Gemeenteblad van Berg en Dal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2016, 160649 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2016, 160649 | Beleidsregels |
Inspraak Handhavingsbeleid niet-recreatief gebruik van vakantiewoningen Berg en Dal 2016
Burgemeester en wethouders van Berg en Dal maken bekend dat in de vergadering van 8 november 2016 het Handhavingsbeleid niet-recreatief gebruik van vakantiewoningen Berg en Dal 2016 in concept is vastgesteld en besloten is om dit concepthandhavingsbeleid vrij te geven voor inspraak.
Het college van de voormalige gemeente Groesbeek heeft op 11 juni 2013 geactualiseerd beleid vastgesteld betreffende handhaving van niet recreatief gebruik van vakantiewoningen. Om dit beleid voort te zetten heeft het college van de heringedeelde gemeente Berg en Dal dit beleid opnieuw vastgesteld. Inhoudelijk zijn geen wijzigingen doorgevoerd. De afgelopen jaren heeft dit beleid goed gefunctioneerd. Er is daarom geen reden om het beleid inhoudelijk aan te passen. Wel zijn de grondslagen geactualiseerd.
Na de inspraakprocedure zal het beleid een definitief worden vastgesteld. Om te voorkomen dat er in de tussentijd geen geldend beleid is, is tot het moment dat het Handhavingsbeleid niet-recreatief gebruik van vakantiewoningen Berg en Dal 2016 definitief wordt vastgesteld het bestaande Groesbeekse beleid van toepassing verklaard.
Onderstaand in concept vastgesteld Handhavingsbeleid niet-recreatief gebruik van vakantiewoningen Berg en Dal 2016 ligt overeenkomstig de gemeentelijke Inspraakverordening met ingang van 17 november 2016 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage.
Het concepthandhavingsbeleid is via deze bekendmaking digitaal te raadplegen. Daarnaast is het concepthandhavingsbeleid op afspraak in te zien in het gemeentehuis, Dorpsplein 1 te Groesbeek. Het gemeentehuis is op werkdagen geopend van 9.00u tot 17.00u en op maandagavond van 17.00u tot 19.00u. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met de heer D. van Kessel of de heer G. Wagelmans, telefoonnummer 14024.
Een ieder kan binnen bovengenoemde termijn van terinzagelegging schriftelijk of mondeling een gemotiveerde inspraakreactie op het concepthandhavingsbeleid kenbaar maken bij het college van burgemeester en wethouders, Postbus 20, 6560 AA Groesbeek. Het is niet mogelijk via internet/e-mail een inspraakreactie in te dienen. Voor meer informatie of het mondeling indienen van een inspraakreactie kunt u contact opnemen met cluster Ruimte, telefoonnummer 14024.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal,
Mw. W. Bodewes, Manager afdeling Beleid
Handhavingsbeleid niet-recreatief gebruik van vakantiewoningen Berg en Dal 2016
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Groesbeek d.d. 11 september 2007, gewijzigd door het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Groesbeek d.d. 11 juni 2013, opnieuw vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal d.d. 8 november 2016.
Publicatie in het Groesbeeks Weekblad d.d. 18 september 2007 en d.d. 18 juni 2013 en het Gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl) d.d. 17 november 2016.
Wettelijke grondslag: artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, bestemmingsplan 'De Zeven Heuvelen e.o.', bestemmingsplan 'Buitengebied Groesbeek', artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 125 Gemeentewet.
Bij raadsbesluit van 30 mei 1991 is met de vaststelling van het bestemmingsplan 'De Zeven Heuvelen' de mogelijkheid gecreëerd voor de bouw van vakantiewoningen aan de Cranenburgsestraat te Groesbeek. Aangezien het hier gaat om woningen die een dusdanige omvang en voorzieningenniveau hebben dat deze ook als vaste verblijfplaats kunnen dienen is op dat moment besloten een beleid op te stellen om gebruik van deze woningen in strijd met het bestemmingsplan tegen te gaan.
In de bijbehorende bestemmingsplanvoorschriften is het begrip vakantiewoning gedefinieerd als een recreatief woonverblijf, waarvan de gebruikers slechts tijdelijk gebruik maken en hun hoofdwoonverblijf elders hebben.
Op 21 februari 2008 is als integrale herziening van onder andere het bestemmingsplan 'De Zeven Heuvelen' het bestemmingsplan 'De Zeven Heuvelen e.o.' vastgesteld. In de voorschriften van dit plan is in plaats van het begrip vakantiewoning het begrip recreatiewoning opgenomen. De bijbehorende definitie is een permanent aanwezig gebouw, geen stacaravan of trekkershut zijnde, bestemd om door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen met een hoofdverblijf elders, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden uitsluitend ten behoeve van recreatieve doeleinden. Het begrip permanente bewoning is in de bestemmingsplanvoorschriften gedefinieerd als het gebruiken van een gebouw als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfsplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tijdelijk recreatief verblijft.
