Uitvoeringsprogramma Integrale veiligheid 2016

 

Hoofdstuk 1. Inleiding

Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018

Voor de plaatsbepaling van het Uitvoeringsprogramma 2016 is het allereerst van belang om een korte terugblik te geven op de vaststelling door de gemeenteraad van het Integraal veiligheidsbeleid 2015-2018 (hierna:Veiligheidsbeleid)

In juli 2015 is door de raad het Veiligheidsbeleid vastgesteld. In het beleid is voor de periode 2015-2018 ten doel gesteld om, in lijn met het coalitieakkoord “Agenda voor herstel”, te gaan voor vergroting van de veiligheid die zowel betrekking heeft op de objectieve veiligheid, de sociale veiligheid, de fysieke veiligheid als op de veiligheidsbeleving van onze inwoners. De in het veiligheidsbeleid opgenomen visie is vertaald in een aantal strategische uitgangspunten en doelstellingen. Deze gemeentelijke doelstellingen sluiten aan op doelstellingen en uitgangspunten op regionaal en landelijk niveau.

Daarnaast is in het beleid aangegeven dat de gemeente niet als enige verantwoordelijk is voor de veiligheid in de gemeente, maar dat zij daarin wel een regierol heeft. Bij het ontwikkelen en uitvoeren van het Veiligheidsbeleid werken we nadrukkelijk samen met partners, die een belangrijke inbreng hebben bij, zowel het bepalen van de prioriteiten als de daadwerkelijke uitvoering van de maatregelen.

Het beleid is opgesteld naar de definitie van integrale veiligheid van de VNG-methode “Kernbeleid Veiligheid”. Consequentie hiervan is dat uitgegaan wordt van een vijftal Veiligheidsvelden, te weten: “Veilige woon- en leefomgeving”, “Bedrijvigheid en Veiligheid”, “Jeugd en Veiligheid”, “Fysieke Veiligheid” en “Integriteit en Veiligheid”.

Het beleid strekt zich uit over deze beleidsterreinen en geeft voor ieder afzonderlijk terrein de prioriteiten aan voor de komende vier jaar.

De Veiligheidsvelden en thema’s voor de periode 2015-2018 zien er schematisch als volgt uit:

 

Veiligheidsveld

Veiligheidsthema’s

1.

Veilige woon- en leefomgeving

1.1: Sociale kwaliteit (o.m woonoverlast, overlast zwervers en

verslaafden)

1.2: Fysieke kwaliteit (o.m. vernieling, graffiti, zwerfvuil)

1.3: Objectieve veiligheid/veel voorkomende criminaliteit (o.m.

woninginbraak,fietsendiefstal, geweldsdelicten)

1.4: Subjectieve veiligheid/veiligheidsgevoel

2.

Bedrijvigheid en veiligheid

2.1: Veilig winkelgebied

2.2: Veilige bedrijventerreinen

2.3: Veilig uitgaan

2.4: Veilige evenementen

2.5: Veilig toerisme

3.

Jeugd en veiligheid

3.1: Overlastgevende jeugd

3.2: Criminele jeugd/individuele probleemjongeren

3.3: Jeugd, alcohol en drugs

3.4: Veilig in en om de school

4.

Fysieke veiligheid

4.1: Verkeersveiligheid

4.2: Brandveiligheid

4.3: Externe veiligheid

4.5: Voorbereiding op rampenbestrijding

5.

Integriteit en veiligheid

5.1: Polarisatie en radicalisering

5.2: Georganiseerde criminaliteit

5.3: Veilige Publieke Taak

5.4: Informatieveiligheid

5.5: Ambtelijke en bestuurlijke integriteit

Prioriteiten

In het beleid is bepaald dat een effectieve aanpak van bovenstaande beleidsvelden gebaat is bij het maken van keuzes. De mensen en middelen zijn immers beperkt. Het is daarom van belang de belangrijkste, meest urgente veiligheidsthema’s te kiezen en deze met aandacht en inzet aan te pakken.

De vastgestelde prioriteiten voor de periode 2015-2018 sluiten aan bij de trends en ontwikkelingen die uit diverse monitoringsinstrumenten naar voren komen.

De vastgestelde prioriteiten in het beleid geven duidelijkheid, voor de burgers en ook voor de veiligheidspartners.

Zoals in het beleid is aangegeven wil het aanwijzen van prioriteiten geenszins zeggen dat de andere benoemde veiligheidsthema’s geen aandacht krijgen. De beleidsvelden die niet worden benoemd bij de prioriteiten vormen altijd onderdeel van de lijnwerkzaamheden van verschillende afdelingen van de gemeente en van de verschillende veiligheidspartners. Bovendien dienen de gemeente op het terrein van de veiligheid een aantal wettelijke taken uit te voeren.

De uitwerking van de Veiligheidsvelden, vastgesteld in het beleid voor de periode 2015-2018 met daarbij de wijze van prioritering ziet er als volgt uit:

Veiligheidsveld

Veiligheidsthema’s

Prioriteiten

Overige thema’s

Veilige woon- en leefomgeving

1.Sociale kwaliteit (o.m woonoverlast, overlast zwervers en verslaafden)

2.Fysieke kwaliteit (o.m. vernieling, graffiti, zwerfvuil)

3.Objectieve veiligheid/veel voorkomende criminaliteit (o.m. woninginbraak,fietsendiefstal, geweldsdelicten)

4.Subjectieve veiligheid/veiligheidsgevoel

1.Aanpak woninginbraken, overvallen en straatroof

2.Aanpak woonoverlast

3.Aanpak relationeel/huiselijk geweld

4.Veiligheidsbeleving, betrokkenheid en vertrouwen van burgers

•Fysieke kwaliteit

Bedrijvigheid en veiligheid

Veilig winkelgebied

Veilige bedrijventerreinen

Veilig uitgaan

Veilige evenementen

Veilig toerisme

1.Aanpak uitgaansgeweld

•Veilig winkelgebied

•Veilige bedrijventerreinen

•Veilig toerisme

Jeugd en veiligheid

Overlastgevende jeugd

Criminele jeugd/individuele probleemjongeren

Jeugd, alcohol en drugs

Veilig in en om de school

1.Aanpak overlast en criminaliteit door jeugdgroepen

 

