Gemeenteblad van Stichtse Vecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Stichtse VechtGemeenteblad 2016, 184848Verordeningen



Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016

 

De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de werkgeverscommissie van de gemeente Stichtse Vecht, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september 2016;

gehoord de commissie Bestuur en Financiën van 11 oktober 2016;

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet en artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

besluiten

vast te stellen de

Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016

Hoofdstuk I Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    verwerend orgaan : bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

  • b.

    werkgeverscommissie: een door de raad op grond van artikel 83 van de Gemeentewet ingestelde commissie waaraan de werkgeversfunctie van de raad is gedelegeerd;

  • c.

    commissie : vaste adviescommissie voor bezwaarschriften zoals bedoeld in zoals bedoeld in artikel 7:13 van de wet;

  • d.

    kamer : de kamer van de commissie, zoals bedoeld in artikel 3, die het bezwaar behandelt;

  • e.

    de wet : Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • f.

    protocol : door het college vastgestelde procedureregels voor de behandeling van bezwaarschriften.

Hoofdstuk II Instelling en taak van de commissie

Artikel 2 De Adviescommissie bezwaarschriften

  • 1.

    Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften gericht aan de raad, het college, de burgemeester en de werkgeverscommissie van de gemeente Stichtse Vecht.

  • 2.

    De commissie adviseert ten aanzien van de beslissing op alle bezwaarschriften gericht aan de in het voorgaande lid genoemde bestuursorganen, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

  • 3.

    Wanneer een bezwaarschrift vergezeld gaat van een verzoek om vergoeding van kosten zoals bedoeld in artikel 7:15, lid 2 van de wet, adviseert de commissie eveneens omtrent al dan niet toekenning van die vergoeding.

  • 4.

    De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften:

    • a.

      waarvoor een andere commissie is ingesteld ter voorbereiding van de beslissing op het bezwaar;

    • b.

      tegen besluiten op grond van belastingwetgeving of de Wet waardering onroerende zaken;

    • c.

      tegen besluiten op grond van artikel 4:86 (beschikking tot betaling), 4:94 (beschikking tot uitstel van betaling), 4:95 (beschikking tot het verlenen van een voorschot), 4:96 (beschikking tot het intrekken of wijzigen van een uitstel van betaling of een verlening van een voorschot) en artikel 4:99 (beschikking tot vaststelling verschuldigde rente) van de wet.

  • 5.

    De raad, het college, de burgemeester en de werkgeverscommissie kunnen, elk voor wat betreft zijn eigen competentie, besluiten om voor een bepaalde periode en/of voor bepaalde categorieën bezwaarschriften af te zien van advisering door de commissie.

Artikel 3 Kamers van de commissie

  • 1.

    De commissie is onderverdeeld in drie raadkamers: de Algemene Kamer, de Sociale Kamer en de Personele Kamer.

  • 2.

    De Algemene Kamer adviseert over bezwaarschriften op het gebied van omgevingsrecht in de ruimste zin, de Algemeen plaatselijke verordening (APV), de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Gemeentewet en verder over alle bezwaren die niet op het gebied van de andere twee kamers liggen.

  • 3.

    De Sociale Kamer is belast met de behandeling van bezwaarschriften op het gebied van de sociale zekerheidswetgeving, subsidiebesluiten, gehandicaptenparkeerkaarten, de Woningwet (huisvestingszaken), de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet jeugdzorg en de Verordening Leerlingenvervoer.

  • 4.

    De Personele Kamer behandelt bezwaarschriften met betrekking tot de rechtspositie van personeel dat werkzaam is bij de gemeente Stichtse Vecht.

Hoofdstuk III Voorzitter, leden en secretarissen

Artikel 4 Samenstelling

  • 1.

    De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

  • 2.

    De voorzitter en de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college.

  • 3.

    De commissie regelt vervanging van de voorzitter.

  • 4.

    De voorzitter en de leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Stichtse Vecht.

  • 5.

    De commissie kent geen vast aantal leden; er worden zoveel leden benoemd als er nodig zijn voor de bezetting van de kamers, rekening houdend met de frequentie van de zittingen van de kamers en de mogelijkheid van vervanging in geval van verhindering van de leden.

Artikel 5 Secretariaat

  • 1

    De commissie wordt bijgestaan door een of meer ambtelijk secretarissen.

