenselijk geacht maatschappelijk verantwoord inkopen. Anderzijds leidt het tot een professionele inkoop en daarmee tot het verkrijgen van optimale prijs/kwaliteit verhouding.

 

Op basis van bovenstaande kunnen de volgende doelstellingen voor het regionaal afgestemde inkoop- en aanbestedingsbeleid worden geformuleerd:

  • 1.

    Rechtmatig inkopen: het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving op het terrein van inkopen en aanbesteden, zodat risico's van claims en gerechtelijke procedures zoveel mogelijk worden beperkt.

  • 2.

    Doelmatig en doeltreffend inkopen: kopen tegen een juiste prijs/kwaliteits-verhouding waarbij het inkoopproces en/of aanbestedingsproces op een transparante, objectieve en integere wijze plaatsvindt. De kosten staan in redelijke verhouding tot de opbrengsten en het beheersen en verlagen van de gemeentelijke middelen staat centraal. De deelnemers in de iSGV houden daarbij in het oog dat er voldoende toegang is voor ondernemers tot gemeentelijke opdrachten.

  • 3.

    Creëren maatschappelijke waarde: maatschappelijk verantwoord inkopen. Op grond van artikel 1.4 lid 2 Aanbestedingswet moet de aanbestedende dienst zorg dragen voor het leveren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen. Naast een sociale component kan hieronder ook worden verstaan de kwalitatieve aspecten van de gunning of duurzaamheid en innovatie.

  • 4.

    Een integere, betrouwbare, zakelijke en professionele inkoper en opdrachtgever zijn: professionaliteit houdt in dat op bewuste en zakelijke wijze wordt omgegaan met inkoop. Het streven naar professioneel opdrachtgeverschap komt tot uitdrukking in een betrokkenheid bij de inkoopambitie, slagvaardige besluitvorming, adequaat risicomanagement, vertrouwen in de contractant en in wederzijds respect tussen de deelnemers in de iSGV en de contractant.

  • 5.

    Administratieve lastenverlichting: zowel de deelnemers in de iSGV als ondernemers verrichten vele administratieve handelingen tijdens het inkoopproces. De deelnemers in de iSGV verlichten deze lasten door bijvoorbeeld een efficiënt inkoopproces uit te voeren en door het toepassen van zoveel mogelijk uniforme procedures binnen de regio.

 

Om deze doelstellingen te realiseren zijn juridische, maatschappelijke  en economische uitgangspunten vastgelegd in dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid. Deze uitgangspunten zijn in de volgende hoofdstukken uitgewerkt.

 3. JURIDISCHE UITGANGSPUNTEN 

3.1 Algemeen juridisch kader 

Aanbestedende diensten zijn verplicht tot naleving van nationale en Europese wet- en regelgeving. Uitzonderingen op (Europese) wet- en regelgeving zullen door de deelnemers in de iSGV restrictief worden uitgelegd en toegepast om te voorkomen dat het toepassingsbereik van deze wet- en regelgeving wordt uitgehold.

 

Aanbestedingswet

Op 1 april 2013 is de Aanbestedingswet in werking getreden. Deze nieuwe wet implementeert de Europese Aanbestedingsrichtlijn en biedt één kader voor overheidsopdrachten boven- en onder de Europese drempelwaarden en de rechtsbescherming bij (Europese) aanbestedingen. De Aanbestedingswet vervangt het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO) en de Wet implementatie rechtsbescherming aanbestedingen (Wira).

In de Aanbestedingswet wordt via een algemene maatregel van bestuur (het Aanbestedingsbesluit) een aantal richtsnoeren verplicht gesteld: de Gids Proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement voor Werken 2012 (ARW 2012). Schematisch ziet dit er als volgt uit:

        

In de Aanbestedingswet (met name in deel 1) en de bijbehorende richtsnoeren is een aantal zaken opgenomen dat nader beleid vergt. Dat wordt in dit inkoopbeleid ingevuld.

 

De Gids Proportionaliteit biedt het kader voor invulling van het begrip proportionaliteit. De Gids is van toepassing op aanbestedingen boven en onder de Europese drempelwaarden. De Gids kent een aantal voorschriften voor de aanbestedende diensten. Voor zowel de voorschriften uit de Gids, als de bijbehorende tekst geldt: ‘pas toe of leg uit’. Dat wil zeggen dat de voorschriften en de tekst moeten worden toegepast en dat afwijkingen gemotiveerd moeten worden.

 

Aanbestedingsreglement voor Werken 2012 (ARW 2012): Het ARW 2012 kent twee sporen. Ten eerste de Europese aanbesteding van werken en ten tweede de aanbesteding van werken onder de Europese drempelwaarden. Via de Aanbestedingswet en het Aanbestedingsbesluit is het ARW 2012 verplicht voor aanbestedingen onder de Europese drempelwaarden. Ook hier geldt het ‘pas toe of leg uit’ principe (‘comply or explain’). Het ARW 2012 is ook geschikt voor aan werken gerelateerde leveringen en diensten. De verplichting om het ARW 2012 te gebruiken onder de Europese drempels geldt echter niet voor deze leveringen en diensten.

 

Boven de Europese drempelwaarden is het ARW 2012 alleen verplicht voor de rijksoverheid. Decentrale overheden kunnen het ARW 2012 ook van toepassing verklaren. Bij de deelnemers in de iSGV werd het vorige ARW (2005) ook al toegepast boven en onder de Europese drempels. Gelet hierop is het logisch ook het ARW 2012 van toepassing te verklaren voor aanbestedingen boven de Europese drempels, met uitzondering van de aan werken gerelateerde leveringen en diensten omdat daarvoor het ARW 2012 onder de Europese drempels ook niet verplicht is.

