Gemeenteblad van Kampen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kampen | Gemeenteblad 2016, 158410 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kampen | Gemeenteblad 2016, 158410 | Beleidsregels |
Horecauitvoeringsbeleid Kampen
1.2 Opdrachtformulering en kader
3.1 Openbare orde en veiligheid
7.2 Pilot DecentralisatieToezicht Drank- en Horecawet
8. Communicatie en dienstverlening
8.1 Accountmanager bedrijven/contactpersoon horeca
8.4 Veilig Op Straat (VOS) overleg
8.5 Procedure Drank- en Horecawetvergunning
1. Kaart horecabedrijven Kampen binnenstad
4. Melding incidentele festiviteiten horecabedrijven milieubeheer
5. Verordening beperking sterke drank 2001
7. Procedure Drank- en Horecawetvergunning
8. Infoblad aanvraag Drank- en Horecawetvergunning
September 2008 heeft de raad van de gemeente Kampen ingestemd met het opstellen van het beleidskader horeca en het wegwerken van achterstanden in het kader van de inhaalslag Drank- en Horecawetvergunningen.
Aanleiding hiervoor was een rapport van de Voedsel en Waren Autoriteit en deelname van de gemeente Kampen aan de landelijke pilot Decentralisatie Toezicht Drank- en Horecawet.
De noodzaak voor actuele Drank- en Horecawetvergunningen en een duidelijk beleidskader voor eenduidige afgifte van vergunningen en voor adequaat toezicht zijn hieruit naar voren gekomen.
Op 4 mei 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de opdrachtformulering en kader voor het Horecauitvoeringsbeleid. Het Horecauitvoeringsbeleid is primair gericht op het beheer van de horeca.
Voor een belangrijk deel geeft het beleidskader een overzicht van de regelgeving en beschikbare beleidsdocumenten die raakvlak hebben met de horeca. Met het overzicht worden onderlinge verbanden zichtbaar gemaakt en ontstaat een totaalbeeld van de horeca. Hiermee kan bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente rekening worden gehouden. Tevens kan het beleidskader dienen als naslagwerk voor horecaondernemers.
Het Horecauitvoeringsbeleid bevat twee belangrijke nieuwe beleidskaders: het beleidskader Paracommercie en het Horecasanctiebeleid.
Vooruitlopend op vaststelling van het totale Horecauitvoeringsbeleid, is het beleidskader Paracommercie (hoofdstuk 6) in mei 2009 door het college vastgesteld. Belangrijkste vernieuwing in dit beleidskader ten opzichte van de huidige werkwijze is de toevoeging van een tijdselement in voorschrift 3 dat als beperking aan paracommerciële instellingen wordt opgelegd.
Het beleidskader is gepubliceerd en via een brief en informatiebijeenkomst met betrokkenen (paracommerciële instellingen) gecommuniceerd. Naar aanleiding van de informatiebijeenkomst heeft een nadere overweging van het tijdselement plaatsgevonden. Hierop is bij de vaststelling van onderliggend Horecauitvoeringsbeleid tevens een aanpassing van het beleidskader Paracommercie (hoofdstuk 6) doorgevoerd.
Besloten is om het uiterlijke tijdstip waarop zwakalcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse door paracommerciële instellingen verstrekt mag worden, vast te stellen op 23.30 uur. Hierbij wordt aangesloten op het evenementenbeleid, waarbij op zondag tot en met donderdag bij evenementen om 23.30 uur de tapinstallatie uitgeschakeld moet zijn. Naast deze aanpassing, is nog een aantal kleinere, met name tekstuele aanpassingen in hoofdstuk 6 (Paracommercie) van het Horecauitvoeringsbeleid doorgevoerd.
Hoofdstuk 7 van het Horecauitvoeringsbeleid gaat over Toezicht en Handhaving. Als bijlage is het Horecasanctiebeleid opgenomen. In dit beleidsstuk wordt duidelijk gemaakt welke stappen de gemeente neemt bij constatering van diverse horecagerelateerde overtredingen.
