Aanwijzingsbesluit toezichthouders voor het uitvoeren van toezicht en handhaving RUD Limburg Noord.

Het college heeft op 7 maart 2016 ingestemd met het aanwijzingsbesluit toezichthouders voor het uitvoeren van toezicht en handhaving RUD Limburg Noord.

Toezicht- en handhavingstaken moeten worden aangewezen met een zogenaamd aanwijzingsbesluit. Het aanwijzen van toezichthouders kan individueel of categoraal.

Om de bevoegdheden van de toezichthouder, als bedoeld in afdeling 5:2 van de Awb, van toepassing te doen zijn is een uitdrukkelijke aanwijzing door het college van de toezichthouder vereist. Deze categorale aanwijzing van toezichthouders is een vervolg van de individuele aanwijzing van toezichthouders zoals deze heeft plaatsgevonden in 2013.

Als toezichthouders zijn met de inwerkingtreding van dit aanwijzingsbesluit aangewezen:

- De toezichthouders werkzaam bij één van de partners van de RUD Limburg Noord (vigerende Bestuursovereenkomst) in de functies zoals benoemd in de bijlage bij dit besluit;

- De toezichthouders van buiten de organisatie op basis van inhuur of op een andere basis.

De aanwijzing van toezichthouders op basis van inhuur betreft de door een van de partners ingehuurde medewerkers in de functie van toezichthouder omgevingsrecht (bouw en milieu).

De toezichthouders zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften. Het gaat hier om de in artikel 5.1 Wabo met name genoemde wetten zoals de Flora- en faunawet, Monumentenwet 1988, Natuurbeschermingswet 1998, Ontgrondingenwet, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Wet inzake de luchtverontreiniging, Wet milieubeheer, Wet ruimtelijke ordening, Waterwet en Woningwet, de algemene plaatselijke verordening alsmede die besluiten en voorschriften die bij of krachtens die wetten zijn aangegeven.

Beesel, 7 maart 2016

Naar boven