 

De deelnemers in de iSGV verklaren het ARW 2012, met uitzondering van de bepalingen inzake de aan werken gerelateerde leveringen en diensten, ook van toepassing op al hun aanbestedingen op het gebied van werken boven de Europese drempelwaarden. Daarbij geldt ook het ‘pas toe of leg uit’ principe. Dat wil zeggen dat afwijken is toegestaan, mits gemotiveerd.

 3.2 Afwijkingsbevoegdheid 

Afwijkingen van dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn slechts mogelijk en toegestaan op basis van een deugdelijk gemotiveerd besluit van het bevoegde bestuursorgaan en voor zover een en ander op basis van de geldende wet- en regelgeving mogelijk is.

 3.3 Uniforme procedures en documenten 

De deelnemers in de iSGV streven er naar om uniforme procedures en documenten te hanteren, tenzij een concreet geval dit niet toelaat. Uniformiteit in de uitvoering draagt eraan bij dat ondernemers weten waar ze aan toe zijn en regionaal gezien niet steeds met verschillende procedureregelingen worden geconfronteerd. Daarom werken de deelnemers in de iSGV dit inkoopbeleid uit in een inkoophandboek, waarin eenduidige procedures, richtlijnen, hulpmiddelen en standaarddocumenten zijn opgenomen voor het daadwerkelijk inkopen van leveringen, diensten en werken. Het inkoophandboek is te gebruiken voor regionale en lokale aanbestedingen en wordt interactief via de website van de iSGV gefaciliteerd. Daar waar mogelijkheden zijn voor lokale afwijkingen wordt dit in het inkoophandboek meegenomen.

Door het gebruik van het inkoophandboek en de daarin opgenomen standaarddocumenten streven de deelnemers in de iSGV er naar om een constante kwaliteit richting de verschillende ondernemers uit te stralen.

Vanuit economische overwegingen zal het inkoophandboek alleen toegankelijk zijn voor de deelnemers in de iSGV.

 

Een onderdeel van het aanvullend beleid op de Aanbestedingswet, dat nog wordt ontwikkeld door het ministerie van Economische zaken is het richtsnoer leveringen en diensten. Daarin worden de procedures voor leveringen en diensten uitgewerkt. Het is niet verplicht om te gebruiken. De deelnemers in de iSGV gebruiken het richtsnoer niet, omdat zij het inkoophandboek hebben ontwikkeld en daarmee uniforme procedures en documenten worden gehanteerd.

 

De deelnemers in de iSGV gebruiken het inkoophandboek. Afwijking is mogelijk door een deugdelijk gemotiveerd besluit op te nemen in het aanbestedingsdossier.  

 3.4 Grensoverschrijdend belang 

Voorafgaand aan inkoop vindt een objectieve toets plaats of sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang. Bij overheidsopdrachten met een duidelijk grensoverschrijdend belang passen de deelnemers in de iSGV de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht toe. Overheidsopdrachten met een duidelijk grensoverschrijdend belang zijn overheidsopdrachten waarbij buiten Nederland gevestigde ondernemers interesse hebben of kunnen hebben. Dit kan blijken uit de uitgevoerde marktverkenning/marktconsultatie.

 

Of een overheidsopdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang heeft, zal afhangen van verschillende omstandigheden, zoals de waarde van de opdracht, de aard van de opdracht en de plaats waar de opdracht moet worden uitgevoerd.

 

Voor overheidsopdrachten met een duidelijk grensoverschrijdend belang, zullen de deelnemers in de iSGV een passende mate van openbaarheid in acht nemen. Dit vloeit voort uit het transparantiebeginsel.

 4. MAATSCHAPPELIJKE UITGANGSPUNTEN 

4.1 Integriteit 

  • 1.

    De deelnemers in de iSGV stellen bestuurlijke en ambtelijke integriteit voorop.

    • 1.

      De bestuurders en ambtenaren houden zich aan de vastgestelde gedragscodes. Zij handelen zakelijk en objectief, waardoor bijvoorbeeld belangenverstrengeling wordt voorkomen.

    • 2.

       

    • 3.

      b. De deelnemers in de iSGV contracteren enkel met integere ondernemers.

      • 1.

        De deelnemers in de iSGV willen enkel zaken doen met integere ondernemers die zich niet bezighouden met criminele of illegale praktijken. Een toetsing van de integriteit van ondernemers is bij inkoop (en aanbesteding) in beginsel mogelijk, bijvoorbeeld door de toepassing van uitsluitingsgronden of het hanteren van de ‘Gedragsverklaring Aanbesteden’. 

4.2 Maatschappelijke waarde en bijzondere uitvoeringsvoorwaarden 

In artikel 2.80 van de Aanbestedingswet is de mogelijkheid gecreëerd om bijzondere voorwaarden te stellen aan de uitvoering van een overheidsopdracht, mits de voorwaarden verenigbaar zijn met het EG-Verdrag en mits de bijzondere voorwaarden in de aankondiging of de aanbestedingsstukken zijn vermeld. De voorwaarden moeten verband houden met het onderwerp van de opdracht en altijd in overeenstemming zijn met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel.

 

Deze bijzondere voorwaarden kunnen verband houden met sociale of milieuoverwegingen. Zij kunnen met name ten doel hebben de beroepsopleiding op de werkplek of de arbeidsparticipatie van moeilijk in het arbeidsproces te integreren personen te bevorderen, de werkloosheid te bestrijden of het milieu te beschermen.

