Vaststellen van de Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken en de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en gebiedsbranding

 

Vaststellen van de Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte

werken en de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en gebiedsbranding

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 25 oktober 2016 hebben besloten:

1.In te stemmen met de adviesbrief waarin wordt aangegeven hoe de adviezen

van de bestuurscommissies Noord, Oost, Nieuw-West, West, Centrum, Zuid en

Zuidoost en MKB-Amsterdam en de Vereniging Amsterdam City over de nieuwe

subsidieregelingen economie zijn verwerkt. De belangrijkste opmerkingen en

aanpassingen zijn:

1.1. De bestuurscommissies geven aan dat er voor de regelingen geen of beperkt

middelen beschikbaar zijn voor een succesvolle uitvoering.

1.2. De beslissingsbevoegdheid om bepaalde ongewenste functies uit te sluiten,

zoals bijvoorbeeld massagesalons, is bij de bestuurscommissies gelegd.

1.3. De bevoegdheden over de toepassing van de regeling Subsidieregeling

economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken is geheel bij de

bestuurscommissie gelegd.

1.4. De regeling voor het oprichten van ondernemersverenigingen is

verruimd. De regeling kan ook worden ingezet voor de reactivering van

ondernemersverenigingen.

2.Vast te stellen de twee in de bijlage bij dit besluit opgenomen subsidieregelingen,

te weten de Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte

werken en de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en

gebiedsbranding en deze regelingen te publiceren in het Gemeenteblad, waarna

beide regelingen in werking treden.

3.Het subsidieplafond voor de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen

en gebiedsbranding vast te stellen op €80.000,- per jaar.

4.Aan de directeur van de rve Economie mandaat te verlenen voor het

verstrekken van subsidie ter uitvoering van de Subsidieregeling opzetten

ondernemersverenigingen en gebiedsbranding.

5.Kennis te nemen van taakomschrijving voor de winkelstraatmanager met als doel

het realiseren van een divers winkelaanbod in Amsterdamse winkelgebieden. De

taakomschrijving is onderdeel van de Subsidieregeling economische stimulering

binnen het gebiedsgerichte werken, hoofdstuk Straatmanagement. Hiermee

wordt uitvoering gegeven aan de motie 206 van het raadslid N.T. Bakker.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

E.E. van der Laan, burgemeester A.H.P. Van Gils, secretaris

 

 

Subsidieregeling Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de bestuurscommissie als bedoeld in de verordening op de bestuurscommissies;

  • b.

    Amsterdams Ondernemers Programma: Het Amsterdams Ondernemers Programma (AOP) ‘Ruimte voor ondernemers!’ 2015-2018, zoals op 17 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad;

  • c.

    ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;

  • d.

    bedrijfsruimte: een ruimte die is bestemd tot of geschikt is voor de uitoefening van een bedrijf of beroep en in het bestemmingsplan als bedrijfsruimte is aangemerkt, waaronder het gebruik als winkel;

  • e.

    eigenaar: de institutionele belegger, woningcorporatie of particuliere eigenaar die een bedrijfsruimte in eigendom heeft en dit aan een derde verhuurt of in eigen gebruik heeft;

  • f.

    gebied: concentraties van economische activiteiten die publiek toegankelijk zijn, zoals winkelstraten, winkelbuurten, winkelcentra, bedrijventerreinen, kantorenlocaties en uitgaansgebieden.

  • g.

    gebiedsagenda: document waarin de bestuurscommissie heeft vastgelegd wat er de komende

periode in een bepaalde buurt moet gebeuren;

  • h.

    gebiedsplan: uitvoeringsplan per gebied gebaseerd op de gebiedsagenda;

  • i.

    loonkosten: arbeidskosten voor de salariëring of inhuur van de straatmanager;

  • j.

    ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft en ingeschreven is in het Handelsregister dan wel beschikt over een fiscale zelfstandigheidsverklaring;

  • k.

    ondernemersvereniging: rechtspersoon die staat ingeschreven in het Handelsregister met als doelstelling het behartigen van de belangen van ondernemers op straat-, plein-, buurt-, of wijkniveau;

  • l.

    projectgebied: door het algemeen bestuur aan te wijzen gebied waar de regeling van kracht is;

  • m.

    renovatie: herstelwerkzaamheden aan een pand die noodzakelijk zijn voor de instandhouding en die ingrijpender zijn dan het normale onderhoud;

  • n.

    straatmanagement: activiteit die wordt uitgevoerd in opdracht van en aangestuurd door een ondernemersvereniging met als doel het verbeteren van het economisch klimaat in een gebied, voortvloeiend uit afspraken tussen gemeente en vertegenwoordigers van het lokale bedrijfsleven;

  • o.

    straatmanager: persoon die in opdracht van of in dienst van en onder verantwoordelijkheid van een ondernemersvereniging het straatmanagement uitvoert.

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Subsidieplafond

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt voor de activiteiten, die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan binnen het subsidieplafond onderscheid maken per soort activiteiten en gebied.

Artikel 1.4 Algemene weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het algemeen bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:

  • a.

    de activiteiten niet bijdragen aan de economische opgaven in de buurt, zoals geformuleerd in de gebiedsagenda’s en gebiedsplannen en het Amsterdams Ondernemers Programma;

  • b.

    de aanvraag alleen is bedoeld om het duurzame voortbestaan van de aanvrager te stimuleren;

  • c.

    als de aanvrager voor dezelfde kosten reeds subsidie ontvangt van op grond van een andere regeling;

  • d.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds is aangevangen of heeft plaatsgevonden op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 1.5 Overgangsbepaling

Aanvragen om vaststelling van subsidies die zijn verleend op grond van een voor 1 oktober 2016 voor het betreffende stadsdeel geldende subsidieregeling, worden afgehandeld krachtens de desbetreffende subsidieregeling van dat stadsdeel.

Artikel 1.6 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 november 2016.

Subsidieaanvragen op grond van de hoofstukken 3 en 4 van deze regeling zijn pas mogelijk voor activiteiten die vanaf 1 januari 2017 starten.

Hoofdstuk 2. Verbetering fysieke structuur

Artikel 2.1 Doel subsidie

Het doel van deze subsidieregeling is het renoveren van kleinschalige winkel- en bedrijfsruimtes door subsidie te verlenen voor de renovatie van bedrijfsruimtes waardoor de verhuurbaarheid verbetert, de praktische bruikbaarheid en de uitstraling van het pand wordt verhoogd, het pand beter voldoet aan de eisen van de markt en de duurzaamheid van het object toeneemt.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Het algemeen bestuur kan eenmalige subsidie verstrekken voor een van de volgende activiteiten:

  • a.

    renovatie van de bedrijfsruimte;

  • b.

    het verbeteren van de bouwkundige staat en kwaliteit van de bedrijfsruimtes in het projectgebied;

  • c.

    het verbeteren van het aanzicht van de bedrijfsruimten;

  • d.

    het vervangen van gesloten rolluiken;

  • e.

    het verbeteren van de veiligheid van het bedrijfspand door het treffen van aard- en nagelvaste ingrepen aan en rond het gebouwde object.

Artikel 2.3 Werkingsgebied en budgetverdeling subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst projectgebieden aan waarin de subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten zoals omschreven in artikel 2.2;

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt daarbij een lijst op met subsidiabele activiteiten, stelt de hoogte en de berekeningsgrondslag van de subsidie vast;

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan hierbij eisen stellen aan de maximale omvang van een bedrijf en een maximum subsidiebedrag vaststellen;

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt alleen dan een budget ter beschikking wanneer de subsidiabele activiteiten aansluiten bij de door de raad vastgestelde gebiedsplannen.

Artikel 2.4 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren, huurders van bedrijfs- of winkelruimte en ondernemersverenigingen.

Artikel 2.5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Naast de gegevens die de aanvrager moet overleggen op grond van artikel 5 van de ASA dient de aanvrager te overleggen:

  • a.

    een beschrijving van de situatie voor de aanvang van de werkzaamheden in tekst, ondersteund door foto’s of andere beelddragers;

  • b.

    een tekening waarop een eindbeeld met de beoogde veranderingen van het project zijn aangegeven;

  • c.

    een raming van de kosten;

  • d.

    een akkoordverklaring van eigenaar wanneer door een huurder of een ondernemersvereniging de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 2.6 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het algemeen bestuur een subsidie weigeren te verlenen voor panden waarin functies zijn gevestigd waarvan het algemeen bestuur het niet wenselijk acht deze te ondersteunen.

