Gemeenteblad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2016, 26575 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2016, 26575 | Beleidsregels |
Nadere regels subsidies gemeente Groningen (wijziging) armoedebestrijding en minimabeleid
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
besluit vast te stellen de volgende Nadere regel tot wijziging van de Nadere regels subsidies gemeente Groningen:
Paragraaf 1.2 Armoedebestrijding en minimabeleid wordt vervangen door Paragraaf 1.2 Armoedebeleid, luidende:
In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:
Artikel 1:8 Relevante procedure
Artikel 1: 9 Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen aan instellingen voor het bestrijden en voorkomen van armoede onder de doelgroep, alsmede voor bewustwording over armoede, in de volgende categorieën:
Artikel 1:10 Subsidie per activiteit
De subsidie voor de in artikel 1:9 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.
Artikel 1:1 1 Bijzondere bepalingen/ verplichtingen
Met betrekking tot de inhoud van de activiteiten zijn de volgende bepalingen van toepassing:
Artikel 1:1 2 Aanvullende weigeringsgronden
Artikel 1:1 3 Subsidieplafond en verdelingsregels
De toelichting op Paragraaf 1.2 Armoedebestrijding en minimabeleid wordt vervangen door de toelichting op Paragraaf 1.2 Armoedebeleid, luidende:
Het College stelt voor de periode 2015-2018 jaarlijks middelen beschikbaar voor instellingen, die een bijdrage willen leveren aan de uitvoering van het armoedebeleid. Het armoedebeleid is gericht op de ondersteuning van mensen en kinderen, die rond de armoedegrens leven. Met als doel de zelfredzaamheid bij volwassenen te vergroten en kinderen mee te laten doen, ongeacht de hoogte van het inkomen van hun ouders.
Het college kan subsidie verlenen aan instellingen voor het bestrijden en voorkomen van armoede onder de doelgroep, niet aan de doelgroep zelf. Bij instellingen wordt primair gedacht aan uitvoerende organisaties, maar in voorkomende gevallen kan ook aan een ZZP-er subsidie worden verleend.
Artikel 1: 8 (doelgroep) jo. 1: 9
We willen dat kinderen gelijke kansen hebben, ongeacht het inkomen van hun ouders. Daarom stellen we subsidies beschikbaar voor activiteiten gericht op meedoen in de samenleving/ maatschappelijke participatie. Voorbeelden hiervan zijn de activiteiten van Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds en het Maatjesproject van Humanitas.
We willen dat volwassenen zelfredzaam zijn of dat kunnen worden. Daarom stellen we subsidies beschikbaar voor activiteiten waarbij deze doelgroep ondersteund wordt met als doel zelfredzaamheid. Een voorbeeld hiervan is het project Thuisadministratie van Humanitas.
Wij willen dat alle minima toegang hebben tot bestaande voorzieningen die hen ondersteunen. Daarom stellen we subsidie beschikbaar voor activiteiten met als doel het toegankelijk maken van bestaande voorzieningen. Een voorbeeld hiervan is de inzet van de brugfunctionarissen in het basisonderwijs.
We willen dat alle Stadjers – jong en oud – weten dat armoede bestaat in onze stad, met als doel om zoveel mogelijk mensen bij te laten dragen aan het armoedebeleid en het taboe op armoede en schuldenproblematiek te doorbreken.
Daarom stellen we subsidies beschikbaar voor activiteiten met als doel bewustwording van het bestaan van armoede in onze stad. Voorbeelden hiervan zijn het organiseren van een informatiemarkt over rondkomen met een klein budget en preventieve voorlichting aan jongeren over schulden.
Leer-werktrajecten en re-integratietrajecten zijn direct gericht op het (her)betreden van de arbeidsmarkt. Vanuit het armoedebeleid biedt het college geen mogelijkheden tot subsidieverlening aan dit soort trajecten. Ondersteuning van minima gericht op zelfredzaamheid en het (her)vinden van de eigen kracht als eerste stap op weg naar werk zijn wel vanuit het armoedebeleid subsidiabel.
Voor de doelgroep volwassenen is de intentie geen langdurige ondersteuning te bieden. We gaan uit van maximaal een half jaar en bij hoge uitzondering een jaar. Voor kinderen geldt dat ondersteuning tot maximaal de leeftijd van 18 jaar duurt.
Activiteiten zijn voor minima in elk geval onvoldoende laagdrempelig als van de doelgroep een te hoge eigen bijdrage wordt verwacht.
Deze Nadere regel tot wijziging van de Nadere regels subsidies gemeente Groningen treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Gedaan te Groningen in de collegevergadering van 23 februari 2016
Peter den Oudsten Peter Teesink
Vanwege de nieuwe beleidsnota armoedebeleid treden wijzigingen op in de Nadere regels. Het gaat om een meer specifieke omschrijving dan in de eerdere versie het geval was. Zo omschrijven we de doelgroep waarop wij ons gaan richten, het begrip zelfredzaamheid en de rol van ervaringsdeskundigen die en rol spelen in de subsidiabele activiteiten. In de nadere regels sluiten we wat betreft de subsidiabele activiteiten aan bij een nieuwe aanpak vanuit drie pijlers: vangnet, vliegwiel en verbinding.
Deze Nadere regels zijn gerelateerd aan de beleidsnota Perspectief. Actieplan tegen armoede 2015-2018 waarin het armoedebeleid in de gemeente Groningen voor de jaren 2015 tot en met 2018 is vastgelegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-26575.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.