Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2016, 40954 | Overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2016, 40954 | Overige overheidsinformatie |
Mandaat van de gemeente Amsterdam aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied(3B, 2016, 62)
Mandaat van de gemeente Amsterdam aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
Gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, titel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek en de artikelen 2 en 32 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Noordzeekanaalgebied;
Brengen ter algemene kennis dat de burgemeester op 14 maart 2016 en het college van burgemeester en wethouders tijdens zijn vergadering op 22 maart 2016 heeft besloten een mandaat te verlenen aan de directeur van de Omgevingsdienst van het Noordzeekanaal gebied. Besloten is dat het besluit als volgt luidt:
In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging
Artikel 3. Reikwijdte mandaat, volmacht en machtiging
De bij of krachtens dit besluit verleende mandaten, volmachten en machtigingen strekken niet verder dan de uitoefening van die bevoegdheden die tot het takenpakket van de OD NZKG horen, te weten de uitvoering van taken zoals opgenomen in het bij dit besluit behorende mandaatregister, op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten en de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels.
Artikel 5. Volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld:
1.Indien een besluit krachtens mandaat wordt genomen als bedoeld in artikel 2 luidt de ondertekening:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
gevolgd door de handtekening en naam van de directeur.
De burgemeester van de gemeente Amsterdam,
de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
gevolgd door de handtekening en naam van de directeur.
2.Indien een besluit krachtens ondermandaat wordt genomen als bedoeld in artikel 4, luidt de ondertekening:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
(naam functie/ afdeling) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.
De burgemeester van de gemeente Amsterdam,
de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
(naam functie/ afdeling) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.
3.Indien bij het nemen van een besluit krachtens mandaat als bedoeld in artikel 2 gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 5, luidt de ondertekening:
de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
gevolgd door de handtekening en naam van de directeur.
4.Indien bij het nemen van een besluit krachtens ondermandaat als bedoeld in artikel 4 gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 5, luidt de ondertekening:
de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
(naam functie/ afdeling) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,
gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.
Het mandaatbesluit Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2013 van de gemeente Amsterdam Westpoort van 18 december 2012 (Gemeenteblad 9 januari 2013, afdeling 3B, nr. 2) , de wijziging van 3 september 2013 inzake het mandaat aanwijzing toezichthouder Warvw (Gemeenteblad 18 september 2013, afdeling 3B, nr. 156) en de wijziging van 13 mei 2014 inzake de wijziging mandaatbesluit Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2013 van de gemeente Amsterdam en intrekken mandaatbesluit Dienst Milieu en Bouwtoezicht Hoofdinspecteur Noord-Zuidlijn (Gemeenteblad 21 mei 2014, afdeling 3B, nr. 120) worden ingetrokken.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester
De burgemeester van Amsterdam,
Bijlage: mandaatregister bij het mandaat van de gemeente Amsterdam aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Afkortingen- en begrippenlijst:
APV: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Amsterdam
Awb: Algemene wet bestuursrecht
Mandaatbesluit: Mandaat van de gemeente Amsterdam aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
OD NZKG: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Warvw: Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels;
Verleend mandaat Beperkingen en voorwaarden
1 Op grond van artikel 3, tweede lid van het mandaatbesluit omvatten de bij of krachtens dit mandaatbesluit verleende mandaten, volmachten en machtigingen tevens alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen Voorzover ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden die zijn opgenomen in dit mandaatregister
9 Behandelen van een klacht op grond van titel 9.1 Awb Het betreft een klacht over de wijze waarop de OD NZKG, dan wel een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de OD NZKG, zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen bij de uitoefening van een bevoegdheid die is opgenomen in dit register
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