In 2000 is het bestemmingsplan 'Buitengebied' vastgesteld, waarin het bungalowpark Cantecleer is bestemd tot verblijfsrecreatiegebied. De betreffende bestemmingsplanvoorschriften verbieden vervolgens het gebruik voor een doel of op een wijze strijdig met de in het geldende bestemmingsplan aan de gronden gegeven bestemming zoals permanente bewoning van vakantiewoningen. Op 15 juni 2006 is een herziene versie 2005 van het bestemmingsplan 'Buitengebied' vastgesteld, en op 29 augustus 2013 is als integrale herziening het bestemmingsplan 'Buitengebied Groesbeek' vastgesteld. Hierin zijn geen veranderingen doorgevoerd die invloed hebben op dit handhavingsbeleid.
Het college heeft in beginsel een plicht tot het handhaven van de bestemmingsplannen. Met de term 'permanente bewoning' worden de situaties beschreven waarin het college handhavend optreedt tegen het, met het bestemmingsplan strijdige gebruik van vakantiewoningen.
Dit beleid is vastgelegd in de volgende beleidsnotities:
Beleidsnotitie permanente bewoning vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Groesbeek op 25 januari 1996;
Aangevuld door het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Groesbeek op 18 september 2001, welke aanvulling is gepubliceerd op 5 november 2001.
In de praktijk bleek dat voor de leesbaarheid en duidelijkheid van het gevoerde beleid een herformulering gewenst was. Daarom is het beleid opnieuw geformuleerd en op 11 juni 2013 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Groesbeek. Dit met de bedoeling het gevoerde beleid van de gemeente met betrekking tot het handhaven van de bestemmingsplannen, op het terrein van niet recreatief gebruik van vakantiewoningen, leesbaarder te maken en waar gewenst te verduidelijken. Door veranderingen in de samenleving blijkt dat in het bijzonder het gevoerde beleid met betrekking tot tijdelijke (buitenlandse) werkers noopt tot verduidelijking.
Vanwege de herindeling van de gemeente Groesbeek met de gemeenten Millingen aan de Rijn en Ubbergen en Groesbeek op 1 januari 2015 geldt voor de nieuwe gemeente Berg en Dal de verplichting het beleid van de drie voormalige gemeenten voor 1 januari 2017 te harmoniseren. De gemeenten Millingen aan de Rijn en Ubbergen kenden geen vastgesteld beleid voor handhaving op niet recreatief gebruik van vakantiewoningen. Daarom heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal het door het college van de voormalige gemeente Groesbeek vastgestelde beleid op 8 november 2016 ongewijzigd vastgesteld als beleid voor de gehele nieuwe gemeente.
Overleg met betrokken partijen: Over de invulling van het gemeentelijk beleid heeft in het verleden meerdere malen overleg plaatsgevonden met de vereniging van eigenaren van villapark De Zeven Heuvelen.
In een later stadium is het doel van het beleid getoetst door eerst de onafhankelijke gemeentelijke commissie voor de behandeling van bezwaarschriften en daarna de Rechtbank Arnhem en/of Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarbij heeft het door de gemeente gevoerde beleid stand gehouden. Wel zijn hierbij opmerkingen gemaakt ten aanzien van de formulering van de eerdere beleidsnotities, wat aanleiding gaf voor vaststelling van de vervangende notitie op 11 juni 2013.
Onderstaand worden de argumenten gegeven om handhavend op te treden, de invulling van het beleid, de begripsomschrijvingen, de uitzondering, de landelijke ontwikkelingen, de problematiek van 'tijdelijke (buitenlandse) werkers onder dak', de handhaving en tot slot de wijze van bekendmaking van dit handhavingsbeleid.
3. Argumenten om handhavend op te treden.
In de praktijk en meer specifiek in de Berg en Dalse situatie zijn de volgende negatieve effecten aanleiding om situaties van niet recreatief gebruik van vakantiewoningen te handhaven (is permanente bewoning).