 

Bijzondere voorwaarden worden als contractsbepaling opgenomen. De inschrijver moet vooraf akkoord gaan met de bijzondere voorwaarden van het contract. Doet hij dat niet, dan zal zijn inschrijving worden afgewezen. Wanneer tijdens de uitvoering van het contract blijkt dat de inschrijver niet voldoende uitvoering geeft aan de bijzondere voorwaarden, dan is er sprake van schending van deze contractuele verplichting en kan naleving worden geëist, schadevergoeding worden gevraagd, of het contract worden ontbonden. Uiteraard tenzij buiten schuld van de opdrachtnemer niet aan de voorwaarden kon worden voldaan.

 

De wetgever heeft in de nieuwe aanbestedingswet (artikel 1.4) ook het begrip ‘maatschappelijke waarde’ geïntroduceerd bij de inzet van publieke middelen. Door de wetgever is niet expliciet aangegeven hoe aan dit begrip inhoud dient te worden gegeven bij het aangaan van overheidsopdrachten. Wel is duidelijk uit de toelichting op de aanbestedingswet dat social return maatregelen, milieuoverwegingen en innovatie als bijzondere uitvoeringsvoorwaarden onderdeel uit maken van dit te ontwikkelen pakket van maatregelen. Aanbestedende diensten zijn verder vrij in de wijze waarop zij hieraan invulling geven. De bouwblokkenmethode social return – die reeds door de regiogemeenten is vastgesteld - geeft daar ten aanzien van de sociale aspecten bij het creëren van maatschappelijke waarde al een eerste duidelijke invulling aan. (De bouwblokkenmethode zoals die er op dit moment uitziet wordt in zijn geheel toegelicht in het regionale plan van aanpak in bijlage 1).

 

In het kader van de verplichte toepassing van het nieuwe begrip maatschappelijke waarde zal de bouwblokkenmethode social return echter onderdeel moeten gaan uitmaken van een bredere aanpak bij het creëren van deze ’maatschappelijke waarde’. Zo zullen de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden op het gebied van het milieu eveneens onderdeel moeten gaan uitmaken van de bouwblokkenmethode . Bij de uitwerking hiervan zal overigens aangesloten worden bij de algemeen geldende criteria toegesneden op de relevante branche en opgesteld door het Agentschap NL.

 

Tevens zal naast de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden op zowel het gebied van social return en milieu eveneens op een uniforme wijze innovatie gestimuleerd moeten worden binnen aanbestedingen. Innovatief aanbesteden staat daarbij voor een aanbestedingsproces waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van de kennis en innovatiekracht die in de markt aanwezig is. In plaats van dat de aanbestedende dienst alles tot in detail voorschrijft (het ‘traditionele aanbesteden’), wordt aan marktpartijen de ruimte geboden om met eigen oplossingen te komen.

 

Bij innovatiegericht inkopen wordt gezocht naar een innovatieve oplossing of laat de aanbestedende dienst ruimte aan de opdrachtnemer om een innovatieve oplossing aan te bieden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een volledig nieuwe oplossing, maar ook om de verdere ontwikkeling van de eigenschappen van een bestaand ‘product’ waar de gemeente of het gewest om heeft gevraagd. Innovatief aanbesteden kan overigens bij alle fasen van een aanbestedingsprocedure worden toegepast.

 

Gezamenlijk kunnen de deelnemers in de iSGV – daar waar mogelijk – de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden op het gebied van social return, milieu en innovatiegericht inkopen (en aanbesteden) aanmoedigen binnen een verder uit te ontwikkelen ‘bouwblokkenmethode voor maatschappelijke waarde’.

Belangrijk is daarbijdat als uitgangspunt bij aanbestedingen geldt dat de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden in het kader van de beoordeling van de inschrijvers een reële waardering krijgen en in de contractuele fase objectief en gelijk te duiden zijn voor iedere inschrijver. Door de bijzonder uitvoeringsvoorwaarden in een ‘bouwblokkenmethode voor maatschappelijke waarde’ vooraf (tijdens de aanbesteding)inhoudelijk inzichtelijk te maken, en de toepassing ervantijdens de uitvoering van de opdracht (dus na de aanbesteding)als gezamenlijk inspanningsverplichting tussen leverancier en gemeente/gewest op te leggen, wordt proportionaliteit en toepasselijkheid van deze bijzondere uitvoeringsvoorwaarden op de bewuste opdracht gewaarborgd.

 

Toepassing maatschappelijke waarde als bijzondere uitvoeringsvoorwaarden bij overheidsopdracht

                       

De ‘bouwblokken voor maatschappelijk waarde’ zijn bij het schrijven van dit inkoopbeleid nog in ontwikkeling. Wel is al bekend dat de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden die opgesloten liggen in ‘de bouwblokken voor maatschappelijke waarde’, als een redelijke inspanningsverplichting binnen de contractsbepalingen zullen worden opgenomen. Daarmee zal iedere leverancier zich afhankelijk van de gezamenlijk in te schatten uitvoeringsrisico’s moeten committeren aan de verplichting om mee te werken aan het creëren van zo groot maatschappelijke waarde bij de uitvoering van de aan haar gegunde overheidsopdracht.

 

De deelnemers in de iSGV zullen, wanneer dit mogelijk en zinvol is, kiezen artikel 2.80 toe te passen in de vorm van ‘de bouwblokkenmethode voor maatschappelijke waarde’ om daarmee te voldoen aan de bepalingen uit artikel 1.4 van de nieuwe aanbestedingswet.