1.14 Vragen van advies als bedoeld in artikel 9 van deze wet aan het Bureau bevordering Integriteitsbeoordelingen
1 Op grond van artikel 5.10, derde lid, van de Wabo, artikel 11 van de Warvw en artikel 6.2 van de APV, aanwijzen van toezichthouders in de zin van artikel 5.11 van de Awb, voor zover de OD NZKG belast is met de uitvoering van een wettelijke regeling op grond waarvan toezichthouders kunnen worden aangewezen Geen ondermandaat toegestaan
3 Opleggen van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 125 van de Gemeentewet juncto afdeling 5.3.1 van de Awb, of het opleggen van een last onder dwangsom op grond van afdeling 5.3.2 van de Awb, wegens overtreding van een verbod op plicht gesteld bij of krachtens de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten alsmede de volgende wetten:
4 Opleggen van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 125 van de Gemeentewet juncto afdeling 5.3.1 van de Awb, of het opleggen van een last onder dwangsom op grond van afdeling 5.3.2 van de Awb wegens overtreding van een verbod op plicht gesteld bij of krachtens de volgende verordeningen:
5 Overige (anders dan hierboven in 2.3 en 2.4 genoemde bevoegdheden) bevoegdheden op grond van titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht en het uitvaardigen van dwangbevelen, als bedoeld in artikel 5:10 van de Awb Voorzover ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden die zijn opgenomen in dit mandaatregister
13 Uitoefenen van de bevoegdheid tot jaarlijkse herziening van exploitatieplan zoals bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, Wro voor zover de herziening uitsluitend betrekking heeft op niet-structurele onderdelen zoals bedoeld in artikel 6.15, derde lid Wro en het eerste exploitatieplan is vastgesteld naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan is afgeweken
Coördinatie besluitvorming Wro - Waterwet – Wabo
Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels
3.22 Uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken toegekend bij of krachtens de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels
Verordening op de Vastgoedregistratie 2011
3.26 Het beslissen inzake het toekennen, wijzigen en het intrekken van een nummering van objecten, als bedoeld in artikel 4 tot en met 8 van de Verordening op de Vastgoedregistratie Amsterdam 2011
Algemene plaatselijke verordening
4.5 Uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk III van de Wet bodembescherming (Wbb) gestelde regels.
4.5.1 De vaststelling op grond van artikel 44, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit, van gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing van grond en baggerspecie, voor zover het beperkte aanpassingen met een uitvoerend karakter betreft van de op 4 april 2012 door de gemeenteraad vastgestelde nota bodembeheer Het gaat om beperkte aanpassingen met een uitvoerend karakter van de nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart, bijvoorbeeld: het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart, uitbreiding van het beheergebied, acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten of het toevoegen van data van nieuwe parameters
Het beslissen op aanvragen om een bouwvergunning als bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 1 van de Woningwet, alsmede het verlenen van de daarvoor noodzakelijke op grond van de Bouwverordening Amsterdam 2003 en het Bouwbesluit
Toelichting op het mandaatbesluit
In verband met de oprichting van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: Omgevingsdienst NZKG) is een gemeenschappelijke regeling getroffen, genaamd Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: regeling). Het mandaat behelst de taken die in het kader van de regeling worden ingebracht en die zich richten op het in artikel 2 van de regeling genoemde belang. De ingebrachte taken worden voor het merendeel in mandaat door de Omgevingsdienst NZKG uitgevoerd.
Voor de oprichting van de Omgevingsdienst is een Bedrijfsplan gemaakt, waar het college van Burgemeester en Wethouders op 16 oktober 2012 mee heeft ingestemd. In dat Bedrijfsplan zijn o.a. een model-mandaatbesluit en een model mandaatregister opgenomen. Het mandaatsbesluit en mandaatregister zijn in overeenstemming met deze modellen. Aan het mandaat kan een nadere voorwaarde of beperking worden verbonden. Deze zijn in de tweede kolom van het mandaatregister opgenomen.
In het mandaatbesluit is bepaald dat de directeur Omgevingsdienst NZKG bij de aan hem in mandaat, volmacht en machtiging opgedragen bevoegdheden de algemene instructies en de instructies per geval van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester in acht neemt. De directeur Omgevingsdienst NZKG maakt geen gebruik van het mandaat indien hij een persoonlijk belang heeft bij het uitoefenen van de bevoegdheid.