Naast bovengenoemde nieuwe beleidskaders is aan de hand van de inhaalslag van Drank- en Horecawetvergunningen een nieuwe werkwijze voor het in behandeling nemen van vergunningaanvragen ingevoerd. Deze aanpak staat beschreven en maakt in een aantal stappen duidelijk hoe de aanvraag gedaan kan worden en hoe deze vervolgens in behandeling wordt genomen.
In het laatste hoofdstuk van het Horecauitvoeringsbeleid zijn aanbevelingen opgenomen. Het is zaak dat deze aanbevelingen verder worden uitgewerkt om een verbetering van de positie en randvoorwaarden voor een gezellige, veilige en leefbare horeca in Kampen te bereiken.
Horeca is van essentieel belang voor de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de binnenstad van Kampen. De horeca geeft mede kleur en leefbaarheid aan de stad. Daarnaast gaan horeca-activiteiten echter soms gepaard met klachten van omwonenden en overlast. Horecaondernemers hebben te maken met een veelheid aan complexe regelgeving en beleidsmaatregelen. Duidelijkheid over de regels, inzicht in de samenhang tussen de regels en duidelijkheid over de wijze van toepassing van de regels bij horecaondernemers, bewoners en horecabezoekers zal leiden tot een betere naleving. Een totaal overzicht van de geldende regelgeving was tot op heden in de gemeente Kampen nog niet beschikbaar. Met het overzicht kan deregulering beter worden vormgegeven. Met dit beleidskader wordt beoogd duidelijkheid te bieden.
Op 11 september 2008 heeft de raad opdracht gegeven voor het opstellen van een beleidskader en het wegwerken van achterstanden in het kader van de inhaalslag Drank- en Horecawetvergunningen. De aanleiding hiervoor was een rapportage van de Voedsel en Warenautoriteit en deelname van de gemeente aan de pilot decentralisatie toezicht Drank- en Horecawet. Genoemde rapportage en deelname aan de pilot hebben de noodzaak voor een actueel vergunningenbestand aangetoond. Hiertoe is een inhaalslag uitgevoerd. Parallel aan deze inhaalslag was er de wens voor een beleidskader. Vergunningen kunnen hierdoor eenduidig worden verleend en toezicht en handhaving heeft hiermee een goede basis als start bij de werkzaamheden. De toets in de praktijk kan aan de hand van het beleidskader adequaat worden uitgevoerd.
1.2 Opdrachtformulering en kader
Na een uitgebreide inventarisatie van aanwezige beleidsdocumenten is een opdrachtformulering opgesteld, waarin het kader en de reikwijdte van het op te stellen horecabeleid zijn aangegeven. Op 4 mei 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders onderstaande opdrachtformulering en kader vastgesteld.
Opdrachtformulering: stel een horecauitvoeringsbeleid op, waarin de nadruk wordt gelegd op het beheer(sen) van het horecabestand. Het horecauitvoeringsbeleid dient verder te voorzien in een inventarisatie, totaaloverzicht en samenhang van horecagerelateerd beleid en regelgeving dat binnen de gemeente aanwezig is. Toekomstige afstemming en ontwikkelingen worden hierdoor eenvoudiger en inzichtelijker.
Met een hoofdstuk ‘Aanbevelingen’ worden eventuele overige verbeterpunten of tekortkomingen per beleidsterrein gesignaleerd.
Kader: zie hiervoor onderstaande beschrijving van de werkzaamheden per thema/beleidsveld:
Huidige situatie/aanbod horeca: aan de hand van cijfermateriaal wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen t.a.v. aanbod van- en werkgelegenheid bij de horeca over de periode 2003 t/m 2007. Daarnaast wordt actuele informatie opgenomen afkomstig uit de inhaalslag Drank- en Horecawetvergunningen. Tevens wordt inzichtelijk gemaakt op welke locaties in Kampen de horeca gevestigd is.
Openbare ruimte (openbare orde en veiligheid, terrassen): er wordt een beschrijving gegeven van lopende projecten op het vlak van openbare orde en veiligheid (o.a. VOS-project). Daarnaast wordt eventuele overlastproblematiek in beeld gebracht. De inrichting van de openbare ruimte wordt op basis van beschikbare informatie tevens beschreven, waarbij de huidige afspraken rondom de terrassen aan de orde komen (hoofdstuk 3).
