Wijziging Algemene plaatselijke verordening

De raad van de gemeente Roosendaal;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal;

 

gelet op de artikelen 149 en 151c, eerste lid, van de Gemeentewet;

 

gezien het advies van de Commissie van 24 november 2016;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening.

Artikel I  

 

De Algemene plaatselijke verordening wordt gewijzigd als volgt:

 

A

Artikel 1:3 komt te vervallen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:3 Indiening aanvraag

1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

 

 

 

 

B

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid;

  • d.

    de bescherming van het milieu.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid;

  • d.

    de bescherming van het milieu.

2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

 

C

Artikel 2:39, tweede lid, onder b, wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en

 

D

Artikel 2:77, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen

1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen

1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

 

Artikel II  

 

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 december 2016

De voorzitter, De griffier,

Naar boven