Artikel 2.7 Verantwoording subsidies

In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling: a. een eindafrekening van de gemaakte kosten;

b.een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden, ondersteund door foto’s of andere beelddragers.

Hoofdstuk 3. Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven

Artikel 3.1 Doel subsidie

Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van initiatieven van ondernemersverenigingen die gericht zijn op het verbeteren van het economisch functioneren van het gebied.

Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten

Het algemeen bestuur kan eenmalige subsidie verstrekken van maximaal € 5.000, - voor:

  • a.

    activiteiten gericht op een schoon, heel, veilig en aantrekkelijk gebied;

  • b.

    activiteiten gericht op het verbeteren van de binding met de bezoekers van het gebied waar het initiatief plaatsvindt.

Artikel 3.3 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging.

Artikel 3.4 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het algemeen bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:

  • a.

    de aanvraag deels betrekking heeft op eigen personeelskosten dan wel kosten voor vrijwilligers en consumpties;

  • b.

    activiteiten niet gericht zijn op het gebied waarvoor de ondernemersvereniging de ondernemersbelangen behartigt;

  • c.

    de subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die tot de algemeen gangbare bedrijfsactiviteiten van de ondernemers behoren;

  • d.

    het initiatief alleen gericht is op het persoonlijke belang van de aanvragers en geen aanvulling is op het bestaande aanbod van activiteiten en voorzieningen in het gebied.

Hoofdstuk 4. Straatmanagement

Artikel 4.1 Doel van de subsidieregeling

Het doel van deze subsidieregeling is het economisch functioneren van winkelgebieden duurzaam te versterken en in stand te houden door subsidie te verlenen voor de inzet van straatmanagement door de ondernemersvereniging voor inspanningen die bijdragen aan:

  • a.

    het verbeteren van de economische structuur;

  • b.

    het verbeteren van de uitstraling en imago van het winkelgebied;

  • c.

    het verbeteren van de openbare ruimte van het winkelgebied;

  • d.

    het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid;

  • e.

    het versterken van de lokale organisatiegraad van de ondernemers;

  • f.

    het in stand houden van de opgebouwde status van het winkelgebied.

Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten

Het algemeen bestuur kan een eenmalige subsidie verstrekken voor straatmanagementactiviteiten.

Artikel 4.3 De hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt voor de activiteiten die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks een subsidieplafond vast;

  • 2.

    de subsidie wordt uitsluitend verleend op basis van cofinanciering, waarbij de ondernemersvereniging bijdraagt aan de financiering van het straatmanagement.

  • 3.

    het algemeen bestuur verleent de subsidie als volgt:

    • a.

      ondernemersverenigingen die starten met de inzet van straatmanagement ontvangen de eerste twee jaar jaarlijks een bijdrage van maximaal 75% van de loonkosten van de straatmanager;

    • b.

      ondernemersverenigingen die voor het derde jaar en daarop volgende jaren straatmanagement inzetten, ontvangen jaarlijks een subsidie van maximaal 50% van de loonkosten van de straatmanager;

    • c.

      de subsidie voor straatmanagement wordt uitsluitend verleend bij de inzet van ten minste 4 uur straatmanagement per week. Het maximaal aantal subsidiabele uren bedraagt 24 uur per week;

    • d.

      de hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op een normbedrag voor de loonkosten van een straatmanager van € 60.000,-- per jaar bij een 40-urige werkweek.

Artikel 4.4 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging.

Artikel 4.5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    een begroting met daarin de wijze waarop de ondernemersverenging de cofinanciering aan het straatmanagement regelt;

  • b.

    een werkplan voor de straatmanager voor de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 4.6 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het algemeen bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:

  • a.

    de subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die tot de algemeen gangbare bedrijfsactiviteiten van de ondernemers behoren;

  • b.

    het initiatief alleen gericht is op het persoonlijke belang van de aanvragers en geen aanvulling is op het bestaande aanbod van activiteiten en voorzieningen in het gebied;

  • c.

    de uitvoering van de activiteiten niet geschiedt door de aanvrager of niet onder zijn toezicht en verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd.

