Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2016, 177036 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2016, 177036 | Overige besluiten van algemene strekking |
Vaststellen van de Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken en de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en gebiedsbranding
Vaststellen van de Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte
werken en de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en gebiedsbranding
Burgemeester en wethouders van Amsterdam
Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 25 oktober 2016 hebben besloten:
1.In te stemmen met de adviesbrief waarin wordt aangegeven hoe de adviezen
van de bestuurscommissies Noord, Oost, Nieuw-West, West, Centrum, Zuid en
Zuidoost en MKB-Amsterdam en de Vereniging Amsterdam City over de nieuwe
subsidieregelingen economie zijn verwerkt. De belangrijkste opmerkingen en
1.1. De bestuurscommissies geven aan dat er voor de regelingen geen of beperkt
middelen beschikbaar zijn voor een succesvolle uitvoering.
1.2. De beslissingsbevoegdheid om bepaalde ongewenste functies uit te sluiten,
zoals bijvoorbeeld massagesalons, is bij de bestuurscommissies gelegd.
1.3. De bevoegdheden over de toepassing van de regeling Subsidieregeling
economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken is geheel bij de
1.4. De regeling voor het oprichten van ondernemersverenigingen is
verruimd. De regeling kan ook worden ingezet voor de reactivering van
2.Vast te stellen de twee in de bijlage bij dit besluit opgenomen subsidieregelingen,
te weten de Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte
werken en de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en
gebiedsbranding en deze regelingen te publiceren in het Gemeenteblad, waarna
beide regelingen in werking treden.
3.Het subsidieplafond voor de Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen
en gebiedsbranding vast te stellen op €80.000,- per jaar.
4.Aan de directeur van de rve Economie mandaat te verlenen voor het
verstrekken van subsidie ter uitvoering van de Subsidieregeling opzetten
ondernemersverenigingen en gebiedsbranding.
5.Kennis te nemen van taakomschrijving voor de winkelstraatmanager met als doel
het realiseren van een divers winkelaanbod in Amsterdamse winkelgebieden. De
taakomschrijving is onderdeel van de Subsidieregeling economische stimulering
binnen het gebiedsgerichte werken, hoofdstuk Straatmanagement. Hiermee
wordt uitvoering gegeven aan de motie 206 van het raadslid N.T. Bakker.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
E.E. van der Laan, burgemeester A.H.P. Van Gils, secretaris
Subsidieregeling Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
periode in een bepaalde buurt moet gebeuren;
Artikel 1.2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 1.4 Algemene weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het algemeen bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:
Aanvragen om vaststelling van subsidies die zijn verleend op grond van een voor 1 oktober 2016 voor het betreffende stadsdeel geldende subsidieregeling, worden afgehandeld krachtens de desbetreffende subsidieregeling van dat stadsdeel.
Deze regeling treedt in werking op 1 november 2016.
Subsidieaanvragen op grond van de hoofstukken 3 en 4 van deze regeling zijn pas mogelijk voor activiteiten die vanaf 1 januari 2017 starten.
Hoofdstuk 2. Verbetering fysieke structuur
Het doel van deze subsidieregeling is het renoveren van kleinschalige winkel- en bedrijfsruimtes door subsidie te verlenen voor de renovatie van bedrijfsruimtes waardoor de verhuurbaarheid verbetert, de praktische bruikbaarheid en de uitstraling van het pand wordt verhoogd, het pand beter voldoet aan de eisen van de markt en de duurzaamheid van het object toeneemt.
Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten
Het algemeen bestuur kan eenmalige subsidie verstrekken voor een van de volgende activiteiten:
Artikel 2.3 Werkingsgebied en budgetverdeling subsidiabele activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren, huurders van bedrijfs- of winkelruimte en ondernemersverenigingen.
Artikel 2.5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Naast de gegevens die de aanvrager moet overleggen op grond van artikel 5 van de ASA dient de aanvrager te overleggen:
In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het algemeen bestuur een subsidie weigeren te verlenen voor panden waarin functies zijn gevestigd waarvan het algemeen bestuur het niet wenselijk acht deze te ondersteunen.
Artikel 2.7 Verantwoording subsidies
In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling: a. een eindafrekening van de gemaakte kosten;
b.een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden, ondersteund door foto’s of andere beelddragers.
Hoofdstuk 3. Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven
Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van initiatieven van ondernemersverenigingen die gericht zijn op het verbeteren van het economisch functioneren van het gebied.
Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten
Het algemeen bestuur kan eenmalige subsidie verstrekken van maximaal € 5.000, - voor:
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging.
In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het algemeen bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:
Artikel 4.1 Doel van de subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is het economisch functioneren van winkelgebieden duurzaam te versterken en in stand te houden door subsidie te verlenen voor de inzet van straatmanagement door de ondernemersvereniging voor inspanningen die bijdragen aan:
Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten
Het algemeen bestuur kan een eenmalige subsidie verstrekken voor straatmanagementactiviteiten.
Artikel 4.3 De hoogte van de subsidie
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging.
Artikel 4.5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:
In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het algemeen bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:
Toelichting bij de subsidieregeling
Deze subsidieregeling beoogt het gebiedsgerichte werken te ondersteunen door subsidieinstrumenten in te stellen die de lokale economische structuur van deze gebieden kunnen versterken. Dit gebeurt door de ondersteuning van lokale ondernemersinitiatieven, de inzet van straatmanagement en het kwalitatief peil houden van de bedrijfsruimten in het gebied. Uitgangspunt van deze regeling is dat ondernemers samenwerken in activiteiten waarbij het economisch functioneren van het gebied wordt versterkt en zo bijdragen aan de verbetering van het woon- werk- en leefklimaat in het gebied.
Deze regeling is een regeling zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Uitsluitend lokale ondernemersverenigingen komen in aanmerking voor subsidie. Vertegenwoordigers van ondernemers met een groter bereik dan het winkelgebied, zoals brancheverenigingen, MKB-Amsterdam, VAC, ORAM, zijn uitgesloten omdat zij een bovenlokaal belang dienen. Zij kunnen wel optreden als samenwerkingspartner van een lokale ondernemersorganisatie.
Aanvragen voor activiteiten zoals omschreven in de hoofdstukken 3 en 4 zijn pas mogelijk voor activiteiten die vanaf 1 januari 2017 beginnen omdat de bestuurscommissies voor 2016 geen subsidieplafond meer kunnen vaststellen.
Hoofdstuk 2. Verbetering fysieke structuur
Dit hoofdstuk beoogt de ondersteuning van eigenaren en gebruikers bij het verbeteren van hun bedrijfspand zoals een winkel, werkplaats of kantoor. Hiermee wordt de fijnmazige structuur van winkels en bedrijfsruimten in de gemeente in stand gehouden en worden gebieden aantrekkelijk gehouden voor winkeliers en het winkelend publiek. Dit bevordert het instandhouden en verbeteren van een goed woon-, werk- en leefklimaat in de gemeente.
De regeling ondersteunt maatregelen die een duurzame en langdurige bijdrage hieraan leveren door fysieke verbeteringen aan deze bedrijfsruimten te bevorderen. Hierdoor worden deze ruimten geschikt gehouden voor gebruik in de nabije toekomst. Door deze ondersteuning worden eigenaar en gebruiker mede gestimuleerd om niet te kiezen voor verplaatsing van hun bedrijf naar een beter geoutilleerd werkgebied maar te kiezen voor verbetering van hun huidige werkomgeving.
Dit artikel beoogt het algemeen bestuur instrumenten te geven om het beleid te ondersteunen om een disbalans in functies in een gebied te herstellen. Voor sommige gebieden geldt dat de economische structuur verstoord wordt door een aanbod dat een negatief effect heeft op het woon-, werk- en leefklimaat ter plaatse. In beleidsnota’s, gebiedsplannen en bestemmingsplannen wordt aangegeven waar verbetering gewenst is. Voorbeelden van deze verstoring zijn een overconcentratie aan functies als coffeeshops, souvenirwinkels, sekswinkels en winkels in geestverruimende paddenstoelen. Wanneer het beleid er op gericht is om deze functies in aantal te laten afnemen, ligt het niet in de rede om de bedrijfsruimten waarin deze functies zijn gevestigd, toekomstbestendig te maken, zonder het gebruik ervan te wijzigen.
Hoofdstuk 3. Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven
Dit hoofdstuk beoogt lokale initiatieven van ondernemersverenigingen, die gericht zijn op het beter economisch functioneren van het gebied waarin de ondernemersvereniging opereert, eenmalig te faciliteren.
In de gebiedsplannen van de 22 gebieden binnen de gemeente Amsterdam en in het Amsterdams Ondernemers Programma worden de doelen geformuleerd voor een goed ondernemersklimaat.
Het hoofdstuk draagt het karakter van een ‘oliekannetjesregeling’ waarmee de gebieden snel kunnen inspelen op lokale ondernemersinitiatieven. De regeling ondersteunt dergelijke initiatieven met een financiële bijdrage. Dit veronderstelt een bijdrage van de ondernemersvereniging, in ieder geval in mensuren en een financiële bijdrage aan het initiatief. Omdat de bestuurskracht en financiële mogelijkheden van ondernemersverenigingen sterk verschillen, is het aan het algemeen bestuur om te beoordelen wat een realistische en redelijke bijdrage is.
De regeling beoogt kleinschalige initiatieven te ondersteunen en wil deze niet beperken door een limitatieve lijst. Voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn: verfraaiing van de openbare ruimte boven het niveau dat de gemeente financiert, optredens van kerstkoren, acties die aansluiten op een culturele gebeurtenis in een nabijgelegen museum of instelling, culturele evenementen zoals ‘De nacht van de poëzie’, sportgebeurtenissen, foodfairs en braderieën, feestelijke lokale gebeurtenissen en overvaltrainingen.
De omgeving waarin bedrijven functioneren is mede bepalend voor het succes van deze bedrijven. Door deze omgeving in gezamenlijkheid aan te pakken zijn bedrijven beter in staat aan veranderingen en bedreigingen het hoofd te bieden en kansen te verzilveren. Een belangrijk instrument om deze samenwerking gestalte te geven is het straatmanagement.
Functieomschrijving straatmanager
Een straatmanager staat voor het gemeenschappelijk belang van het winkelgebied. De straatmanager speelt een actieve rol bij het ontwikkelen en versterken van een duurzame concurrentiepositie van een gebied. De straatmanager werkt samen met de lokale ondernemers, vastgoedeigenaren, politie, bewoners en gemeente rond thema’s als visieontwikkeling, branchering, leegstand, beheer en openbare ruimte, bereikbaarheid, veiligheid en promotie en marketing.
De straatmanager is namens de lokale ondernemers een verbindende schakel in de samenwerking tussen vertegenwoordigers van andere belanghebbenden, zoals politie, vastgoedeigenaren, bewoners en de gemeentelijke gebiedsbeheerders.
Straatmanagers zijn actief betrokken bij de totstandkoming van de gebiedsagenda en het gebiedsplan.
De straatmanager voert deze activiteiten uit namens de ondernemersvereniging. Het bestuur van de ondernemersvereniging is verantwoordelijk voor het opstellen van een werkplan voor de straatmanager en de begeleiding van de werkzaamheden van de straatmanager.
Straatmanagement kent vier kerntaken:
Versterking economische structuur van de straat. Straatmanagement levert een bijdrage aan activiteiten die de economische structuur van de straat versterken, zoals het ontwikkelen van een visie, het ondersteunen van eigenaren en makelaars bij het vinden van huurders voor panden die de diversiteit en de aantrekkelijkheid van het gebied versterken en het bevorderen van de aanwezigheid van voorzieningen die de straat verbeteren (zoals pinautomaten en specifieke horecavoorzieningen ).
Verhogen van de veiligheid in de straat. Dit kan onder andere worden ingevuld door de inzet van straatmanagement in de uitvoering van het Keurmerk Veilig Ondernemen, participatie in projecten die de veiligheid in de straat verhogen, samenwerking met de politie aan preventieprojecten en begeleiding van ondernemers bij zaken als elektronisch aangifte doen van winkeldiefstal en het uitschrijven van winkelontzeggingen.