 

In alle regiogemeenten zijn burgemeester en wethouders gevraagd om akkoord te gaan met de keuze van de Bouwblokken aanpak voor de regionale invulling van social return. Hiervoor is in elke gemeente separaat een nota ter besluitvorming aangeboden. Zodra de ‘bouwblokkenmethode voor maatschappelijke waarde’ verder is uitgewerkt zal deze eveneens separaat in een nota ter besluitvorming worden aangeboden. De nota kan naar eigen keuze per gemeente worden aangevuld met het voorstel met de wijze waarop lokaal de ‘bouwblokkenmethode voor maatschappelijke waarde’ zal worden geïmplementeerd. Dit is aan de afzonderlijke gemeenten om daar een besluit over te nemen.

 4.3 Lokale economie en MKB 

  • 1.

    De deelnemers in de iSGV hebben oog voor de lokale economie, zonder dat dit tot enigerlei vorm van discriminatie van ondernemers leidt. In gevallen waar een enkelvoudig onderhandse offerteaanvraag en/of een meervoudig onderhandse offerteaanvraag volgens de geldende wet- en regelgeving is toegestaan, kan rekening worden gehouden met de lokale economie en lokale ondernemers. Discriminatie moet daarbij worden voorkomen en de deelnemers in de iSGV moeten niet onnodig regionale, nationale, Europese of mondiale kansen laten liggen. ‘Local sourcing’ kan bijdragen aan de doelmatigheid van de Inkoop.

  • 2.

    In een door de Tweede Kamer aangenomen motie is de regering verzocht zorg te dragen voor de gunning van 30% van het aantal aanbestedingen aan het midden- en kleinbedrijf (MKB) met toepassing van het ‘pas toe of leg uit’ adagium. Dit betekent dat aanbestedende diensten ieder afzonderlijk naar die 30% moeten streven. De definitie van het MKB die hiervoor gebruikt wordt is een bedrijf bestaande uit 0-100 werknemers. Aangezien de Europese richtlijnen niet toestaan dat een deel van de opdrachten wordt voorbehouden aan het MKB zullen aanbestedende diensten dit streefaantal moeten bereiken door het stellen van minder of lagere eisen en door kleinere opdrachten in de markt te zetten. Op deze wijze heeft het MKB een grotere kans op de opdracht. Er bestaat geen sanctie voor het niet voldoen aan het percentage.

 

  • 1.

    De deelnemers in de iSGV hebben oog voor het MKB. Uitgangspunt is dat alle ondernemers gelijke kansen moeten krijgen. De deelnemers in de iSGV houden echter bij hun inkoop de mogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf in het oog. Dit kunnen de deelnemers in de iSGV doen door gebruik te maken van percelen in aanbestedingen, het toestaan van het aangaan van combinaties en onderaanneming, het verminderen van de lasten en het voorkomen van het hanteren van onnodig zware selectie- en gunningscriteria.

  • 2.

    De deelnemers in de iSGV houden rekening met de lokale economie en het MKB, zonder dat dit tot enigerlei vorm van discriminatie leidt.

 

 4.4 Voorbehoud SW-bedrijven  

De Aanbestedingswet biedt voor het toepassen van sociaal beleid een mogelijkheid in artikel 2.82. De aanbestedende dienst kan de deelneming aan een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht of de uitvoering daarvan voorbehouden aan sociale werkplaatsen indien de meerderheid van de betrokken werknemers personen met een handicap zijn die wegens de aard of ernst van hun handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitvoeren. Dit betekent niet dat de aanbestedende dienst vooraf mag onderhandelen met één SW-bedrijf. De opdracht zal binnen de specifieke doelgroep van SW-bedrijven in concurrentie moeten worden aanbesteed.

 

De deelnemers in de iSGV zullen, wanneer dit mogelijk is, overwegen of van de mogelijkheid van artikel 2.82 Aanbestedingswet gebruik wordt gemaakt. De uiteindelijke keuze zal gemotiveerd worden vastgelegd.

 4.5 Toelichting op het begrip maatschappelijker waarde 

Voor de nadere duiding van het begrip maatschappelijke waarde wordt in eerste instantie aansluiting gezocht bij de z.g. bouwblokken methode. Zie hiervoor bijlage 1.

Daarnaast kan in de uitwerking van maatschappelijke waarde meer concreet nog aan de volgende elementen worden gedacht, welke in de weging meegenomen kunnen worden:

  • 1.

    Daar waar van toepassing is wordt een social return gevraag op werken diensten en leveringen boven de euro 100.000. De opdrachtnemer kan zelf een pakket maatregelen samenstellen dat uiteindelijk een waarde representeert van tenminste 5% van de opdrachtsom.

  • 2.

    Om innovatie te bevorderen wordt, daar waar mogelijk en zinvol is, een functionele uitvraag naar de markt gedaan. Ook is het mogelijk in dit kader een marktverkenning uit te voeren. Gedacht kan hierbij worden aan vermindering van energieverbruik, beperking gebruik grondstoffen, vergroting van de duurzaamheid en alternatieve uitvoeringswijzen.

  • 3.

    De BEL Combinatie hanteert in haar inkoop beleid de uitgangspunten van Fairtrade. Aan leveranciers wordt gevraagd op welke wijze zij de Fairtrade gedachte in hun organisatie vertalen.

  • 4.

    Indien gebruik gemaakt wordt van de ‘economisch meest voordelige inschrijving’ (EMVI) als criterium, wordt de bepaling van de lifecycle costs daar een onderdeel van. Daarnaast kunnen, daar waar van toepassing, ook de volgende elementen meegenomen worden in de weging: 

    • 1.

      Hergebruik van materiaal (materiaal is hergebruikt materiaal)

    • 2.