Dit mandaat heeft betrekking op taken en bevoegdheden in het omgevingsrecht; de facto heeft het thans betrekking op taken en bevoegdheden in Westpoort en de Grootstedelijke Gebieden, omdat in andere gevallen de taken en bevoegdheden zijn overgedragen aan de Stadsdelen op basis van de Verordening op de Stadsdelen.
Artikel 1 van het mandaatbesluit bevat een omschrijving van de belangrijkste begrippen die in het mandaatbesluit worden gebruikt. Niet alleen het college van burgemeester en wethouders, maar ook de burgemeester is in het mandaatbesluit opgenomen als mandaatgevend bestuursorgaan. Het gaat om speciale bevoegdheden van de burgemeester in het kader van de gemandateerde regelgeving, te weten het beslissen op mededelingen/verzoeken om ontheffing voor het aanbrengen van reclame, het beslissen op een aanvraag om een vuurwerkvergunning als bedoeld in artikel 5.2 van de APV, het verlenen van geluid- en lichtontheffingen op grond van artikel 5.6 van de APV.
Artikel 2, eerste lid, verwijst naar het mandaatregister. Hierin staan de concrete bevoegdheden opgenomen, alsmede de eventuele beperkingen en voorwaarden waaronder mandaat wordt verleend. In het tweede lid is bepaald dat van het mandaat is uitgesloten, de bevoegdheid om op bezwaar te besluiten. Deze bevoegdheid blijft derhalve bij het College van Burgemeester en Wethouders resp. de Burgemeester.
Artikel 4 maakt duidelijk dat de directeur Omgevingsdienst NZKG in het algemeen kan ondermandateren. Indien dit voor een concrete bevoegdheid niet is toegestaan, staat dit in het mandaatregister vermeld.
Toelichting op het mandaatregister
Onder nr. 1.1 wordt duidelijk gemaakt dat ook de overige in het kader van het verleende mandaat te nemen beslissingen en uitvoeringshandelingen bij het mandaat horen, bijvoorbeeld het sturen van ontvangstbevestigingen en het nemen van beslissingen in het kader van de besluitvormingsprocedure. Bij dit laatste kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het opschorten of verlengen van een beslistermijn, het vragen om aanvullende gegevens, het buiten behandeling laten van aanvragen, het verstrekken van inlichtingen en het voldoen aan publicatieverplichtingen. Als al deze beslissingen en handelingen worden uitgeschreven, wordt het mandaat erg uitgebreid en onoverzichtelijk.
Onder nr. 1.2 is om dezelfde reden bepaald dat onder het mandaat voor het verlenen van een toestemming, tevens het intrekken, wijzigen of verlengen daarvan wordt begrepen. Alleen intrekking als sanctie staat apart vermeld onder hoofdstuk 2 ‘Toezicht en handhaving’ (nr. 2.5).
In de nrs. 1.3, 1.4 en 1.6 tot en met 1.8 wordt mandaat gegeven voor het optreden in bestuursrechtelijke procedures voor een besluit dat in mandaat is genomen door de Omgevingsdienst NZKG, dan wel voor het indienen van bezwaar- of beroepschrift tegen een besluit van een ander bestuursorgaan. Tevens is een bepaling opgenomen over het beslissen op een verzoek om schadevergoeding. In nr. 1.5 is mandaat opgenomen om te beslissen of tegen een besluit van een bestuursorgaan geageerd wordt, bijvoorbeeld een besluit van een aangrenzende gemeente omtrent ruimtelijke plannen die het werk,- en takenveld van de Omgevingsdienst raken.
In 2.9 is een dergelijke bepaling opgenomen met betrekking tot het indienen van een verzoek om handhaving.
Onder het voeren van bestuursrechtelijke procedures (nr. 1.3) wordt onder meer verstaan het indienen van verweerschriften in bezwaar en beroep, het vragen van uitstel van behandeling van bezwaar en beroep en het verrichten van andere proceshandelingen.