Te denken valt aan gebiedsbranding projecten, het participeren in het opzetten en het onderhoud van een website en social media, een ondernemersnieuwsbrief en promotionele acties en evenementen voor de straat in zijn geheel. De straatmanager ondersteunt activiteiten die het draagvlak van de winkeliersvereniging vergroten, zoals ledenwerving.
Artikel 4.1 Doel subsidieregeling
De subsidiegelden zijn bedoeld voor dekking van de loonkosten of de kosten van inhuur van een straatmanager.
De subsidie is niet bedoeld voor de uitvoering van de activiteiten van de straatmanager, zoals bureaukosten, promotiemateriaal, feestverlichting.
In dit artikel wordt gesproken van een eenmalige subsidie. Dit betekent dat de activiteit waaraan de subsidie verbonden is, van bepaalde duur is. Het is mogelijk meerdere malen een eenmalige subsidie te verlenen.
Artikel 4.3 sub 2 bepaalt dat subsidie alleen wordt verleend indien de ondernemersvereniging mede bijdraagt in de kosten van de straatmanager. Hoe de ondernemersvereniging deze bijdrage financiert, is aan de vereniging zelf, zolang er maar geen sprake is van stapeling van overheidssubsidies. Naast de inkomsten uit contributie is het denkbaar is dat de ondernemersvereniging financiën ontvangt van pandeigenaren of uit commerciële activiteiten, zoals winst uit de organisatie van een braderie of uit giften van leden.
In artikel 4.3 sub 3 is een maximumbedrag opgenomen dat de gemeente financiert. In alle gevallen van subsidieverlening geldt dat de gemeente geen btw financiert.
De regeling kent een hogere maximale bijdrage in de eerste twee subsidiejaren van 75% in plaats van 50%. Dit stelt de ondernemersvereniging in staat om zijn leden in de praktijk te overtuigen van het nut en noodzaak van straatmanagement en zo draagvlak te creëren voor de substantiële bijdrage die gevraagd wordt van de leden van de ondernemersvereniging.
Wanneer een ondernemersvereniging voorafgaand aan deze regeling subsidie heeft ontvangen van het algemeen bestuur van Zuid of Centrum voor de inzet van straatmanagement, dan worden de jaren meegeteld in de vaststelling van het percentage van de eigen bijdrage.
Subsidieregeling opzetten ondernemersverenigingen en gebiedsbranding
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
bedrijveninvesteringszone: een afgebakend gebied, zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein, waarin de gemeente op basis van de BIZ-wet een bijdrage heft onder de gebruikers en eigenaren van niet-woningen en dit geld uitkeert aan de BIZ-vereniging, waarmee ondernemers en eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving;
Artikel 1.2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Als sprake is van een samenwerkingsverband dient één van de betrokken partijen als penvoerder de aanvraag namens het samenwerkingsverband in en draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de beschikking.
Hoofdstuk 2. Oprichten ondernemersvereniging
Het doel van deze subsidie is ondernemers in staat te stellen de benodigde acties te (laten) uitvoeren om te komen tot het oprichten van een ondernemersvereniging voor het gebied waarin zij hun bedrijf uitoefenen.
Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten
Het college kan eenmalige subsidie van maximaal € 5.000, - verstrekken voor:
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door één of meer ondernemers van wie de onderneming is gevestigd in het gebied waarvoor de ondernemersvereniging wordt opgericht.
Artikel 2.4 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 5 van de ASA overlegt de aanvrager een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat in het gebied voldoende draagvlak bestaat onder de ondernemers voor het oprichten van de ondernemersvereniging.
Hoofdstuk 3. Oprichten bedrijveninvesteringszone (BIZ)
Artikel 3.1 Doel van de regeling
Het doel van deze subsidie is ondernemers en eigenaren in staat te stellen de mogelijkheden om te komen tot een bedrijveninvesteringszone te verkennen en te faciliteren. Met het instellen van bedrijveninvesteringszones beoogt de gemeente ondernemers en eigenaren in staat te stellen gezamenlijk te investeren in de bedrijfsomgeving.
Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:
Artikel 4.1 Doel van de subsidieregeling
Het doel van de regeling is het vergroten van het onderscheidend vermogen van het gebied en daarmee de economische ontwikkeling van dat gebied te versterken.
Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging die is ingeschreven in het Handelsregister.
Artikel 4.4 Algemene verplichtingen/aanvullende verplichtingen
Naast de verplichting op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013 is aan de subsidie de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger er zorg voor draagt dat het gebruik van bont in kleding of de verkoop van bont geen deel is van de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt.
Toelichting bij de subsidieregeling
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Een ondernemersvereniging is gedefinieerd als een vereniging die zich tot een bepaald gebied in de stad beperkt. Het is niet de bedoeling dat landelijke of regionale koepels en brancheverenigingen van ondernemers een beroep kunnen doen op deze regeling. Evenmin is het de bedoeling dat verenigingen die op het niveau van een stadsdeel of de stad actief zijn middels deze regeling kunnen worden ondersteund. Ondernemersvertegenwoordigers met een bovenlokaal belang kunnen wel optreden als samenwerkingspartner van een ondernemersvereniging.
Hoofdstuk 2. Oprichten ondernemersvereniging
Een goede organisatiegraad bij ondernemers is voor Amsterdam en voor het gebiedsgericht werken van belang. Het opzetten van een ondernemersvereniging vraagt veel van ondernemers, qua tijd, kennis, kunde, notariskosten en dergelijke. Soms zetten ambtenaren zich in om samen met ondernemers een vereniging op te richten. Ambtenaren kunnen het gesprek aangaan met ondernemers, maar het is geen taak van een ambtenaar om hierin een leidende rol te spelen. Er zijn zzp’ers en bureaus die expertise hebben om een ondernemersvereniging op te richten. Dit geldt niet alleen voor winkelgebieden en bedrijventerreinen, maar ook voor markten en de oprichting van marktcommissies.
Onder het oprichten van een ondernemersvereniging kan ook worden verstaan het reactiveren van een bestaande ondernemersvereniging die al een aantal jaar geen activiteiten meer heeft ontplooid.
Onder het organiseren van bijeenkomsten gericht op het oprichten van een ondernemersvereniging wordt ook verstaan het (laten) voeren van voorbereidende gesprekken met ondernemers om hen te informeren over de op te richten ondernemersvereniging.
Of er sprake is van voldoende draagvlak wordt per geval beoordeeld op basis van het aantal ondernemingen dat is gevestigd in het gebied.
Hoofdstuk 3. Oprichten bedrijveninvesteringszone (BIZ)
Een goede organisatiegraad bij ondernemers en vastgoedeigenaren in een gebied is voor Amsterdam en voor het gebiedsgericht werken van belang. Bedrijveninvesteringszones kunnen een rol vervullen om de slagkracht van ondernemers en eigenaren in een gebied te vergroten. We weten ook dat het opzetten van een BIZ-vereniging veel vergt van ondernemers, qua tijd, kennis, kunde, notariskosten en dergelijke. Soms zetten ambtenaren zich in om samen met ondernemers een vereniging op te richten. Ambtenaren kunnen het gesprek aangaan met ondernemers, maar het is geen taak van een ambtenaar om hierin een leidende rol te spelen. Een bedrijveninvesteringszone is primair het initiatief van de ondernemers; de gemeente heeft een faciliterende rol. Er zijn zzp’ers en bureaus wiens expertise het is om bedrijveninvesteringszones te helpen oprichten. Dit geldt niet alleen voor winkelgebieden en bedrijventerreinen, maar ook voor horecagebieden en markten.
De detailhandel in Nederland is in een fase van grote veranderingen. Mede als gevolg van de
toenemende aankopen via internet staan winkelgebieden onder druk. Zonder ingrepen dreigt een
verschraling van de winkelgebieden. Gebieden zijn toe aan herpositionering. Om de gebieden hierbij te helpen biedt de gemeente Amsterdam ondersteuning middels deze subsidieregeling.
Onder gebiedsbranding wordt verstaan de handelingen om een onderscheidend thema te ontwikkelen voor een gebied, zodat het gebied als merk in de markt kan worden gezet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-177036.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.