Vijfde wijziging CAR-UWO 2016 van de gemeente Leek

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leek;

 

gelezen het advies met registratienummer 2016007835;

 

gelet op de ledenbrief van het LOGA, nummer 16/017;

 

gelet op artikel 125, lid 2 van de Ambtenarenwet;

 

 

B E S L U I T :

 

 

vast te stellen de vijfde wijziging CAR-UWO 2016 gemeente Leek.

 

Artikel 1  

  • 1.

    Bijlage 1, Salarisverhoging aan te vullen, waarna deze bijlage komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage I

Salarisverhoging

In de bijlage van de in artikel 3:1, eerste lid bedoelde bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen schaalbedragen verhoogd met 2%. Met ingang van 1 januari 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%. Met ingang van 1 augustus 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%, behoudens de schaalbedragen van personeel werkzaam bij gemeentelijke zorginstellingen. Ten aanzien van personeel dat op of na 1 augustus 1995 werkzaam is bij gemeentelijke ziekenhuizen, gemeentelijke verpleegtehuizen of gemeentelijke psychiatrische ziekenhuizen, geldt dat zij in januari 1996 een eenmalige uitkering ontvangen ter grootte van 1,25% van de grondslag. De grondslag bestaat uit de over de maanden augustus tot en met december 1995 genoten bezoldiging, vermeerderd met 8% vakantietoeslag. Deze uitkering wordt niet verstrekt aan personeel dat voor 1 januari 1996 uit dienst is getreden en in de periode van 1 augustus tot en met 31 december 1995 minder dan 100 uur bij één instelling heeft gewerkt.

 

Met ingang van 1 januari 1996 is de gemeentelijke salarismutatie ook op personeel van zorginstellingen van toepassing.

 

Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%.

 

Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van het jaarsalaris.

 

Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd.

 

In december 1997 wordt, naast de al bestaande eindejaarsuitkering van 0,3%, een eenmalige uitkering verstrekt van 0,7% van het jaarsalaris met dien verstande dat die uitkering minimaal ƒ 350,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Met ingang van 1 april 1998 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,25%.

 

In december 1998 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% met 0,5% van het jaarsalarisverhoogd tot 0,8% met dien verstande dat uitkering minimaal ƒ 400,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%. Met ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.

 

In december 1999 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% structureel met 0,5% van het jaarsalaris verhoogd tot 0,8% structureel van het jaarsalaris, met dien verstande dat de uitkering minimaal ƒ 400,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.

 

Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%.

 

Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%.

 

In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd met 0,5% onder een gelijktijdige eenmalige verhoging van het minimale bedrag met ƒ 250,00. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3% met een minimaal bedrag van ƒ 650,00.

 

Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaalbedragen gebruteerd met 1,9% met een maximum van ƒ 1745,00.

 

Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%.

 

Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,95% (0,2%+0,75%) structureel verhoogd naar 1,75%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag verhoogd van ƒ 400,00 naar ƒ 1125,00 bruto. In 2001 wordt deze minimale uitkering eenmalig opgehoogd met ƒ 50,00 naar ƒ 1175,00 bruto.

 

Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van € 511,00.

 

Met ingang van 1 februari 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 3%.

 

Met ingang van 1 oktober 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%.

 

Vanaf 2002 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 1 procentpunt verhoogd naar 2,75%. Tevens wordt vanaf 2002 het minimale bedrag verhoogd van € 511,00 naar € 611,00 bruto. Vanaf 2002 is de grondslag van de eindejaarsuitkering het jaarsalaris.

 

Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2%.

 

Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt verhoogd naar 3%. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van € 611,00naar € 836,00 bruto.

 

Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 200,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.

 

Met ingang van 1 juni 2005 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%.

 

Met ingang van 1 februari 2006 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,6%.

 

Met ingang van 1 februari 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,8%.

 

Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,00.

 

Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,00.

 

In 2010 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5,5%. De bodem in de eindejaarsuitkering wordt verhoogd van € 836,00 naar € 1750,00. Degenen die (een deel van) de maand april 2010 in dienst zijn van de gemeente ontvangen een eenmalige uitkering van 1% en een eenmalige uitkering van 0,5%. Beide eenmalige uitkeringen worden berekend over het salaris dat de medewerker ontvangen heeft in de maand april 2010 vermenigvuldigd met de factor 12. Voor medewerkers met een deeltijdbetrekking worden de twee eenmalige uitkeringen vastgesteld naar rato van de betrekkingsomvang. De eenmalige uitkeringen zijn pensioengevend en hebben geen invloed op de hoogte van bovenwettelijke uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid (uitkeringen op grond van hoofdstuk 9, 9a, 9b, 9c, 10, 10a, 10d, 11 en 11a van de CAR).