Door permanente bewoning van recreatiewoningen worden de gemeentelijke verblijfsrecreatiemogelijkheden beperkt. Dit is in strijd met het speerpunt van gemeentelijk beleid om (verblijfs)recreatie te bevorderen. De gemeente wil meer, langer verblijvende en vaker terugkomende toeristen naar Berg en Dal halen om het volle economische rendement te halen uit ons toeristisch- recreatieve potentieel te benutten. Permanente bewoning van recreatiewoningen beperkt de toeristische-dynamiek en daarmee de economische ontwikkeling. In de in 2012-2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Groesbeek vastgestelde Strategische Visie Groesbeek 2025 en Structuurvisie Groesbeek 2025 is het belang van het op orde zijn van de recreatieve infrastructuur en het verbreden en verdiepen van het recreatief aanbod al benadrukt. Eén van de toen gestelde doelen is het werken aan een kwaliteitsverbetering van het aanbod en overnachtingsmogelijkheden in alle segmenten van de markt.
Wanneer wordt gewoond op plaatsen die bedoeld zijn voor recreatie, beperkt dat de mogelijkheden voor anderen om te genieten van rust, ruimte en natuur. Door permanente bewoning van de recreatiewoningen ontstaat een andere sfeer op een vakantiepark wat een negatief effect heeft op de beoogde 'vakantiesfeer' op een park en de verhuurbaarheid van de recreatiewoningen in het bijzonder.
Permanente bewoning leidt tot een grotere druk op het landschap. Het ontstaan van woonwijken in het buitengebied vormt een aanslag op de natuur en het milieu. Permanente bewoning kan leiden tot een aantasting van het omliggende gebied, tot het achterwege blijven van regelmatig onderhoud of het wegnemen van afschermend groen.
Permanente bewoning is strijdig met het ruimtelijk beleid van de overheid. Dit beleid is gericht op het tegengaan van verstedelijking van het buitengebied en op het concentreren van woonfuncties in kernen, zodat alle voorzieningen (infrastructuur, nutsvoorzieningen, winkels, scholen, medische en sociaal-culturele voorzieningen) zo efficiënt mogelijk gebruik worden, de mobiliteit beperkt wordt en de aantasting van het buitengebied wordt tegengegaan.
Overwegingen ten behoeve van de begripsomschrijving:
Voor een uitleg van het begrip hoofdwoonverblijfplaats is gekeken naar de Wet Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), het beleid van andere gemeenten en de praktijk in Berg en Dal. Op grond van de Wet Gemeentelijke Basisadministratie is sprake van het hoofdwoonverblijf indien:
Het adres waar, bij ontbreken van een adres als bedoeld onder a, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende 3 maanden tenminste twee derde van de tijd zal overnachten. Indien een dergelijke situatie zich voordoet, dient betrokkene zich in te laten schrijven in het GBA-register van de betreffende plaats.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat mensen elders een reëel hoofdwoonverblijf hebben, maar gedurende de zomermaanden bijna permanent verblijven op een camping of bungalowpark. Daarbij wordt niet voldaan aan de Wet GBA en zou in feite inschrijving in het bevolkingsregister moeten volgen. Dit gebeurt in de regel niet. Het blijft ook heel nadrukkelijk gaan om recreëren en de eigen woning blijft volledig voor eigen gebruik beschikbaar. Dit leidt er toe om vooral het gebruik in de maanden oktober tot en met april te beperken.
Kijkend naar andere gemeenten verschilt het aantal dagen dat in deze maanden het verblijf is toegestaan. Een veel gehanteerde norm is 70 dagen. De gemeente Berg en Dal sluit aan bij de Wet GBA en staat gebruik tot maximaal de helft van genoemde periode toe.
De hiervoor geschetste overwegingen hebben er toe geleid dat in Berg en Dal sprake is van overtreding van het bestemmingsplan welke wordt gehandhaafd, en derhalve van permanente bewoning indien:
Betrokkene niet elders beschikt over een hoofdwoonverblijf; onder hoofdwoonverblijf wordt verstaan de plaats waar betrokkene werkelijk verblijft, waar hij zijn zaken behartigt, zijn post ontvangt en zijn eigendommen beheert. Kortom de plaats die als 'thuis' fungeert en die bij familie en vrienden bekend is als woonplaats. Het hoofdwoonverblijf zal dus ook minimaal moeten bestaan uit een woon- en slaapgelegenheid, keuken en douchevoorziening. Deze definitie zorgt er voor, dat het blijft gaan om mensen, die recreëren en dat niet volstaan kan worden met een postadres of inschrijving op een willekeurig zolderkamertje.
Betrokkene gedurende de periode van 1 oktober tot 1 mei meer dan 105 maal overnacht in het recreatiewoonverblijf. Met andere woorden betrokkene dient gedurende de maanden oktober tot en met april minstens de helft van de tijd daadwerkelijk te verblijven in zijn/haar hoofdwoonverblijf. Deze periode kan ook niet gewisseld worden met de zomerperiode.
