Verordening jeugdhulp Drechterland 2016

Op 22 februari 2016 heeft de gemeenteraad van Drechterland besloten tot het vaststellen van een nieuwe Verordening Jeugdhulp. Ten opzichte van de vorige Verordening zijn aanpassingen gedaan, die het gevolg zijn van de ervaringen die in het afgelopen jaar zijn opgedaan en betreffen vooral tekstuele en technische aanpassingen.

De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2016 en ligt zes weken vanaf datum publicatie ter inzage op het gemeentehuis van Drechterland.

Hieronder treft u de tekst aan van de nieuwe Verordening Jeugdhulp.

 

 

De raad van de gemeente Drechterland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19-1-2016, gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1., vierde lid, van de Jeugdwet;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Overwegende dat,

  • het noodzakelijk is om regels vast te stellen voor de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, de wijze van afstemming met andere voorzieningen, de wijze waarop een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;

  • dit ook geldt voor regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermings-maatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;

  • dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk.

besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp Drechterland 2016.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

De verordening maakt gebruik van de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Jeugdwet. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder;

  • andere voorziening: voorziening niet vallend onder de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

  • familiegroepsplan: plan van aanpak opgesteld door ouders, samen met bloedverwanten,aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

  • hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheid en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;

  • individuele voorziening: de via een verleningsbeschikking toegankelijke op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of bij pgb wordt verstrekt;

  • overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder a, van de wet, zijn vrij toegankelijke voorzieningen waarvoor geen verleningsbeschikking van het college is vereist;

  • ondersteuningsplan: schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in art 7 van de verordening;

  • pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;

  • gebiedsteam/stadsteam/team Inzet: multidisciplinair team dat zorgt dat de hulpvraag van elk huishouden, gezin en/of kind met meervoudige en/of enkelvoudige zware problematiek de juiste begeleiding, ondersteuning en/of zorg ontvangt;

  • wet: Jeugdwet.

Hoofdstuk 2 Vormen van jeugdhulp

Artikel 2.1 Overige voorzieningen

De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar:

  • 1.

    Voorlichting, informatie en advies;

  • 2.

    Enkelvoudige, ambulante opvoed- en opgroeiondersteuning anders dan specialistische ondersteuning;

  • 3.

    Vertrouwenspersoon;

  • 4.

    Kindertelefoon;

  • 5.

    Veilig Thuis.

Artikel 2.2. Individuele voorzieningen

De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:

  • 1.

    Pleegzorg

  • 2.

    Jeugdzorg Plus

  • 3.

    Crisishulp en –opvang

  • 4.

    Jeugdbescherming en jeugdreclassering

  • 5.

    Jeugd- en opvoedhulp

  • 6.

    Ernstige enkelvoudige dyslexie

  • 7.

    Drie- milieus voorzieningen

  • 8.

    Generalistische basis geestelijke gezondheidszorg jeugd

  • 9.

    Specialistische geestelijke gezondheidszorg jeugd

  • 10.

    Behandeling, begeleiding, persoonlijke verzorging en kort verblijf

  • 11.

    Landelijk georganiseerde jeugdhulp

Artikel 2.3 Vaststellen beschikbare individuele voorzieningen

Het college stelt bij nadere regels de beschikbare individuele voorzieningen vast.

Hoofdstuk 3 Toegang

Artikel 3.1. Toegang jeugdhulp via de gemeente

  • 1.

    Jeugdigen en ouders met een hulpvraag kunnen het college verzoeken om toeleiding te verlenen naar een individuele voorziening.

  • 2.

    Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening zonder toestemming van het college.

  • 3.

    In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel, of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

  • 4.

    Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 4.5.

Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via het medische domein

  • 1.

    Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts,medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpvoorziening.

  • 2.

    Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 4.5.

Artikel 3.3. Toegang jeugdhulp via justitieel kader

  • 1.

    Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering.

Hoofdstuk 4 Procedure

Artikel 4.1 Vooronderzoek

  • 1.

    Het college verzamelt in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders alle voor de vraagverheldering, bedoeld in artikel 4.2 van belang zijnde gegevens en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Zo spoedig mogelijk nadat de gegevens zijn verzameld, maakt het college een afspraak voor een eerste gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familieplan.

  • 2.

    Voor het eerste gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor de vraagverheldering nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.

  • 3.

    Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste lid en tweede lid.

Artikel 4.2. Vraagverheldering

  • 1.