Fysieke Veiligheid

Verkeersveiligheid

Brandveiligheid

Externe veiligheid

Voorbereiding op rampenbestrijding

 

•Verkeersveiligheid

•Brandveiligheid

•Externe veiligheid

•Voorbereiding op rampenbestrijding

Integriteit en veiligheid

Polarisatie en radicalisering

Georganiseerde criminaliteit

Veilige Publieke Taak

Informatieveiligheid

Ambtelijke en bestuurlijke integriteit

1.Ondermijnende criminaliteit w.o drugshandel, mensenhandel, outlaw motorcycle gangs, vrijplaatsen en woonwagencentra

2.Veilige publieke taak

•Polarisatie en radicalisering

•Informatieveiligheid

•Ambtelijke en bestuurlijke integriteit

Uitvoeringsprogramma 2016

In het Veiligheidsbeleid is afgesproken dat binnen de hierboven genoemde prioriteiten op basis van actuele gegevens of op basis van de actuele veiligheidssituatie andere prioriteiten ten aanzien van de veiligheidsthema’s kunnen worden gelegd, dan wel andere accenten binnen de geprioriteerde thema’s. Voor dit doel is met de gemeenteraad, door de vaststelling van het integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018, afgesproken dat in de tweede helft van 2016 een overlegmoment wordt ingevoerd om de gekozen prioriteiten te bespreken en eventueel aan te passen.

De cluster veiligheid zag echter voor het jaar 2016 voldoende aanleiding om het college te adviseren om ten aanzien van een aantal onderwerpen de prioriteit op te schalen, dan wel binnen een aantal thema’s andere taakaccenten te leggen.

In het volgende hoofdstuk komen de veiligheidsthema’s aan de orde, die gelet op de actuele veiligheidsissues binnen de gemeente Vlissingen, in samenhang met regionale en nationale ontwikkelingen vragen om een hogere prioritering in het veiligheidsbeleid. Deze thema’s zijn ook aan de orde gekomen in de besloten raadsvergadering Veiligheid van 3 maart 2016.

In hoofdstuk 3 komen de taakaccenten aan de orde die binnen het geprioriteerde veiligheidsthema zoals vastgesteld in het veiligheidsbeleid 2015-2018 specifiek in 2016 worden opgepakt.

Het uitvoeringsprogramma 2016 heeft als doel de specifieke taakaccenten voor het jaar 2016 binnen de vastgestelde veiligheidsthema’s vast te leggen. Voor zover binnen een veiligheidsthema een bepaalde taakopdracht niet is opgenomen in dit uitvoeringsprogramma wordt teruggevallen op de vaststelling van het Veiligheidsbeleid.

Wat betreft deze taakaccenten kan derhalve worden aangenomen dat deze “going concern” in de beleidsperiode 2015-2018 worden opgepakt en uitgevoerd, onder de voorwaarde zoals omschreven onder hoofdstuk 4 planning & control.

Financiën

Uit de opzet van het integraal veiligheidsbeleid volgt dat ten aanzien van het veiligheidsbudget bij eventuele wijziging van prioriteiten of taakaccenten flexibiliteit wordt gevraagd. Per beschreven taakaccent hebben we in dit uitvoeringsprogramma een financiële paragraaf opgenomen, wanneer de beschreven actie niet is opgenomen als geprioriteerd beleidsthema in het Veiligheidsbeleid.

Hoofdstuk 2: Geprioriteerde Veiligheidsthema’s 2016

Hieronder volgen de veiligheidsthema’s die in 2016 hoger geprioriteerd worden met daarbij een opsomming met toelichting van de in te zetten actiepunten binnen het veiligheidsthema.

2.1 Aanpak Ondermijnende criminaliteit

Prioriteit 7

Ondermijnende criminaliteit w.o drugshandel, mensenhandel, outlaw motorcycle gangs, vrijplaatsen en woonwagencentra

Georganiseerde criminaliteit komt in meerdere vormen voor. Vooral de productie, het gebruik en handel in (soft)drugs is een groot probleem. Ook in Zeeland en specifiek in Vlissingen komt georganiseerde criminaliteit voor in verschillende verschijningsvormen. Een van deze vormen is hennepteelt. Tevens bestaat het gevaar dat criminelen door willen dringen tot de bovenwerelden dat de overheid ze daar bewust en onbedoeld in faciliteert middels vergunningen, subsidies enzovoort.

Daarnaast is ook een trend zichtbaar dat de zogenaamde MC’s (motorclubs) als Satudarah en No Surrender of daaraan gelieerde chapters voet aan de grond willen krijgen in Zeeland en Noord-Brabant. De MC’s komen, hoewel ze niet mogen worden betiteld als criminele organisatie, vaker voor in Criminele Samenwerkingsverbanden dan andere groepen.

Om de georganiseerde criminaliteit bestuurlijk aan te kunnen pakken is de gemeente Vlissingen samen met de andere gemeenten in Zeeland, aangesloten bij het Regionaal Informatie- Expertisecentrum (RIEC) Zeeland-West-Brabant. Binnen het RIEC werken de veiligheidspartners samen om op strategisch niveau te wegen welke casussen op basis van strategische, fiscale en bestuursrechtelijke afwegingen prioriteit krijgen en in een projectplan van aanpak worden opgepakt.

Daarnaast loopt een gemeente het risico geconfronteerd te worden met ondernemers die zich via de onderneming bezig houden met bijvoorbeeld witwaspraktijken via een horecaonderneming, onroerend goed of grondtransacties. Door gebruik te maken van de instrumenten in het kader van de wet Bibob kan, zoveel als mogelijk, voorkomen worden dat ondernemers met indirecte of directe criminele antecedenten zich vestigen in of zaken doet met de gemeente Vlissingen.