     

Toelichting bij de subsidieregeling

Deze subsidieregeling beoogt het gebiedsgerichte werken te ondersteunen door subsidieinstrumenten in te stellen die de lokale economische structuur van deze gebieden kunnen versterken. Dit gebeurt door de ondersteuning van lokale ondernemersinitiatieven, de inzet van straatmanagement en het kwalitatief peil houden van de bedrijfsruimten in het gebied. Uitgangspunt van deze regeling is dat ondernemers samenwerken in activiteiten waarbij het economisch functioneren van het gebied wordt versterkt en zo bijdragen aan de verbetering van het woon- werk- en leefklimaat in het gebied.

Deze regeling is een regeling zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Uitsluitend lokale ondernemersverenigingen komen in aanmerking voor subsidie. Vertegenwoordigers van ondernemers met een groter bereik dan het winkelgebied, zoals brancheverenigingen, MKB-Amsterdam, VAC, ORAM, zijn uitgesloten omdat zij een bovenlokaal belang dienen. Zij kunnen wel optreden als samenwerkingspartner van een lokale ondernemersorganisatie.

Artikel 1.6

Aanvragen voor activiteiten zoals omschreven in de hoofdstukken 3 en 4 zijn pas mogelijk voor activiteiten die vanaf 1 januari 2017 beginnen omdat de bestuurscommissies voor 2016 geen subsidieplafond meer kunnen vaststellen.

Hoofdstuk 2. Verbetering fysieke structuur

Algemene toelichting

Dit hoofdstuk beoogt de ondersteuning van eigenaren en gebruikers bij het verbeteren van hun bedrijfspand zoals een winkel, werkplaats of kantoor. Hiermee wordt de fijnmazige structuur van winkels en bedrijfsruimten in de gemeente in stand gehouden en worden gebieden aantrekkelijk gehouden voor winkeliers en het winkelend publiek. Dit bevordert het instandhouden en verbeteren van een goed woon-, werk- en leefklimaat in de gemeente.

De regeling ondersteunt maatregelen die een duurzame en langdurige bijdrage hieraan leveren door fysieke verbeteringen aan deze bedrijfsruimten te bevorderen. Hierdoor worden deze ruimten geschikt gehouden voor gebruik in de nabije toekomst. Door deze ondersteuning worden eigenaar en gebruiker mede gestimuleerd om niet te kiezen voor verplaatsing van hun bedrijf naar een beter geoutilleerd werkgebied maar te kiezen voor verbetering van hun huidige werkomgeving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2.6

Dit artikel beoogt het algemeen bestuur instrumenten te geven om het beleid te ondersteunen om een disbalans in functies in een gebied te herstellen. Voor sommige gebieden geldt dat de economische structuur verstoord wordt door een aanbod dat een negatief effect heeft op het woon-, werk- en leefklimaat ter plaatse. In beleidsnota’s, gebiedsplannen en bestemmingsplannen wordt aangegeven waar verbetering gewenst is. Voorbeelden van deze verstoring zijn een overconcentratie aan functies als coffeeshops, souvenirwinkels, sekswinkels en winkels in geestverruimende paddenstoelen. Wanneer het beleid er op gericht is om deze functies in aantal te laten afnemen, ligt het niet in de rede om de bedrijfsruimten waarin deze functies zijn gevestigd, toekomstbestendig te maken, zonder het gebruik ervan te wijzigen.

Hoofdstuk 3. Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven

Algemene toelichting

Dit hoofdstuk beoogt lokale initiatieven van ondernemersverenigingen, die gericht zijn op het beter economisch functioneren van het gebied waarin de ondernemersvereniging opereert, eenmalig te faciliteren.

In de gebiedsplannen van de 22 gebieden binnen de gemeente Amsterdam en in het Amsterdams Ondernemers Programma worden de doelen geformuleerd voor een goed ondernemersklimaat.