De algemene wet bestuursrecht geeft een regeling voor klachtbehandeling door een bestuursorgaan. In nr. 1.9 is de bevoegdheid hiervoor gemandateerd. Het gaat om gedragingen van de Omgevingsdienst NZKG dan wel personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de Omgevingsdienst NZKG bij de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid. Indien de klager met de afhandeling van de klacht niet tevreden is, kan deze een verzoekschrift indienen bij de ombudsman.
In nr. 1.10 zijn de bevoegdheden gemandateerd in verband met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht over de mogelijkheid dat een bestuursorgaan een dwangsom verbeurt bij niet tijdig beslissen. Verder is in nr. 1.11 mandaat opgenomen voor het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom, het treffen van een betalingsregeling etc..
In nrs. 1.12 en 1.13 zijn mandaten opgenomen voor beslissingen in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor het geval een gemeente een databankenverordening heeft vastgesteld, is nr. 1.13 in de mandaatlijst opgenomen.
Nr. 1.14 voorziet in mandaat in het kader van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Vanwege de samenhang met vergunningverlening is het vragen van advies als gemandateerde bevoegdheid in de mandaatlijst opgenomen. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren of intrekken op grond van artikel 3 van deze wet. Het advies wordt gevraagd in de gevallen waarin het beleid van de gemeente dat voorschrijft.
In dit hoofdstuk zijn in nrs. 2.1 tot en met 2.4 de aanwijzing van toezichthouders, het vorderen van gegevens, het opleggen van een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang opgenomen.
In nr. 2.3 wordt verwezen naar de wetten genoemd in artikel 5.1 Wabo. Daarin staan onder meer de volgende wetten genoemd: Flora en Faunawet, Monumentenwet 1988, Natuurbeschermingswet , Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Wet milieubeheer, Wet ruimtelijke ordening, Woningwet. Vanwege de omschrijving ‘bij of krachtens’ in nr. 2.3 is er ook bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving van algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen die gebaseerd zijn op de genoemde wetten. Bijvoorbeeld het Besluit en de Regeling omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012, het Besluit en de Regeling algemene regels inrichtingen milieubeheer, het Besluit mobiel breken, het Besluit risico’s zware ongevallen 1999, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, etc.
De bevoegdheid onder nrs. 2.3 en 2.4 omvatten tevens het beslissen op handhavingsverzoeken van derden en het afzien van handhaving, en de daarmee samenhangende acties.
Verder zijn in nrs. 2.5 tot en met 2.9 mandaten opgenomen voor het nemen van besluiten in een handhavingstraject, zoals het opheffen, opschorten van een last onder dwangsom of het verminderen van het dwangsombedrag, het nemen van een invorderingsbeschikking, of het nemen van een kosten- of toepassingsbeschikking in het kader van bestuursdwang.
3.Fysieke leefomgeving – Wabo en Wro
In dit hoofdstuk is onder meer het beslissen op de aanvraag voor een omgevingsvergunning opgenomen (nr. 3.1), waaronder ook de beslissing op een aanvraag voor de eerste of tweede fase, en tevens de beslissingen die uit de gestelde voorschriften in een omgevingsvergunning voortvloeien. Ook zijn twee coördinatiebepalingen opgenomen in relatie tot de Wro en de Waterwet (nrs. 3.17 en 3.18). Verder zijn in nrs. 3.19 tot en met 3.22 mandaten opgenomen ten aanzien van de Wet geluidhinder, inzake vaststellen hogere waarden en zonebeheer, en de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels. Nr. 3.23 omvat het mandaat met betrekking tot Bouwverordening en Bouwbesluit 2012.
In dit hoofdstuk zijn alle relevante taken en bevoegdheden op het gebied van milieu opgenomen.
Onder 4.1 is een aantal hoofdstukken van de Wet milieubeheer genoemd.
Hoofdstuk 8 heeft betrekking op inrichtingen, hoofdstuk 10 op afvalstoffen, hoofdstuk 17 op maatregelen in bijzondere omstandigheden, hoofdstuk 19 op openbaarheid van milieu-informatie, hoofdstuk 20 op beroep bij de administratie rechter, inclusief de mogelijkheid tot terstond van kracht verklaren van een beschikking, titel 12.3 op verslag-, registratie- en meetverplichtingen.