 

Met ingang van 1 januari 2011 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5% en wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 6,0%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 1750,00.

 

Met ingang van 1 januari 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.

 

Met ingang van 1 april 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.

 

Met ingang van 1 oktober 2014 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%. Degenen die op 15 juli 2014 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.

 

Met ingang van 1 januari 2016 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,0%

 

Met ingang van 1 januari 2017 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,4%.

 

  • 2.

    Bijlage IIa te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IIa

Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 januari 2017, nieuwe structuur*

 

schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

periodiek

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

0

1498

1533

1571

1616

1663

1773

1990

2277

2527

2726

1

1533

1584

1636

1688

1743

1854

2073

2370

2635

2853

2

1570

1636

1701

1761

1821

1935

2158

2462

2743

2979

3

1607

1687

1766

1832

1901

2016

2241

2554

2850

3106

4

1645

1739

1831

1904

1981

2097

2326

2646

2958

3233

5

1682

1790

1896

1977

2059

2178

2409

2739

3066

3360

6

1720

1841

1960

2049

2139

2258

2493

2832

3174

3487

7

1757

1892

2025

2121

2218

2339

2577

2924

3282

3614

8

1795

1944

2090

2193

2297

2420

2661

3016

3389

3741

9

1832

1995

2155

2265

2377

2501

2745

3108

3497

3868

10

1870

2047

2220

2337

2456

2582

2829

3201

3604

3994

11

1907

2098

2285

2409

2535

2662

2913

3293

3712

4121

 

schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

periodiek

10A

11

11A

12

13

14

15

16

17

18

0

3005

3266

3594

3923

4380

4653

5004

5358

5929

6572

1

3135

3401

3730

4058

4513

4813

5189

5573

6161

6822

2

3265

3536

3865

4192

4645

4973

5374

5788

6393

7071

3

3395

3671

3999

4325

4777

5133

5558

6004

6626

7321

4

3525

3806

4134

4457

4910

5293

5743

6219

6858

7570

5

3655

3941

4266

4590

5042

5453

5928

6435

7090

7820

6

3785

4076

4399

4722

5175

5613

6113

6650

7322

8070

7

3915

4210

4531

4854

5307

5773

6298

6865

7555

8320

8

4045

4342

4664

4987

5440

5933

6483

7080

7787

8569

9

4174

4475

4796

5119

5572

6093

6668

7296

8019

8819

10

4302

4607

4928

5252

5704

6253

6853

7511

8251

9068

11

4430

4740

5061

5384

5837

6413

7038

7726

8484

9318

 

* Als het schaalbedrag onder het voor de medewerker geldende minimumloon ligt, heeft de medewerker recht op het voor hem geldende minimumloon overeenkomstig de bepalingen in de WML.

 

Voor de ambtenaar die valt onder de definitie van artikel 1:2c, eerste lid geldt een aparte schaal: schaal A. Het bedrag van de periodiek 0 is gelijk aan het wettelijk minimumloon. Het bedrag van de periodiek 11 is gelijk aan 120% van het wettelijk minimumloon. De salarisbedragen voor schaal A worden geïndexeerd op de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon en elk jaar op 1 januari vastgesteld door het LOGA en gepubliceerd op www.car-uwo.nl.

 

  • 3.

    Bijlage II te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage II

Inpassingtabel betreffende de gemeentelijke garantiesalarissen per 1 januari 2017

Regelnummer

Garantieschalen

33

3391

35

3515

37

3637

39

3748

41

3864

43

3985

45

4114

47

4239

49

4359

51

4479

53

4594

57

4837

59

4953

61

5073

63

5209

67

5509

69

5660

73

5959

75

6111

77

6283

79

6452

81

6622

83

6807

85

7005

87

7204

89

7405

91

7604

93

7803

95

8006

 

  • 4.