Daarnaast zijn de Zeeuwse gemeenten aangesloten bij de Task Force Zeeland Brabant 80 (TF). De inspanningen van de TF zijn gericht op het integraal terugdringen van ondermijnende criminaliteit op de thema;s Hennep, OMG’s en synthetische drugs (vallend binnen een zogenaamd 7 luik)

Actiepunten 2016

  • Implementatie Lokaal informatie Overleg (LIO)

  • Strategisch/Beleidsmatig deelnemen aan regionale ontwikkeling districtelijk informatie knooppunt (DIP) om de afstemming met het LIO te kunnen waarborgen

Toelichting

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft de aanpak van criminele samenwerkingsverbanden in deze kabinetsperiode tot landelijke prioriteit benoemd. De aanpak hiervan versterkt het vertrouwen van de burger. Er is namelijk, zo stelt het kabinet, weinig tot zeer weinig dat zo zeer het vertrouwen van mensen in de samenleving aantast als criminele organisaties die verweven zijn met de “bovenwereld”, de zogenaamde “ondermijnende criminaliteit”.

Daarnaast heeft het kabinet in dit verband de versterking van de bestuurlijke aanpak van de ondermijnende criminaliteit via de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC) tot focus van beleid gemaakt.

Ondermijnende criminaliteit kan ook de gemeente Vlissingen in al haar haarvaten raken. Van vastgoedbeleid, van het binnenstadsprogramma, tot het uitkeringsregime. Van de participatiewet tot het subsidiebeleid. De aanpak is lastig en gaat verder dan de traditionele veiligheidsthema’s. Vaak wordt verwezen naar de politie-organisatie. Deze is hiertoe niet voldoende uitgerust en werkt signaalgericht op basis van incidenten. Gemeenten daarentegen beschikken over enorm veel “zachte informatie”, zoals bij subsidieaanvragen of vergunningverleningen. Bij de aanpak van de ondermijnende criminaliteit speelt de gemeente een cruciale rol, in ieder geval in de signalering ervan. Dit kunnen kleine signalen zijn over “grote jongens” die kunnen leiden tot forse zaken.

In 2015 heeft de gemeente Vlissingen, net als de andere Zeeuwse gemeenten, het Ondermijningsbeeld inzake de gemeente Vlissingen ontvangen en de daarbij behorende Quick scan van het RIEC Zeeland-West-Brabant. Een volgende ontwikkeling is de aanbevelingen uit beide documenten mét de ambities uit het eigen veiligheidsbeleid te bundelen tot een “Actieplan” per gemeente. De meest belangrijke aanbeveling uit de Quick scan van het RIEC is dat de 80 gemeenten in de regio Zeeland-West-Brabant de interne informatiepositie kunnen opbouwen/versterken met behulp van het opzetten van een Lokaal Informatieoverleg (LIO). Het doel van een LIO is het opzetten van een gemeentelijk informatieknooppunt waar alle signalen van ondermijning terecht komen. Het kunnen koppelen van alle losse signalen is een van de grote voordelen van het organiseren van een centraal informatieknooppunt. De insteek van de gemeente Vlissingen is om een LIO laagdrempelig op te zetten en zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande overlegstructuren. Op deze manier kan een LIO functioneren binnen het vastgestelde veiligheidsbudget.

In 2016 zal een start worden gemaakt met het opstellen van het bovengenoemde actieplan, waarbij de inrichting van het LIO de meest belangrijke activiteit zal zijn. Daarbij wordt de cluster veiligheid geadviseerd vanuit het RIEC Zeeland-West-Brabant. Het inrichten van het LIO loopt samen met de regionale opzet en uitvoering van een districtelijk informatieplein (DIP). De cluster Veiligheid is ook in strategisch beleidsmatige zin in 2016 betrokken bij de opzet van dit districtelijk informatieknooppunt om op deze manier de afstemming met het LIO te kunnen waarborgen.

2.2. Ambtelijke en bestuurlijke integriteit

Thema 9

Ambtelijke en bestuurlijke integriteit

Een integere overheidsorganisatie kenmerkt zich volgens de wetgever door “goed ambtenaarschap” en “goed werkgeverschap”. “Goed ambtenaarschap” gaat over niet frauderen en niet corrumperen, maar ook over collegialiteit, betrouwbaarheid, klantgerichtheid, objectiviteit, fatsoenlijkheid, effectiviteit en efficiëntie. “Goed werkgeverschap” gaat over het in bescherming nemen van de werknemers. Dit betekent dat de werkgever inzicht moet hebben in kwetsbare functies en maatregelen neemt om de kwetsbaarheid te verminderen. Goed werkgeverschap is ook het bevorderen van integriteitsbewustzijn en waarborgen dat vermoedens van schendingen adequaat onderzocht worden.

Actie 2016

Vergroten bestuurlijke weerbaarheid in het kader van aanpak (ondermijnende) criminaliteit.

Toelichting

In het verlengde van het vorige punt 2.1 is het van belang dat er voldoende bewustwording is binnen de gemeente; men weet van het bestaan van ondermijnende criminaliteit en dat de gemeente een belangrijke partner is in de aanpak en het signaleren ervan. Zoals onder 2.1 aangegeven beschikt de gemeente over enorm veel informatie die bij elkaar gebracht moet worden om te kunnen bekijken wat er speelt in het kader van ondermijnende criminaliteit of criminele activiteiten in algemene zin.

Het is van belang dat binnen de gemeentelijke organisatie de behoefte aan een goede informatiepositie vanzelfsprekend wordt geacht. Inmiddels zijn aan diverse ambtenaren binnen de gemeente trainingen gegeven om deze bewustwording te creëren.

Naast de bewustwording is tevens van belang dat de ambtenaren binnen de organisatie die te maken krijgt met het delen van dergelijke gevoelige informatie weerbaar worden gemaakt. Zij zijn zich bewust van de vraag achter de vraag: “ Wat zit er achter die bouwaanvraag?.

In het vervolg moet er een overleg worden opgezet waarin deze mensen met vertrouwen en met openheid over deze zaken kunnen praten en de signalen kunnen delen. Het creëren van een dergelijke setting is ook een voorwaarde die vervuld moet worden bij het opzetten van een LIO.

