Gemeenteblad van Dalfsen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
DalfsenGemeenteblad 2016, 23551Beleidsregels



Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016

(geldig vanaf 01-01-2016)

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen;

 

gelezen het voorstel van 19 januari 2016, nummer 1721;

 

overwegende dat de Wmo 2015 op 1 januari 2015 in werking is getreden;

 

gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dalfsen 2015;

besluit:

 

vast te stellen ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016’

Artikel 1. Hoogte pgb

  • 1.

    Het tarief voor een pgb:

    • a.

      is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;

    • b.

      is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en

    • c.

      bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.

  • 2.

    De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.

  • 3.

    De hoogte van een pgb voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.

  • 4.

    De hoogte van een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend percentage tot maximaal 77% van de in de bijlage 1 van dit besluit gehanteerde kostprijzen van de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen in natura.

  • 5.

    De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedragen:

    • a.

      voor hulp bij het huishouden (HH1) € 16,93 per uur;

    • b.

      voor hulp bij het huishouden waarvoor bijzondere deskundigheden zijn vereist, door een persoon die daarvoor is opgeleid, werkzaam voor een instelling met HKZ keurmerk (HH2), € 21,49 per uur;

    • c.

      vergoeding voor hulp bij het huishouden volgens HH1 bedraagt maximaal € 15,39 per geleverd uur, wanneer er sprake is van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, mits de aanvrager een overeenkomst heeft gesloten met een servicebureau PGB die de volgende zaken voor aanvrager regelt:

      • bemiddeling;

      • loonbetaling;

      • loonadministratie;

      • verzekering voor de loonbetaling bij vervanging bij ziekte;

      • werkgeversaansprakelijkheidsverzekering;

      • controle en financiële verantwoording naar de gemeente;

      • actieve bemiddeling en vervanging bij ziekte en vakanties;

      • verzorgen van de declaraties naar de gemeente van het PGB op basis van de werkelijk gewerkte uren, conform het gemeentelijk format;

      • aanleveren van de werkelijk gewerkte uren aan het CAK voor berekening van de eigen bijdrage voor de cliënt;

Artikel 2. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

  • 1.

    Bij verstrekking van een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget in het kader van de maatschappelijke ondersteuning is een bijdrage verschuldigd.

  • 2.

    In afwijking van artikel 2, eerste lid geldt dat geen bijdrage is verschuldigd voor:

    • a.

      een rolstoel;

    • b.

      voorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar met uitzondering van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening voor een woningaanpassing zoals genoemd in art. 14 lid 2c van de verordening;

    • c.

      financiële tegemoetkoming;

    • d.

      de onderhoudskosten, de reparaties en de keuringskosten van voorzieningen.

  • 3.

    De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

  • 4.

    In uitzondering op artikel 2 lid 3 van dit besluit geldt voor beschermd wonen dat de bijdrage wordt berekend volgens artikel 3.11 en 3.12 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Voor opvang geldt dat de bijdrage wordt berekend volgens artikel 3.20 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

  • 5.

    De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening, inhoudende:

    • bij hulp via aanbieders: voor HH1 € 20,45 en voor HH2 € 22,72 per uur, jaarlijks te indexeren op basis van de overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA);

    • bij een persoonsgebonden budget: het vastgestelde bedrag per uur, zoals bepaald in artikel 1.5.

  • 6.

    Voor een traplift wordt een eigen bijdrage van maximaal € 1500,– gevraagd, deze wordt in een periode van negenendertig maal vier weken in rekening gebracht.

  • 7.

    Voor een scootmobiel wordt een eigen bijdrage van maximaal € 1500,– gevraagd, deze wordt in een periode van negenendertig maal vier weken in rekening gebracht.

  • 8.

    Een persoonsgebonden budget wordt bruto verstrekt. Dit houdt in dat de cliënt zelf de eigen bijdrage aan het CAK betaalt. De eigen bijdrage mag niet in mindering worden gebracht op de in te kopen voorziening.

  • 9.

    De eigen bijdrage voor begeleiding wordt bij zorg-in-natura berekend over maximaal € 25,– per uur bij individuele begeleiding of per dagdeel bij begeleiding in een groep.

  • 10.

    De eigen bijdrage voor begeleiding uit een PGB wordt berekend over maximaal 100% van het persoonsgebonden budget.

Artikel 3. Waardering mantelzorgers

De jaarlijkse waardering voor mantelzorgers vanaf 2016 wordt in 2016 uitgewerkt en voor 1 mei 2016 opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 4. Tegemoetkoming voor kosten taxi, rolstoeltaxi, autoaanpassing

  • 1.

    Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen per jaar:

    • a.

      voor gebruik van een (eigen) auto of vervoer door derden is het normbedrag € 535;

    • b.

      voor het gebruik van een bruikleenauto is het normbedrag € 300;

    • c.

      voor het gebruik van een taxi bedraagt het normbedrag € 1.070.

  • 2.

    Indien de werkelijke kosten van het taxivervoer voor het regionale vervoer aantoonbaar hoger zijn dan de bedragen genoemd onder c in het vorige lid, dan kan de persoon met een beperking in aanmerking komen voor een gemaximeerde vergoeding (inclusief het normbedrag) van € 3.300 voor het gebruik van een taxi.

  • 3.

    Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend, zijnde: gebruik van een eigen auto of vervoer door derden, gebruik van een bruikleenauto, en gebruik van een (rolstoel)taxi, aan beide gehuwden of samenwonende partners bedraagt de financiële tegemoetkoming per persoon maximaal 75% van het in lid 1 en 2 genoemde bedrag.

  • 4.

    Indien de persoon met beperkingen als gevolg van een beperkte deelname aan het maatschappelijk verkeer een lagere vervoerbehoefte heeft, wordt de financiële tegemoetkoming evenredig verlaagd.

  • 5.

    Waar nodig kan de gemeente degene aan wie een vervoersvoorziening is toegekend, verplichten een overzicht bij te houden en in te leveren van de verreden kilometers in het kader van de voorziening.

Artikel 5. Tegemoetkoming verhuiskosten, sportrolstoel en bezoekbaar maken woning

  • 1.

    De vergoeding voor verhuiskosten- en herinrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.730 en wordt vastgesteld op grond van de werkelijke kosten van de verhuizing en herinrichting waarbij onder herinrichting wordt verstaan de kosten van vloerbedekking, gordijnen, vitrages, behang en verf.

  • 2.

    Aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt: € 3.500, dit wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt;

  • 3.

    Maximale vergoeding voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt: € 2.730.

Artikel 6. Indexering

Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks per 1 januari de in het kader van dit besluit geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de Centraal Bureau voor de Statistiek prijsindex voor gezinsconsumptie.

Artikel 7. Slotbepaling

  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016’.

  • 2.

    Het ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015’, in werking getreden op 01-01-2015, wordt bij de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken.

  • 3.

    Deze regeling treedt na publicatie met terugwerkende kracht op 01-01-2016 in werking.

 

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen in haar vergadering van 2 februari 2016.

Het college voornoemd,

de burgemeester,

drs. H.C.P. Noten

de gemeentesecretaris/algemeen directeur,

drs. J.H.J. Berends