Hoofdstuk 7 Wm heeft betrekking op milieueffectrapportage (m.e.r.).
Onder 4.1 vallen diverse besluiten en regelingen die op de Wm gebaseerd zijn.
Bijvoorbeeld het Besluit mobiel breken, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (Brzo).
Het mandaat omvat onder meer het opleggen van maatwerkvoorschriften, het nemen van maatregelen bij ongewone voorvallen, goedkeuren van onderzoeksrapporten, het stellen van termijnen, het verlenen van toestemming of instemming, het verzoeken om overleggen van informatie, gegevens of verslagen en het verzoeken om aan te tonen dat wordt voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de AMvB.
Het Brzo legt een aantal aangewezen categorieën van inrichtingen extra verplichtingen op in het kader van externe veiligheid. Het mandaat betreft onder meer het beoordelen van het door de inrichting op te stellen veiligheidsrapport, alsmede het uitvoeren van de daarmee samenhangende taken en bevoegdheden (zoals het verrichten van een aantal administratieve handelingen, het realiseren van afstemming met andere bevoegde gezagen in het kader van het besluit, het bezien of de voorschriften van de vergunningen aanpassing behoeven gelet op het veiligheidsrapport, etc.).
Nrs. 4.3 en 4.4 zullen niet voor elke gemeente relevant zijn om op te nemen in het individuele mandaatbesluit.
Nr. 4.5 betreft het mandaat voor taken en bevoegdheden op grond van onder meer het Besluit lozen buiten inrichtingen en het Besluit bodemkwaliteit.
Op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen kunnen bijvoorbeeld maatwerkvoorschriften worden opgelegd.
Het mandaat omvat met betrekking tot het Besluit bodemkwaliteit o.a. het vaststellen van een bodemfunctiekaart op grond van artikel 55 Besluit bodemkwaliteit.
De vaststelling van een gebiedsspecifiek toetsingskader voor toepassing van grond en baggerspecie (nota bodembeheer) is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
De vaststelling van beperkte aanpassingen van de nota bodembeheer met een uitvoerend karakter is door de gemeenteraad gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Deze bevoegdheid wordt gemandateerd aan de Omgevingsdienst. Het gaat bijvoorbeeld om het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart, uitbreiding van het beheergebied, acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten of het toevoegen van data van nieuwe parameters.
In nr. 4.6 is mandaat opgenomen voor taken en bevoegdheden ingevolge de saneringsregeling, waaronder het beschikken op saneringsplannen, evaluatieverslagen en nazorgplannen, en het handhaven van de saneringsplicht bedrijfsterreinen en het zo nodig opleggen van een onderzoeks- of saneringsbevel. Daarnaast kan gedacht worden aan het beoordelen van (met mogelijkheid tot het geven van aanwijzingen) en het zo nodig optreden bij ongewone voorvallen.
Apart genoemd zijn het - aan een saneringsplan of nazorgplan - verbinden van een voorschrift inzake het stellen van financiële zekerheid (nr. 4.7) en het beslissen op een aanvraag om subsidie in het kader van de zogenaamde ‘Bedrijvenregeling’ (nr. 4.8).
In dit hoofdstuk zijn bevoegdheden op basis van de Woningwet (oud), Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud), Wet ruimtelijke ordening (oud) en Wet milieubeheer (oud) opgenomen. Deze zijn nog relevant, voorzover op een aanvraag van vóór de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna:Wabo), nog niet besloten is. Indien er wel besluitvorming heeft plaatsgevonden, worden deze besluiten ingevolge het overgangsrecht bij de Wabo gelijkgesteld aan een besluit op grond van de Wabo; bevoegdheden voor het wijzigen/intrekken van besluiten op basis van genoemde oude regelgeving zijn derhalve niet opgenomen.
Op termijn kan hoofdstuk 5 vervallen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-40954.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.