Gemeenteblad van Hardinxveld-Giessendam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hardinxveld-GiessendamGemeenteblad 2016, 40791Beleidsregels



Uitvoeringsregeling gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Hardinxveld-Giessendam

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam,

 

overwegende dat

- de raad op 30 oktober 2014 besloten heeft het peuterspeelzaalwerk te harmoniseren tot peuteropvang;

- gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

- en het college bevoegd is nadere regels op te stellen;

 

besluiten vast te stellen de volgende regeling:

 

“Uitvoeringsregeling gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Hardinxveld-Giessendam”

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    college: college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

  • b)

    doelgroepkinderen: alle peuters van twee tot vier jaar die door het consultatiebureau als risicopeuter worden beoordeeld en alle peuters van twee tot vier jaar bij wie de peuteropvangleid(st)er of de kinderopvangleidsters een taalachterstand signaleren en volgens een wetenschappelijke methode een taalachterstand hebben. De definitie van een doelgroepkind wordt vastgesteld door het college;

  • c)

    LRKP: dit betreft het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) waarin aanbieders en peuterspeelzalen zijn opgenomen die voldoen aan de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp);

  • d)

    peuter: in de gemeente Hardinxveld-Giessendam ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar;

  • e)

    peuteropvang: het opvangaanbod voor peuters van 2 tot 4 jaar die wonen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, aangeboden door aanbieders zijn opgenomen in het LRKP;

  • f)

    reguliere peuteropvang: de reguliere peuteropvang omvat minimaal één en maximaal twee dagdelen met een maximale (gemiddelde) dagdeellengte van 2,5 uur, gedurende maximaal 40 weken per kalenderjaar (1).

  • g)

    kinderopvangtoeslag: de toeslag die ouders kunnen aanvragen bij de Belastingdienst voor kinderopvang dan wel peuteropvang;

  • h)

    gemeentetoeslag: de toeslag die de gemeente beschikbaar stelt voor peuteropvang;

  • i)

    VVE-aanbod: het aanbod voor -en vroegschoolse educatie betreft het aantal uren méér dan de reguliere peuteropvang, van in totaal tien uur, gericht op het verminderen van onderwijsachterstanden.

  • j)

    VVE registratie: een registratie in het LRKP waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE.

(1) Aangenomen wordt dat de peuter in de schoolvakanties geen gebruik maakt van peuteropvang. Daarom worden de schoolvakanties niet meegerekend. Het staat aanbieders vrij om in de schoolvakanties peuteropvang aan te bieden, dit vormt echter geen aanleiding om de gemeentetoeslag aan te passen.

 

Artikel 2 Voorwaarden voor de gemeentetoeslag

Ouders of verzorgers van een peuter komen in aanmerking voor de gemeentetoeslag ter bekostiging van peuteropvang als:

  • 1.

    Hun peuter minimaal één dagdeel (van 2,5 uur) per week de peuteropvang bezoekt.

  • 2.

    Ze een overeenkomst hebben met een aanbieder die

    • a)

      Werkt met een kindvolgsysteem

    • b)

      Werkt met een gecertificeerd VVE programma dat als theoretisch goed onderbouwd programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi. Als een door de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel voldoet aan de voorwaarden zoals geformuleerd door de Inspectie van het Onderwijs (minimale beoordeling ‘2’) kan de aanbieder er voor kiezen deze te gebruiken. In die gevallen wacht de gemeente het oordeel van de Inspectie over het programma af.

    • c)

      Tot 1 januari 2017 kan alleen gemeentetoeslag worden aangevraagd bij een overeenkomst met een aanbieder die in 2015 tot aan de overgang per 1 juli 2015 peuterspeelzaalwerk heeft aangeboden in de gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Onder een overeenkomst met een aanbieder wordt verstaan dat de ouder een formulier ondertekend heeft waarop tenminste aangegeven wordt:

  • a)

    De startdatum van de peuteropvang

  • b)

    De dagen en tijden waarop gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang

  • c)

    De prijs per uur van de peuteropvang

  • d)

    Het LRKP nummer van de aanbieder

  • e)

    Het BSN nummer van de peuter

Mits de voorstaande gegevens vermeld worden, kan de overeenkomst ook een offerte zijn.

  • 3.

    Ze niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag.

  • 4.

