DIRECTIESTATUUT

 

 

Het Dagelijks Bestuur van het Openbaar Lichaam De BEL Combinatie;

gelet op de artikelen 13, 16 en 20 van de Gemeenschappelijke Regeling BEL Combinatie en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t:

I. vast te stellen het navolgende Directiestatuut :

ARTIKEL 1 Algemene bepalingen

In dit directiestatuut wordt verstaan onder:

  • a.

    de BEL Combinatie: het rechtspersoonlijkheid bezittende Openbaar Lichaam als bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke Regeling BEL Combinatie;

  • b.

    GR: Gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie;

  • c.

    Directieraad: de uit drie leden bestaande raad van directeuren welke personen zowel afzonderlijk als gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse aansturing van de BEL Combinatie, tenzij anders bepaald in deze regeling;

  • d.

    De voorzitter van de directieraad: het lid van de directieraad dat door het Algemeen Bestuur voor een termijn van 2 jaren wordt aangewezen als voorzitter van de directieraad;

  • e.

    Directeur: elk van de leden van de directieraad, tevens ieder gemeentesecretaris van één van de BEL gemeenten.

ARTIKEL 2 Nadere aanwijzingen

Het Dagelijks Bestuur kan na overleg met de directieraad nadere aanwijzingen en richtlijnen geven over de wijze waarop de aan de directieraad opgedragen taken en bevoegdheden worden uitgeoefend.

ARTIKEL3 Samenstelling directieraad

  • 1.

    De leden van de directieraad vormen een collegiaal bestuur en streven in hun besluitvorming te allen tijde naar consensus en unanimiteit. Als niet bij unanimiteit kan worden besloten, besluit de directieraad bij meerderheid van stemmen.

  • 2.

    De voorzitter van de directieraad wordt door het (algemeen) bestuur van de GR voor een termijn van 2 jaar aangewezen en is tevens in die periode secretaris van het dagelijks- en algemeen bestuur. Het voorzitterschap rouleert in de volgorde: secretaris Laren, Blaricum, Eemnes.

  • 3.

    De voorzitter van het Dagelijks Bestuur en voorzitter van de directieraad mogen niet afkomstig zijn uit dezelfde gemeente .

  • 4.

    De voorzitter van de directieraad treedt op als bestuurder in de zin van de WOR.

  • 5.

    De voorzitter van de directieraad leidt de vergaderingen van de directieraad.

  • 6.

    De directeuren regelen onderling de verdeling van hun werkzaamheden middels een portefeuilleverdeling.

  • 7.

    Over onderwerpen die individuele portefeuilles overstijgen wordt alleen besloten door de directieraad. Over onderwerpen die raken aan de inrichting van de organisatie van de BEL Combinatie wordt niet eerder besloten door de directieraad dan na afstemming met het Dagelijks Bestuur.

ARTIKEL 4 Taken directieraad

  • 1.

    De aansturing en dagelijkse leiding van de BEL Combinatie berusten bij de directieraad en onder de voorwaarden zoals genoemd in dit statuut, bij zijn leden.

  • 2.

    De directieraad draagt zorg voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering van de BEL Combinatie.

  • 3.

    Overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van de GR wordt de organisatiestructuur van de BEL Combinatie vastgesteld. De directieraad evalueert periodiek de doeltreffendheid en doelmatigheid van de organisatiestructuur en rapporteert daarover aan het Dagelijks Bestuur.

  • 4.

    De directieraad is belast met de voorbereiding en uitvoering van de volgende bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur:

    • a.

      de sturing van de BEL Combinatie

    • b.

      het beheer van de financiën van de BEL Combinatie.

    • c.

      de zorg voor de controle op het financieel beheer en de boekhouding, voor zover dat niet aan anderen toekomt.

    • d.

      het zo nodig nemen van conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het nemen van maatregelen ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.

    • e.

      het binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders voor de organisatie benoemen, schorsen en ontslaan dan wel het aangaan van arbeidsovereenkomsten en het ontslaan van medewerkers van de BEL Combinatie met uitzondering van de leden van de directieraad.

  • 5.

    De functiekarakteristiek en de specifieke taken van de directeuren, zoals vastgelegd in het functieboek, vormen met bovenstaande taken een onlosmakelijk geheel.

ARTIKEL 5 Bevoegdheden directieraad

  • 1.

    Aan de directieraad wordt ingevolge artikel 21 van de GR de bevoegdheid opgedragen om namens het Dagelijks Bestuur met inachtneming van de ingevolge artikel 18 van de GR vastgestelde kaders voor de organisatie te beslissen over individuele benoemingen en ontslag van het personeel van de BEL Combinatie. Tot benoeming of ontslag van afdelingsmanagers gaat hij niet over dan na vooraf daartoe verkregen instemming van het Dagelijks Bestuur.

  • 2.

    Aan elke directeur wordt volmacht c.q. afdoenings- en ondertekeningsmandaat verleend voor het aangaan van overeenkomsten, inclusief het inkopen van leveringen, diensten en werken overeenkomstig het door de BEL Combinatie vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid, met inachtneming van de door de BEL Combinatie vastgestelde voorschriften inzake budgethouderschap en passend binnen de begroting of de beschikbaar gestelde kredieten.

  • 3.

    Aan elke directeur wordt afdoenings- en ondertekeningsmandaat verleend terzake de uitoefening van alle bestuursbevoegdheden en het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, die – uit welken hoofde dan ook- aan het Dagelijks Bestuur toekomen, een en ander met inachtneming van de hierna of elders in of op grond van dit directiestatuut te noemen beperkingen en aanwijzingen.

  • 4.