2.3. Polarisatie en radicalisering

Thema 7

Polarisatie en radicalisering

Bij dit thema gaat het om ideologische groepen/stroming in de samenleving die zo zijn geradicaliseerd, dat zij een bedreiging vormen of kunnen gaan vormen voor de veiligheid. Er kan sprake zijn dreigend geweld. Deze groeperingen vergroten de polarisatie in de samenleving.

Stromingen die op die manier kunnen radicaliseren zijn bijvoorbeeld: rechts-extremisten, islamradicalisme, dierenrechtenradicalisme en linksextremisme. Polarisatie en radicalisering is een actueel probleem.

Actie 2016

Gemeentelijke aanpak radicalisering Walcheren

Toelichting

Op 24 april 2015 is het bovenstaande plan van aanpak aangenomen door het Districtscollege Zeeland. Het Districtscollege is het platform voor strategische beleidsafstemming op districtsniveau inzake integrale veiligheid, waarin zijn vertegenwoordigd de Zeeuwse burgemeesters (minus Tholen), de districtschef van de politie en de gebiedsofficier van justitie.

Doel van het plan is om richting en structuur te geven aan de aanpak van radicalisering. Dit plan kan voor meerdere vormen van radicalisering worden gebruikt.

De AIVD hanteert de volgende definitie voor radicalisering: “het nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor de democratische rechtsorde (doel), eventueel met het hanteren van ondemocratische methodes (middel), die afbreuk kunnen doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde (effect).”

Radicalisering staat op dit moment volop in de belangstelling vanwege de huidige jihadisten/Syriëgangers of sympathisanten van de jihad. De dreiging bestaat uit risico op ideologisch geweld, toegenomen crimineel gedrag of maatschappelijke onrust.

Recente aanslagen laten zien dat het risico op geweld ook in ons land bestaat.

Alhoewel dit plan van aanpak vooral is geënt op deze specifieke doelgroep, moet wel duidelijk zijn dat ook andere vormen van radicalisering, conform de definitie van de AIVD, op een soortgelijke wijze aangepakt kunnen worden. Dit aspect is ook aan de orde gekomen in de besloten raadsvergadering Veiligheid d.d. 3 maart 2016.

Dossierhouder/meldpunt

Signalen van radicalisering kunnen bij verschillende partners en instanties binnenkomen. Te denken valt aan politie, het OM, de gemeente, de gebiedsteams, de Raad voor de Kinderbescherming, de Reclassering, Intervence, scholen en jongerenwerkers.

De gemeente neemt verantwoordelijkheid om binnen de eigen organisatie en voor andere netwerkpartners (onderwijs, jongerenwerk, organisaties van doelgroepen, etc.) bereikbaar te zijn voor het melden van signalen, stellen van vragen en bespreken van zorgen. Voor dit doel heeft de gemeente als taak om een “meldpunt/informatiepunt/dossierhouder” in te richten of aan te wijzen. De gemeentelijke functie van contactpersoon is belegd bij de cluster Veiligheid.

Het is vervolgens van belang om de signalen omtrent radicalisering tijdig ter kennis te brengen aan de driehoekspartners, te weten politie en OM, zodat in gezamenlijkheid kan worden besloten wat er met een signaal gedaan gaat worden en wie welke actie gaat ondernemen.

Naast de gemeente, hebben de politie en het OM eveneens contactpersonen aangewezen. Gezamenlijk zijn deze contactpersonen verantwoordelijk voor:

  • Het wegen en beoordelen van signalen van (potentiële) casussen;

  • Het komen tot een passende aanpak en monitoren van de voortgang;

  • Het afstemmen van passende communicatie.

Op dit moment is de cluster veiligheid vooral bezig de rol van dossierhouder in te richten en de contacten met de genoemde partners te beleggen. Binnen de gemeente Vlissingen is op het moment van schrijven van dit uitvoeringsprogramma één casus opgepakt binnen dit plan van aanpak. Het is niet goed te duiden op welke schaal binnen de gemeente Vlissingen binnen dit onderwerp problemen kunnen ontstaan.

In de eerste helft van 2015 was bekend dat er circa 200 personen zijn afgereisd naar Syrië/Irak. Bij 32 van deze personen is vastgesteld dat ze zijn omgekomen en circa 35 personen zijn teruggekeerd naar Nederland. De terugkeer naar Nederland lijkt in het eerste kwartaal van 2015 te zijn gestokt.

2.4. Jeugd en Veiligheid: Integrale aanpak “kwetsbare jongeren” op Walcheren

Het bovenstaande onderwerp is in het Integraal Veiligheidsbeleid niet geprioriteerd. In maart 2015 heeft de “Walcherse Driehoek” (Walcherse burgemeesters, Openbaar Ministerie en Politie) de bovengenoemde aanpak als prioriteit gemaakt. In de besloten raadsavond Veiligheid van 3 maart 2016 heeft de raad een presentatie gekregen van deze problematiek door de Integraal Procescoördinator van het Veiligheidshuis en de Jeugdpolitie.

Acties 2016

  • Opstarten en participeren in de uitvoering van de casusgerichte aanpak in de kerngroep Kwetsbare jongeren, in ieder geval voor de periode van 1 jaar (2016)

  • Uitvoeren/coördineren van de evaluatie van de pilot

Toelichting

Vanaf 2014 kwamen in de gemeenten Vlissingen en Middelburg, via de leerplicht en scholen, de eerste signalen binnen dat er een aantal situaties waren geweest waarbij er sprake was van ongewenst (seksueel) gedrag onder scholieren. Daarbij zou ook sprake zijn van drang en dwang, al dan niet in groepsverband. In de zomer van 2014 kwam er via de leerplichtambtenaar weer een zorgelijk signaal binnen dat er jongens waren die stelselmatig en structureel jonge kwetsbare meiden seksueel misbruikten en/of psychisch dan wel fysiek mishandelden.