Het hoofdstuk draagt het karakter van een ‘oliekannetjesregeling’ waarmee de gebieden snel kunnen inspelen op lokale ondernemersinitiatieven. De regeling ondersteunt dergelijke initiatieven met een financiële bijdrage. Dit veronderstelt een bijdrage van de ondernemersvereniging, in ieder geval in mensuren en een financiële bijdrage aan het initiatief. Omdat de bestuurskracht en financiële mogelijkheden van ondernemersverenigingen sterk verschillen, is het aan het algemeen bestuur om te beoordelen wat een realistische en redelijke bijdrage is.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3.2

De regeling beoogt kleinschalige initiatieven te ondersteunen en wil deze niet beperken door een limitatieve lijst. Voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn: verfraaiing van de openbare ruimte boven het niveau dat de gemeente financiert, optredens van kerstkoren, acties die aansluiten op een culturele gebeurtenis in een nabijgelegen museum of instelling, culturele evenementen zoals ‘De nacht van de poëzie’, sportgebeurtenissen, foodfairs en braderieën, feestelijke lokale gebeurtenissen en overvaltrainingen.

Hoofdstuk 4 Straatmanagement

Algemene toelichting

De omgeving waarin bedrijven functioneren is mede bepalend voor het succes van deze bedrijven. Door deze omgeving in gezamenlijkheid aan te pakken zijn bedrijven beter in staat aan veranderingen en bedreigingen het hoofd te bieden en kansen te verzilveren. Een belangrijk instrument om deze samenwerking gestalte te geven is het straatmanagement.

Functieomschrijving straatmanager

Een straatmanager staat voor het gemeenschappelijk belang van het winkelgebied. De straatmanager speelt een actieve rol bij het ontwikkelen en versterken van een duurzame concurrentiepositie van een gebied. De straatmanager werkt samen met de lokale ondernemers, vastgoedeigenaren, politie, bewoners en gemeente rond thema’s als visieontwikkeling, branchering, leegstand, beheer en openbare ruimte, bereikbaarheid, veiligheid en promotie en marketing.

De straatmanager is namens de lokale ondernemers een verbindende schakel in de samenwerking tussen vertegenwoordigers van andere belanghebbenden, zoals politie, vastgoedeigenaren, bewoners en de gemeentelijke gebiedsbeheerders.

Straatmanagers zijn actief betrokken bij de totstandkoming van de gebiedsagenda en het gebiedsplan.

Aansturing straatmanagement

De straatmanager voert deze activiteiten uit namens de ondernemersvereniging. Het bestuur van de ondernemersvereniging is verantwoordelijk voor het opstellen van een werkplan voor de straatmanager en de begeleiding van de werkzaamheden van de straatmanager.

Takenpakket

Straatmanagement kent vier kerntaken:

  • 1.

    Versterking economische structuur van de straat. Straatmanagement levert een bijdrage aan activiteiten die de economische structuur van de straat versterken, zoals het ontwikkelen van een visie, het ondersteunen van eigenaren en makelaars bij het vinden van huurders voor panden die de diversiteit en de aantrekkelijkheid van het gebied versterken en het bevorderen van de aanwezigheid van voorzieningen die de straat verbeteren (zoals pinautomaten en specifieke horecavoorzieningen ).

  • 2.

    Verhogen van de veiligheid in de straat. Dit kan onder andere worden ingevuld door de inzet van straatmanagement in de uitvoering van het Keurmerk Veilig Ondernemen, participatie in projecten die de veiligheid in de straat verhogen, samenwerking met de politie aan preventieprojecten en begeleiding van ondernemers bij zaken als elektronisch aangifte doen van winkeldiefstal en het uitschrijven van winkelontzeggingen.

  • 3.

    Beheer openbare ruimte. Voor de dagelijkse gang van zaken is de straatmanager de schakel namens de ondernemers in de straat met vertegenwoordigers van de gemeente en politie. Te denken valt aan de verwijdering van graffiti en kauwgom, vuilophaal, parkeren, reclame-uitingen en de kerstversiering.

  • 4.

    Communicatie en promotie. Straatmanagement ondersteunt actief de communicatie tussen de ondernemers onderling als ook de algemene promotie en marketing van de straat naar buiten.

Te denken valt aan gebiedsbranding projecten, het participeren in het opzetten en het onderhoud van een website en social media, een ondernemersnieuwsbrief en promotionele acties en evenementen voor de straat in zijn geheel. De straatmanager ondersteunt activiteiten die het draagvlak van de winkeliersvereniging vergroten, zoals ledenwerving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 4.1 Doel subsidieregeling

De subsidiegelden zijn bedoeld voor dekking van de loonkosten of de kosten van inhuur van een straatmanager.

