Gemeenteblad van Strijen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Strijen | Gemeenteblad 2016, 24629 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Strijen | Gemeenteblad 2016, 24629 | Verordeningen |
Verordening individuele studietoeslag WIHW 2016
Artikel 2 - Indienen verzoek en peildatum
Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de wet, wordt ingediend op een door het college vastgesteld formulier.
De datum van aanvraag is de peildatum voor de vaststelling van het recht.
Artikel 6 - Beëindiging studietoeslag
De studietoeslag wordt beëindigd vanaf het moment waarop de belanghebbende niet meer aan de voorwaarden voldoet.
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de regels in deze verordening , gelet op het belang van belanghebbende, indien toepassing van de regels leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Strijen in de openbare vergadering gehouden op 23 februari 2016
De plv. griffier, De voorzitter,
A.O. Mol A.J. Moerkerke
Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:
-personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend;
Ook personen met een medische urenbeperking behoren tot de doelgroep.
Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb).
Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.
De individuele studietoeslag is in de Participatiewet opgenomen als tegenhanger van de studieregeling in de Wajong. Omdat personen met een beperking die nog wel arbeidsmogelijkheden hebben vanaf 1 januari 2015 niet meer een Wajonguitkering kan worden toegekend, heeft het kabinet besloten dat die jongeren nu een vergelijkbare financiële ondersteuning kunnen aanvragen op grond van de Participatiewet. Bij de Wajong wordt in de Studieregeling 25% van de Wajong-uitkering doorbetaald. Dit is 25% van het voor die persoon geldende minimum (jeugd)loon. Het bedrag is dus afhankelijk van de leeftijd van de jongere.
De doelgroep is in artikel 36b Participatiewet vastgelegd.
Artikel 3. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon en peildatum
Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag:
In eerste instantie beoordeelt het college aan de hand van reeds beschikbare gegevens of de belanghebbende tot de doelgroep behoort. Dat kan informatie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) zijn zoals eerdere keuringen of een afwijzende beschikking op een Wajong-aanvraag waaruit wel kan blijken dat iemand niet met voltijdse arbeid het minimumloon kan verdienen of dat sprake is ven een medische urenbeperking. Of bijvoorbeeld een indicatie dat iemand behoort tot de doelgroep van de loonkostensubsidie e.a.
Indien geen eerdere informatie aanwezig is moet de gemeente extern advies vragen. Het UWV is vanuit de Participatiewet al is aangewezen als de instantie die beoordeelt of iemand behoort tot de doelgroep van de garantiebanen, of iemand aangewezen is of beschut werk en of iemand een medische urenbeperking heeft. Het college is vrij om te kiezen door welk bedrijf zij die beoordeling laat doen. Het is logisch om hierbij aan te sluiten voor wat betreft het vragen van advies of iemand tot de doelgroep van de Individuele Studietoeslag behoort. Daarom is in de verordening opgenomen dat wij een extern advies aanvragen bij het UWV.
De datum van aanvraag is de peildatum. Op de peildatum moet de aanvrager aan alle voorwaarden voldoen om een individuele studietoeslag toegekend te krijgen.
Artikel 4. Hoogte individuele studietoeslag
In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag geregeld t.w. 25% van het geldende minimum (jeugd)loon, gelijk aan de hoogte die huidige Wajongers ontvangen op grond van de studieregeling in de Wajong. In de Tweede Kamer is gepleit voor een gelijk financieel speelveld voor de huidige Wajongers en degenen die vanaf 1 januari 2015 gaan studeren en tot de doelgroep behoren. Er is geen reden aan te voeren om die doelgroep te bevoordelen of te benadelen ten opzichte van de huidige Wajongers die tot de doelgroep behoren en studeren.
Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden toegekend. De hoogte van het bedrag is vastgesteld op een bedrag dat per leeftijd verschilt. Het volgt de opbouw van het minimum jeugdloon. De genoemde bedragen zijn afgestemd op de bedragen van de studietoeslag in de Wajong.
De gemeenten ontvangen voor de uitvoeringskosten en de betaling van de studietoeslag financiële middelen van het Rijk.
Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag.
In artikel 3, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren.
Als een aanvrager andere inkomsten heeft, worden die inkomsten volledig verrekend met de studietoeslag.
Artikel 5. Betaling individuele studietoeslag
In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag geregeld.
De individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald.
Betaling over een langere periode wordt ongewenst gevonden omdat er dan veel vaker sprake zal zijn van terugvordering van teveel betaalde toeslag als iemand tussentijds de opleiding beëindigt.
Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is.
De rechthebbende moet het college informeren als hij de studie beëindigt. Dan vervalt ook het recht op de individuele studietoeslag.
Indien een aanvrager niet of niet op tijd doorgeeft dat hij de studie heeft beëindigd is sprake van schending van de inlichtingenplicht. De teveel of ten onrecht betaalde studietoeslag wordt teruggevorderd. Bovendien wordt een boete-onderzoek gestart.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-24629.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.