De signalen werden steeds sterker, hetgeen heeft geresulteerd in het geven van prioriteit binnen Walcheren, zoals hierboven is geschetst, om de bestrijding van deze signalen integraal en in samenhang met de relevante ketenpartners op te pakken.

Binnen de Walcherse Driehoek is gekozen voor een projectmatige aanpak “Kwetsbare jongeren”. Voor deze aanpak is een pilot voor de duur van 1 jaar van 1 december 2015 tot 1 december 2016 opgestart. De aanpak wordt in december 2016 geëvalueerd. Daarna gaat de aanpak mogelijk over in de reguliere werkwijze en wordt het opgenomen in het Veiligheidsbeleid.

De aanpak bestaat uit het opzetten van een kerngroep. De cluster Veiligheid zit namens de drie gemeenten in deze kerngroep. De Integraal procescoördinator (IPC) van het Veiligheidshuis Zeeland is verantwoordelijk voor de coördinatie van de kerngroep. De kerngroep ziet er als volgt uit:

  • Voorzitter: Integraal Procescoördinator uit het Veiligheidshuis Zeeland

  • Medewerker cluster veiligheid namens de drie gemeenten

  • School maatschappelijk werkster

  • Zedenrechercheur politie

  • Wijkagent, taakaccent jeugd

  • Vertegenwoordiger jeugd en jongerenwerk

De taak van de kerngroep is om de voorliggende casussen te prioriteren en interventiemogelijkheden te benoemen waarmee de uitvoerende organisaties snel en effectief aan de slag kunnen gaan.

Financiën

Deze integrale aanpak is als zodanig niet geprioriteerd, dan wel in het integraal Veiligheidsbeleid voor de periode 2015-2018 opgenomen. Hieruit volgt dat het onderwerp ook niet in financiële zin is opgenomen in het veiligheidsbudget behorende bij het veiligheidsbeleid. Om die reden een afzonderlijke toelichting over de beschikbare middelen.

In financiële zin wordt een bijdrage gevraagd voor de volgende twee zaken:

1.Inzet van IPC vanuit het Veiligheidshuis Zeeland

Het beleggen van de coördinatie van de aanpak kwetsbare jongeren is een inzet die door de drie Walcherse gemeenten extra gevraagd worden aan het Veiligheidshuis en dus niet onder de reguliere taken van het Veiligheidshuis vallen. Om de coördinatie gedurende het pilotjaar goed te kunnen invullen is berekend dat er 16 uur inzet is vereist om alle werkzaamheden van de benodigde IPC-er te kunnen waarborgen. Dit komt in financiële zin neer op een extra bijdrage aan het Veiligheidshuis van € 30.000, verdeeld over de drie Walcherse gemeenten.

1.Inzet van analisten

Om een juist beeld te krijgen van de doelgroep is in de startfase analysecapaciteit nodig.

Voor dit doel is contact gelegd met de Landelijk Coördinator jeugd van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Vanuit het ministerie is niet alleen de expertise aangeboden, maar ook de eenmalige bijdrage van € 10.000 voor de pilot. Deze gelden mogen ook worden gebruikt ter ondersteuning van de IPC rol van het Veiligheidshuis, waardoor er geen € 30.000 van de gemeenten wordt gevraagd maar € 20.000.

Het vorenstaande leveren de volgende bedragen per gemeente op:

  • Vlissingen 44.441 inwoners = € 8.000

  • Middelburg 47.652 inwoners = € 8.500

  • Veere 21.899 inwoners = € 3.500

  • Ministerie van V & J € 10.000

    ____________

Totaal 30.000 = 16 uur per week voor de duur van 1 jaar

inzet IPC vanuit het VHZ

Deze € 8.500 voor de gemeente Vlissingen kan worden bekostigd uit het reguliere veiligheidsbudget.

Hoofdstuk 3: Taakaccenten 2016

Zoals in de inleiding is aangegeven volgen nu in hoofdstuk 3 de taakaccenten die in 2016 worden opgepakt binnen de in het Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018 vastgestelde geprioriteerde veiligheidsthema’s.

3.1 Aanpak woninginbraken, overvallen en straatroof

Prioriteit 1

Aanpak woninginbraken, overvallen en straatroof

Het veiligheidsbelevingsonderzoek laat duidelijk zien dat in de meeste wijken woninginbraken en andere vormen van criminaliteit een directe nadelige invloed hebben op de leefbaarheid in de wijk. De rode draad in de inzet op dit thema is de combinatie van preventie door onder meer samenwerking met bewoners en woningcorporaties en anderzijds repressie gecombineerd met zorg (heleraanpak, veelplegeraanpak)

Acties 2016

  • 1.

    Gerichte aanpak veelplegers

  • 2.

    Aandacht voor Buurt Whatsapp groepen

Toelichting

Ad 1)

Het aantal inbraken op Walcheren stond op 1 november 2015 op 484, ten opzichte van 404 in dezelfde periode in 2014. De inbraakcijfers laten voor de gemeente Vlissingen en Middelburg een stijging zien in deze periode van 30 %. In de gemeente Veere is in die periode een daling te zien.

Vanuit het WOS actieteam bestaat er een integrale aanpak van woninginbraken binnen Walcheren. Een van de speerpunten van het actieteam is het nauwkeurig monitoren van trends op het gebied van veel voorkomende criminaliteit en een persoonsgerichte aanpak gericht op veelplegers van woninginbraken. In 2016 is een gerichte aanpak van een groep veelplegers opgepakt, waarvan de politie Walcheren het signaal geeft dat deze aanpak heeft geleid tot een vermindering van het aantal inbraken in de gemeente Vlissingen. In 2016 zal deze aanpak door de cluster veiligheid in samenwerking met de politie en het veiligheidshuis worden uitgewerkt.

Ad 2)

In het kader van de preventie zijn er binnen de Walcherse gemeenten en ook binnen de gemeente Vlissingen diverse buurt Whatsapp-groepen bij gekomen. Vanuit de media is meerdere keren aandacht geweest voor de positieve effecten van buurt Whatsapp-groepen. De gemeente Vlissingen ondersteunt deze initiatieven die aansluiten bij de doelstelling van het vergroten van de zelfredzaamheid bij de burgers, zoals opgenomen in het Veiligheidsbeleid. Vanuit de cluster veiligheid wordt hiervoor aandacht gevestigd op de website en in overleg met de afdeling communicatie nagedacht over andere vormen om dit fenomeen onder de aandacht van het publiek te brengen.

