Beleidsregel inzamelen kleding Vlissingen

 

Burgemeester en wethouders van Vlissingen;

gelet op artikel 5.12 van de Algemene plaatselijke verordening voor Vlissingen 2013 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het gewenst is met het oog op het ordelijk verloop van openbare inzamelingen van goederen daarover een vaste gedragslijn te formuleren in een beleidsregel;

b e s l u i t e n :

vast te stellen de navolgende beleidsregel voor het inzamelen van kleding in Vlissingen:

Artikel 1. Begripsbepalingen:

  • a.

    fondsenwervende instelling: een naar Nederlands recht opgerichte stichting met

    volledige rechtsbevoegdheid die

    voor realisering van charitatieve, culturele,

    wetenschappelijke of andere het algemeen nut

    beogende doelstellingen door middel van

    fondsenwerving een beroep doet op de publieke

    offervaardigheid;

  • a.

    fondsenwerving: de verkregen gelden zijn vrijwillig afgestaan,

    vormen geen of geen evenredige tegenprestatie

    voor geleverde goederen of diensten en er kunnen

    geen rechten voor zorg of hulp aan worden

    ontleend;

  • a.

    CBF: de Stichting Centraal Bureau Fondsenwerving;

  • b.

    Wachtlijst: lijst waarop fondsenwervende instellingen worden

    geplaatst aan wie geen vergunning kan wordenverleend;

  • a.

    de afdeling: de afdeling Publiekszaken van de gemeente

    Vlissingen;

  • a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van

    Vlissingen.

 

Artikel 2. Aantal vergunningen per jaar

Om een goede spreiding van de inzameling en daarmee met een redelijk aanbod van kleding te komen, worden er per jaar maximaal 4 vergunningen (1 per kwartaal) verleend.

Containers, als bedoeld onder 4, mogen het gehele jaar worden geplaatst.

Artikel 3. Wijze van inzameling

Bij het verlenen van jaarlijkse vergunningen mag uitsluitend ingezameld worden door het huis-aan-huis verspreiden van zakken.

Voor het op eigen grond, onder andere Milieustraat en Gammaterrein, inzamelen van kleding door middel van het plaatsen van een container is geen vergunning vereist. Zo lang deze instellingen niet huis-aan-huis kleding inzamelen is dit zonder vergunning toegestaan. Het gaat hier om het vrijwillig afgeven van kleding. Zodra een container op het grondgebied van de gemeente staat, is hiervoor wel een vergunning vereist.

Voor het op of in gemeentegrond worden doorlopende vergunningen verleend voor het vrijwillig deponeren van kleding in een container. De locaties op bijlage 1 zijn hiervoor aangewezen.

Artikel 4. Vereisten aanvraag

Huis-aan-huis inzamelen

Bij de aanvraag moet worden vermeld:

  • a.

    Naam charitatieve instelling;

  • b.

    In het bezit zijn van een positieve beoordeling van het CBF of een verklaring van geen bezwaar van het CBF;

  • c.

    Voor welk charitatief doel er wordt ingezameld;

  • d.

    Voor welke periode men in aanmerking wenst te komen.

Vrijwillig deponeren in een container op gemeentegrond

  • a.

    Naam charitatieve instelling;

  • b.

    In het bezit zijn van een positieve beoordeling van het CBF of een verklaring van geen bezwaar van het CBF;

  • c.

    Voor welk charitatief doel er wordt ingezameld;

Artikel 5. Datum indienen vergunning

De aanvraag voor het huis-aan-huis en in een container inzamelen moet uiterlijk voor 1 december voor het aangevraagde kalenderjaar binnen zijn.

 

Artikel 6. Wachtlijst

Indien geen vergunning wordt verleend, wordt de charitatieve instelling onder aan een wachtlijst geplaatst. Na het verlenen van vergunning verdwijnt de instelling van de wachtlijst. Voor zowel het huis-aan-huis als voor het in een container inzamelen, wordt een wachtlijst aangelegd.

 

Artikel 7. Selectiecriteria

  • a.

    De organisatie moet getoetst zijn door het Centraal Bureau Fondsenwerving;

  • b.

    Aan de hand van de wachtlijst wordt bepaald welke instelling vergunning krijgt.

