Gemeenteblad van Waalwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2016, 37571 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2016, 37571 | Verordeningen |
Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging)
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
De raad van de gemeente Waalwijk ;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2016;
gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid van de Jeugdwet;
overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft gelegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt;
Overwegende dat gebleken is dat in de tekst van de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015, zoals vastgesteld door de raad op 11 december 2014, enkele onjuistheden staan die hersteld moeten worden;
Voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.
Een beschikking zoals omschreven in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht van het college van Waalwijk over de Toegang tot Jeugdhulp.
Persoon die gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet , juncto artikel 2.9, onder a, van de wet, of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Generalist die zorg draagt voor de ondersteuning op locatie van huishoudens met problemen in meer rubrieken en/of ingewikkeldere problematiek als bedoeld in artikel 4.
Plan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.
Gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 6.
Behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.
Op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2.9, van de wet.
Melding aan het college als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Personen als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.
Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet.
Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt.
1 3 . Voorliggende voorziening
Algemeen gebruikelijke voorziening en algemene voorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de verordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2015, of een andere voorziening waarmee aan de hulpvraag tegemoet wordt gekomen.
14 . Vrij toegankelijke j eugdhulp
HOOFDSTUK 2. Procedureregels aanvraag Jeugdhulp
Artikel 4. Cliëntondersteuning
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is.
bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij
redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval
een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
3.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als
1.Het college onderzoekt door middel van een gesprek van een deskundige en de jeugdige en/of
zijn ouders, binnen de gestelde termijn en voor zover nodig:
kan het college specialisten raadplegen.
6.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.
1.Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een individuele
voorziening schriftelijk indienen bij het college.
1.Een voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek en in voorkomend geval een ondertekend familiegroepsplan, wordt door het college als aanvraag voor een individuele voorziening beschouwd als de cliënt dat in het verslag, dan wel het familiegroepsplan heeft aangegeven.
HOOFDSTUK 3. Procedure individuele voorzieningen
Artikel 9.Samenwerkingsafspraken Raad voor de Kinderbescherming
De gemeente stelt bij verordening vast dat de afspraken die in het samenwerkingsprotocol tussen de gemeente en de Raad voor de kinderbescherming zijn opgenomen, onverkort gelden voor alle instanties die werken onder de regie van de gemeente.
Artikel 10. Afweging en voorwaarden individuele voorzieningen
1.Het college kent een individuele voorziening toe voor zover op basis van de hulpvraag en/of het
huisbezoek wordt vastgesteld dat de jeugdige:
jeugdige een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts is afgegeven met inachtneming van het gestelde in artikel 2.6, eerste lid, en artikel 2.7, vierde lid, van de wet ;
3.Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit
van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een individuele voorziening.
Artikel 14. Meldingsregeling calamiteiten en geweld
1.Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de
verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar
2.Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de
verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.
3.De toezichthoudend ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet maatschappelijke
ondersteuning doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het
college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
4.Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van
calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.
5.Elke aanbieder moet zich houden aan de wet meldcode geweld en kindermishandeling.
Artikel 15.Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of
gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het
4.Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes
maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
verlening heeft plaatsgevonden.
5.Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet
HOOFDSTUK 7. Overige bepalingen
Artikel 16.Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp
1.Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de
tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren
kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
3.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze
eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het
zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Artikel 17. Vertrouwenspersoon
1.Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een
onafhankelijke vertrouwenspersoon.
2.Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een
Artikel 18.Inspraak en medezeggenschap
1.Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid
betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde
regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
2.Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid
voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de
besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen
van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
3.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij
onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een
adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
4.Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.
1.Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien
2.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de
klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt tenminste eenmaal per 4 jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens 4 jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken of totdat de looptijd van de oorspronkelijke beschikking is verstreken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-37571.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.