Paracommercie: er wordt een beschrijving gegeven van wat onder paracommercie wordt verstaan en hoe de gemeente met paracommerciële instellingen omgaat. Er wordt helderheid verschaft t.a.v. de vereisten, de toegestane activiteiten en vergunningverlening. Dit onderdeel betreft nieuw beleid (hoofdstuk 6).
Communicatie en dienstverlening: de wijze van communicatie met de horeca wordt weergegeven. Welke overlegvormen zijn er en hoe wordt de horeca hierin vertegenwoordigd. Tevens wordt stilgestaan bij de interne communicatie in relatie tot de horeca.
Vanuit dienstverleningsoogpunt wordt beschreven hoe vergunningaanvragen in behandeling worden genomen en wordt de toepassing van indieningsvereisten nader uitgewerkt. Dit betreft een nieuwe aanpak die sinds de inhaalslag Drank- en Horecawetvergunningen wordt gehanteerd. De wijze van informatieverstrekking aan de horeca is tevens een aandachtspunt (hoofdstuk 8).
Bij het opstellen van het beleidskader zijn naast de verschillende teams van de gemeente ook externe partijen betrokken. Zo zijn Koninklijke Horeca Nederland, de Stichting Kamper Kasteleins en de politie om informatie en reactie gevraagd. Het beleidskader heeft ten behoeve van de inspraak ter inzage gelegen (uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb).
Het hoofdstuk Paracommercie is vooruitlopend op de integrale vaststelling van het Horecauitvoeringsbeleid, reeds op 4 mei 2009 door het college vastgesteld. Reden hiervoor was de voortgang van de inhaalslag Drank- en Horecawetvergunningen, waarvoor een beleidskader Paracommercie ontbrak. Voor de vaststelling van betreffend beleidskader heeft geen inspraak plaatsgevonden, aangezien er slechts weinig beleidsvrijheid is en er in verband met vergunningafgifte aan paracommerciële instellingen op korte termijn behoefte was aan een beleidskader Paracommercie. Overigens is naar aanleiding van een informatiebijeenkomst op 16 juni 2009 het beleidskader Paracommercie heroverwogen. In dit kader is het aangepaste beleidskader Paracommercie (hoofdstuk 6) als onderdeel van het totale Horecauitvoeringsbeleid alsnog in de uniforme openbare voorbereidingsprocedure meegenomen.
De opbouw van dit beleidskader is gebaseerd op het door het college vastgestelde kader (zie hiervoor hoofdstuk 1.2). Als leeswijzer verwijzen dan ook naar het vastgestelde kader met de bijbehorende beschrijving van werkzaamheden.
Hoofdstuk 2 De horeca in Kampen
De horeca was op basis van het Bedrijven- en Instellingenregister Overijssel (BIRO) in 2008 met 84 bedrijfsvestigingen in Kampen vertegenwoordigd. Ten opzichte van 2003 is het totale aantal bedrijfsvestigingen stabiel. Zie onderstaande tabel:
Aantal bedrijfsvestigingen horeca1
In 2008 maken bedrijfsvestigingen van de horeca ca. 3% uit van het totaal aantal bedrijfsvestigingen in onze gemeente (2.789).
Op basis van de inhaalslag en actualisatie van Drank- en Horecawetvergunningen zijn momenteel 72 commerciële horecabedrijven in beeld die over een Drank- en Horecawetvergunning (moeten) beschikken. Dit getal (72) wijkt af van de gegevens die op basis van het BIRO beschikbaar zijn (84). Dit verschil is te verklaren, omdat broodjeszaken e.d. die geen alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse schenken, niet over een Drank- en Horecawetvergunning hoeven te beschikken.
Daarnaast zijn er 42 paracommerciële instellingen in beeld die over een Drank- en Horecawetvergunning (moeten) beschikken. Paracommerciële instellingen vallen niet binnen de horecasectoren die het Bedrijven- en Instellingenregister Overijssel hanteert.