De subsidie is niet bedoeld voor de uitvoering van de activiteiten van de straatmanager, zoals bureaukosten, promotiemateriaal, feestverlichting.

In dit artikel wordt gesproken van een eenmalige subsidie. Dit betekent dat de activiteit waaraan de subsidie verbonden is, van bepaalde duur is. Het is mogelijk meerdere malen een eenmalige subsidie te verlenen.

Artikel 4.3

Artikel 4.3 sub 2 bepaalt dat subsidie alleen wordt verleend indien de ondernemersvereniging mede bijdraagt in de kosten van de straatmanager. Hoe de ondernemersvereniging deze bijdrage financiert, is aan de vereniging zelf, zolang er maar geen sprake is van stapeling van overheidssubsidies. Naast de inkomsten uit contributie is het denkbaar is dat de ondernemersvereniging financiën ontvangt van pandeigenaren of uit commerciële activiteiten, zoals winst uit de organisatie van een braderie of uit giften van leden.

In artikel 4.3 sub 3 is een maximumbedrag opgenomen dat de gemeente financiert. In alle gevallen van subsidieverlening geldt dat de gemeente geen btw financiert.

De regeling kent een hogere maximale bijdrage in de eerste twee subsidiejaren van 75% in plaats van 50%. Dit stelt de ondernemersvereniging in staat om zijn leden in de praktijk te overtuigen van het nut en noodzaak van straatmanagement en zo draagvlak te creëren voor de substantiële bijdrage die gevraagd wordt van de leden van de ondernemersvereniging.

Wanneer een ondernemersvereniging voorafgaand aan deze regeling subsidie heeft ontvangen van het algemeen bestuur van Zuid of Centrum voor de inzet van straatmanagement, dan worden de jaren meegeteld in de vaststelling van het percentage van de eigen bijdrage.

 

 

Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en gebiedsbranding

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;

  • b.

    bedrijveninvesteringszone: een afgebakend gebied, zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein, waarin de gemeente op basis van de BIZ-wet een bijdrage heft onder de gebruikers en eigenaren van niet-woningen en dit geld uitkeert aan de BIZ-vereniging, waarmee ondernemers en eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving;

  • c.

    BIZ-plan: plan waarin wordt omschreven welke activiteiten gedurende de looptijd van de bedrijveninvesteringszone zullen worden uitgevoerd, inclusief begroting;

  • d.

    college: college van burgemeester en wethouders;

  • e.

    eigenaar: de institutionele belegger, woningcorporatie of particuliere eigenaar die een bedrijfsruimte in eigendom heeft en die aan een derde verhuurt of in eigen gebruik heeft;

  • f.

    gebied: concentratie van economische activiteiten die voor het publiek toegankelijk zijn, zoals een winkelstraat, winkelbuurt, winkelcentrum, bedrijventerrein, kantorenlocatie en uitgaansgebied;

  • g.

    gebiedsbranding: het positioneren en profileren van een gebied als merk;

  • h.

    ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft en ingeschreven is in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel dan wel beschikt over een fiscale zelfstandigheidsverklaring;

  • i.

    ondernemersvereniging: rechtspersoon die staat ingeschreven in het Handelsregister, met als doelstelling het behartigen van de belangen van ondernemers op straat-, plein- buurt, of wijkniveau;

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt voor de activiteiten, die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2.

    Het college kan binnen het subsidieplafond onderscheid maken per soort activiteiten of gebied.

Artikel 1.4 Aanvrager

Als sprake is van een samenwerkingsverband dient één van de betrokken partijen als penvoerder de aanvraag namens het samenwerkingsverband in en draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de beschikking.