3.2. Aanpak woonoverlast

Prioriteit 2

Aanpak woonoverlast

Belangrijke troef bij onze aanpak van woonoverlast is de integrale aanpak van extreme woonoverlast en buurtbemiddeling. De coördinatie en inzet van de diverse convenantpartijen blijft onder de aandacht en waar nodig zullen extra acties/maatregelen geïntegreerd worden doorgevoerd.

Acties 2016

  • 1.

    Aanpak extreme woonoverlastsituaties in wijken, buurten of straten

  • 2.

    Aanpak drugsgerelateerde overlast

Toelichting

Ad 1)

Binnen de aanpak van extreme woonoverlast is er in de nieuwe situatie met de decentralisatie van de zorgtaken naar Porthos een tweedeling te maken. Op casusniveau worden de zaken via de politie of de gemeente doorgezet naar de gebiedsteams van Porthos die vervolgens de casus oppakken. Indien er sprake is van extreme woonoverlast in een wijk, buurt of straat ligt de regiefunctie voor deze wijkgerichte aanpak bij de gemeente.

In 2016 lopen er twee buurtgerichte integrale aanpakken in het kader van extreem woonoverlast waar de regierol door de cluster veiligheid wordt opgepakt. Dit betreffen de Aagje Dekenstraat en omgeving en de Kasteelstraat (vanaf nr. 70) en omgeving. De doelstelling van deze wijkgerichte aanpak is om samen met de bewoners en de overige partners de veiligheidssituatie te normaliseren.

Ad 2)

Voor de zomer van 2015 heeft de politie het probleem drugsoverlast op Walcheren aangekaart. Er was informatie dat het handelen in (hard)drugs in de wijken toenam. Dit was onder andere op te merken uit het aantal meldingen, klachten en waarnemingen bij de politie zelf.

In de basisteamdriehoek Walcheren, waarin de Walcherse burgemeesters de Teamchef van de politie op Walcheren en de gebiedsofficier van justitie zitting hebben, is voor een politionele aanpak gekozen om de informatiepositie te verbeteren en een aanpak te maken die snel en effectief kon worden ingezet.

De wens vanuit het bestuur was om op enig moment te komen tot een integrale aanpak van drugsoverlast, drugsdealers, drugsrunners, ed. Met die integrale aanpak en de daarbij behorende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten kunnen meer barrières worden opgeworpen tegen de drugshandel op Walcheren. Ook het publiek zal nauw betrokken worden bij de aanpak door het instellen van een gezamenlijk meldmogelijkheid.

Activiteiten 2016

Vanuit de hiervoor genoemde doelstelling is binnen de politie en de gemeente gezocht naar de beste werkwijze, waarin we elkaar kunnen versterken. Hiertoe hebben een aantal overleggen plaatsgevonden waar we de voor- en nadelen, de kansen en bedreigingen en de kritische succesfactoren hebben besproken.

Deze overleggen hebben ertoe geleid dat er nu een integrale aanpak Drugs Overlastaanpak Walcheren (DOW) actief is vanuit de politie Walcheren in nauwe samenwerking met de Walcherse gemeenten. Hieruit volgen voor de gemeente Vlissingen de volgende activiteiten:

  • Inrichten meldpunt en screenen van meldingen van bewoners inzake drugsgerelateerde overlast.

  • Op basis van bestuursrapportages van de politie overgaan tot bestuursrechtelijke handhaving door middel van het sluiten van “drugspanden”, in eerste instantie voor de periode van 3 maanden.

Vanaf de start van het DOW, na de zomer 2015, zijn er inmiddels 8 panden op deze wijze tijdelijk gesloten.

•De aanpak behelst ook de preventieve kant en betrekt actief burgers en bewoners bij het aanpakken van het probleem. Deels door het vragen om alle overlast te (blijven) melden maar ook door te werken met bijvoorbeeld WhatsApp groepen en buurtpreventieteams. Daarnaast wordt doorverwijzing naar de zorgvoorzieningen georganiseerd. Dit kan door specifieke casussen te behandelen via het routeteam van het Veiligheidshuis, Veilig Thuis en Porthos en in uitvoering te geven bij de gebiedsteams. Wanneer bijvoorbeeld een sluiting van een pand een feit is kan gezorgd worden dat de bewoner hulp krijgt via een gebiedsteam.

3.3. Aanpak relationeel/huiselijk geweld

Prioriteit 3

Aanpak relationeel/huiselijk geweld

Huiselijk geweld is helaas een veel voorkomend geweldsdelict en grijpt diep in de veiligheid en het veiligheidsgevoel van onze inwoners. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking heeft wel eens te maken met incidenteel dan wel structureel huiselijk geweld. Huiselijk geweld betekent niet dat per definitie dat het geweld zich in huis moet afspelen. Het gaat om geweld dat zich voltrekt tussen partners, familie en goede bekenden. Het gaat dus niet alleen om (echt)paren, maar ook bijvoorbeeld om (groot)ouders en kinderen, broers en zussen of goede bekenden waar veelvuldig contact mee is. Slachtoffers van huiselijk geweld, maar ook getuigen of personen die kennis dragen van huiselijk geweld kunnen melding maken bij het platform “Veilig Thuis”. Het platform is gevestigd in het Veiligheidshuis Zeeland. In het Veiligheidshuis wordt gezorgd dat de juiste partners in de juiste combinatie bij een specifieke casus worden gezocht.

Acties 2016

Toename caseload inzet instrument huisverbod op grond van de Wet Tijdelijk Huisverbod

Toelichting

In de periode 1 januari 2015 t/m 1 november 2015 zijn 1046 meldingen binnengekomen bij het platform Veilig Thuis. Veilig Thuis voert voor de provincie Zeeland de triage uit voor de binnengekomen meldingen. Het gros van de zaken wordt door Veilig Thuis doorverwezen naar de lokale zorgpartners binnen de gemeente.