  • 2

    Het college wijst de ambtelijk secretaris(sen) aan.

  • 3

    De secretaris is met betrekking zijn uit deze verordening voortvloeiende taken uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. Indien het college voornemens is de aanwijzing van de secretaris in te trekken, wordt de commissie gehoord.

  • 4

    De uitgaande stukken van de commissie worden, voor zover niet anders is bepaald, door de secretaris ondertekend.

  • 5

    De secretaris wordt ondersteund door een medewerker administratieve ondersteuning.

Artikel 6 Zittingsduur

  • 1.

    De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van 4 jaar.

  • 2.

    De voorzitter en de leden kunnen eenmaal herbenoemd worden voor een periode van maximaal 4 jaar.

  • 3.

    De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

  • 4.

    Het college zal tot ontslag overgaan als de voorzitter of een lid een ambt of functie heeft aanvaard die krachtens artikel 4, lid 4 van deze verordening onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie.

  • 5.

    De aftredende voorzitter en leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Dit geldt niet voor de voorzitter en leden die op grond van het bepaalde in het vierde lid uit hun functie zijn ontheven.

  • 6.

    Het college stelt een rooster van aftreden op zodat de continuïteit van de commissie wordt gewaarborgd.

Artikel 7 Plenaire vergadering

Tenminste eenmaal per jaar vergadert de Commissie plenair.

Artikel 8 Financiële vergoedingen

  • 1.

    Elk lid ontvangt voor het deelnemen aan een hoorzitting/vergadering van de commissie een vergoeding waarvan de hoogte door het college wordt vastgesteld.

  • 2.

    Het college kan bij het vaststellen van de vergoeding naar boven afwijken van de bedragen, genoemd in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

  • 3.

    Door het college kan een afzonderlijke vergoedingsregeling worden vastgesteld voor de behandeling van bezwaarschriften tegen specifieke besluiten.

  • 4.

    Reis- en verblijfskosten worden op declaratiebasis vergoed overeenkomstig de regeling “Reisbesluit binnenland”.

Hoofdstuk IV Mandaat en machtiging

Artikel 9 Uitoefening van bevoegdheden

  • 1.De volgende in de wet neergelegde bevoegdheden worden, voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaar in handen van de commissie is gesteld, uitgeoefend door de voorzitter:

    • a.

      artikel 6:6 (het stellen van een hersteltermijn);

    • b.

      artikel 6:10, lid 2 (het aanhouden van een prematuur bezwaar);

    • c.

      artikel 7:6, lid 2 (het beslissen om gescheiden te horen) ;

    • d.

      artikel 7:6, lid 4 (het beslissen om belanghebbenden van het verhandelde tijdens het horen buiten hun aanwezigheid niet op de hoogte te brengen).

      2.De volgende in de wet neergelegde bevoegdheden worden, voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaar in handen van de commissie is gesteld, uitgeoefend door de secretaris:

    • a.

      artikel 2:1, lid 2 (het vragen van een machtiging)

    • b.

      artikel 6:17 (het de verzending van stukken aan gemachtigde);

    • c.

      artikel 7:4, lid 2 (het ter inzage leggen);

    • d.

      artikel 7:13, lid 2 (het mededelen aan indiener dat de commissie over zijn bezwaarschrift adviseert).

Hoofdstuk V Procedure

Artikel 10 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    Op het ingediende bezwaarschrift wordt bij binnenkomst de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2.

    De indiener van het bezwaarschrift, ontvangt zo spoedig mogelijk een schriftelijke ontvangstbevestiging, zoals bedoeld in artikel 6:14 van de wet.

Artikel 11 Formele behandeling

  • 1.

    Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk ter advisering in handen van de commissie gesteld.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor het bericht aan de indiener van de ontvangst van het bezwaarschrift door de commissie. Daarin wordt tevens vermeld dat de commissie over het bezwaarschrift zal adviseren, zoals bedoeld in artikel 7:13, tweede lid, van de wet.

Artikel 12 Informele behandeling

  • 1.

    Het verwerend orgaan onderzoekt of een bezwaarschrift zich leent voor een informele behandeling.

  • 2.

    De indiener van het bezwaarschrift kan het verwerend orgaan vragen het bezwaarschrift informeel te behandelen. Het verwerend orgaan beslist of een bezwaarschrift informeel wordt behandeld.

  • 3.

