Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2016
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
- a.
algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 651/2014 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 187/69), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
- b.
de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1407/2013 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 18 december 2013 (PbEU L352/3), verordening (EG) nr. 1408/2013 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU L 352/9) en verordening (EG) nr. 717/2014 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 2014 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
- c.
egalisatiereserve: een reserve bedoeld om schommelingen in de exploitatiekosten op te kunnen vangen.
- d.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
- e.
onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- f.
verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;
- g.
wet: de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Toepassingsbereik
- 1.
Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op subsidies die kunnen worden verstrekt zonder grondslag in een wettelijke regeling.
Artikel 3 Subsidieregelingen
Burgemeester en wethouders stellen bij subsidieregeling vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin ook bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 4 Europees steunkader
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen als dit noodzakelijk is voor het voldoen aan een Europees steunkader.
- 2.
Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.
- 3.
Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
- 4.
Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen voor subsidie in aanmerking de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
- 5.
Bij subsidies waarop de algemene groepsvrijstellingsverordening of de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van deze verordeningen.
Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:
- a.
als het is vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of;
- b.
als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld.
- 3.
Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het tweede lid wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.
- 4.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
Artikel 6 Aanvraag
- 1.
Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
- 2.
De aanvraag bevat:
- a.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- b.
de doelen en resultaten die met die activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
- c.
een begroting van de kosten van deze activiteiten en een dekkingsplan hiervoor. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
- d.
als de aanvrager een onderneming is:
- i.
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- ii.
een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);
- e.
als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.
- 3.
Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, een kopie van het inschrijfbewijs van de Kamer van Koophandel en ook een exemplaar van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.
- 4.
In een subsidieregeling kan van dit artikel worden afgeweken met uitzondering van onderdeel d van het tweede lid.
- 5.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de eisen genoemd in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel, met uitzondering de eisen genoemd in onderdeel d van het tweede lid.
Artikel 7 Aanvraagtermijn
- 1.
Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend vóór 1 juni voorafgaand aan het jaar, of bij meerjarige subsidies de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 2.
Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend als het boekjaar niet gelijk valt met een kalenderjaar.
- 3.
Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
- 4.
In een subsidieregeling kan van dit artikel worden afgeweken.
- 5.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel.
Artikel 8 Beslistermijn
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
- 2.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
- 3.
In een subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
- 4.
Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Artikel 9 Meerjarige subsidie, indexering
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen voor meerdere jaren achtereen subsidie verstrekken, maar ten hoogste voor vier jaar.
- 2.
Als een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de subsidiebeschikking aangegeven op welk bedrag de subsidieontvanger voor elk jaar recht heeft dan wel op welke wijze het toegekende bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd.
Artikel 10 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
- 1.
Naast het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:
- a.
als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.
- b.
als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat door een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.
- 2.
Verder kunnen burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval weigeren:
- a.
als de te subsidiëren activiteiten niet of niet voor het grootste deel gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
- b.
als de te subsidiëren activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijke beleid;
- c.
als ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om:
-uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of
-strafbare feiten te plegen,
zoals wordt bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob);
- d.
als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
- e.
als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;
- f.
voor zover bepaalde groepen van deelname aan de activiteiten worden uitgesloten en daarmee naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet een nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare discriminatie;
- g.
als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk karakter hebben;
- h.
als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
- i.
als niet is aangetoond dat de subsidie nodig is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze is aangevraagd;
- j.
als burgemeester en wethouders onvoldoende reden zien om de subsidie te verlenen;
- k.
in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
- 3.
Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.
- 4.
Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
- 1.
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat meteen aan burgemeester en wethouders.
- 2.
De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen schriftelijk over:
- a.
beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- b.
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
- c.
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;
- d.
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
- 1.
Bij subsidies hoger dan € 50.000,00 verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen en bij meerjarige subsidies kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
- 3.
Burgemeester en wethouders kunnen verplichtingen opleggen over de wijze waarop de activiteit wordt verricht. Deze verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a.
social return on investment;
- b.
- 4.
In een subsidieregeling kan worden bepaald dat een subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding van vermogenswaarden verschuldigd is in gevallen bedoeld als in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 13 Egalisatiereserve
- 1.
Is een jaar- of boekjaarsubsidie verleend voor een in de loop van het jaar uit te voeren activiteitenplan en blijkt dat daarvoor niet de gehele subsidie nodig was, dan vormt de subsidieontvanger een egalisatiereserve van ten hoogste tien procent van het subsidiebedrag. Bedraagt het overschot meer dan tien procent, dan wordt het meerdere door burgemeester en wethouders terug gevorderd.
- 2.
De ontvanger van een andere dan een jaarsubsidie kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. Dan is het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
- 3.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de egalisatiereserve een zeker bedrag niet te boven mag gaan en dat deze slechts binnen een bepaalde termijn kan worden gebruikt. Is de egalisatiereserve gedurende deze termijn niet geheel gebruikt, dan wordt het restant door burgemeester en wethouders terug gevorderd.
Artikel 14 Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000
- 1.
Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders
- a.
- b.
ambtshalve vastgesteld binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
- 2.
In afwijking van lid 1 onderdeel b kunnen burgemeester en wethouders verlangen dat de subsidieontvanger aantoont dat de gesubsidieerde activiteiten hebben plaatsgevonden en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats uiterlijk 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
- 3.
In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt na verlening binnen 30 dagen een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.
- 4.
In een subsidieregeling kan worden afgeweken van dit artikel.
Artikel 15 Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000
- 1.
Bij subsidies vanaf € 5.000 tot en met € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 8 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
- 2.
De aanvraag bevat een financieel verslag en een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
- 3.
In een subsidieregeling kan worden afgeweken van dit artikel.
- 4.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 16 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000
- 1.
Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
- a.
in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt: vóór 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
- b.
in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wanneer dit afwijkt van een kalenderjaar: uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar;
- c.
in andere gevallen uiterlijk 8 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
- 2.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
- 3.
De aanvraag bevat:
- a.
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;
- b.
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag) of, als de subsidieontvanger wettelijk verplicht is deze op te stellen, een jaarrekening;
- c.
een controleverklaring, opgesteld door een accountant.
- 4.
In een subsidieregeling kan worden afgeweken van dit artikel.
- 5.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 17 Subsidievaststelling
- 1.
Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald.
- 2.
In een subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct of ambtshalve wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.
- 3.
Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 18 Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
- 1.
Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.
- 2.
Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.
- 3.
Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Artikel 19 Hardheidsclausule
1.Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken wanneer de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.
Artikel 20 Intrekking oude regeling
De Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2008, zoals vastgesteld bij besluit van 22 april 2008, wordt ingetrokken.
Artikel 21 Overgangsrecht
De Algemene subsidieverordening 2008 blijft van toepassing op subsidies die zijn verleend voor inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening 2016.
Artikel 22 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 april 2016.
Artikel 23 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2016.
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 15 maart 2016 .
DE RAAD VOORNOEMD,
de griffier; de voorzitter,
A.J. van den Brink MBA; drs A.S.F. van Asseldonk.