Nadrukkelijk zij opgemerkt, dat al sprake is van permanente bewoning indien niet wordt voldaan aan één van de drie punten.
In Berg en Dal wordt een uitzondering gemaakt op het handhaven van een met het bestemmingsplan strijdig niet recreatief gebruik van vakantiewoningen, als het gaat om tijdelijke bewoning omdat de eigen woning is verlaten en een nieuwe woning nog niet beschikbaar is. Daarbij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan.
Er moet sprake zijn van een concrete woningbouwmogelijkheid, zelf bouwen of door een aannemer of concreet zicht op een andere woning (de woning moet al gekocht zijn maar kan nog niet worden betrokken); Of een huurwoning waarvan het huurcontract al gesloten is doch door omstandigheden nog niet betrokken kan worden.
Geen beroep kan worden gedaan op deze mogelijkheid indien sprake is (geweest) van permanente bewoning; in deze situaties geldt geen overgangstermijn om een andere woning te betrekken of te zoeken, of als de bewoning van het recreatiewoonverblijf is gestart voor de datum van aanmelding bij de gemeente.
Burgemeester en wethouders zijn, na afweging van alle belangen, bevoegd om in individuele gevallen af te wijken van deze beleidsregel.
Permanente bewoning van recreatiewoningen is van oudsher een landelijk probleem waar veel gemeenten mee te maken hebben. Begin november 2003 heeft de toenmalige minister van VROM al een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd waarin gemeenten een aantal mogelijkheden wordt gegeven om een einde te maken aan de onduidelijkheid rond het onrechtmatige gebruik van recreatiewoningen in bestaande situaties. Eén van die mogelijkheden betrof het handhaven van de onrechtmatige bewoning. Later is op verzoek van de Tweede Kamer het wetsvoorstel “Wet vergunning onrechtmatige bewoning recreatiewoningen” opgesteld. Begin 2012 heeft de minister echter aan de Eerste Kamer laten weten dat zij het wetsvoorstel intrekt en dat zij daarmee de Rijksbemoeienis met het dossier onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen beëindigt. Reden daarvoor was onder andere een door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) geboden alternatief in de vorm van voorbeeldbeleidsregels, waarmee wordt aangesloten bij de voorwaarden zoals die waren gesteld in het wetsvoorstel en waarmee onder voorwaarden een mogelijkheid wordt geboden voor het verstrekken van persoonsgebonden ontheffingen. De VNG heeft de voorbeeldbeleidsregels in februari 2012 aan de gemeente aangeboden met het verzoek deze te vergelijken met het vigerende gemeentelijke beleid en dat beleid waar mogelijk aan te passen aan de voorbeeldbeleidsregels.
In de voormalige gemeente Groesbeek is van het begin af aan sprake van een duidelijk handhavingsbeleid dat geen ruimte gaf voor permanente bewoning. Situaties van permanente bewoning zijn conform dit beleid aangepakt. Het college van burgemeester en wethouders van de huidige gemeente Berg en Dal kiest onverkort voor voortzetting van het bestaande beleid. Aanpassing van het beleid aan de voorbeeldbeleidsregels van de VNG is daarmee niet aan de orde.
7. Tijdelijke (buitenlandse) werkers onder dak.
Op dit moment kunnen alle burgers uit de 'oude EU landen' zich zonder meer in Nederland vestigen en hier werkzaamheden in loondienst verrichten. De verblijfsduur van de buitenlandse werkers is vaak niet bekend. Deze kan variëren van enkele weken tot meer dan een jaar. Deze werkers hebben allen behoefte aan huisvesting.
Tijdelijke werkers zijn ook woonachtig in de recreatiewoningen in de gemeente Berg en Dal. Dit tijdelijk wonen door (buitenlandse) werkers die hier, al dan niet, officieel verblijven is in strijd met het beleid van de gemeente Berg en Dal.
Mede door inschrijving in de GBA is sprake van een gebruik als hoofdwoonverblijf in strijd met het bestemmingsplan. Bovendien worden de recreatiewoningen dan niet meer recreatief gebruikt. Het college treedt handhavend op tegen deze situatie.
Voorkomen permanente bewoning.
Het is belangrijk om te voorkomen dat permanente bewoning ontstaat en toeneemt. In de Berg en Dalse situatie wordt dit op een aantal manieren gedaan.
In de contracten voor de verkoop van gemeentegrond voor het villapark De Zeven Heuvelen is expliciet de bepaling opgenomen dat permanente bewoning niet is toegestaan.