    Het in lid 3 genoemde mandaat heeft betrekking op alle bevoegdheden en uitvoeringshandelingen die de taken betreffen welke functioneel door de BEL Combinatie worden uitgevoerd, zoals dat (globaal) blijkt uit de functionele toedeling van budgetten volgens de vastgestelde begroting van de BEL Combinatie.

  • 5.

    Elke directeur kan ten aanzien van de ingevolge de leden 2 en 3 verleende volmacht c.q. mandaat ondermandaat verlenen aan de aan hem ondergeschikte afdelingsmanagers en coördinatoren welke functionarissen ondermandaat terzake kunnen verlenen aan de onder hun leiding staande medewerkers, en voorts te bepalen dat de verleende ondermandaten bij afwezigheid, verhindering of ontstentenis van de desbetreffende functionaris kunnen worden uitgeoefend door hun als zodanig in dat besluit tot ondermandaat aangewezen plaatsvervangers.

  • 6.

    Ter zake van de in dit artikel beschreven volmacht en mandaat gelden de volgende aanwijzingen en beperkingen:

    • I.

      De volmacht en het mandaat tot afdoening geldt niet indien:

    • a.

      het besluiten betreft waarmee algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels worden vastgesteld, dan wel dat het anderszins bevoegdheden betreft waarvoor ingevolge enig wettelijk voorschrift is bepaald dat terzake geen mandaat of volmacht kan worden verleend;

    • b.

      de afdoening van een zaak zou leiden tot strijdigheid met, c.q. afwijking van beleid, richtlijnen, algemene of bijzondere aanwijzingen van het Dagelijks Bestuur, wettelijke of interne voorschriften, dan wel in geval de afdoening plaatsvindt zonder dat een toereikend budget voorhanden is.

    • II.

      Voor de uitoefening van de in dit artikel beschreven bevoegdheden gelden alle beperkingen, instructies en aanwijzingen die ingevolge enig wettelijk voorschrift en/of in dan wel ingevolge dit directiestatuut zijn of worden vastgesteld.

ARTIKEL 6 Vertegenwoordiging

Elke directeur vertegenwoordigt de BEL Combinatie in en buiten rechte, voor zover betrekking hebbende op zijn/haar portefeuille binnen de bedrijfsvoering:

  • a.

    bij het aangaan van respectievelijk beëindiging van overeenkomsten met opdrachtgevers;

  • b.

    bij het aangaan respectievelijk beëindigen van overeenkomsten in het kader van levering van producten of diensten van en aan derden;

  • c.

    bij het aangaan respectievelijk beëindigen van overeenkomsten inzake huur en verhuur van roerende en onroerende zaken;

  • d.

    bij het aangaan respectievelijk beëindigen van leaseovereenkomsten en verzekeringen.

  • e.

    bij het aangaan respectievelijk beëindigen van benoemingen en/of arbeidsovereenkomsten met medewerkers, alsmede bij de toepassing van de op die medewerkers betrekking hebbende rechtspositieregelingen.

ARTIKEL 7 Verantwoordelijkheden
  • 1.

    De directieraad is verantwoordelijk voor een doeltreffende, doelmatige, rechtmatige en kwalitatief hoogwaardige bedrijfsvoering en dito uitvoering van de dienstverlenings-overeenkomsten ter uitvoering van de door de deelnemers opgedragen taken.

  • 2.

    Ten behoeve van de ontwikkeling en borging van de kwaliteit van bedrijfsvoering en taakuitvoering wordt onder verantwoordelijkheid van de directieraad een kwaliteitssysteem gehanteerd, dat voorziet in de jaarlijkse vaststelling door hem van het A-3-jaarplan. Het A-3 jaarplan behoeft ingevolge artikel 18 van de GR goedkeuring door het Algemeen Bestuur.

  • 3.

    De directieraad is op basis van de daarvoor vastgestelde documenten en CAR-UWO verantwoordelijk voor de uitvoering van de toepasselijke rechtspositieregelingen en het personeelsbeleid ten aanzien van zowel het ambtelijk als niet-ambtelijk personeel.

  • 4.

    De directieraad is met inachtneming van de artikelen 24 en 25 van de GR verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de concept kadernota voor de bedrijfsvoering, de concept meerjarenbegroting, de concept begroting en de concept jaarrekening.

ARTIKEL 8 Informatieplicht

De voorzitter van de directieraad informeert het Dagelijks Bestuur actief, tijdig en adequaat over de voortgang van de organisatie waarbij deze alle informatie krijgt zodat zij in de gelegenheid zijn de bedrijfsvoering te kunnen beoordelen. Deze informatie dient tenminste 1 keer per 4 maanden te worden verstrekt, of eerder zodra de voortgang daartoe aanleiding geeft of daarom door het Dagelijks Bestuur wordt gevraagd.

ARTIKEL 9 Vervangingsregeling

De leden van de directieraad nemen bij afwezigheid van (één van) de andere leden voor elkaar waar.

ARTIKEL 10 Geschillen

Het Dagelijks Bestuur oordeelt en beslist over eventuele geschillen naar aanleiding van de uitvoering en toepassing van dit directiestatuut.

ARTIKEL 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking daarvan.

  • 2.

    Dit besluit kan worden aangehaald als “Directiestatuut BEL Combinatie 2016”.

II. v oorts het volgende te bepalen:

Op het moment van inwerkingtreding van het directiestatuut ad. I. vervalt het directiestatuut d.d. 10 april 2013.

Aldus vastgesteld door het Dagelijks Bestuur op 9 februari 2016,

de voorzitter,

mw. J.N. de Zwart-Bloch

 

de secretaris,

 

dhr. G. Kolhorn

Naar boven