    Bijlage IV te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IV

Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 januari 2017

 

5

6

7

8

9

10

aanloopbedrag 1

1800

1838

1876

1926

2182

2552

aanloopbedrag 2

1926

1983

2051

2307

2671

aanloopbedrag 3

 

 

2182

2429

2798

0

1876

2051

2118

2307

2552

2865

1

1926

2118

2182

2369

2613

2941

2

1983

2182

2246

2429

2671

3011

3

2051

2246

2307

2489

2734

3071

4

2118

2307

2369

2552

2798

3136

5

2182

2369

2429

2613

2865

3203

6

2246

2429

2489

2671

2941

3266

7

2307

2489

2552

2734

3011

3324

8

2369

2552

2613

2798

3071

3382

9

2429

2613

2671

2865

3136

3441

10

2489

2671

2734

2941

3203

3501

11

 

2734

2798

3011

3266

3567

12

 

 

2865

3071

3324

3631

13

 

 

2941

3136

3382

3691

14

 

 

3011

3203

3441

3748

15

 

 

3071

3266

3501

3804

uitloopbedrag 1

2613

2865

3203

3441

3631

3922

uitloopbedrag 2

3011

3324

3631

3748

4045

uitloopbedrag 3

 

 

3748

3865

4175

 

  • 5.

    Bijlage IIb te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IIb

Vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 januari 2017

 

jaarvergoeding

uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.

uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening

uurbedrag voor langdurig aanwezigheid

1. Aspirant manschap A

341

10,55

19,72

13,14

2. Manschap A,

341

12,12

22,78

15,18

Chauffeur,

 

 

 

Voertuigbediener,

 

 

 

Gaspakdrager,

 

 

 

Brandweerduiker,

 

 

 

Verkenner gevaarlijke stoffen

 

3. Manschap B,

341

13,44

25,21

16,81

duikploegleider,

 

 

 

langer dan 5 jaar manschap A,

 

 

manschap A en ten minste twee specialisaties uit categorie 2

4. Bevelvoerder

512

16,84

31,66

21,10

5. Officier van dienst

4035

0,00

40,35

0,00

6 Hoofdofficier van dienst, adviseur gevaarlijke stoffen

5794

0,00

57,94

0,00

7.Commandant van dienst

8619

0,00

64,66

0,00

 

  • 6.

    Bijlage IIc te wijzigen waarna deze komt te luiden:

Artikel 99 Bijlage IIc

Gebruteerde Vergoedingsbedragen vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 januari 2017

 

jaarvergoeding

uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.

uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening

uurbedrag voor langdurig aanwezigheid

1. Aspirant manschap A

345

10,69

20,06

13,36

2. Manschap A,

345

12,35

23,24

15,49

Chauffeur,

 

 

 

Voertuigbediener,

 

 

 

Gaspakdrager,

 

 

 

Brandweerduiker,

 

 

 

Verkenner gevaarlijke stoffen

 

3. Manschap B,

345

13,68

25,61

17,09

duikploegleider,

 

 

 

langer dan 5 jaar manschap A,

 

 

manschap A en ten minste twee specialisaties uit categorie 2

4. Bevelvoerder

520

17,13

32,14

21,43

5. Officier van dienst

4112

0,00

41,12

0,00

6 Hoofdofficier van dienst, adviseur gevaarlijke stoffen

5899

0,00

58,99

0,00

7.Commandant van dienst

8781

0,00

65,81

0,00

 

In deze bijlage is de tabel opgenomen die uitsluitend geldt voor de zeer beperkte categorie vrijwilligers bij de brandweer voor wie de vergoedingen tot het inkomen in de zin van het Pensioenreglement worden gerekend. Het gaat hierbij om personen die vóór 1 januari 1980 een aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer. Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Op 1 januari 1980 is de regeling op dit punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer uitgesloten van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de wijziging in 1980 is een overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat vrijwilligers die op 31 december 1979 al ambtenaar waren, het ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde dienstverhouding werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu nog vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen opbouwen bij het ABP. Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld, zijn per definitie geen ABP-deelnemer. Voor hen is deze bijlage niet van belang, maar geldt bijlage 11.

 

Artikel 2 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.

 

Aldus besloten in de vergadering

van burgemeester en wethouders

van de gemeente Leek,

d.d. 29 november 2016.

B.C. Hoekstra, burgemeester M. Schomper, secretaris

Naar boven