Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Olst-Wijhe

 

 

Het college van de gemeente Olst-Wijhe,

 

overwegende dat het in het belang van een doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen wenselijk is nadere regels te stellen omtrent de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop afvalstoffen kunnen worden overgedragen of ter inzameling aangeboden aan de bij dit besluit aan te wijzen inzameldienst en andere inzamelaars, als bedoeld in de Afvalstoffenverordening Olst-Wijhe, vastgesteld bij besluit van de raad van 12 december 2016;

 

gelet op de bepalingen van de Afvalstoffenverordening Olst-Wijhe 2016;

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Olst-Wijhe 2016 .

 

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan dan wel mede verstaan:

  • a.

    verordening: Afvalstoffenverordening Olst-Wijhe 2016;

  • b.

    inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden;

  • c.

    inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens;

  • d.

    inzameldienst: de krachtens artikel 3, eerste lid van de verordening, aanwezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • e.

    goedzooi: alle herbruikbare en verkoopbare producten en componenten die overblijven na gescheiden inzameling van (verplichte) deelstromen of fracties en wat afkomstig is van huishoudens.

  • f.

    omgekeerd inzamelen: een methode van inzamelen ter bevordering van het afzonderlijk inzamelen van herbruikbare bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen.

 

Artikel 2. Aanwijzing andere inzamelaars

Als inzamelaar op grond van artikel 4, eerste lid, van de verordening worden aangewezen:

  • a.

    voor klein chemisch afval (KCA):

    • -

      de detaillisten die batterijen en andere artikelen verkopen, die bij het ontdoen hiervan als klein chemisch afval worden aangemerkt;

    • -

      de plaatselijke apotheken wat betreft medisch afval;

    • -

      de inzameldienst.

  • b.

    kringloopbedrijven met een overeenkomst met de inzameldienst voor het inzamelen van goedzooi.

  • c.

    Scholen en verenigingen met een overeenkomst met de inzameldienst voor het inzamelen van oud papier en karton dat afkomstig is uit huishoudens.

  • d.

    de door de inzameldienst via aanbesteding verkregen onderaannemers voor de inzameling van componenten uit het huishoudelijk afval op afroep en op de milieuparken.

 

Artikel 3. Afzonderlijke inzameling

De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 7 van de verordening vastgesteld:

  • 1.

    groente-, fruit- en tuinafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld;

  • 2.

    klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van VROM;

  • 3.

    glas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken;

  • 4.

    oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier;

  • 5.

    plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (pmd);

  • 6.

    verpakkingsafval van kunststof (plastic) zoals bedoeld in de Raamovereenkomst Verpakkingen,

  • 7.

    verpakkingsafval van blik en metalen folies en dranken- en zuivelproductkartons die afkomstig zijn van huishoudens;

  • 8.

    textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen, ook kapot textiel, die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen;

  • 9.

    elektrische en elektronische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;

  • 10.

    bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen;

  • 11.

    verduurzaamd hout: hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout;

  • 12.

    grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout etcetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen;

13. asbest en asbesthoudend materiaal ; afval waarinzich asbest bevindt;

14. grof huishoudelijk afval:volumineusof zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden;

15. huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen genoemd.

 

 

Artikel 4. Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen

Op grond van artikel 7, eerste lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:

  • a

    voor de inzameling van restafval van huishoudens moet gebruik worden gemaakt van het daartoe verstrekte inzamelmiddel ofwel de aangewezen inzamelvoorziening. Indien ten behoeve van de gebruikers van percelen alleen een inzamelvoorziening beschikbaar is, moet het huishoudelijk restafval via deze voorziening aan de inzameldienst worden aangeboden;

  • b

    voor de inzameling van GFT-afval van huishoudens moet gebruik worden gemaakt van het daartoe verstrekte inzamelmiddel. Indien ten behoeve van de gebruikers van percelen een inzamelvoorziening beschikbaar is, moet het huishoudelijk restafval via deze voorziening aan de inzameldienst worden aangeboden;

  • c

    voor de inzameling van oud papier en karton moet gebruik worden gemaakt van het daartoe verstrekte inzamelmiddel. Indien ten behoeve van de gebruikers van percelen een inzamelvoorziening beschikbaar is, moet het huishoudelijk restafval via deze voorziening aan de inzameldienst worden aangeboden;

  • d

    voor de inzameling van PMD moet worden gebruik gemaakt van het daartoe verstrekte inzamelmiddel. Indien ten behoeve van de gebruikers van percelen een inzamelvoorziening beschikbaar is, moet het huishoudelijk restafval via deze voorziening aan de inzameldienst worden aangeboden;

  • e

    voor de inzameling van klein chemisch afval moet gebruik gemaakt worden van het daartoe verstrekte inzamelmiddel welke periodiek ter lediging aan de chemokar aangeboden moet worden. Daarnaast kan klein chemisch afval worden aangeboden aan detaillisten die daartoe over speciale opslagvoorzieningen beschikken of bij het KCA-depot op het milieubrengstation van de inzameldienst;

  • f

    voor de inzameling van glas (flessen en potten) moet gebruik gemaakt worden van de daarvoor geplaatste inzamelvoorzieningen;

  • g

    voor de inzameling van textiel moet gebruik gemaakt worden van de daarvoor geplaatste inzamelvoorzieningen, of van de door de betreffende inzamelaar verstrekte zakken;

  • h

    elektrische en elektronische apparatuur, waaronder verlichtingsapparatuur kan in een draagtas worden ingeleverd bij de chemokar of bij het KCA-depot op de milieubrengstation van de inzameldienst.

