Gemeenteblad van Scherpenzeel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ScherpenzeelGemeenteblad 2016, 187591Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Scherpenzeel houdende belastingregels voor inzameling van afval Verordening afvalstoffenheffing 2017

 

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeelt al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 4 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht, voor de belasting als bedoeld in 1.1 van de tarieventabel, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht, voor de belasting als bedoeld in 1.1 van de tarieventabel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel in gebruik neemt.

  • 5.

    Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven.

  • 6.

    Terugbetalingen onder de € 4,50 worden niet terugbetaald.

  • 7.

    Voor toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslag afvalstoffenheffing of andere heffing aangemerkt als één belastingaanslag.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    De op grond van artikel 5, eerste lid, verschuldigde belasting moeten worden betaald uiterlijk vier maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De op grond van artikel 5, tweede lid, verschuldigde belasting moet worden betaald op het tijdstip van uitreiking van de gedagtekende kennisgeving.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding verleend worden voor één rest container en één GFT container.

Kwijtschelding van belastingen van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, wordt uitsluitend verleend indien dit geschiedt in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening afvalstoffenheffing 2016" van 26 november 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2017".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 15 december 2016.

B.S. van Ginkel-Schuur

Griffier

B. Visser

voorzitter

Tarieventabel behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing 2017".  

Hoofdstuk 1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing

 

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

 

 

1.1.1

Indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of,

indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het

belastingjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt

gebruikt door één persoon

 

 

 

 

 

 

168,50

1.1.2

Indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of,

indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het

belastingjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt

gebruikt door meer dan één persoon

 

 

 

 

 

 

210,65

1.1.3

Eén extra container voor restafval.

140,45

1.1.4

Iedere extra container voor GFT- afval.

70,20

1.2.

onverminderd het bepaalde in 1.1 bedraagt de belasting:

 

 

1.2.1.

voor het op aanvraag verwijderen van grove huishoudelijke

afvalstoffen, per kubieke meter of gedeelten daarvan

 

 

15,30

1.3.

kosten omwisselen container

45,00