      Het gebruikte materiaal is recyclebaar (vast te stellen percentage)

    • 3.

      Gestreefd wordt naar een beperking van het CO2 gebruik. Daar waar van toepassing zal een streef percentage aangegeven worden.

    • 4.

      Aan leveranciers wordt gevraagd een verkorte MVO scan in te vullen. Te vinden onder de volgende URL: www.vmgc.nl .

 

Bij de keuze van de aanbestedingsvorm wordt aandacht gegeven aan deze elementen. Daarbij wordt het niet toepassen toegelicht.

5. ECONOMISCHE UITGANGSPUNTEN

 5.1 Productanalyse en marktverkenning 

  • 1.

    Inkoop vindt plaats op basis van een voorafgaande productanalyse en marktanalyse,tenzij dit gelet op de waarde of de aard van de opdracht niet wordt gerechtvaardigd. De deelnemers in de iSGV achten het van belang om de markt te kennen door – daar waar dit toegevoegde waarde heeft en indien mogelijk – een productanalyse en marktanalyse uit te voeren. Een productanalyse leidt tot inzicht in de aard van het ‘product’ en de relevante markt(vorm).  Een marktanalyse leidt tot het brede inzicht in de relevante markt(vorm); de ondernemers die daarop opereren;  hoe de markt- en mogelijke machtsverhoudingen zijn (bijvoorbeeld: kopers- of verkopersmarkt) en daarnaast eventueel de (on)mogelijkheden voor het uitzetten van de specifieke opdracht  in de onderhavige markt.

  • 2.

     

  • 3.

    Een productanalyse  kan in eerste instantie op eenvoudige wijze via zogenaamde desk research (bijvoorbeeld via telefonische interviews of via internet) worden uitgevoerd. Een productanalyse gecombineerd met marktanalyse zal  uitgebreider zijn.

  • 4.

    Marktanalyse is feitelijk het combineren van deskresearch met fieldresearch. Deze fieldresearch kan bijvoorbeeld via het op een georganiseerde wijze spreken van diverse marktpartijen (marktverkenning).  Fieldresearch kan ook verder gaan, waarin gezamenlijk met marktpartijen gericht wordt gezocht naar innovatieve oplossingen voor de uit te zetten opdracht (marktconsultatie).

  • 5.

     

  • 1.

    In alle situaties is een gedegen kennis vóóraf van de markt waarop ingekocht van groot belang om de aard en de omvang van de opdracht vast te kunnen stellen en om te kijken of al dan niet mag worden samengevoegd, of juist een opdracht in percelen moet worden opgedeeld. Met de kennis kan dan vervolgens een goede offerteaanvraag worden opgesteld. Om dit te bevorderen zal door de deelnemers in de iSGV bij elke aanbesteding minimaal een productanalyse worden gedaan eventueel aangevuld met een uitgebreidere marktanalyse.

 

 5.2 Onafhankelijkheid en keuze voor de ondernemersrelatie  

De deelnemers in de iSGV achten een te grote (wederzijdse) afhankelijkheid met  ondernemers niet wenselijk. De deelnemers in de iSGV streven naar onafhankelijkheid ten opzichte van ondernemers zowel  voor, tijdens als na de contractperiode. De deelnemers in de iSGV moeten daarbij in beginsel vrij zijn in het maken van keuzes bij hun inkoop (waaronder de keuze van ondernemer(s) en contractant(en), maar ook vanwege de naleving van de (Europese) wet- en regelgeving.

 

Voor en na de contractperiode kan de mate van (on)afhankelijkheid in een ondernemersrelatie onder andere worden beïnvloed door de financiële waarde van de opdracht, mate van concurrentie in de sector (concentratiegraad) en beschikbaarheid van alternatieve ondernemers.

Gedurende de contractperiode kan bij partijen (deelnemende organisaties iSGV en/of ondernemers)  (on)afhankelijkheid ontstaan door de te behalen doelstellingen, productontwikkeling (innovatie) of andere prikkels binnen het contract. Het is daarom gewenst om zowel voor, tijdens als na de contractperiode deze factoren voortdurend te monitoren.

 5.3 Eerlijke mededinging en commerciële belangen 

De deelnemers in de iSGV bevorderen eerlijke mededinging. De betrokken ondernemers moeten een eerlijke kans krijgen om de opdracht gegund te krijgen. Door in principe objectief, transparant, non-discriminatoir en proportioneel te handelen, bevorderen de deelnemers in de iSGV een eerlijke mededinging. Dit zal bijdragen aan het in stand houden van een gezonde marktwerking (ook op de lange termijn). De deelnemers in de iSGV zullen geen ondernemers betrekken in hun inkoopproces die de mededinging vervalsen.

 5.4 Methode voor objectieve keuze toe te laten ondernemers 

Op grond van artikel 1.4 van de Aanbestedingswet moeten de deelnemers in de iSGV op basis van objectieve criteria de keuze bepalen voor de ondernemers die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure. De deelnemers in de iSGV kunnen objectieve criteria toepassen zoals ervaring in de desbetreffende sector, omvang en infrastructuur van de onderneming, technische en professionele vaardigheden of andere elementen. Ook loting is een keuzemogelijkheid, eventueel in combinatie met andere selectiecriteria. Bij een enkelvoudige of meervoudige procedure zullen in ieder geval in de GWW-sector voldoende mogelijke aanvragers op een door de deelnemers in de iSGV op te stellen shortlist moeten worden geplaatst om een adequate mededinging te garanderen. Ook kunnen de deelnemers in de iSGV gebruik maken van systemen waarbij een lijst van potentieel gekwalificeerde ondernemers wordt opgesteld. De deelnemers in de iSGV kunnen dan naderhand, bij de plaatsing van individuele opdrachten,uit de lijst van gekwalificeerde ondernemers op niet-discriminerende wijze ondernemers selecteren die worden uitgenodigd een offerte in te dienen (bv. door toepassing van een rouleersysteem).

