Gemeenteblad van Renkum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2016, 26371 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2016, 26371 | Verordeningen |
Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Renkum 2016
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum;
gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2015;
besluit vast te stellen het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Renkum 2016
HOOFDSTUK 1: BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
De begripsbepalingen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, hierna (wet) en het daarop berustende landelijke uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (uitvoeringsbesluit) en de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Renkum 2015 (verordening), zijn van overeenkomstige toepassing op dit besluit.
HOOFDSTUK 2: MELDING, GESPREK EN AANVRAAG
Artikel 2. Gespreksverslag en handelingsplan
Het college onderzoekt in een gesprek de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt, de mogelijkheden van de cliënt en zijn sociale netwerk en het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning. Indien sprake is van mantelzorg, wordt ook de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger onderzocht.
Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. In dit verslag wordt het oordeel van het college vastgelegd over de eventuele mogelijkheden van zelfredzaamheid van de cliënt, gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorg, hulp vanuit het sociale netwerk, gebruik van algemene voorzieningen en indien van toepassing een maatwerkvoorziening onder vermelding van de aan de cliënt kenbaar gemaakte gevolgen.
Een voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek en, in voorkomend geval, een ondertekend handelingsplan worden door het college als complete aanvraag voor een maatwerkvoorziening beschouwd.
In het kader van een zorgvuldige besluitvorming op aanvragen om een maatwerkvoorziening, wijst het college een gecontracteerde arts aan voor het uitbrengen van medisch advies. Dit is kosteloos voor de cliënt tenzij anders vermeld.
HOOFDSTUK 3: MAATWERKVOORZIENING
1. Bepalend voor de vaststelling of een cliënt een ingezetene is, als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de verordening, is de woon- of verblijfplaats van de cliënt op welk adres de cliënt in de basisregistratie personen staat ingeschreven of ingeschreven zal staan, dan wel het feitelijk woonadres in Nederland.
2. Gedurende de periode van verblijf in het buitenland, ongeacht het adres waarop de cliënt in de basisregistratie personen is ingeschreven, verstrekt het college geen maatwerkvoorzieningen.
HOOFDSTUK 4: BIJDRAGE IN DE KOSTEN
Artikel 7. Eigen bijdrage voor een algemene voorziening
1. Voor een algemene voorziening is geen inkomensafhankelijke eigen bijdrage verschuldigd.
Artikel 8. Bijdrage in de kosten voor een woningaanpassing voor een minderjarige
1. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over het kind.
2. Conform artikel 2.1.5. lid 3 van de wet is geen eigen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet.
Artikel 9. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s
1. De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De in rekening te brengen eigen bijdragen zijn gebaseerd op de, door de gemeente aan het CAK verstrekte, algemene - en aanbiedersspecifieke tarieven van de betreffende maatwerkvoorzieningen.
Artikel 10. Kostprijs maatwerkvoorziening en hoogte pgb
1. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald: a. door een aanbesteding; b. na een consultatie in de markt.
2. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in betreffende situatie
adequate maatwerkvoorziening in natura.
3. De hoogte van een pgb, niet zijnde Hulp bij het huishouden, wordt bepaald aan de hand van een getrimd
gemiddelde van de tarieven van de gecontracteerde aanbieders van de betreffende maatwerkvoorziening
4. Het college kan het bepaalde in lid 3 van dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing van deze bepaling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
5. In afwijking van lid 2 van dit artikel wordt de hoogte van een pgb voor Hulp bij het huishouden tot 1 juli
2016 bepaald op basis van een kostprijs van € 15,- per uur.
6. In afwijking van lid 3 van dit artikel wordt de hoogte van het pgb voor bestaande budgethouders voor
maatwerkvoorzieningen, niet zijnde Hulp bij het huishouden, voor het jaar 2016 bepaald op basis van de
kostprijs van 2015 van betreffende maatwerkvoorzieningen.