    Ze bereid zijn om de meest recente inkomensverklaring aan te vragen en deze te overleggen aan de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Onder een inkomensverklaring (voorheen IB60-verklaring genoemd) wordt verstaan een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. De inkomensverklaring kan gratis worden aangevraagd bij de Belastingdienst. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens:

    • a)

      naam en adres

    • b)

      naam- en adresgegevens van de Belastingdienst

    • c)

      het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven

    • d)

      inkomensgegevens

  • 5.

    Zelfstandig ondernemers die in aanmerking komen voor de gemeentetoeslag kunnen in plaats van een inkomensverklaring een kopie sturen van de meest recente aanslag inkomstenbelasting van het betreffende belastingjaar. Dat kan een voorlopige of een definitieve aanslag zijn.

 

Artikel 3 Opvang doelgroepkinderen

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 3 komen ouders of verzorgers van doelgroepkinderen in aanmerking voor gemeentetoeslag als zij gebruik maken van een VVE-aanbod, met dien verstande dat minimaal 10 uren peuteropvang worden afgenomen en dat voor alle uren de daarvoor toegekende Kinderopvangtoeslag in mindering wordt gebracht.

 

Artikel 4 Weigeringsgronden

De aanvraag voor een gemeentetoeslag kan op grond van deze regeling worden geweigerd indien:

  • a)

    De aanvraag niet compleet is ingediend, na hersteltermijn;

  • b)

    Het kind niet tussen de 2 en 4 jaar is bij start op de peuteropvang;

  • c)

    Er geen gebruik wordt gemaakt van een peuteropvang met LRKP registratie;

  • d)

    Het kind niet in de gemeente Hardinxveld-Giessendam woont;

  • e)

    Er niet gedurende tenminste één dagdeel van 2,5 uur in de week gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang;

  • f)

    Ouder(s) of verzorger(s) recht heeft of hebben op Kinderopvangtoeslag of een andere financiële regeling voor gebruik van kinderopvang/ peuteropvang.

 

Artikel 5 Doelgroep

De gemeentetoeslag op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan ouders of verzorgers van peuters die gebruik maken van peuteropvang in de zin van artikel 1 onder f.

 

Artikel 6 Procedurebepalingen voor de verstrekking van de gemeentetoeslag voor peuteropvang

  • 1.

    Een aanvraag om een gemeentetoeslag wordt ingediend op een door het college vastgesteld formulier.

  • 2.

    Een aanvraag voor gemeentetoeslag kan gedurende het hele jaar worden ingediend;

  • 3.

    De gemeentetoeslag wordt uiterlijk 12 weken na de start van de peuteropvang aangevraagd.

  • 4.

    Het college besluit op de aanvraag uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 5.

    Het college stelt op basis van de inkomensverklaring een voorlopige beschikking op voor de maximale periode van 2 jaar. De ouders/verzorgers worden door middel van de beschikking op de hoogte gesteld over de hoogte van de gemeentetoeslag.

  • 6.

    Op basis van de beschikking in de zin van artikel 6, lid 5 verleent het college de gemeentetoeslag en betaalt deze maandelijks als voorschot aan de ouders/verzorgers uit.

  • 7.

    Voor ouders van doelgroepkinderen en ouders die in een schuldsaneringstraject via de gemeente zitten of aan het wettelijk schuldsaneringstraject via de WSNP deelnemen, geldt dat de gemeentetoeslag rechtstreeks aan de aanbieder wordt uitbetaald.

  • 8.

    Als de peuteropvang wordt beëindigd, overleggen ouders of verzorgers de meest recente inkomensverklaring die op dat moment beschikbaar is bij de Belastingdienst. Elk jaar wordt de nieuwe inkomensverklaring beschikbaar gesteld door de Belastingdienst in juni/ juli van het jaar daarvoor. Op basis van deze inkomensverklaring stelt het college een definitieve beschikking op en vindt een afrekening plaats indien nodig.

  • 9.

    Indien ondernemers niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie (€ 37.910,- tot € 51.562,-), waarbij het recht op herziening is voorbehouden.

  • 10.

    De gemeentetoeslag wordt stopgezet op de dag dat de peuter vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in artikel 7, daartoe aanleiding geeft. Indien de peuter na het vierde levensjaar niet direct terecht kan op de volgende school, kan een uitzondering worden gemaakt op het stopzetten van de gemeentetoeslag op de dag dat de peuter vier jaar wordt. Hiertoe beslist het college. Indien besloten wordt een uitzondering te maken, zal de gemeentetoeslag tot maximaal 6 weken na het vierde jaar toegekend worden.

  • 11.

    Indien een aanbieder aangeeft dat een ouder die gemeentetoeslag ontvangt voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de aanbieder niet betaalt, dan wordt de gemeentetoeslag aan de ouder stopgezet.

