Nadere regels subsidies gemeente Groningen (wijziging) armoedebestrijding en minimabeleid

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;

  • gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

  • gelet op hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • overwegende dat de paragraaf over Armoedebestrijding en minimabeleid niet meer voldeed aan de doelstellingen van het Armoedebeleid;

besluit vast te stellen de volgende Nadere regel tot wijziging van de Nadere regels subsidies gemeente Groningen:

Artikel I

Paragraaf 1.2 Armoedebestrijding en minimabeleid wordt vervangen door Paragraaf 1.2 Armoedebeleid, luidende:

Paragraaf 1.2 Armoedebeleid

Artikel 1:7 Begripsbepaling

In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:

a.doelgroep

:

Volwassenen met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm.

Volwassenen die in traject zijn bij of gebruik maken van de schuldhulpverlening van de Groningse Kredietbank (GKB).

Kinderen tot 18 jaar waarvan de ouders aan bovenstaande criteria voldoen.

b.zelfredzaamheid

:

Zichzelf kunnen redden in de maatschappij, waar mogelijk economisch onafhankelijk zijn en in ieder geval kunnen leven zonder problematische schulden te maken.

c.ervaringsdeskundigen

:

Mensen die ervaring hebben met leven in armoede en anderen vanuit hun ervaring kunnen inspireren en adviseren gericht op zelfredzaamheid.

Artikel 1:8 Relevante procedure

  • 1.

    Op deze paragraaf is de lichte procedure zoals opgenomen in de verordening van toepassing.

  • 2.

    In afwijking van het voorgaande lid geldt voor subsidies hoger dan € 50.000,-- de reguliere procedure zoals opgenomen in de verordening.

Artikel 1: 9 Subsidiabele activiteiten

Het college kan subsidie verlenen aan instellingen voor het bestrijden en voorkomen van armoede onder de doelgroep, alsmede voor bewustwording over armoede, in de volgende categorieën:

  • a.

    Vangnet, waar in elk geval de volgende subsidiabele activiteiten onder vallen:

    • 1.

      Activiteiten gericht op meedoen in de samenleving/ maatschappelijke participatie door kinderen uit de doelgroep, zoals:

      • i.

        sport;

      • ii.

        cultuur;

      • iii.

        talentontwikkeling;

      • iv.

        bevordering van gezonde leefstijl (bijvoorbeeld gezond eten, bewegen).

    • 2.

      Activiteiten waarbij de volwassen doelgroep ondersteund wordt met als doel het vergroten van zelfredzaamheid.

    • 3.

      Activiteiten met als doel het voor de doelgroep beter toegankelijk maken van bestaande inkomensondersteunende regelingen.

  • b.

    Vliegwiel, waar in elk geval activiteiten waarbij de doelgroep ondersteund wordt om de maatschappelijke participatie te bevorderen onder vallen.

  • c.

    Verbinding, waar in elk geval activiteiten met als doel bewustwording van het bestaan van armoede en schuldenproblematiek in onze stad onder vallen.

Artikel 1:10 Subsidie per activiteit

De subsidie voor de in artikel 1:9 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.

Artikel 1:1 1 Bijzondere bepalingen/ verplichtingen

Met betrekking tot de inhoud van de activiteiten zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a.

    bij de activiteiten dienen waar mogelijk ervaringsdeskundigen ingezet te worden;

  • a.

    bij de activiteiten dienen waar mogelijk vrijwilligers ingezet te worden;

  • b.

    activiteiten vinden waar mogelijk plaats in de wijken waar veel armoede is;

  • c.

    waar mogelijk samenwerking met andere partijen, zodat samen een groter resultaat bereikt wordt;

  • d.

    plannen voor activiteiten worden samen met mensen uit de doelgroep gemaakt.

Artikel 1:1 2 Aanvullende weigeringsgronden

  • 1.

    Het college weigert een aanvraag voor een in artikel 1:9 genoemde activiteit als:

    • a.

      die niet toegankelijk is voor de gehele doelgroep;

    • b.

      het gaat om leer-werktrajecten;

    • c.

      het gaat om re-integratietrajecten;

    • d.

      als de activiteiten voor volwassenen niet kortdurend zijn.

  • 2.

    Het college kan een subsidieaanvraag weigeren:

    • a.

      als de activiteiten voor minima onvoldoende laagdrempelig zijn;

    • b.

      als er aan geen van de bepalingen van artikel 1:11 voldaan wordt;

Artikel 1:1 3 Subsidieplafond en verdelingsregels

  • 1.

    Voor de in artikel 1:9 genoemde activiteiten wordt jaarlijks een subsidieplafond ingesteld.

  • 2.

    Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel II

De toelichting op Paragraaf 1.2 Armoedebestrijding en minimabeleid wordt vervangen door de toelichting op Paragraaf 1.2 Armoedebeleid, luidende:

Paragraaf 1.2 Armoedebeleid

Algemeen

Het College stelt voor de periode 2015-2018 jaarlijks middelen beschikbaar voor instellingen, die een bijdrage willen leveren aan de uitvoering van het armoedebeleid. Het armoedebeleid is gericht op de ondersteuning van mensen en kinderen, die rond de armoedegrens leven. Met als doel de zelfredzaamheid bij volwassenen te vergroten en kinderen mee te laten doen, ongeacht de hoogte van het inkomen van hun ouders.

Artikel 1:9 (instellingen)

Het college kan subsidie verlenen aan instellingen voor het bestrijden en voorkomen van armoede onder de doelgroep, niet aan de doelgroep zelf. Bij instellingen wordt primair gedacht aan uitvoerende organisaties, maar in voorkomende gevallen kan ook aan een ZZP-er subsidie worden verleend.

Artikel 1: 8 (doelgroep) jo. 1: 9

We willen dat kinderen gelijke kansen hebben, ongeacht het inkomen van hun ouders. Daarom stellen we subsidies beschikbaar voor activiteiten gericht op meedoen in de samenleving/ maatschappelijke participatie. Voorbeelden hiervan zijn de activiteiten van Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds en het Maatjesproject van Humanitas.

We willen dat volwassenen zelfredzaam zijn of dat kunnen worden. Daarom stellen we subsidies beschikbaar voor activiteiten waarbij deze doelgroep ondersteund wordt met als doel zelfredzaamheid. Een voorbeeld hiervan is het project Thuisadministratie van Humanitas.

Wij willen dat alle minima toegang hebben tot bestaande voorzieningen die hen ondersteunen. Daarom stellen we subsidie beschikbaar voor activiteiten met als doel het toegankelijk maken van bestaande voorzieningen. Een voorbeeld hiervan is de inzet van de brugfunctionarissen in het basisonderwijs.

Artikel 1: 9 onder c.

We willen dat alle Stadjers – jong en oud – weten dat armoede bestaat in onze stad, met als doel om zoveel mogelijk mensen bij te laten dragen aan het armoedebeleid en het taboe op armoede en schuldenproblematiek te doorbreken.

Daarom stellen we subsidies beschikbaar voor activiteiten met als doel bewustwording van het bestaan van armoede in onze stad. Voorbeelden hiervan zijn het organiseren van een informatiemarkt over rondkomen met een klein budget en preventieve voorlichting aan jongeren over schulden.

Artikel 1:1 2 lid 1

Leer-werktrajecten en re-integratietrajecten zijn direct gericht op het (her)betreden van de arbeidsmarkt. Vanuit het armoedebeleid biedt het college geen mogelijkheden tot subsidieverlening aan dit soort trajecten. Ondersteuning van minima gericht op zelfredzaamheid en het (her)vinden van de eigen kracht als eerste stap op weg naar werk zijn wel vanuit het armoedebeleid subsidiabel.

Artikel 1:1 2 lid 1 onder d.

Voor de doelgroep volwassenen is de intentie geen langdurige ondersteuning te bieden. We gaan uit van maximaal een half jaar en bij hoge uitzondering een jaar. Voor kinderen geldt dat ondersteuning tot maximaal de leeftijd van 18 jaar duurt.

Artikel 1:1 2 lid 2 onder a.

Activiteiten zijn voor minima in elk geval onvoldoende laagdrempelig als van de doelgroep een te hoge eigen bijdrage wordt verwacht.

Artikel II I

Deze Nadere regel tot wijziging van de Nadere regels subsidies gemeente Groningen treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

Gedaan te Groningen in de collegevergadering van 23 februari 2016

De burgemeester De secretaris

Peter den Oudsten Peter Teesink

Toelichting:

Vanwege de nieuwe beleidsnota armoedebeleid treden wijzigingen op in de Nadere regels. Het gaat om een meer specifieke omschrijving dan in de eerdere versie het geval was. Zo omschrijven we de doelgroep waarop wij ons gaan richten, het begrip zelfredzaamheid en de rol van ervaringsdeskundigen die en rol spelen in de subsidiabele activiteiten. In de nadere regels sluiten we wat betreft de subsidiabele activiteiten aan bij een nieuwe aanpak vanuit drie pijlers: vangnet, vliegwiel en verbinding.

Deze Nadere regels zijn gerelateerd aan de beleidsnota Perspectief. Actieplan tegen armoede 2015-2018 waarin het armoedebeleid in de gemeente Groningen voor de jaren 2015 tot en met 2018 is vastgelegd.

Naar boven