De cluster Veiligheid wordt bij de aanpak huiselijk geweld ingeschakeld indien er sprake is van een zodanige crisissituatie dat Triage door Veilig Thuis niet kan worden afgewacht en de burgemeester de inzet van het instrument huisverbod op grond van de Wet Tijdelijk huisverbod moet inzetten om de situatie niet verder te laten escaleren. De Wet Tijdelijk huisverbod maakt het mogelijk dat een pleger van extreem huiselijk geweld voor een periode van 10 dagen uit huis wordt geplaatst met als doel, afkoeling van de situatie en het opstarten van een hulpverleningstraject. Deze termijn kan door de burgemeester na deze 10 dagen voor nog een te bepalen periode worden verlengd.

Het betreft een bestuursrechtelijk traject, waarbij de cluster veiligheid namens de burgemeester de regie voert in afstemming met politie en de zorgpartners.

In 2014 zijn er 4 zaken opgepakt met de toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod. In 2015 waren dat 7 zaken. Nu hebben we in de eerste drie maanden van 2016 reeds 3 zaken opgepakt in dit verband.

Deze stijging past binnen de landelijk trend dat de inzet van dit crisismiddel toeneemt. De politie wordt steeds beter bekend met dit bestuursrechtelijke middel en past het dan ook steeds meer toe. Daarnaast leiden de veranderende beleidskeuzes in de aanpak van psychisch kwetsbaren in de samenleving tot een toename van het aantal verwarde personen in onze samenleving. Deze stijging is ook terug te vinden in het aantal gevallen van extreem huiselijk geweld, waarbij crisismaatregelen noodzakelijk zijn.

3.4 Veiligheidsbeleving, betrokkenheid en vertrouwen van burgers

Prioriteit 4

Veiligheidsbeleving, betrokkenheid en vertrouwen van burgers

Een veilig gevoel is niet direct het resultaat van meer veiligheid. Het is daarom van belang dat er ook aandacht is voor hoe mensen het beleid ervaren en hoe zij zich erbij voelen. Hiermee verbonden is het geloof van de burger in de berouwbaarheid van de overheid. Zoals in de strategische uitgangspunten is verwoord is de burger meer bereid zelf actief te participeren als zij het gevoel heeft dat de overheid de zaken op orde heeft.

Wel moet er gerealiseerd worden dat er allerlei factoren van invloed zijn op de beleving van veiligheid en vertrouwen wat burgers hebben. Onder meer sociale, economische en psychologische factoren spelen mee, maar ook gebeurtenissen die zich aan de andere kant van de wereld voltrekken. Dit neemt niet weg dat de overheid de verantwoordelijkheid draagt zich maximaal in te spannen om met deze aspecten rekening te houden.

Acties 2016

  • 1.

    Actualiseren pagina “veiligheid” op www.vlissingen.nl

  • 2.

    Aspect Veiligheid betrekken bij stedenbouwkundige/ruimtelijke ontwikkelingen

Toelichting

Ad 1)

In het Integraal Veiligheidsbeleid hebben we geformuleerd dat communicatie met en ten behoeve van de burger een belangrijke pijler vormt in het verbeteren van de veiligheidsbeleving bij de burger en het vergroten van het vertrouwen in de overheid.

Met dit doel wordt in 2016 de pagina “Veiligheid” op de gemeentelijke site opnieuw ingericht en beter toegankelijk gemaakt voor burgers. De burgers kunnen op die manier met hun klachten en meldingen terecht bij de gemeente. Daarnaast wordt op de website een mogelijkheid opgenomen voor burgers om suggesties en oplossingsrichtingen aan te geven ter bevordering van de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente Vlissingen.

Ad 2)

Door de cluster veiligheid is een werkproces opgezet en inmiddels ook geïmplementeerd samen met de afdeling Ruimtelijke ontwikkeling, waardoor de sociale en fysieke veiligheidsaspecten aan de voorkant integraal worden meegewogen in het keuzeproces om te komen tot een bepaalde maatschappelijke of stedenbouwkundige ontwikkeling. Hierbij komen nadrukkelijk aspecten als veiligheidsbeleving aan de orde in het proces tot planvorming.

3.5. Fysieke kwaliteit

Thema 1

Fysieke kwaliteit

Uit het veiligheidsbelevingsonderzoek Lemon 2013 blijkt dat de inwoners van Vlissingen hun leefomgeving lager waarderen dan het Zeeuwse gemiddelde. Vlissingen werkt hard aan de verbetering van de fysieke kwaliteit. Tevens wordt bij ontwikkeling van plannen zowel op infrastructuur als op stedenbouwkundige ontwikkelingen rekening gehouden met veiligheidsbeleving en sociale veiligheid. In het coalitieakkoord van het gemeentebestuur is duidelijk uitgesproken dat hierbij moet worden samengewerkt. Met de inwoners. Burgerparticipatie in de eigen buurten en wijken is van groot belang om verloedering, onveiligheidsgevoelens en tevredenheid over de eigen buurt te stimuleren. Het faciliteren en ondersteunen van de inwoners wordt door de gemeente in samenwerking met opbouwwerkers in de wijken uitgevoerd

Acties 2016

  • 1.

    Aspect Veiligheid betrekken bij stedenbouwkundige/ruimtelijke ontwikkelingen

  • 2.

    Participeren in het opstellen van het gemeentelijke verkr ottings beleid

Toelichting

Ad 1)

Zie de toelichting onder 3.4 punt 2

Ad 2)

De cluster veiligheid participeert nadrukkelijk in de projectgroep die is opgezet voor het opstellen van het gemeentelijke verkrottingsbeleid. De aanpak van verkrotting en verloedering van de fysieke leefomgeving heeft een positief effect op de veiligheidsbeleving van burgers en het vergroot het vertrouwen in de overheid als middels het toepassen van het beleid de verkrotting daadwerkelijk wordt aangepakt.