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 9, tweede lid van de ASA 2013 kan het college weigeren subsidie te verstrekken als:

    • a.

      de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds heeft plaatsgevonden;

    • b.

      de aanvraag alleen is bedoeld om het duurzame voortbestaan van de aanvrager te financieren;

    • c.

      de aanvrager voor dezelfde kosten reeds subsidie ontvangt op grond van een andere regeling;

    • d.

      de aanvraag deels betrekking heeft op eigen personeelskosten;

    • e.

      de activiteiten niet gericht zijn op het gebied waarvoor de ondernemersvereniging in oprichting de ondernemersbelangen behartigt;

    • f.

      de subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die tot de algemeen gangbare bedrijfsactiviteiten van de ondernemers behoren;

    • g.

      het initiatief alleen gericht is op het persoonlijke belang van de aanvragers en geen aanvulling is op het bestaande aanbod van activiteiten en voorzieningen in het gebied;

    • h.

      de uitvoering van het initiatief niet geschiedt door de aanvrager of niet onder zijn toezicht en verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd;

    • i.

      het initiatief geen open karakter heeft waardoor niet alle ondernemers in het gebied kunnen participeren.

Hoofdstuk 2. Oprichten ondernemersvereniging

Artikel 2.1 Doel subsidie

Het doel van deze subsidie is ondernemers in staat te stellen de benodigde acties te (laten) uitvoeren om te komen tot het oprichten van een ondernemersvereniging voor het gebied waarin zij hun bedrijf uitoefenen.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Het college kan eenmalige subsidie van maximaal € 5.000, - verstrekken voor:

  • a.

    het organiseren van bijeenkomsten gericht op het oprichten van een ondernemersvereniging;

  • b.

    het ontwikkelen van een activiteitenplan en begroting voor de nog op te richten ondernemersvereniging;

  • c.

    oprichten van de ondernemersvereniging bij de notaris en inschrijven van de ondernemersvereniging in het Handelsregister en de voorbereidende handelingen daartoe.

Artikel 2.3 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door één of meer ondernemers van wie de onderneming is gevestigd in het gebied waarvoor de ondernemersvereniging wordt opgericht.

Artikel 2.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5 van de ASA overlegt de aanvrager een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat in het gebied voldoende draagvlak bestaat onder de ondernemers voor het oprichten van de ondernemersvereniging.

Hoofdstuk 3. Oprichten bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Artikel 3.1 Doel van de regeling

Het doel van deze subsidie is ondernemers en eigenaren in staat te stellen de mogelijkheden om te komen tot een bedrijveninvesteringszone te verkennen en te faciliteren. Met het instellen van bedrijveninvesteringszones beoogt de gemeente ondernemers en eigenaren in staat te stellen gezamenlijk te investeren in de bedrijfsomgeving.

Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan eenmalige subsidie van maximaal € 5.000,- verstrekken voor:

    • a.

      het organiseren van overleg met de ondernemers en eigenaren in het gebied, gericht op het doen instellen van een bedrijveninvesteringszone;

    • b.

      het schrijven van een BIZ-plan;

    • c.

      het oprichten van de BIZ-vereniging of BIZ stichting bij de notaris en inschrijven in het Handelsregister en de voorbereidende handelingen daartoe.

  • 2.

    De subsidie kan in een gebied slechts één keer per drie jaar worden toegekend.

Artikel 3.3 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:

  • a.

    een ondernemersvereniging of een ondernemer die is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en die actief is in het gebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

  • b.

    een vereniging van eigenaren die actief is in het gebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of een eigenaar die één of meerdere panden bezit in het betreffende gebied.

Hoofdstuk 4. Gebiedsbranding

Artikel 4.1 Doel van de subsidieregeling

Het doel van de regeling is het vergroten van het onderscheidend vermogen van het gebied en daarmee de economische ontwikkeling van dat gebied te versterken.

Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan eenmalige subsidie van maximaal € 5.000,- verstrekken voor:

    • a.

      het voorbereiden en organiseren van bijeenkomsten voor ondernemers in het kader van gebiedsbranding;

    • b.

      het uitvoeren van een analyse van de sterke en zwakke punten in het gebied;

    • c.

      het organiseren van bijeenkomsten waar de branding van het gebied wordt bepaald;

    • d.

      het (laten) opstellen van een marketingstrategie en uitvoeringsplan;

    • e.

      het (laten) ontwikkelen van een huisstijl en logo;

    • f.

      het organiseren van evenementen om de branding bekend te maken.

  • 2.

    Bij branding van een gebied waarin verschillende ondernemersverenigingen samenwerken, kan het college het maximum subsidiebedrag hoger vaststellen.