Binnen de ambtelijke organisatie is de afspraak gemaakt dat er één aanspreekpunt is om informatie ter verstrekken over permanente bewoning; zodoende wordt voorkomen dat mensen onjuiste informatie krijgen of mensen uit de organisatie in juridische procedures tegen elkaar worden uitgespeeld.
Indien mensen zich in willen schrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie op een adres van een recreatiewoonverblijf wordt hen medegedeeld dat permanente bewoning van recreatiewoonverblijven niet is toegestaan tenzij zij vooraf toestemming hebben aangevraagd en verkregen op grond van de uitzonderingsregel.
Permanente bewoning gaat in de praktijk gepaard met behoefte aan extra ruimte in de vorm van schuurtjes e.d. Door de bouw hiervan te beperken kan permanente bewoning minder aantrekkelijk worden gemaakt. Zo mogen op de parken geen bijgebouwen geplaatst worden.
Constateren permanente bewoning.
Mogelijkheden om permanente bewoning te constateren:
Controle in de praktijk, informatie van eigenaar dan wel beheerder. Er worden regelmatig controles uitgevoerd op bijvoorbeeld het Villapark De Zeven Heuvelen, het bungalowpark De Zeven Heuvelen en het park Cantecleer. Deze controles in opdracht van de gemeente geven een beeld van het gebruik van de vakantiewoningen.
Door het opzetten en bijhouden van een registratie wordt het mogelijk om gegevens te koppelen en informatie uit te wisselen.
Informatie kadaster, internet, telefoongids, Kamer van Koophandel etc. Gewild en ongewild laten mensen hun sporen achter op veel plaatsen. Door een onderzoek van de zogenaamde 'open bronnen' kan vaak de daadwerkelijke woon- en verblijfplaats worden achterhaald.
Scholen: Vanuit de leerplichtadministratie beschikt de gemeente over het ouderlijk adres van leerlingen.
Belastingdienst: De belastingdienst geeft op verzoek informatie over de belastingaangifte van eigenaren van recreatiewoningen.
GBA inschrijvingen: Inschrijving in de GBA, zonder voorafgaande toestemming, wordt gezien als permanente bewoning.
Rijksdienst voor het Wegverkeer: Op verzoek van de gemeente wordt door de Rijksdienst voor het wegverkeer informatie verstrekt over kentekens van voertuigen die worden gesignaleerd bij de recreatiewoning of in de directe omgeving daarvan.
Het is de taak van het college om toezicht te houden op de naleving van de regels van het bestemmingsplan. Wanneer een gemeente het vermoeden heeft dat iemand in strijd met het bestemmingsplan toch zijn hoofdwoonverblijf op een recreatieterrein heeft dan is de gemeente bevoegd dit te controleren en zonodig het bestemmingsplan onder toepassing van bestuursdwang te handhaven. Met de term 'permanente bewoning' worden de situaties beschreven waarin het college handhavend optreedt tegen het strijdige gebruik van het bestemmingsplan.
Bestuursdwang wordt verdeeld in het opleggen van en dwangsom of het daadwerkelijk onmogelijk maken om een woning in strijd met de regels te gebruiken. Het college geeft de voorkeur aan het opleggen van een dwangsom en alleen als dit middel niet blijkt te werken wordt gedacht aan de toepassing van bestuursdwang.
Het is mogelijk een preventieve dwangsom op te leggen wanneer permanente bewoning steeds terugkeert in een bepaald pand of bij een bepaalde verhuurder. De gemeente verklaart een pandgebonden – of gebiedsgebonden dwangsom verbeurd als zij bij controle opnieuw een situatie van permanente bewoning aantreft.
Handhavend optreden kan gericht zijn tegen de bewoner zelf en tegen de verhurende eigenaar.
Uitvoeren van veldcontroles om bewijzen voor permanente bewoning te verzamelen.
Opstellen en bijhouden van een persoonsregistratie voor het villapark, het bungalowpark en de Cantecleer.
Informatie opvragen bij de Belastingdienst over vermoedelijk permanente bewoners.
Nieuwe eigenaren verzoeken informatie te verschaffen over het hoofdwoonverblijf.
Daar waar sprake is van voldoende bewijsmateriaal overgaan tot handhavingsmaatregelen (horen, oplegging van dwangsommen etc.).
9. Bekendmaking handhavingsbeleid.
Dit handhavingsbeleid is gepubliceerd in het Gemeenteblad van 17 november 2016 (www.officielebekendmakingen.nl) en wordt geplaatst op www.overheid.nl.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Groesbeek op 11 september 2007, gewijzigd op 11 juni 2013, en opnieuw vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal op 8 november 2016.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-160649.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.