Burgemeester en wethouders van Zwolle maken bekend:
Op 21 juni 2016 heeft de Gemeente Zwolle een verzoek tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor verkeerslawaai ontvangen. Dit verzoek heeft betrekking op de voorbereiding van het bestemmingsplan Kamperpoort, Kop Hoogstraat.
Uit onderzoek is gebleken (akoestische rapport kenmerk: 16.074, plan Kop van de Hoogstraat te Zwolle, 13 juni 2016) dat de geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai afkomstig van de Pannenkoekendijk / Harm Smeengekade, Hoogstraat, Mussenhage en de A28 hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (Lden) ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen aan de Mussenhage, Pannenkoekendijk, Hoogstraat en het Zijltje, de kadastrale percelen ZLE00, sectie E,
nrs 4847, 1563, 5173, 3393, 2765, 2764, 2763, 2762, 3330 en 5298.0020Het maximaal toegestane binnenniveau in de geluidsgevoelige ruimten van de woningen zal de waarde van 62 dB(Lden) niet overschrijden.
Mogelijkheden tot inzien:
Het ontwerp van de beschikking hogere grenswaarden Wet geluidhinder met ter zake zijnde stukken liggen van 8 december 2016 tot en met 18 januari 2017 ter inzage in Het Stadskantoor.
Het Stadskantoor is geopend op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag
van 9.00 tot 17.00 uur en op donderdag van 9.00 tot 19.00 uur.
Gedurende genoemde termijn kan een ieder schriftelijk zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen, gericht aan burgemeester en wethouders, bij de Afdeling Ruimtelijke Planvorming,t.a.v. mevr. P. van den Broek,Postbus 10007, 8000 GA Zwolle.
Ook bestaat de mogelijkheid voor een ieder om gedurende genoemde termijn zijn zienswijze mondeling naar voren te brengen. Indien u van deze mogelijkheid gebruik wilt maken dient u voor 19 januari 2017 een afspraak te maken met mevr. P. van den Broek (tel. 038 498 2362).
Beroepsmogelijkheden:
Het beroepsrecht tegen het definitieve besluit (de beschikking) is beperkt vanwege de mogelijkheid om zienswijzen in te brengen tegen het ontwerp van de beschikking. Het beroep tegen het definitieve besluit kan te zijner tijd uitsluitend worden ingesteld door:
degenen die schriftelijk dan wel mondeling zienswijzen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit;
de betrokken adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit;
degenen die bedenkingen hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp daarvan zijn aangebracht;
de belanghebbende(n) aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit.