Gemeenteblad van Nissewaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nissewaard | Gemeenteblad 2016, 51791 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nissewaard | Gemeenteblad 2016, 51791 | Beleidsregels |
Gemeente Nissewaard - Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard;
gelet op de bepalingen in de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en het Bijstandsbesluit Zelfstandigen 2004,
Hoofdstuk 1 Bijzondere doelgroepen
Artikel 1.1 Definitie adreslozen
Met adreslozen worden personen bedoeld die niet beschikken over of niet langdurig gebruik maken van zelfstandige huisvesting of van residentiële huisvesting (waaronder ook klinieken en penitentiaire inrichtingen zijn te rekenen). Zij hebben geen onderdak bij familie of vrienden en zij beschikken niet over een adres. Zij leiden een zwervend bestaan en brengen de nacht door op straat, in portieken, openbare gebouwen en ander beschutting biedende plaatsen. Soms brengen zij een beperkt aantal nachten in de nachtopvang door.
Artikel 1.3 Aanvullende inlichtingenplicht adreslozen
Voor de beoordeling van zijn verblijfplaats is de adresloze op grond van artikel 17 van de wet verplicht om desgevraagd aannemelijk te maken dat hij adresloos is, waarvoor minimaal eens per maand schriftelijk conform het door het college gehanteerde adreslozenformulier, wordt medegedeeld in welke straten/plaatsen de belanghebbende in de nachten van de voorgaande maand doorgaans heeft verbleven.
Artikel 1.4 Aanvullende verplichtingen adreslozen
Het college legt op grond van artikel 55 van de wet, de adresloze de verplichting op om:
te verblijven in een opvangvoorziening voor adreslozen, dit in situaties waarbij dit noodzakelijk wordt geacht gezien de omstandigheden van belanghebbende en deze deelneemt aan een voorziening ten behoeve van re-integratie, waarbij de traceerbaarheid bij de deelname aan een concrete voorziening van belang is.
Artikel 2.4 Loonkostensubsidie en scholingsbudget
Op grond van artikel 32 van de Participatieverordening, kan het college aan een werkgever die een uitkeringsgerechtigde in dienst neemt voor de duur van tenminste zes maanden, eenmalig een budget verstrekken ter hoogte van maximaal € 7.000,- als loonkostensubsidie en/of scholingsbudget, ten behoeve van het vervullen van de functie.
Indien het dienstverband binnen zes maanden eindigt, vindt betaling van de vergoeding naar rato plaats voor geheel gewerkte maanden. Indien binnen deze maanden de werkgever het scholingsbudget (aantoonbaar) heeft aangewend en de (voormalig) uitkeringsgerechtigde de ingezette scholing heeft afgerond, behoeft het verstrekte scholingsbudget door de werkgever niet te worden terugbetaald.
Hoofdstuk 3 Inkomsten en Middelen
Artikel 3.1.3. Vrijlating inkomsten alleenstaande ouder
Het college maakt geen gebruik van de wettelijke mogelijkheid als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder r van de wet, artikel 8, vijfde lid Ioaw en artikel 8, negende lid Ioaz, omdat deze arbeid niet gezien wordt als bijdragend aan de arbeidsinschakeling.
Kamerhuurder is de persoon die zijn hoofdverblijf heeft bij een ander, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, die met die ander een commerciële overeenkomst is aangegaan voor het zelfstandig gebruik van een deel van de woning, al dan niet met maaltijdvoorziening, welke overeenkomst voldoet aan door burgemeester en wethouders vast te stellen vereisten.
Een kamerverhuurder is de persoon die over zelfstandige huisvesting beschikt en één of meer anderen, niet zijne een bloed- of aanverwant in de eerste graad of tweede graad, met wie voor het zelfstandig gebruik van een deel van de woning, al dan niet met maaltijdvoorziening, een commerciële overeenkomst is aangegaan, welke overeenkomst voldoet aan door burgemeester en wethouders vast te stellen vereisten.
Als co-ouder wordt aangemerkt de alleenstaande welke structureel een deel van de feitelijke verzorging voor een of meer kinderen verricht. De afspraken over gedeelde zorg dienen formeel te zijn vastgelegd in een door de rechtbank vastgesteld echtscheidingsconvenant, ouderschapsplan en/ of co-oudercontract.
Artikel 3.2.3 Bijstand aan kinderen van minderjarigen
Op basis van artikel 18 eerste lid van de wet wordt aan een kind van een minderjarige alleenstaande ouder die bij diens ouders inwoont, een uitkering verstrekt, ter hoogte van het verschil tussen de norm voor gehuwden met ten laste komende kinderen en de norm voor gehuwden zonder ten laste komende kinderen.
Paragraaf 4 Bestuurlijke boete in verband met schending inlichtingenplicht
Artikel 3.4.1 Geen benadelingsbedrag
Indien de belanghebbende niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 van de wet of artikel 13 van de Ioaw/Ioaz, zonder dat als gevolg daarvan ten onrechte of te veel bijstand is verstrekt, wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven.
Artikel 3.4.2 Opzet en grove schuld
Aan de uitkeringsgerechtigde die is gehouden om gegevens of inlichtingen te verstrekken en:
aan wie het is te verwijten is dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt terwijl er geen sprake is van opzet of grove schuld wordt een boete opgelegd van ter hoogte 50% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt;
Bij het berekenen van de draagkracht als bedoeld in het tweede lid wordt uitgegaan van het aanwezige vermogen, met inbegrip van het vermogen beneden de vrijlatingsgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid van de wet, én het bedrag welke gelijk is aan de voor beslag vatbare ruimte berekend op basis van de beslagvrije voet:
Aan de uitkeringsgerechtigde die is gehouden om gegevens en inlichtingen te verstrekken en hij binnen de recidivetermijn als bedoeld in artikel 18a, vierde lid van de wet of artikel 20a, vierde lid van de Ioaw/Ioaz de inlichtingenplicht schendt, zonder dat er sprake is van een benadelingsbedrag als bedoeld in artikel 3.4.1, legt het college een bestuurlijke boete op ter hoogte van € 150.
Aan de uitkeringsgerechtigde die is gehouden om gegevens en inlichtingen te verstrekken waarbij binnen de recidivetermijn als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de wet of artikel 20a, vijfde lid van de Ioaw/Ioaz eerder een boete is opgelegd en:
aan wiens grove schuld het is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, wordt een boete opgelegd van ter hoogte 75% van 150% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt;
aan wie het is te verwijten is dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt zerwijl er geen sprake is van opzet of grove schuld wordt een boete opgelegd van ter hoogte 50% van 150% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt;
Artikel 3.4.4 Verminderde verwijtbaarheid
Aan de uitkeringsgerechtigde die is gehouden om gegevens of inlichtingen te verstrekken en:
aan wie het niet geheel te verwijten is dat er binnen de recidivetermijn als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de wet of artikel 20a, vijfde lid van de Ioaw/Ioaz geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt wordt een boete opgelegd van ter hoogte 25% van 150% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt;
Bij het berekenen van de draagkracht als bedoeld in het tweede lid wordt uitgegaan van het aanwezige vermogen, met inbegrip van het vermogen beneden de vrijlatingsgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid van de wet, én het bedrag welke gelijk is aan de voor beslag vatbare ruimte berekend op basis van de beslagvrije voet, waarbij voldoening van de boete mogelijk is binnen 6 maanden;
Paragraaf 2 Bijzondere bijstand kostensoorten
Artikel 4.2.1 Woonkostentoeslag bij huurkosten
Bij berekening van de woonkostentoeslag wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningssystematiek van huurtoeslag, met dien verstande dat het huidige structurele inkomen in de berekening wordt gebruikt en vermogen boven de vermogensgrens als genoemd in artikel 34 van de wet als middelen in aanmerking wordt genomen.
Artikel 4.2.2 Woonkostentoeslag bij eigen woning
Als in aanmerking te nemen woonkosten worden gezien de hypotheekrente, eigenaarsdeel onroerende-zaakbelasting, waterschapslasten, premie opstalverzekering, erfpachtcanon en een forfaitair bedrag aan onderhoudskosten, onder aftrek van in aanmerking te nemen rijkssubsidies aan de woningeigenaar of Voorlopige Teruggave Hypotheekrenteaftrek.
Bij berekening van de woonkostentoeslag wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningssystematiek van huurtoeslag, met dien verstande dat het huidige structurele inkomen in de berekening wordt gebruikt en vermogen boven de vermogensgrens als genoemd in artikel 34 van de wet als middelen in aanmerking wordt genomen.
Artikel 4.2.3 Bijzondere woonkosten
Artikel 4.2.4 Kleding en kledingslijtage
Indien en voor zover niet meer over passende kleding kan worden beschikt vanwege een acute noodsituatie, bijvoorbeeld door ziekte, ongeval of een redelijkerwijs niet-verzekerbare calamiteit, wordt bijzondere bijstand verleend. In dit geval wordt slechts kleding verstrekt voor zover het in dat seizoen passend is.
Artikel 4.2.8 Bijzondere bijstand voor studiekosten
Voor ten laste komende kinderen die een Mbo-opleiding volgen worden reiskosten om op de dichtstbijzijnde locatie van de opleiding (of stage) van hun keuze te komen vergoed, voor zover deze Mbo-leerling geen aanspraak kan maken op een Ov-studentenkaart en de dichtstbijzijnde opleidingslocatie buiten de gemeente Nissewaard ligt.
Artikel 4.2.13 Voorkoming opname AWBZ-instelling
Kosten die door belanghebbende worden gemaakt voor voorzieningen die hem in staat stellen (langer) zelfstandig in de woning te blijven wonen en hiermee opname in een AWBZ instelling te voorkomen, worden aangemerkt als noodzakelijke kosten als gevolg van bijzondere omstandigheden. Voor deze kosten wordt individuele bijzondere bijstand verleend voor zover categoriale bijzondere bijstand hierin niet voorziet.
Voor zover belanghebbende of een gezinslid noodzakelijkerwijs een dieet moet volgen, wordt in de meerkosten van dit dieet ten opzichte van reguliere voeding, bijstand verleend.
Artikel 4.2.17: Zelfstandig wonende jong-meerderjarigen
Aan jongeren van 18 tot en met 20 jaar wordt aanvullend op de bijstandsnorm, op grond van artikel 16 en artikel 35 van de wet bijzondere bijstand voor levensonderhoud verstrekt indien de jongere noodzakelijkerwijs zelfstandig woont en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander die 21 jaar of ouder is.
Artikel 4.2.18 Taxatiekosten eigen woning
Wanneer geen recent taxatierapport aanwezig is van de woning, woonwagen of het woonschip, en de vastgestelde WOZ-waarde biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het vaststellen van de huidige waarde van de woning, is een taxatie ten behoeve van beoordeling van de overwaarde in het kader van artikel 50 van de wet noodzakelijk. Voor de kosten wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt.
Paragraaf 4 Individuele Minima Toeslag
Artikel 4.4.1 Recht op individuele inkomenstoeslag
1.Het college verleent op verzoek een Individuele Minima Toeslag indien belanghebbende voldoet aan de voorwaarden als opgenomen in de Verordening Individuele Minima Toeslag, deze beleidsregels en artikel 36 van de wet.
Artikel 4.4.2 Zicht op inkomensverbetering
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-51791.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.