  • 12.

    In daartoe aanleiding gevende situaties kan het toeslagbedrag rechtstreeks aan de aanbieder worden overgemaakt.

  • 13.

    In alle gevallen waarbij de toeslag rechtstreeks aan de aanbieder wordt uitbetaald, meldt de aanbieder het de overeenkomst bij de gemeente met informatie betreffende

    • a)

      De startdatum van de peuteropvang

    • b)

      Het aantal uren peuteropvang

    • c)

      Het uurtarief

    • d)

      De aard van de opvang (VVE of niet)

Het college stelt op basis van de inkomensverklaring de hoogte van de toeslag en het recht op aanvullende dagdelen VVE vast en betaalt het bedrag uit aan de aanbieder. De aanbieder int de ouderbijdrage bij de ouders/verzorgers.

  • 14.

    Ouders van doelgroepkinderen die recht hebben op kinderopvangtoeslag hebben onverminderd de voorwaarde als omschreven in artikel 3 recht op aanvullende dagdelen VVE. De betaling vindt plaats aan de aanbieder, overeenkomstig artikel 6 lid 13.

 

Artikel 7 Tussentijdse wijzigingen

  • 1.

    Drie maanden na aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag vervalt het recht op de gemeentetoeslag en moet dit worden doorgegeven aan de gemeente. Indien blijkt dat de wijziging niet is doorgegeven, kan de uitbetaalde gemeentetoeslag geheel worden teruggevorderd.

  • 2.

    Wanneer de verhoging of verlaging van inkomen zodanig is dat men in een andere inkomenscategorie van de adviestabel ouderbijdrage terecht komt (bedoeld als in de zin van artikel 8 lid 3), moet een aanvraag tot herziening van de gemeentetoeslag worden gedaan op basis van de meest recente loongegevens op basis van de meest recente inkomensverklaring. Er volgt dan een herziene voorlopige beschikking. Deze aanvraag tot herziening moet binnen 8 weken na het voordoen van de tussentijdse wijziging worden ingediend.

  • 3.

    In het geval de inkomensverklaring nog niet beschikbaar is, kan een aanvraag tot herziening worden aangevraagd op basis van de meest recente loonstrook. In deze gevallen zal op basis van een inkomensverklaring een voorlopige beschikking worden opgesteld. Na een jaar volgt een definitieve beschikking en vindt een afrekening plaats op basis van de inkomensverklaring. Hierbij kan sprake zijn van een terugvordering of nabetaling van teveel of te weinig uitbetaalde toeslag.

  • 4.

    De aanpassing wordt niet doorgevoerd wanneer er bij een inkomensverhoging of verlaging nog minder dan 4 maanden gebruik gemaakt gaat worden van de gemeentetoeslag.

  • 5.

    Wijzigingen in het inkomen die geen gevolgen hebben voor de hoogte van de gemeentetoeslag hoeven niet doorgegeven te worden.

  • 6.

    Tevens moet een aanvraag voor herziening worden gedaan bij deelname van een volgend kind uit hetzelfde gezin aan peuteropvang, in hetzelfde kalenderjaar als waar de gemeentetoeslag al voor berekend was.

 

Artikel 8 Berekening van de gemeentetoeslag

  • 1.

    De berekening van de gemeentetoeslag vindt plaats op basis van het volledig ingevulde formulier zoals omschreven in artikel 6, lid 1.

  • 2.

    De gemeentetoeslag voor de 2 reguliere dagdelen wordt met een maximum van 5 uren peuteropvang per week en met een maximum van 40 weken per kalenderjaar verleend.

  • 3.

    De berekening van de gemeentetoeslag vindt plaats op basis van de jaarlijkse adviestabel ouderbijdrage van de VNG. Als de adviestabel voor het jaar waarvoor gemeentetoeslag berekend moet worden nog niet beschikbaar is, wordt de laatst uitgebrachte adviestabel gebruikt.

  • 4.

    De gemeentetoeslag peuteropvang wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het maximum tarief van de kinderopvangtoeslag zoals bepaald door de Belastingdienst. Dit tarief wordt jaarlijks geïndexeerd. Het tarief zal ieder jaar op de website van de gemeente Hardinxveld-Giessendam worden gepubliceerd.

  • 5.

    De hoogte van de gemeentetoeslag per maand wordt bepaald door:

    • a)

      De eigen bijdrage per uur vast te stellen aan de hand van de inkomenscategorie uit de adviestabel.