    Wanneer het informele traject is ingezet maar deze niet leidt tot het gewenste resultaat wordt de bezwaarprocedure voortgezet.

Artikel 13 Vooronderzoek

  • 1.

    De voorzitter en de secretaris zijn in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

  • 2.

    Zij kunnen uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen, zo nodig, uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 14 Hoorzitting

De secretaris bepaalt dag, plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.

Artikel 15 Uitnodiging hoorzitting

  • 1.

    Het secretariaat nodigt belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk uit. De uitnodiging gaat vergezeld van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.

  • 2.

    Binnen drie dagen na de dag van verzending van de uitnodiging kunnen belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

  • 3.

    De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

  • 4.

    In principe wordt slechts eenmaal uitstel gegund.

  • 5.

    De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel.

Artikel 16 Quorum

  • 1.

    Het horen geschiedt door een voorzitter en ten minste twee leden.

  • 2.

    Op grond van artikel 7:13, lid 3, van de wet kan het houden van een hoorzitting, in afwijking van het eerste lid, door de commissie worden opgedragen aan de voorzitter of een lid.

Artikel 17 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 18 Openbaarheid zitting

  • 1.

    De hoorzittingen van de Algemene kamer zijn in beginsel openbaar.

  • 2.

    De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

  • 3.

    De deuren worden gesloten wanneer de voorzitter van oordeel is dat er gewichtige redenen zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten.

  • 4.

    De hoorzittingen van de Sociale kamer en de Personele kamer zijn niet openbaar.

Artikel 19 Verslaglegging

  • 1.

    Van de hoorzitting wordt een verslag zoals bedoeld in artikel 7:7 van de wet gemaakt.

  • 2.

    Ten behoeve van de verslaglegging kan een geluidsopname worden gemaakt, deze wordt gewist zodra het verslag gereed is.

  • 3.

    Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

  • 4.

    Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

  • 5.

    Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 6.

    Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

  • 7.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 20 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien tijdens of na afloop van de hoorzitting maar vóór het uitbrengen van het advies blijkt dat het nodig is nadere inlichtingen of adviezen in te winnen of nader onderzoek te (laten) doen, kan de voorzitter in verband daarmee de behandeling van het bezwaarschrift aanhouden.

  • 2.

    De in het vorige lid bedoelde nadere informatie wordt in afschrift toegezonden aan de leden, de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan. Zij kunnen hierop binnen een door de voorzitter te bepalen termijn schriftelijk een reactie geven of verzoeken een nieuwe hoorzitting te beleggen. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

  • 3.

    Wanneer aan het inwinnen van inlichtingen, het vragen van advies of het verrichten van onderzoek door deskundigen kosten zijn verbonden die niet kunnen worden gedekt uit het de commissie ter beschikking staande budget, is vooraf machtiging van het college vereist.

Hoofdstuk IV Advies

Artikel 21 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies.

  • 2.

    Het advies wordt gegeven door minimaal drie personen, waaronder in ieder geval de voorzitter en de leden die bij de hoorzitting aanwezig zijn geweest.

    • a.

      De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies;

    • b.

      Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter;

    • c.

      De secretaris neemt deel aan de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht.

  • 3.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 4.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 22 Uitbrengen advies en verdaging

  • 1.

    Het advies worden schriftelijk uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

  • 2.

    Het advies bevat het verslag zoals bedoeld in artikel 17 van deze verordening en de eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie.

  • 3.

    Indien het secretariaat constateert dat de termijn genoemd in artikel 7:10, lid 1 van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, wijst het secretariaat het verwerend orgaan er op om tijdig de beslissing te verdagen.

  • 4.

    Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

Hoofdstuk V Jaarverslag

Artikel 23 Jaarverslag

  • 1.

    De commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit over haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar.

  • 2.

    Het jaarverslag bevat in ieder geval een overzicht van behandelde zaken en daarop uitgebrachte adviezen. Verder kunnen in het jaarverslag omstandigheden worden gesignaleerd die het indienen van bezwaarschriften in de hand zouden kunnen werken en kunnen voorstellen worden gedaan om gebleken gebreken in de organisatie of in procedures te verbeteren.

Hoofdstuk VI Protocol

Artikel 24 Protocol behandeling bezwaarschriften

Het college stelt een protocol vast voor de behandeling van bezwaarschriften.

Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Artikel 25 Intrekken oude verordeningen

  • 1.

    De Verordening Adviescommissie bezwaarschriften 2011 zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2011, door het college en de burgemeester op 4 januari 2011, wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Verordening vergoeding externe leden adviescommissie voor de bezwaarschriften, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2011, wordt ingetrokken.

Artikel 26 Overgangsrecht

  • 1.

    Ten aanzien van voor de inwerkingtreding van deze verordening ingediende bezwaarschriften, waarop nog niet is beslist, geldt deze verordening.

  • 2.

    In afwijking van het vorige lid behoudt de voorheen geldende verordening haar gelding als, indien nodig, al een hoorzitting is gehouden en/of advies is uitgebracht.

Artikel 27 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 28 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016”.

15 november 2016

Griffier Voorzitter

13 december 2016

Secretaris Burgemeester

13 december 2016

Burgemeester

Aldus vastgesteld door de werkgeverscommissie op 16 december 2016.

De voorzitter van de werkgeverscommissie,

mevr. R.G. Vis-de Ceuninck van Capelle

TOELICHTING OP DE “VERORDENING ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN STICHTSE VECHT 2016”

In de verordening is bepaald dat de bestuursorganen van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de werkgeverscommissie, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat de raad de verordende bevoegdheid heeft (artikel 108 juncto 147 Gemeentewet). Het college, de burgemeester en de werkgeverscommissie hebben deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de Adviescommissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college, de burgemeester en de werkgeverscommissie. De ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van het begrip 'bestuursorgaan' hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in de verordening aangeduid als 'verwerend orgaan'. Dit kan de gemeenteraad betreffen, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de werkgeverscommissie of een commissie waaraan via delegatie bepaalde bevoegdheden van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn overgedragen.

Artikel 2 Inleidende bepaling

Onder een bezwaarschrift wordt in deze verordening ook gerekend een schrijven dat kennelijk bedoeld is als een bezwaarschrift, maar gericht is tegen een handeling waartegen (nog) geen bezwaar open staat.

Het derde lid bepaalt dat de commissie tevens adviseert over de beslissing op een verzoek om vergoeding van kosten van beroepsmatig juridisch advies in de bezwaarfase (artikel 7:15 lid 2 Awb).

Het vierde lid vormt een uitzondering op de hoofdregel dat de commissie bezwaarschriften adviseert over bezwaarschriften. Het betreft naast de gebruikelijke belastingzaken en WOZ ook de bezwaarschriften die betrekking hebben op de financiële zaken rondom de bestuurlijke geldschulden. Dergelijke financiële bezwaren lenen zich meer voor behandeling door de Heffingsambtenaar. Invorderingsbeschikkingen inzake verbeurde dwangsommen ex artikel 5:37 Awb zijn geen betalingsbeschikking zoals bedoeld in artikel 4:86 Awb. Bezwaarschriften tegen dergelijke invorderingsbeschikkingen worden dan ook wel ter advisering aan de adviescommissie bezwaarschriften voorgelegd. Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 113.

Artikel 3 Kamers

De commissie bestaat uit een Algemene, een Sociale en een Personele kamer. De opsomming van categorieën bezwaarschriften die elke kamer zal behandelen is niet uitputtend.

Artikel 4 Samenstelling van de commissie

In verband met de onafhankelijkheid van de commissie bepaalt het vierde lid dat ook de leden van de commissie geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Stichtse Vecht. Artikel 7:13 Awb stelt dit vereiste alleen aan de voorzitter.

Artikel 5 Secretariaat

Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het gebruikelijk dat een commissie beschikt over een secretariaat ter ondersteuning van de werkzaamheden.

De secretaris verleent de commissie de nodige ambtelijke bijstand; hij draagt zorg voor de voorbereiding van de hoorzittingen; neemt (zonder stemrecht) deel aan de beraadslagingen van de commissie; stelt concept-adviezen op en treedt op namens de commissie en/of de voorzitter in door deze te bepalen gevallen.

De medewerker administratieve ondersteuning draagt zorg voor de registratie, correspondentie, archivering en bewaking van het proces van bezwaarafhandeling.

In verband met de onafhankelijkheid van de commissie, is de secretaris van de commissie voor zover het betreft de uitvoering van zijn functie, uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie.