  • c.

    Het jaar daarop wordt deze organisatie uitgesloten van inschrijving, tenzij er onvoldoende inschrijvingen zijn. De instelling wordt vervolgens weer op de wachtlijst geplaatst.

     

Artikel 8. Voorschriften

  • a.

    De opbrengst van de kledinginzameling moet, na aftrek van de noodzakelijke kosten, aangewend worden voor het doel van de stichting, daarnaast moet de instelling een jaarverslag en een financieel verslag inclusief een accountantsrapport zenden voor 1 juli na afloop van het boekjaar aan het Centraal Bureau Fondsenwerving, gebouw Westhaghe, Anthony Fokkerweg 1, 1059 CM Amsterdam.

  • b.

    De instelling moet aangesloten zijn bij het Centraal Bureau Fondsenwerving en in het bezit zijn van een CBF-keurmerk of een verklaring van geen bezwaar dat is verleend/afgegeven door het Centraal Bureau Fondsenwerving.

  • c.

    Bevelen of aanwijzingen van het bevoegd gezag, gegeven in het belang van de openbare orde of de verkeersveiligheid, moeten stipt en terstond worden opgevolgd.

  • d.

    Van de opbrengst van de inzameling moet uiterlijk binnen twee maanden na de inzameling schriftelijk mededeling worden gedaan aan ons college. Dit moet gebeuren middels een bijgevoegd evaluatieformulier, waarin onder andere vermeld wordt van ingezamelde hoeveelheden.

  • e.

    Alle textiel moet huis aan huis worden ingezameld. Er moet door de inzamelaar onderscheid worden gemaakt tussen bruikbaar textiel (kledingstukken, schoeisel et cetera) en resttextiel (gordijnen, handdoeken et cetera).

  • f.

    Voor de aanbieder en ter onderscheiding van het inzamelmiddel moet de inzamelaar tezamen met de voorlichting stickers verspreiden met opdruk ‘bruikbaar textiel’.

  • g.

    De inzamelaar moet de aanbieder informeren over het gebruik van de sticker.

  • h.

    De bevolking moet goed worden geïnformeerd over de dag van inzamelen, zodat wordt voorkomen dat zakken textiel onnodig één of meerdere dagen op of aan de openbare weg geplaatst zijn.

  • i.

    De inzameling moet geschieden tussen 08.00 en 18.00 uur en mag niet langer duren.

  • j.

    De vergunninghouder moet zich strikt houden aan de periode, waarvoor vergunning is verleend.

  • k.

    De vergunninghouder moet bij gebruikmaking daarvan de vergunning bij zich dragen en op verzoek van een daarvoor bevoegde ambtenaar de vergunning tonen.

  • l.

    De vergunninghouder moet zich informeren over de dagen waarop huisvuil wordt ingezameld, op deze dagen mag geen textiel worden ingezameld.

  • m.

    Het is niet toegestaan bij het aankondigen van de actie gebruik te maken van een geluidsinstallatie.

  • n.

    Het inzamelen van het textiel moet op een zodanige wijze geschieden, dat zich daarvan geen restanten op de openbare weg of elders kunnen verspreiden, hetgeen is gemorst moet de inzamelaar opruimen; indien hieraan niet wordt voldaan, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd of tegen de overtreder een procesverbaal opgemaakt.

  • o.

    Indien ingezameld textiel in afwachting van vervoer tijdelijk binnen onze gemeente wordt opgeslagen, moet de opslagplaats worden bekendgemaakt aan de gemeente en moet worden voldaan aan door de brandweer te stellen eisen.

  • p.

    Deze eventuele tijdelijke opslag moet op zodanige wijze geschieden dat de kleding zich niet in de omgeving kan verspreiden.

  • q.

    De eventuele opslagplaats mag niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

  • r.

    Indien wordt gehandeld bij herhaling in strijd met één of meer gestelde voorschriften, kan de vergunning worden ingetrokken.

Artikel 9 . Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel inzamelen kleding Vlissingen’ en treedt in werking op 29 maart 2016.

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Vlissingen,

de secretaris, de burgemeester,

mr. drs. ing. M. van Vliet A.M. Demmers-van der Geest

Naar boven