 

De deelnemers in de iSGV werken de objectieve criteria voor de keuze van de toe te laten ondernemer(s) uit in het inkoophandboek.

 5.5 Bepalen van de inkoopprocedure 

  • 1.

    Ingevolge de Aanbestedingswet moet de aanbestedende dienst een bewuste keuze maken over de wijze waarop hij een opdracht in de markt wil zetten. Bij een aanbesteding boven de Europese drempelwaarden is de keuze beperkt tot in de wet toegestane procedures, maar binnen de gegeven mogelijkheden dient wel een bewuste keuze gemaakt te worden.  

5.5.1 Objectieve gronden voor keuze procedure 

In de Gids Proportionaliteit is ten aanzien van de keuze voor de procedure voorschrift 3.4A opgenomen, waarin wordt aangegeven dat de aanbestedende dienst bij de keuze van de procedure in ieder geval de volgende aspecten moet betrekken:

  • 1.

    omvang van de opdracht (duur in samenhang met financiële aspecten)

  • 2.

    transactiekosten voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers

  • 3.

    aantal potentiële inschrijvers

  • 4.

    gewenst eindresultaat

  • 5.

    complexiteit van de opdracht

  • 6.

    type van de opdracht en het karakter van de markt.

 

Ten slotte kunnen ook de volgende aspecten nog een rol spelen:

  • 1.

    baten en lasten van een bepaalde procedure

  • 2.

    kenmerken van de sector (bv. omvang en structuur van de markt, handelspraktijken, enz.)

  • 3.

    geografische ligging van de plaats van de uitvoering

 5.5.2 Drempelwaarden  

  • 1.

    Naast de objectieve gronden uit § 5.4.1 kunnen ook drempelbedragen richtinggevend zijn voor het bepalen van de te gebruiken procedure. In de Gids Proportionaliteit is met kleurenschema´s aangegeven bij welk bedrag een bepaalde procedure (met name onder de Europese drempels) proportioneel is.

  • 2.

    De deelnemers in de iSGV zullen – met inachtneming van de Gids Proportionaliteit – voor inkoop- en aanbestedingstrajecten bij de onderstaande bedragen de daar genoemde procedures hanteren, tenzij blijkt dat dit niet aansluit bij het type inkoop en het karakter van de markt waarin de ondernemers opereren. In dat laatste geval kunnen de deelnemers in de iSGV ook kiezen voor een andere procedure, aangezien het voor bepaalde inkopen niet te kwantificeren is in een vast bedrag.

  

  • 1.

    LEVERINGEN EN DIENSTEN

  • 2.

    (en aan werken gerelateerde leveringen en diensten)

  • 3.

     

 

enkelvoudig

meervoudig

nationaal openbaar

Europees

0-50.000

voorkeur

motiveren

nee

nee

50.000 – 70.000

motiveren

voorkeur

nee

nee

70.000 - 100.000

nee

voorkeur

motiveren

nee

100.000 – Europese drempel

nee

motiveren + bestuurlijke toestemming

voorkeur

motiveren + bestuurlijke toestemming

>  Europese drempel

nee

nee

nee

verplicht!

 

NB. De Europese drempel voor leveringen en diensten is tot 31 december 2015: € 207.000. Daarna wordt deze weer voor twee jaar vastgesteld.

WERKEN

 

 

enkelvoudig

meervoudig

nationaal openbaar

Europees

0-50.000

voorkeur

nee

nee

nee

50.000 – 150.000

motiveren

voorkeur

nee

nee

150.000 – 750.000

nee

voorkeur

motiveren + bestuurlijke toestemming

nee

750.000 –

1.500.000

nee

voorkeur

motiveren

nee

1.500.000 –

3.000.000

nee

motiveren + bestuurlijke toestemming

voorkeur

nee

3.000.000 – Europese drempel

nee

nee

voorkeur

motiveren + bestuurlijke toestemming

>  Europese

drempel

nee

nee

nee

verplicht

NB. De Europese drempel voor werken is tot 31 december 2013: € 5.000.000. Daarna wordt deze weer voor twee jaar vastgesteld.

  • 1.

    Toelichting bij de tabellen:

  • 2.

     

 

  • 1.

    Voorkeursprocedure à de motivering kan rechtstreeks afgeleid worden uit het inkoopbeleid. In het aanbestedingsdossier kan daarvoor direct naar verwezen worden.

 

 

 

  • 1.

    Motiveren à de motivering kan niet rechtstreeks uit het inkoopbeleid worden afgeleid. De keuze voor deze procedure moet nader onderbouwd worden (bv. aan de hand van voorschrift 3.4A van de Gids Proportionaliteit). Uitgelegd moet worden dat met betrekking tot deze specifieke opdracht het meer proportioneel is om de deze procedure toe te passen. Dit moet specifiek in het aanbestedingsdossier worden uitgelegd.

 

 

 

  • 1.