Artikel 6 Zittingsduur

Bij de herbenoeming zoals bedoeld in het tweede lid, wordt het rooster van aftreden (lid 6) in acht genomen.

Voorzitter en leden kunnen bij ontslag zoals bedoeld in het derde lid, zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Zij kunnen ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het vijfde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.

Artikel 7 Plenaire vergadering

Het spreekt voor zich dat de secretaris(sen) en administratief ondersteuner(s) mee vergaderen.

Artikel 8 Financiële vergoedingen

De vergoeding was geregeld in de Verordening vergoeding externe leden adviescommissie voor de bezwaarschriften, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2011. Deze verordening is ingetrokken (zie artikel 23). Het college stelt voortaan namens de raad de vergoedingen zoals bedoeld in het eerste en tweede lid vast.

De in artikel 8 genoemde vergoedingen worden toegekend op basis van de door de secretaris ondertekende registraties.

Artikel 9 Uitoefening bevoegdheden

  • 1.De volgende in de Awb neergelegde bevoegdheden worden, voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaar in handen van de commissie is gesteld, uitgeoefend door de voorzitter:

    • a.

      artikel 6:6: het stellen van een hersteltermijn;

    • b.

      artikel 6:10, lid 2: het aanhouden van een prematuur bezwaar;

    • c.

      artikel 7:6, lid 2: het beslissen om gescheiden te horen ;

    • d.

      artikel 7:6, lid 4: het achterwegen laten van het op de hoogte te stellen van belanghebbenden van het verhandelde tijdens het horen buiten hun aanwezigheid (namens het bestuursorgaan).

      • 2.

        De volgende in de Awb neergelegde bevoegdheden worden, voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaar in handen van de commissie is gesteld, uitgeoefend door de secretaris:

    • a.

      artikel 2:1, lid 2: het vragen van een machtiging (namens het bestuursorgaan);

    • b.

      artikel 6:17: het de verzending van stukken aan gemachtigde (namens het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen);

    • c.

      artikel 7:4, lid 2: het ter inzage leggen (namens het bestuursorgaan);

    • d.

      artikel 7:13, lid 2: het mededelen aan indiener dat de commissie over zijn bezwaarschrift adviseert (namens het bestuursorgaan).

Genoemde bevoegdheden worden in mandaat uitgevoerd namens het betreffende bestuursorgaan.

In de verordening worden niet genoemd de al op grond van artikel 7:13, lid 4 Awb aan de commissie toekomende (geattribueerde) bevoegdheden:

  • a.

    het - voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden - achterwege laten van het ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken (artikel 7:4, lid 6 Awb);

  • b.

    het beslissen over de openbaarheid van de zitting, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald (artikel 7:5, lid 2 Awb) en

  • c.

    het beslissen om van het houden van een hoorzitting af te zien, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald (artikel 7:3 Awb).

Artikel 10 Ingediend bezwaarschrift

Net als elke brief wordt een bezwaarschrift geregistreerd bij binnenkomst en wordt de ontvangst automatisch aan de indiener bevestigd. Er is dan nog niet beoordeeld of er sprake is van een bezwaarschrift dan wel of de brief als zodanig is bedoeld.

Over de ontvangstbevestiging zoals bedoeld in artikel 10 wordt opgemerkt dat naast verzending per post ook uitreiking van een ontvangstbewijs in aanmerking komt.

Een bezwaarschrift verzenden per e-mail is in Stichtse Vecht (nog) niet mogelijk. Wordt een bezwaarschrift per e-mail ingediend, dan brengt de secretaris de verzender op de hoogte van het feit dat dit nog niet mogelijk is en wordt de verzender gevraagd om het bezwaarschrift alsnog op de voorgeschreven wijze te versturen. Een per e-mail ingediend bezwaarschrift kan niet zonder meer niet-ontvankelijk worden verklaard, maar pas nadat de indiener in de gelegenheid is gesteld dit verzuim te herstellen (artikel 6:6 Awb).

Artikel 11 Formele behandeling

Een bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk ter advisering in handen van de commissie gesteld.

De secretaris zal de indiener de ontvangst van zijn bezwaarschrift door de commissie bevestigen.

Artikel 12 Informele behandeling

Veel waarde wordt gehecht aan het zo informeel mogelijk oplossen van geschillen. De indiener van het bezwaarschrift kan zelf ook aangeven dat hij een informele behandeling wenst. Wanneer het informele traject niet leidt tot het gewenste resultaat wordt de bezwaarprocedure voortgezet. De indiener van het bezwaarschrift ontvangt hiervan een schriftelijk bericht.