    • b)

      Het uurtarief te verminderen met de eigen bijdrage. Dit levert het toeslagbedrag per uur op.

    • c)

      Het aantal uren peuteropvang per week vermenigvuldigen met 40 weken en het toeslagbedrag per uur. Dit is het jaarbedrag van de gemeentetoeslag.

    • d)

      Het jaarbedrag delen door 12 maanden. Dit is het toeslagbedrag wat maandelijks uitgekeerd wordt.

  • 6.

    Er wordt gekozen voor betaling van het toeslagbedrag per maand omdat de facturering van de aanbieders ook maandelijks plaats vindt.

  • 7.

    De uitbetaling van de gemeentetoeslag vindt plaats omstreeks de 20e van de maand voorafgaand aan de opvang.

 

Artikel 9 Vergoedingen en gemeentelijke financiële bijdrage VVE voor aanbieders

  • 1.

    Aanbieders van peuteropvang komen in aanmerking voor een gemeentelijke financiële bijdrage van € 500,- per gerealiseerde doelgroepplaats per jaar. Daarbij moet de omvang van het aanbod zodanig zijn dat de ouders van doelgroeppeuters aan de minimum uren-eis voor VVE kunnen voldoen (minimaal 10 uren).

  • 2.

    Het aantal gerealiseerde doelgroepplaatsen per jaar wordt vastgesteld aan de hand van een door het college vastgesteld evaluatieformulier dat aanbieders dienen in te leveren voor 1 juli van het kalenderjaar volgend op het jaar waarover de gemeentelijke financiële bijdrage wordt aangevraagd. Hierbij worden gegevens opgevraagd waaruit blijkt dat de inzet daadwerkelijk is gerealiseerd.

  • 3.

    De gemeentelijke financiële bijdrage van € 500,- per doelgroeppeuter per jaar wordt verrekend naar rato van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter geplaatst is op de peuteropvang. Dat wil zeggen dat als een doelgroeppeuter 6 maanden VVE gevolgd heeft, er € 200,- toegekend kan worden.

  • 4.

    Er wordt gewerkt met een kindvolgsysteem en met een gecertificeerd VVE programma dat als theoretisch goed onderbouwd programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi. Als een door de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel voldoet aan de voorwaarden zoals geformuleerd door de Inspectie van het Onderwijs (minimale beoordeling ‘2’) kan de aanbieder er voor kiezen deze te gebruiken. In die gevallen wacht de gemeente het oordeel van de Inspectie over het programma af. Indien een erkend VVE-programma aangeschaft wordt, kan de gemeentelijke financiële bijdrage vooraf uitgekeerd worden. In het geval van een niet erkend VVE programma wordt de gemeentelijke financiële bijdrage voor de aanschaf van de methode en materialen pas uitbetaald wanneer de Inspectie een positief oordeel hierover heeft geveld.

 

Artikel 10 Eisen aan aanbieders

  • 1.

    Om in aanmerking te kunnen komen voor de in artikel 9 genoemde gemeentelijke financiële bijdrage dienen aanbieders te voldoen aan de volgende eisen:

    • a)

      Registratie in het LRKP met een VVE registratie;

    • b)

      De kwaliteit van de VVE op de locatie wordt door de Inspectie voor het Onderwijs in overwegende mate positief beoordeeld. Door de Inspectie aangegeven verbeterpunten worden door de aanbieder aantoonbaar opgepakt;

    • c)

      Er dient gebruik te worden gemaakt van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Tot 1 januari 2017 komen alleen aanbieders in aanmerking voor de gemeentelijke financiële bijdrage in de zin van artikel 9 lid 1 die:

    • a)

      Voor 1 juli 2015 in het LRKP VVE geregistreerd waren als kinderdagopvangaanbieder (niet zijnde gastouders) of peuteropvang in de gemeente Hardinxveld-Giessendam.

 

Artikel 11 Hardheidsclausule

Het college is bevoegd om af te wijken van de regeling om tegemoet te komen aan onbillijkheden die zich bij de toepassing van de regeling kunnen voordoen.

 

Artikel 12 Slotbepalingen

  • 1.

    De Uitvoeringsregeling gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Hardinxveld-Giessendam, vastgesteld op 21 april 2015, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2016;

  • 2.

    De nieuwe uitvoeringsregeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2016;

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Hardinxveld-Giessendam.

 

 

Aldus vastgesteld op 22 maart 2016 door:

Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam,

de burgemeester,

drs. R.H. Augusteijn

de secretaris,

drs. R. ’t Hoen MPM