Gemeenteblad van Oudewater
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oudewater | Gemeenteblad 2016, 33554 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oudewater | Gemeenteblad 2016, 33554 | Verordeningen |
Verordening subsidie excessieve onderzoekskosten archeologie Oudewater
De raad van de gemeente Oudewater;
gelezen het voorstel d.d. 5 januari 2016 van:
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op de artikelen 38, 39, 40 en 41 van de Monumentenwet;
overwegende dat de gemeenteraad excessieve onderzoekskosten die voort kunnen vloeien uit de verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wil verlichten door middel van het
onder voorwaarde subsidiëren van deze onderzoeken
1. In te trekken de Verordening subsidie excessieve onderzoekskosten archeologie Oudewater
2. Vast te stellen de onderstaande
"Verordening subsidie excessieve onderzoekskosten archeologie Oudewater 2016 "
In deze regeling wordt verstaan onder:
1. aanvrager: de veroorzaker en/of opdrachtgever van een bodemverstorende activiteit die een aanvraag om tegemoetkoming in de excessieve kosten indient;
2. archeologisch onderzoek: een onderzoek, bestaande uit
a. het verrichten van werkzaamheden met als doel het opsporen of onderzoeken van archeologische
b. het maken van een rapportage over het desbetreffende archeologisch onderzoek;
c. het conserveren en deponeren van de vondsten van het desbetreffende archeologisch onderzoek;
3. excessieve kosten: de kosten van archeologisch onderzoek, voor zover die kosten naar het oordeel van de gemeente voor een aanvrager van de subsidie als bedoeld in artikel 2 onevenredig
hoog zijn in verhouding tot de totale projectkosten;
4. archeologische monumenten: de monumenten bedoeld in artikel 1, sub c van de Monumentenwet 1988;
Artikel 2 Subsidieverstrekking
1. Het college kan subsidie verstrekken aan aanvragers, voor de bestrijding van excessieve kosten als gevolg van door de gemeente verplicht archeologisch onderzoek, met toepassing van deze
2. De subsidie bedraagt nooit meer dan 50% van de kosten van het archeologische onderzoek, met een maximum van € 2.500 per project.
3. De onderzoekskosten dienen meer dan 4% van de totale projectkosten te bedragen. Het college kan hier in uitzonderlijke gevallen van afwijken.
4. Per project kan slechts één keer subsidie aangevraagd worden.
5. Het college is bevoegd tot het vaststellen van de wijze waarop de beschikbare bedragen worden verdeeld.
6. Het college neemt besluiten op toekenning van middelen in volgorde van ontvangst van de aanvragen.
1. De aanvrager dient de volgende gegevens aan te leveren bij de aanvraag:
a. een motivering waarom de kosten van het archeologische onderzoek waarvoor subsidie wordt gevraagd, naar het oordeel van de aanvrager onvoorzienbaar waren en/of voor hem onevenredig
b. een motivering waarom de onderzoekskosten niet vermijdbaar of verder te beperken zijn.
c. een overzicht van de kosten van het archeologische onderzoek en van de totale projectkosten;
d. een door de gemeente goedgekeurd plan van aanpak of programma van eisen met betrekking tot het desbetreffende archeologisch onderzoek.
2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag.
3. Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. Van deze verdaging stelt het college de aanvrager vóór afloop
van de eerstgenoemde termijn van 8 weken in kennis.
4. Het archeologisch onderzoek, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, sub b en c moet binnen een redelijke termijn zijn uitgevoerd, maar in elk geval binnen 1 jaar nadat op de aanvraag is beslist. Het
1. De subsidie wordt geweigerd, indien:
a. op de aanvrager geen gemeentelijke verplichting rust tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek;
b. het archeologische onderzoek niet noodzakelijk is gelet op het door de gemeente vastgestelde selectiebeleid zoals opgenomen in het beleidsplan archeologie of het onderzoek redelijkerwijs door
planaanpassing te vermijden of te beperken is;
c. er op basis van de bij aanvraag gegeven motivering of overzicht van onderzoeks- en projectkosten onvoldoende sprake is van onevenredig hoge kosten;
d. het plan van aanpak of programma van eisen niet door het college is goedgekeurd;
e. de aanvrager een exploitatieovereenkomst voor het desbetreffende project met de gemeente heeft gesloten, tenzij in deze overeenkomst is overeengekomen dat aanvrager gebruik kan maken van deze subsidieregeling;
f. de onderzoekskosten op enige andere wijze kunnen worden verhaald of omgeslagen.
2. Daarnaast kan de subsidie worden geweigerd op de gronden als genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.
1. Binnen 2 jaar na afronding van het archeologisch onderzoek als bedoeld in artikel 1, lid 2, sub a dient de aanvrager bij de gemeente een schriftelijke verantwoording in van de besteding van de
ontvangen subsidie. De verantwoording bevat in ieder geval een exemplaar van het onderzoeksrapport.
2. Het college stelt de definitieve hoogte van de subsidie vast binnen acht weken na ontvangst van de verantwoording. Indien de definitieve onderzoeks- en projectkosten afwijken van de bij de
aanvraag ingediende kosten, of indien het project niet conform het gestelde in het goedgekeurde plan van aanpak of programma van eisen is uitgevoerd, kan het college van burgemeester en
wethouders besluiten het bedrag te verlagen of verhogen, met in achtneming van het gestelde in art. 2, lid 2.
3. Vooruitlopend op de subsidievaststelling kunnen voorschotten worden verleend.
Het college kan één van de bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-33554.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.