Artikel 4.3 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging die is ingeschreven in het Handelsregister.

Artikel 4.4 Algemene verplichtingen/aanvullende verplichtingen

Naast de verplichting op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013 is aan de subsidie de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger er zorg voor draagt dat het gebruik van bont in kleding of de verkoop van bont geen deel is van de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt.

 

 

Toelichting bij de subsidieregeling

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

Een ondernemersvereniging is gedefinieerd als een vereniging die zich tot een bepaald gebied in de stad beperkt. Het is niet de bedoeling dat landelijke of regionale koepels en brancheverenigingen van ondernemers een beroep kunnen doen op deze regeling. Evenmin is het de bedoeling dat verenigingen die op het niveau van een stadsdeel of de stad actief zijn middels deze regeling kunnen worden ondersteund. Ondernemersvertegenwoordigers met een bovenlokaal belang kunnen wel optreden als samenwerkingspartner van een ondernemersvereniging.

Hoofdstuk 2. Oprichten ondernemersvereniging

Algemene toelichting

Een goede organisatiegraad bij ondernemers is voor Amsterdam en voor het gebiedsgericht werken van belang. Het opzetten van een ondernemersvereniging vraagt veel van ondernemers, qua tijd, kennis, kunde, notariskosten en dergelijke. Soms zetten ambtenaren zich in om samen met ondernemers een vereniging op te richten. Ambtenaren kunnen het gesprek aangaan met ondernemers, maar het is geen taak van een ambtenaar om hierin een leidende rol te spelen. Er zijn zzp’ers en bureaus die expertise hebben om een ondernemersvereniging op te richten. Dit geldt niet alleen voor winkelgebieden en bedrijventerreinen, maar ook voor markten en de oprichting van marktcommissies.

Artikel 2.1

Onder het oprichten van een ondernemersvereniging kan ook worden verstaan het reactiveren van een bestaande ondernemersvereniging die al een aantal jaar geen activiteiten meer heeft ontplooid.

Artikel 2.2

Onder het organiseren van bijeenkomsten gericht op het oprichten van een ondernemersvereniging wordt ook verstaan het (laten) voeren van voorbereidende gesprekken met ondernemers om hen te informeren over de op te richten ondernemersvereniging.

Artikel 2.4

Of er sprake is van voldoende draagvlak wordt per geval beoordeeld op basis van het aantal ondernemingen dat is gevestigd in het gebied.

Hoofdstuk 3. Oprichten bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Algemene toelichting

Een goede organisatiegraad bij ondernemers en vastgoedeigenaren in een gebied is voor Amsterdam en voor het gebiedsgericht werken van belang. Bedrijveninvesteringszones kunnen een rol vervullen om de slagkracht van ondernemers en eigenaren in een gebied te vergroten. We weten ook dat het opzetten van een BIZ-vereniging veel vergt van ondernemers, qua tijd, kennis, kunde, notariskosten en dergelijke. Soms zetten ambtenaren zich in om samen met ondernemers een vereniging op te richten. Ambtenaren kunnen het gesprek aangaan met ondernemers, maar het is geen taak van een ambtenaar om hierin een leidende rol te spelen. Een bedrijveninvesteringszone is primair het initiatief van de ondernemers; de gemeente heeft een faciliterende rol. Er zijn zzp’ers en bureaus wiens expertise het is om bedrijveninvesteringszones te helpen oprichten. Dit geldt niet alleen voor winkelgebieden en bedrijventerreinen, maar ook voor horecagebieden en markten.

Hoofdstuk 4. Gebiedsbranding

Algemene toelichting

De detailhandel in Nederland is in een fase van grote veranderingen. Mede als gevolg van de

toenemende aankopen via internet staan winkelgebieden onder druk. Zonder ingrepen dreigt een

verschraling van de winkelgebieden. Gebieden zijn toe aan herpositionering. Om de gebieden hierbij te helpen biedt de gemeente Amsterdam ondersteuning middels deze subsidieregeling.

Onder gebiedsbranding wordt verstaan de handelingen om een onderscheidend thema te ontwikkelen voor een gebied, zodat het gebied als merk in de markt kan worden gezet.

Naar boven