    Motiveren + bestuurlijke toestemming à de motivering kan niet rechtstreeks uit het inkoopbeleid worden afgeleid. De keuze voor deze procedure moet nader onderbouwd worden (bv. aan de hand van voorschrift 3.4A van de Gids Proportionaliteit). Uitgelegd moet worden dat met betrekking tot deze specifieke opdracht het meer proportioneel is om de deze procedure toe te passen. Dit moet specifiek in het aanbestedingsdossier worden uitgelegd. Bovendien dient het besluit om deze procedure toe te passen te worden voorgelegd aan het bevoegde bestuursorgaan. Vanwege de aard van het onderwerp, het bedrag, of de politieke gevoeligheid. De toestemming van het bestuurorgaan om de andere procedure toe te passen moet in het aanbestedingsdossier worden opgenomen. Het heeft de voorkeur de bestuurlijke toestemming te vergezellen van een inkoopadvies.

 

 

 

  • 1.

    Nee à deze procedure is niet toegestaan omdat het of niet proportioneel geacht wordt, of omdat het wettelijk niet in toegestaan.

 5.6 Raming en financiële budgetten 

Inkoop vindt plaats op basis van een deugdelijke en objectieve vooraf- gaande schriftelijke raming van de opdracht. De raming is ook van belang om de financiële haalbaarheid van de opdracht te bepalen. De deelnemers in de iSGV willen immers niet het risico lopen dat zij verplichtingen aangaat die zij niet kan nakomen.

 5.7 Beleid voor II-B diensten 

De Aanbestedingswet onderscheidt II-A en II-B diensten. II-B diensten zijn aangemerkt als diensten die geen bijdrage leveren aan de eenwording van de interne markt omdat de diensten door nationale dienstverleners (moeten) worden uitgevoerd. Voor II-B diensten geldt een verlicht aanbestedingsregime, terwijl voor II-A diensten het normale aanbestedingsregime geldt. De Aanbestedingswet verwijst voor de lijst met II-B diensten naar de Europese aanbestedingsrichtlijn. In bijlage 2 bij dit inkoopbeleid is een lijst met II-A en II-B diensten opgenomen.

 

In de jurisprudentie van het Europese Hof is toch onderscheid gemaakt tussen II-B diensten met en II-B diensten zonder duidelijk grensoverschrijdend belang. Het Hof neemt als uitgangspunt dat II-B diensten geen grensoverschrijdend belang hebben, maar sluit niet uit dat in een specifiek geval toch sprake kan zijn van een duidelijk grensoverschrijdend belang. In dat geval moet dan toch voorafgaande publicatie plaatsvinden.

 

Per geval moet bekeken worden of een opdracht voor een II-B dienst interessant is voor marktpartijen uit andere lidstaten en of zij – gelet op de aard van de opdracht – een reële kans maken de opdracht te krijgen. Een duidelijk grensoverschrijdend belang kan liggen in:

  • 1.

    de aard van de opdracht of

  • 2.

    de (geografische) plaats van uitvoering of

  • 3.

    in de waarde van de opdracht.

 De wijze waarop een II-B procedure verder wordt vormgegeven is geheel aan de aanbestedende dienst. Het is toegestaan hier een enkelvoudig of meervoudig onderhandse procedure voor te hanteren, maar uiteraard is ook een nationale of Europese procedure toegestaan. Ook bij II-B procedures dienen ondernemers objectief en transparant geselecteerd te worden. 

  • 1.

    Bij II-B diensten onder de Europese drempelbedragen en bij II-B diensten boven de Europese drempelbedragen zonder grensoverschrijdend belang, kiezen de deelnemers in de iSGV op basis van objectieve gronden voor een onderhandse procedure, een nationaal openbare procedure, of een Europese procedure.

 

   BIJLAGEN

Bijlage 1 Regionaal plan van aanpak Bouwblokkenmethode 

De opdrachtgever heeft gekozen om in deze aanbesteding Social Return als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde op te nemen, waarbij de “bouwblokken methode” wordt gehanteerd. Kenmerkend voor deze aanpak is de “bouwblokken”-structuur met een transparante waardebepaling. Dit heeft als voordeel dat uit meerdere manieren gekozen kan worden de Social Return verplichting in te vullen en dat vooraf van iedere activiteit bekend is wat de waarde is.

 

De inschrijver verplicht zich om bij gunning 5% van de gefactureerde opdrachtsom aan te wenden voor Social Return activiteiten. De activiteiten mogen in de opdracht worden uitgevoerd maar ook in de bedrijfsvoering van de opdrachtnemer of bij een onderaannemer of toeleverancier. Voorwaarde is wel dat het een nieuwe, aanvullende activiteit betreft en dat deze activiteit alleen bij deze gemeente wordt opgegeven. Bestaande of al eerder uitgevoerde activiteiten worden niet meegenomen.

 

De Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het nakomen van zijn Social Return-verplichtingen (ook indien de activiteiten bij bijv. een toeleverancier worden uitgevoerd).

De Social Return Officer (SRO) van de opdrachtgever adviseert en faciliteert de Opdrachtnemer bij de invulling van Social Return. De Opdrachtnemer kan zelf, in samenspraak met de SRO, de verschillende Social Return-inspanningen combineren in een voor hem optimale mix. De Opdrachtnemer weet vooraf welke waarde aan de verschillende inspanningen wordt toegekend.

 

Inspanningswaarde Social Return

Om de waarde van de inspanningen met betrekking tot de Social Return-verplichting te kunnen meten, wordt de gerealiseerde Social Return-inspanning uitgedrukt in een “relatieve inspanningswaarde”. Deze inspanningswaarde is gebaseerd op de relatieve afstand van de uitkeringsgroep en de inspanning die geleverd moet worden om deze medewerker een jaar in dienst te nemen.

