Beschikking op grond van artikel 29 en 37 Wbb
Bij het college van de gemeente Tilburg is op 29 september 2016 door de gemeente Tilburg om een beschikking verzocht op basis van een nader bodemonderzoek op grond van artikel 29 en 37 Wbb voor de locatie Kempenbaan terrein Verschuuren in Tilburg.
In de beschikking besluit het college:
- 1.
vast te stellen dat het betrokken terrein geen deel uit maakt van het geval van ernstige bodemverontreiniging voormalige stortplaats Kempenbaan Tilburg waarop de Wbb-beschikking Wbb/2009/PU2009_ 10324218 van 14 oktober 2009 van toepassing is;
- 2.
vast te stellen dat op een deel van het betrokken terrein sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging;
- 3.
vast te stellen dat geen sprake is van onaanvaardbare risico´s voor de mens, milieu en verspreiding en dat spoedige sanering van het geval niet noodzakelijk is;
- 4.
te bepalen dat het gebruik (functie) van de bodem op de betreffende terreindelen, anders dan ‘natuur, respectievelijk ‘wonen’ aan de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg dient te worden gemeld;
- 5.
aan te geven dat op de percelen kadastrale gemeente Tilburg, sectie W, percelen 940, 941, 943, 970, 971, 979 en 981, de volgende beperkingen in het gebruik van de bodem in acht genomen moeten worden:
- werkzaamheden in de verontreinigde grond binnen de interventiewaardencontour grond, zijn alleen toegestaan na goedkeuring van het bevoegd gezag.
Beschikking en bijbehorende stukken liggen vanaf 5 december 2016 gedurende zes weken ter inzage in stadswinkel Centrum, Stadhuisplein 130 (publieksingang aan Paleisringzijde) te Tilburg, op maandag, woensdag en vrijdag van 08.00 uur tot 18.00 uur, dinsdag en donderdag van 08.00 uur tot 20.00 uur.
Binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is bekendgemaakt, kunnen belanghebbenden tegen dit besluit, op grond van artikel 87 Wbb juncto artikel 20.1 Wet milieubeheer juncto artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht (Awb), een bezwaarschrift indienen bij het college van de gemeente Tilburg, Postbus 90155, 5000 LH Tilburg.
Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en moet ten minste bevatten:
- 1.
naam en adres van de indiener;
- 2.
- 3.
vermelding van de datum en het nummer van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;
- 4.
een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.
Bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,
2500 EA Den Haag, kan eventueel een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend.
Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het bezwaarschrift is ingediend.
Tilburg, 29 november 2016