Artikel 13 Vooronderzoek

Het spreekt voor zich dat de voorzitter en de secretaris van de commissie er zorg voor dienen te dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de gemeente – zij krijgen de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen - als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarmaker in contact te treden om nadere informatie in te winnen.

De activiteiten van de commissie of haar voorzitter/secretaris bij de voorbereiding van de te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij vallen gewone en bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien in de normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om bijzondere kosten gaat.

Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college de gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. Om deze reden is in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een machtiging vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college door zo'n toetsing het werk van de commissie frustreert en haar onafhankelijke positie daardoor aantast.

In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak.

Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter beoordeling van het bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de aard van het advies van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de zaak betrekking hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen afgewogen oordeel kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden.

Artikel 14 Hoorzitting

Op grond van artikel 7:2 van de Awb dienen belanghebbenden te worden gehoord. Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat indien:

  • a.

    het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;

  • b.

    het bezwaar kennelijk ongegrond is;

  • c.

    de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of

  • d.

    aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.

Ad d: Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de voorzitter van de commissie contact opneemt.

Op grond van artikel 7:13, lid 4, Awb beslist de commissie over de toepassing van artikel 7:3 Awb.

Telefonisch horen:

De Adviescommissie bezwaarschriften beschikt het niet over de faciliteiten voor telefonisch horen.

Op grond van artikel 7:13, lid 5, van de Awb wordt ook het bestuursorgaan in de gelegenheid gesteld om bij het horen een toelichting te geven. Nu aldus verschillende partijen en personen bij het horen door de commissie dienen te worden betrokken, is het met het oog op het belang van een overzichtelijk en zorgvuldig verloop van het horen gerechtvaardigd dat geen gelegenheid wordt geboden voor telefonisch horen (RvS 25 maart 2015 ECLI:NL:RVS:2015:917).

Artikel 15 Uitnodiging zitting

Ingevolge artikel 7:13, lid 5, van de Awb wordt ook het verwerend orgaan uitgenodigd voor de zitting. Het is van belang dat dit orgaan zich ook ter zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er, vanwege de inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het voor een externe commissie van belang om van bestuurlijke zijde te vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de commissie moeilijk worden om een goede afweging te maken.

Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de oproeping en de zitting zelf. Gekozen is voor een termijn van drie weken, mede in verband met de termijn van twaalf weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken, waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (zie artikel 7:10 Awb) en de termijn voor het indienen van stukken (artikel 7:4 Awb).

Voorts is een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het tijdstip van de zitting. Een gemotiveerd verzoek om uitstel hoeft niet per definitie gehonoreerd worden. Betrokkene dient tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om uitstel te krijgen. Inwilliging van een verzoek om uitstel dient beperkt te worden tot een eenmalig uitstel, omdat anders de afwikkeling van het bezwaarschrift te grote vertraging oploopt. Wanneer de verzoeker om uitstel de indiener van het bezwaarschrift is wordt deze geacht in te stemmen met het uitstellen van de beslistermijn gedurende de periode die is gelegen tussen de datum van de aanvankelijke hoorzitting en de datum van de nieuwe hoorzitting (artikel 7:10, vierde lid en onder b, Awb). Verzoeker wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht.

Artikel 16 Quorum

Dit artikel spreekt voor zich.

In het tweede lid is de mogelijkheid opgenomen dat er gehoord wordt door de voorzitter of een lid. Van belang is wel dat het advies door de commissie, dat wil zeggen de voorzitter en tenminste twee leden, wordt uitgebracht (zie artikel 19).

Artikel 17 Niet-deelneming aan de behandeling

Wanneer het de voorzitter betreft wijst de commissie uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

Artikel 18 Openbaarheid zitting

Op grond van artikel 7:13, lid 4 van de wet besluit de commissie, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In deze verordening is bepaald dat de zittingen van de Algemene kamer openbaar zijn, behoudens de in artikel 16, lid 2 en 3 genoemde gevallen. In lid 4 is bepaald dat de zittingen van de Sociale en Algemene kamer besloten zijn.

Hoorzittingen van de Algemene Kamer vinden in principe in het openbaar plaats. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk. Bijvoorbeeld indien bijzondere persoonlijke omstandigheden van familiaire, medische of financiële aard of andere omstandigheden met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen. Zaken waarover de Sociale kamer of de Personele kamer adviseert worden altijd achter gesloten deuren behandeld in verband met het vertrouwelijke karakter van de onderwerpen waarover deze kamers adviseren.

De openbaarheid dan wel beslotenheid van de hoorzitting dient te worden onderscheiden van de beslotenheid van de beraadslaging door de commissie. Het raadkameroverleg vindt altijd achter gesloten deuren plaats.

Artikel 19 Schriftelijke verslaglegging

Volgens artikel 7:7 Awb bevat het advies een verslag. Uit de memorie van toelichting bij artikel 7:7 Awb volgt dat het verslag schriftelijk moet zijn:

“Ten behoeve van de beslissing op het bezwaarschrift en ten behoeve van de vorming van het dossier dat in een later stadium eventueel bij een beroepsinstantie dient te worden overgelegd, is het noodzakelijk dat het verhandelde op de hoorzitting schriftelijk wordt vastgelegd. Het zal van de omstandigheden van het geval en van het bestuursorgaan afhangen in welke vorm een verslag wordt gegoten en hoe uitgebreid het is. Zeer bepalend daarvoor is, in hoeverre op de hoorzitting nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen, die nog niet in de schriftelijke stukken aan de orde zijn geweest.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de plicht tot verslaglegging op verschillende wijzen vorm kan worden gegeven. Zo kan, in plaats van een afzonderlijk verslag, ook uit de beslissing op het bezwaar blijken van hetgeen tijdens de hoorzitting is verhandeld. Samengevat: niet zozeer is van belang, hoe hetgeen op een hoorzitting naar voren is gekomen, wordt vastgelegd, als wel dàt het wordt vastgelegd. In ieder geval moet op enige wijze een korte weergave van de kern van hetgeen naar voren gebracht is, schriftelijk vastgelegd worden. Bij een uitgebreide hoorzitting zal eerder een uitgebreid verslag in aanmerking kunnen komen dan bij een informeel horen van een belanghebbende die volstaat met een verwijzing naar zijn bezwaarschrift. Het gaat er immers om dat dit op enigerlei wijze schriftelijk wordt vastgelegd.”

In plaats van een afzonderlijk verslag kan het advies dus ook een korte (schriftelijke) weergave bevatten van de kern van hetgeen tijdens de zitting naar voren gebracht is.

Artikel 20 Nader onderzoek

Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige bepaling voorziet in enkele organisatorische regels.

Een zorgvuldige procedure houdt ook in dat het bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de adviescommissie kan wenden zonder dat andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken (rechtsbeginsel hoor en wederhoor. Rb. Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311).

Artikel 21 Raadkamer en advies

De beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.

Volgens het tweede lid, aanhef, wordt het advies gegeven door minimaal drie personen, waaronder in ieder geval de voorzitter en de leden die bij de hoorzitting aanwezig zijn geweest. Op grond van artikel 7:17, lid 3 kan de commissie het horen opdragen aan alleen de voorzitter of alleen een lid. In het geval het horen is opgedragen aan de voorzitter, adviseren minimaal twee leden mee, die niet bij de zitting aanwezig waren. In het geval het horen is opgedragen aan een lid, adviseren de voorzitter en minimaal één ander lid mee.

Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor die gevallen waarin de commissie tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat. Dit is nog niet voorgekomen: het advies wordt standaard gegeven door drie personen: de voorzitter en twee leden.

Een adviescommissie mag alleen adviseren: ze kan geen (gedelegeerde) beslisbevoegdheid krijgen, (Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak 06-01-1997).

De adviescommissie is een adviseur in de zin van artikel 3:5 Awb. Het bestuursorgaan is verplicht om te onderzoeken of het advies zorgvuldig tot stand is gekomen (artikel 3:9 Awb).

Artikel 22 Uitbrengen advies en verdaging

Op grond van artikel 7:13, zesde lid Awb wordt het advies schriftelijk uitgebracht en bevat het een verslag van het horen.

De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb twaalf weken, behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de secretaris dat, indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald, hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen.

Hoofdstukken V Jaarverslag, VI Protocol en VII Slotbepalingen

Spreken voor zich.

-.-.-.-.-.-.-.-.-