    Het college onderzoekt in gesprekken tussen deskundigen en de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:

    • a.

      de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;

    • b.

      het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;

    • c.

      het vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;

    • d.

      de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;

    • e.

      de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;

    • f.

      de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;

    • g.

      de wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;

    • h.

      hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging, de culturele achtergrond en mogelijk verschillende belangen van de jeugdige en zijn ouders, en

    • i.

      de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in voor hen begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.

  • 2.

    Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1. van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij de vraagverheldering, bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken en indien van toepassing doorgeven aan derden.

  • 4.

    Het college kan met instemming van de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een gesprek.

Artikel 4.3 Ondersteuningsplan

  • 1.

    Het college zorgt voor schriftelijk verslaglegging van de vraagverheldering, bedoeld in artikel 4.2, in de vorm van een ondersteuningsplan.

  • 2.

    Zo spoedig mogelijk na afronding van de vraagverheldering verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, in de vorm van een ondersteuningsplan, tenzij ze hebben meegedeeld dit niet te wensen.

  • 3.

    Opmerkingen of latere invullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd.

Artikel 4.4 Aanvraag individuele voorziening

  • 1.

    Jeugdige en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college.

  • 2.

    Een voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek en, in voorkomend geval, een ondertekend ondersteuningsplan wordt door het college als complete aanvraag voor een individuele voorziening beschouwd.

  • 3.

    Een niet voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek of ondersteuningsplan wordt door het college als een aanvraag voor een individuele voorziening beschouwd, tenzij de jeugdige of zijn ouders hebben aangegeven geen aanvraag te wensen.

Artikel 4.5 Inhoud beschikking

  • 1.

    In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

  • 2.

    Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

    • a.

      Welke de te treffen voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;

    • b.

      Wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;

    • c.

      Welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieder van jeugdhulp de voorziening verstrekt, en indien van toepassing,

    • d.

      Welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

  • 3.

    Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval tevens vastgelegd:

    • e.

      voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;

    • f.

      welke kwaliteitseise\n gelden voor de besteding van het pgb;

    • g.

      wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend;

    • h.

      wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld

    • i.

      de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

Artikel 4.6. Regels voor pgb

  • 1.

    Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de wet.

  • 2.

    Het college bepaalt bij nadere regeling op welke wijze en onder welke voorwaarden de hoogte van een pgb wordt vastgesteld waarbij verschillende tarieven worden gehanteerd voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners.

Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving

Artikel 5.1. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

  • 1.

    Conform artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.

  • 2.

    Conform artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat:

    • a.

      de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

    • b.

      de jeugdige of zijn ouders) niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen;

    • c.

      de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;

    • d.

      de jeugdige of zijn ouders niet meer voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of

    • e.

      de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.

  • 3.

    Indien het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.

  • 4.

    Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

  • 5.

    Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

Artikel 5.2. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

  • 1.

    Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:

    • a.

      de aard en omvang van de te verrichten taken;

    • b.

      de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;

    • c.

      een redelijke toeslag voor overheadkosten;

    • d.

      een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg, de kosten voor bijscholing van het personeel.

  • 2.

    Het college stelt indien nodig bij nadere regeling de aanvullende kwaliteitsregels voor aanbieders van jeugdhulp vast.

Artikel 5.3. Vertrouwenspersoon

  • 1.

    Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

  • 2.

    Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 5.4. Klachtenregeling

Het college behandelt klachten van jeugdigen of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van hulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 6 Inspraak

Artikel 6.1. Betrekken van ingezetene bij het beleid

  • 1.

    Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

  • 2.

    Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

  • 3.

    Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk7 Slotbepalingen

Artikel 7.1 Evaluatie

Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt na afloop van het regionale beleidskader ‘Zorg voor Jeugd 2014-2018’ geëvalueerd Daarnaast vindt jaarlijks een reguliere controle plaats waarin wordt gekeken hoe adequaat de verordening is.

Artikel 7.2. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze verordening , als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 7.3 Besluit en beleidsregels

Het college stelt een besluit jeugdhulp gemeente Drechterland en beleidsregels vast. Hierin neemt het nadere regels en over de uitvoering van deze verordening.

Artikel 7.4 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De verordening jeugdhulp gemeente Drechterland 2015 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de verordening jeugdhulp gemeente Drechterland 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

  • 3.

    Aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2016 onder de verordening jeugdhulp gemeente Drechterland 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

  • 4.

    Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken.

Artikel 7.5. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 5.

    Deze verordening treedt in werking op 1-1-2016. Indien de bekendmaking ligt na 1-1-2016, treedt de verordening in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2016.

  • 6.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Drechterland 2016

Aldus besloten door de raad van de gemeente Drechterland in zijn openbare vergadering van 22-2-2016.

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

J.N.M. Commandeur R.J.H. van der Riet

Naar boven