3.6. Rampenbestrijding en crisisbeheersing

Thema 6

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

Bij dit thema staan mogelijke rampen en crises centraal. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bevolkingszorg, brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, maar zijn wettelijk verplicht dit te laten uitvoeren door, in het geval van de gemeente Vlissingen de Veiligheidsregio Zeeland.

Acties 2016

  • 1.

    Voorbereiden zienswijze Beleidsplan 2016-2019 Veiligheidsregio Zeeland (VRZ)

  • 2.

    Uitwerken nieuwe rol Stadsgewestelijke Brandweer Vlissingen-Middelburg (SGB)

  • 3.

    Trainingen en inzet sectie bevolkingszorg

Toelichting

Ad 1)

De VRZ is op grond van de Wet veiligheidsregio’s verplicht om één maal in de vier jaar een beleidsplan op te stellen. Op grond van diezelfde wet wordt aan de burgemeester van de gemeente Vlissingen de mogelijkheid geboden om met de gemeenteraad over het voorgelegde concept beleidsplan in gesprek te gaan. De bespreekpunten/opmerkingen/aanvullingen op het concept plan worden door het Dagelijks Bestuur van de VRZ meegenomen in het definitieve plan wat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van de VRZ.

De cluster Veiligheid heeft deze zienswijzeprocedure voorbereid door middel van het opstellen van een raadsvoorstel. De inhoud van het raadsvoorstel bevat een toelichting op het beleidsplan. Daarnaast wordt in dit voorstel aan de raad geadviseerd om positief te adviseren op het plan, met daarbij een aantal kanttekeningen.

De cluster Veiligheid is, na vaststelling van de nota door de raad, verantwoordelijk voor de verder invulling van de zienswijzeprocedure richting de VRZ.

Ad 2)

In 2015 is het proces afgerond van de wettelijk verplichte overgang van de brandweerzorg naar de VRZ. Dit betekent dat al het materieel, materiaal en personeel van de SGB is overgegaan naar de VRZ. De SGB blijft in de nieuwe situatie eigenaar van de brandweerkazernes en brandweerkranen en is in die hoedanigheid ook verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer daarvan. De clusters veiligheid van Vlissingen en Middelburg gaan samen de SGB in deze nieuwe vorm in 2016 verder vorm geven.

Ad 3)

Vier AOV’- ers zijn aangesteld om de piketfunctie te vervullen binnen de gemeente Vlissingen in het kader van de openbare orde en veiligheid. In deze functie is iedereen één maal in de maand, één week 24/7 bereikbaar in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Binnen de rampenbestrijdingsorganisatie van de VRZ hebben deze personen ook de functie van Officier van dienst/Algemeen commandant Bevolkingszorg binnen de crisisorganisatie van de VRZ. Voor het kunnen uitvoeren van deze functie moeten elk jaar een aantal trainingen worden gevolgd.

Hoofdstuk 4: Planning & Control

Het integraal Veiligheidsbeleid gemeente Vlissingen 2015-2018 schept de voorwaarden voor de komende jaren. Het college kan aan de hand van de genoemde beleidsvelden en beleidsthema’s andere accenten leggen. Daar waar deze accentverschuivingen leiden tot een afwijking in de begroting is dit toegelicht.

De lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen maken dat voor het jaar 2016 bovenstaande taakaccenten zijn vastgelegd. Dit betekent dat, zoals in de inleiding is aangegeven, de overige beschreven beleidsvelden en thema’s doorlopen in de genoemde beleidsperiode.

De capaciteit van de cluster Veiligheid is beperkt. Dit betekent dat de capaciteit, gelet op de door de raad in het integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018 vastgelegde doelstellingen schaars is. Gelet hierop moeten keuzes worden gemaakt in het oppakken van zaken binnen de cluster veiligheid.

Behoudens concrete opdrachten uit het college of de raad, zullen in 2016, de thema’s benoemd in dit uitvoeringsprogramma 2016, met voorrang worden opgepakt.

Zoals al in de inleiding aangegeven zal in de tweede helft van 2016 een overlegmoment wordt ingevoerd om de gekozen prioriteiten te bespreken en eventueel aan te passen.

Hoofdstuk 5: Financiële paragraaf

Voor het Uitvoeringsprogramma Integraal Veiligheidsbeleid 2016 van gemeente Vlissingen geldt het uitgangspunt dat er bij de uitvoering van de beoogde maatregelen en activiteiten zoveel als mogelijk budgettair neutraal wordt gewerkt. De prioriteiten en thema’s van het Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018 blijven gehandhaafd. Alleen de prioritering is veranderd. De aanpak “kwetsbare jongeren” heeft een aanpassing tot gevolg, zoals hierboven toegelicht, die binnen het onderstaande overzicht is opgenomen.

Beschikbaar in begroting 2016

 

 

 

314 . 25 0

Veiligheidshuis structureel vanuit product Veiligheidshuis

 

 

17.500

 

 

 

 

 

 

1.Jeugd en Veiligheid

 

totaal

165.000

 

aanpak risicojongeren inclusief sleutelwerkplaats en buurtpreventie

 

165.000

 

 

aanpak alcohol- en druggebruik jongeren onder 23 jaar (project eindigt, wordt binnen bestaande budgetten geborgd)

 

PM

 

 

2.Veilige woon- en leefomgeving

 

totaal

97.500

 

buurtbemiddeling

 

40.500

 

 

cameratoezicht

 

45.000

 

 

aanpak oud en nieuw

 

1.000

 

 

aanpak extreme woonoverlast

 

1.000

 

 

aanpak kwetsbare jongeren

 

8.000

 

 

aanpak woninginbraken, overvallen en straatroof (WOS)

 

2.000

 

 

3.Integriteit en veiligheid

 

 

 

 

RIEC (verwachte kosten) + deelname Taskforce Zeeland-West-Brabant

 

 

25 .000

 

Totaal geplande uitvoering

 

 

305 . 5 00

 

te besteden voor aanvullende projecten in de loop van het jaar

 

8.75 0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven