Verordening op de commissie die de aanbeveling tot herbenoeming van de burgemeester voorbereidt (2016)

 

Artikel 1 - Taak

De commissie heeft tot taak de aanbeveling tot herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden.

Artikel 2 - Samenstelling commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit de voorzitters van de in de raad vertegenwoordigde fracties.

  • 2.

    De commissie kiest uit haar midden een voorzitter.

  • 3.

    De commissie kent geen plaatsvervangende leden.

Artikel 3 - Ambtelijke ondersteuning

  • 1.

    De griffier is secretaris van de commissie.

  • 2.

    De gemeentesecretaris wordt bij vervulling van de in artikel 1 genoemde taak als plaatsvervangend secretaris aan de commissie worden toegevoegd.

  • 3.

    De (plaatsvervangend) secretaris geeft ambtelijke ondersteuning aan de commissie.

  • 4.

    De (plaatsvervangend) secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht in de commissie.

Artikel 4- Geheimhouding

  • 1.

    De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld.

  • 2.

    De commissie legt in elke vergadering, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of het gesprek. De voorzitter van de commissie ziet erop toe dat hieraan wordt voldaan.

  • 3.

    De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering of in het gesprek aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 7, lid 2, 4, 5 en 6 van deze verordening.

  • 4.

    De commissie en de raad kunnen de geheimhouding waartoe de Gemeentewet, respectievelijk zullen de geheimhouding waartoe deze verordening verplicht, niet opheffen.

  • 5.

    De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht.

  • 6.

    Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend) secretaris.

Artikel 5 - Vergaderingen

  • 1.

    De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit noodzakelijk achten.

  • 2.

    De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering. De voorzitter doet van elke vergadering zo mogelijk vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie en, indien het gesprek met hem plaatsvindt, de burgemeester.

  • 3.

    De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is.

  • 4.

    De commissie besluit bij de voorbereiding van een aanbeveling bij meerderheid van uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen bevindingen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de commissie, maar de verschillende meningen in het verslag opgenomen. De commissie streeft naar unanimiteit. Het gevoelen van de minderheid wordt des gewenst in het verslag tot uitdrukking gebracht.

Artikel 6–Contactpersoon bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure

  • 1.

    De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon.

  • 2.

    Alle stukken bestemd voor de commissie worden onder vermelding van ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ gericht aan de voorzitter en gezonden aan de secretaris.

  • 3.

    Alle stukken die van de commissie uitgaan worden onder vermelding van ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ op de envelop en boven de ingesloten stukken door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 7–Werkwijze van de commissie

  • 1.

    De commissie hanteert de door de raad vastgestelde profielschets als toetsingskader en formuleert de informatiebronnen op basis waarvan zij zich een oordeel vormt over het functioneren van de burgemeester. Deze informatiebronnen maakt zij vooraf kenbaar aan de burgemeester, de raad en de commissaris van de Koning.

  • 2.

    Alvorens het verslag van bevindingen aan de raad en commissaris van de Koning te zenden, bespreekt de commissie het conceptverslag met de burgemeester. Van het gesprek wordt een verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt.

  • 3.

    Indien terzake van het functioneren van de burgemeester in het vorige lid bedoelde overleg afspraken worden gemaakt tussen de commissie en de burgemeester, worden deze in het verslag aan de raad vermeld.

  • 4.

    De commissie brengt over haar werkzaamheden ter zake van de voorbereiding van de aanbeveling tot herbenoeming verslag uit aan de raad ende commissaris van de Koning door middel van een verslag van bevindingen. Het verslag aan de raad wordt gelijktijdig aan de burgemeester gezonden.

  • 5.

    Het schriftelijke en vertrouwelijk verslag bevat tenminste:

    • a.

      Een weergave van de wijze waarop de commissie haar werkzaamheden heft verricht;

    • b.

      Een gemotiveerde weergave van de bevindingen van de commissie;

    • c.

      Een aanduiding of er sprake is van unanimiteit binnen de commissie.

  • 6.

    Het verslag heeft in ieder geval het verslag van het gesprek met de burgemeester over het conceptverslag van bevindingen en de concept aanbeveling als bijlage.

Artikel 8–Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire niet voorziet, beslist de commissie.

Artikel 9– Ontbinding van de commissie

De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgende op die waarop door de minister aan de raad is bekend gemaakt dat voordracht van de minister door een Koninklijk besluit is gevolgd.

Artikel 10 - Archivering

  • 1.

    De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op het tijdstip bedoeld in artikel 9, alle archiefbescheiden die de commissie zelf heeft opgemaakt onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar de op grond van artikel 31 van de Archiefwet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats.

  • 2.

    De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat van de in het eerste lid bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.

  • 3.

    De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle overige bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.

Artikel 11Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Naar boven