 

Soort en eventueel duur van de uitkering

Inspanningswaarde Social Return (op basis van een jaarcontract fulltime)

< 2 jaar in WWB

€ 30.000,-

> 2 jaar in WWB

€ 40.000,-

< 1 jaar in WW

€ 10.000,-

> 1 jaar in WW

€ 15.000,-

WIA / WAO

€ 30.000,-

Wajong

€ 35.000,-

55+

€ 5.000,- extra op bovenstaande bedragen

Beroepsbegeleidend (BBL) traject*

€ 10.000,-

Beroepsopleidend (BOL) traject*

€ 5.000,-

WSW (detachering, diensten)

Betaalde rekeningen aan SW-bedrijf

Maatschappelijke activiteit

P.M. (indicatie € 100,- per besteed uur)

 

* Deze activiteit kan alleen worden opgenomen indien de duur van de arbeidsovereenkomst overeenkomt met de eisen die de opleiding aan een overeenkomst stelt

 

Een voorbeeld

De gefactureerde opdrachtsom van een opdracht is bijvoorbeeld € 300.000,-. 5% hiervan is € 15.000,-. De Opdrachtnemer kan voor dit bedrag een “<2 jaar in WWB” voor een half jaar werk bieden of een “> 1 jaar in WW” één jaar werk bieden om te voldoen aan de Social Return-verplichting binnen de overeenkomst.

 

Het social return plan van aanpak

De opdrachtnemer neemt na gunning, binnen 1 week contact op met de regionale SRO. In samenspraak met het SRO wordt door de Opdrachtnemer een plan van aanpak opgesteld op welke wijze de verplichting wordt ingevuld. Het plan bestaat uit de navolgende onderdelen:

  • 1.

    De verwachtte opdrachtsom

  • 2.

    Keuze welke bouwblokken worden ingezet

  • 3.

    Indien door de opdrachtnemer maatschappelijke activiteiten worden ingezet zal vooraf een waarde door de SRO worden bepaald.

  • 4.

    Eventueel tussen evaluaties, inclusief eventuele bewijsstukken

  • 5.

    Eind evaluatie, inclusief eventuele bewijsstukken

  • 6.

    Akkoord Social Return Officer

 

Het resultaat van deze fase is een plan wat concreet en realiseerbaar is. Dit plan is gereed en goedgekeurd door de SRO binnen 6 weken na gunning opdracht. De SRO kan deze termijn schriftelijk verlengen tot maximaal 12 weken.

 Bijlage 2 Onderscheid II-A en II-B diensten 

In de richtlijn 2004/18/EG wordt in bijlage II en onderverdeling gemaakt in II-A ( pg. 49 en 50: http://www.europadecentraal.nl/wp-content/uploads/2013/01/Aanbestedingsrichtlijn-2004-18.pdf) en II-B diensten (pg. 51: http://www.europadecentraal.nl/wp-content/uploads/2013/01/Aanbestedingsrichtlijn-2004-18.pdf)

In artikel 2.38 van de Aanbestedingswet wordt verwezen naar deze bijlage. In de hierboven aangegeven links staan ook de CPV-codes in de bijlagen vermeld.

Hieronder een beperkt overzicht van het onderscheid in II-A en II-B diensten:

II-A Diensten waarop de volledige procedure van toepassing is

II-B Diensten waarop de beperkte procedure van toepassing is

1. Onderhoud en reparatie 2. Vervoer te land, met inbegrip van vervoer per pantserwagen en koerier, met uitzondering van postvervoer 3. Luchtvervoer van passagiers en vracht, met uitzondering van postvervoer 4. Postvervoer te land en door de lucht 5. Telecommunicatie 6. Diensten van financiële instellingen: a) verzekeringsdiensten b) bankdiensten en diensten i.v.m. beleggingen 7. Diensten in verband met computers 8. Onderzoeks- en ontwikkelingswerk 9. Accountants en boekhouders 10. Markt- en opinieonderzoek 11. Advies inzake bedrijfsvoering en beheer van aanverwante diensten 12. Diensten van architecten; diensten van ingenieurs en geïntegreerde diensten van ingenieurs bij kant-en-klaar opgeleverde projecten; diensten in verband met stedenbouw en landschaps¬architectuur; diensten in verband met aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen; diensten voor keuring en controle 13. Reclamewezen 14. Reiniging van gebouwen en beheer van onroerende goederen 15. Uitgeven en drukken, voor een vast bedrag of op contractbasis 16. Straatreiniging en afvalverzameling; afvalwater verzameling en –verwerking en aanverwante diensten

17. Hotels en restaurants

18. Vervoer per spoor

19. Vervoer over water

20. Vervoersondersteunende activiteiten

21. Rechtskundige diensten

22. Arbeidsbemiddeling

23. Opsporen en beveiliging, met uitzondering van vervoer per pantserwagen

24. Onderwijs

25. Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening

26. Cultuur, sport en recreatie

27. Overige diensten

  

[1] De deelnemers in de Inkoopsamenwerking Gooi en Vechtstreek zijn op het moment dat dit beleid is vastgesteld: de gemeenten Bussum, Hilversum, Huizen, Naarden, Weesp, Wijdemeren, de BEL-combinatie, het Gewest Gooi en Vechtstreek en de Brandweer Gooi en Vechtstreek.

[2] Richtlijn 2004/18/EG (klassieke aanbestedingsrichtlijn voor overheden) en Richtlijn 2004/17/EG (aanbestedingsrichtlijn voor Nutssectoren).

[3] Zie de memorie van toelichting op de Aanbestedingswet pagina 7 paragraaf 3.3 Uniformering van de aanbestedingspraktijk.

[4] Zie de memorie van toelichting op de Aanbestedingswet pagina 16 paragraaf 4.2 Uitschrijven procedures.

 

 

Namens deze,