7. De hoogte van de kostprijs voor een her te gebruiken materiële maatwerkvoorziening, dan wel voor de vervanging van een materiële maatwerkvoorziening, wordt gerelateerd aan de afschrijvingssystematiek. Er wordt een gemiddelde afschrijvingsduur gehanteerd van vijf of zeven jaar, afhankelijk van de soort voorziening. De afschrijvingssystematiek is opgenomen in bijlage 1.
8. Als de cliënt de materiële maatwerkvoorziening zeer intensief gebruikt, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingsduur, als de cliënt aannemelijk maakt, dat in verband met bijzondere omstandigheden door het intensief gebruik een eerdere afschrijving en daardoor een eerdere vervanging van de materiële maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
Artikel 11. Eigen bijdrage maatschappelijke opvang en beschermd wonen
De eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en voor beschermd wonen worden vastgesteld en geïnd door
HOOFDSTUK 6: Kwaliteit en veiligheid
Artikel 12. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning.
Het college houdt jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek waarbij waar nodig in overleg met de cliënt ter plaatse de
maatwerkvoorzieningen worden gecontroleerd.
HOOFDSTUK 7: Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten
Artikel 13. Jaarlijkse waardering mantelzorgers
1. Een mantelzorger biedt hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. De geboden hulp overstijgt de gebruikelijke hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.
2. De waardering kan bestaan uit:
a. een financiële tegemoetkoming van € 150,- per jaar; of
b. een waardebon die recht geeft op 10 uur huishoudelijke hulp ter waarde van € 225,-. Over deze
incidentele extra uren is geen eigen bijdrage verschuldigd.
3. De voorwaarden voor het toekennen van de jaarlijkse waardering mantelzorgers zijn uitgewerkt in de "Regels waardering voor mantelzorgers - 2016".
Artikel 14. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
1. Het college verstrekt een tegemoetkoming in de meerkosten als deze het gevolg zijn van een beperking en
de aanvrager een inkomen heeft tussen de 120% en 150% van de toepasselijke bijstandsnorm en geen vermogen heeft boven de toepasselijke vermogensgrens voor de leefsituatie zoals bedoeld in artikel 34 van
2. De voorwaarden voor het verstrekken van een tegemoetkoming in de meerkosten zijn uitgewerkt in de "Regels tegemoetkoming meerkosten gemeente Renkum 2016".
Artikel 15. Persoonsgebonden budget betreffende kosten voor verhuizen, bezoekbaar maken woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening.
Per 1 januari 2016 zijn voor het pgb betreffende de kosten voor verhuizen, bezoekbaar maken van de woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening - in het kader van de Wmo-2015 - richtlijnen vastgesteld (bijlage 2).
Artikel 16. Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel
1. Dit besluit nadere regels treedt in werking op de dag na de dag van publicatie en werkt terug tot 1
januari 2016, onder gelijktijdige intrekking van het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning
2. Dit besluit nadere regels geldt van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2016.
3. Dit besluit nadere regels wordt aangehaald als: Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning
2016. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Renkum
BIJLAGE 1: AFSCHRIJVINGSSYSTEMATIEK
Categorie 1: ·Kinderrolstoelen, incidenteel en permanent
Kinderrolstoelen elektrisch voor binnen en buiten
Categorie 2: · Rolstoelen voor incidenteel, passief en actief gebruik
Elektrische rolstoelen voor binnen/buiten gebruik
Transferlift (actief en passief)
Bijlage 2 PERSOONSGEBONDEN BUDGET BETREFFENDE KOSTEN VOOR verhuizen, Bezoekbaar maken van de woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening
Richtlijnen per 1 januari 2016 betreffende de kosten - in het kader van de Wmo-2015 - voor verhuizen, bezoekbaar maken van de woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening. De bedragen zijn conform verordening geïndexeerd met 0,75%.
Het college past maatwerk toe en de richtlijnen worden als indicatief kader gehanteerd.
Onderhoud, reparatie van liften
(onderstaande bedragen zijn excl. BTW)
Tegemoetkoming in vervoerskosten:
Gedeeltelijke kostenvergoedingen (50 %)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-26371.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.