 

Artikel 5. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden

1. Op grond van artikel 8, tweede lid, van de verordening worden de volgende categorieën percelen vrijgesteld van de gescheiden inzameling van GFT-afval:

  • a. percelen die deel uit maken van een gestapelde bouw en ten behoeve waarvan geen inzamelmiddelen zijn verstrekt;

  • b. bootpercelen.

 

Artikel 6. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

  • 1.

    Krachtens artikel 3 van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen:

  • a

    het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de inzameldienst;

  • b

    de door de inzameldienst verstrekte inzamelmiddelen zijn uitgerust met een chip;

  • c

    de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning;

  • d

    de gebruiker van een perceel dient zich tot de klantenservice van de inzameldienst te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel wordt aangetroffen, bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel;

  • e

    de gebruiker van een perceel dient zich tot de klantenservice van de inzameldienst te wenden voor defecte inzamelmiddelen, het uitzetten van extra inzamelmiddelen voor rest- en/of gft-afval, voor het omwisselen van een inzamelmiddel voor een ander inzamelmiddel met een ander volume of voor het innemen van een gft inzamelmiddel;

  • f

    de inzamelmiddelen blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden;

  • g

    de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;

  • h

    de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaken;

  • i

    de verstrekte inzamelmiddelen voor rest- en gft-afval mogen alleen worden gereinigd met water;

  • j.

    het uiterlijk van het inzamelmiddel mag niet worden veranderd door deze bijvoorbeeld te beschilderen of te beplakken, anders dan met een voor de gebruiker herkenbare sticker met een maximale afmeting van 15 bij 15 cm.

2. Krachtens artikel 3 van de verordening stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moete worden aangeboden:

a. het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de container op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;

b. De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen middels minicontainer vindt plaats door middel van een voertuig met zijbelading; daartoe dienen de containers met de voorzijde in de richting van de straat te worden gezet, conform de aanwijzingen gegeven door de inzameldienst.

c. inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden;

d. uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken;

e. afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;

f. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen die ter inzameling worden aangeboden in een huisvuilzak mag niet zwaarder zijn dan 25 kilogram;

g. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 80 kilogram;

h. het gewicht van de aangeboden hoeveelheid huishoudelijk klein chemisch afval mag per keer niet zwaarder zijn dan 50 kilogram;

i. klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd bij de chemokar of bij het milieubrengstation;

j. de milieubrengstations van de inzameldienst worden aangewezen als brengdepot waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 7, tweede lid, van de verordening kunnen worden achter gelaten;

k. bij de afgifte van afvalstoffen op een milieubrengstation zijn de acceptatievoorwaarden van de inzameldienst van toepassing;

l. de aanbieder van afvalstoffen moet zich bij of op een milieubrengstation te kunnen legitimeren;

m. de inzameling van grof huishoudelijk afval, grote elektrische en elektronische apparaten en grof tuinafval middels de tuinzak vindt op afroep plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst;

n. het grof afval en de tuinzak dienen op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats bij de woning klaar te staan;

o. grof huishoudelijk afval mag bij het overdragen of het aanbieden geen groter volume hebben dan 1,5 m3;

p. kleinere stukken grof huishoudelijk afval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en –gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter, niet breder dan 0,5 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram.

3. Op grond van artikel 3 van de verordening kunnen grof huishoudelijk afval, en grote elektrische en elektronische apparaten zonder inzamelmiddel maar wel gescheiden ter inzameling worden aangeboden.

 

Artikel 7. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

  • 1.

    Het college stelt de volgende regels op grond van artikel 9 en 10 van de verordening:

a. inzamelmiddelen moeten worden aangeboden op de vastgestelde inzameldag zoals aangegeven in de door de inzameldienst digitaal beschikbaar gestelde afvalkalender;

b. de inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk voor de in de door de inzameldienst digitaal beschikbaar gestelde afvalkalender vermelde tijd, van de weg zijn verwijderd;

c. grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparatuur worden op afroep ingezameld, deze categorieën mogen slechts worden aangeboden op het tijdstip dat is afgesproken;

d. in verband met geluidhinder mogen glasbakken alleen tussen 7.00 en 20.00 worden gebruikt.

 

Artikel 8. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Als het voor de inzameldienst door werkzaamheden niet mogelijk is om de normale inzamelplaatsen te bereiken, kunnen op grond van artikel 6 en 10 van de verordening, door de inzameldienst dan wel de gemeente voor de duur van de werkzaamheden tijdelijke inzamelplaatsen worden aangewezen.

 

Artikel 9. Inwerkingtreding

Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking op 1 januari 2017.

 

Artikel 10. Citeerbepaling

Dit uitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Olst-Wijhe.

 

Aldus besloten in de vergadering d.d. 12 december 2016.

 

de secertaris,   de voorzitter,

     

D.L.W. Zielhuis A.G.J. Strien

 

 

 

Naar boven