De werkgelegenheid in de horeca is vanaf 2003 tot en met 2004 afgenomen, maar laat vanaf 2005 een stijging zien. Ten opzichte van 2003 is de werkgelegenheid in de horeca in 2008 met ca. 23% gestegen. Opvallend is de toename in 2007 ten opzichte van het jaar daarvoor. Zie onderstaande tabel.
1Bedrijven- en Instellingenregister Overijssel (BIRO) provincie Overijssel 2008
In 2008 maakt de werkgelegenheid in de horeca ca. 3% uit van de totale werkgelegenheid in de gemeente Kampen (19.342).
De horeca wordt op grond van het Bedrijven- en Instellingenregister Overijssel (BIRO) ingedeeld in de volgende subcategorieën:
Nota bene: het gaat hierbij om commerciële horecabedrijven. Paracommerciële instellingen, zoals theaters, sportkantines, musea en wijk- en buurtcentra vallen buiten dit overzicht.
Overigens vallen ook de bed- en breakfast voorzieningen en jachthavens buiten dit overzicht. Deze voorzieningen leveren eveneens overnachtings- en/of recreatief verblijfscapaciteit. Momenteel zijn er in de gemeente Kampen zeven bed- en breakfast voorzieningen aanwezig.
Het is wenselijk om een goede registratie van het totale horecabestand beschikbaar te hebben. Met een goed overzicht kan het beheer over de horeca op adequate wijze worden uitgevoerd en kunnen indien nodig strategische keuzes voor de horeca worden gemaakt. Er zijn weliswaar verschillende informatiebronnen aanwezig, maar deze corresponderen niet met elkaar en zijn niet totaal dekkend.
In onderstaande tabel wordt het aantal horecabedrijven per subcategorie (BIRO) in 2007 weergegeven2:
2Bedrijven- en Instellingenregister Overijssel (BIRO) provincie Overijssel 2007
Meer dan de helft (52) van het totale horeca aanbod (85) bevindt zich in of in de directe nabijheid van de binnenstad van Kampen. Het gaat hier om de IJsselkade, Buiten Nieuwstraat, Karpersteeg, Torenstraat, Plantage, Oudestraat, Broederstraat, Boven Nieuwstraat, Geerstraat, Voorstraat, Koornmarkt, Horstsingel, Noordweg, Havenweg en Stationsplein.
Het totale horeca aanbod in of in de directe nabijheid van de binnenstad (52), ingedeeld naar de subcategorieën zoals weergegeven in hoofdstuk 2.2 ziet er als volgt uit:
Geconcludeerd kan worden dat de categorieën Restaurants, cafetaria’s, snackbars e.d. en Cafés e.d. ten opzichte van het totale aanbod binnen deze categorieën grotendeels gevestigd zijn in het centrum van Kampen, respectievelijk voor 61% en 83%. Op de kaart in bijlage 1 is een en ander grafisch weergegeven.
Bij het schrijven van dit Horecauitvoeringsbeleid is naar voren gekomen dat er geen actuele visie op de horeca in Kampen aanwezig is. Daarom zijn ‘oudere’ bestaande visies momenteel het uitgangspunt voor beleidsontwikkelingen bij de horeca. Om die reden wordt hieronder samengevat weergegeven wat uit ‘oude’ visies over de horeca naar voren komt en wordt het Masterplan Binnenstad genoemd als belangrijk actueel proces.
In de Binnenstadsvisie 2000 is een hoofdstuk opgenomen over de horeca en uitgaansleven. Aangegeven wordt dat Kampen veel gedateerde cafés kent. Deze trekken vooral stamgasten, maar zijn niet aantrekkelijk voor toeristen. Tevens wordt gesignaleerd dat meer inzicht nodig is in de behoeften naar het uitgaansleven in de toekomst. Ook is er behoefte aan een Grandcafé dat voor iedereen toegankelijk is. Tevens wordt de wenselijkheid uitgesproken voor een geconcentreerd horecagebied. Door concentratie en meer kwaliteit wordt de aantrekkingskracht van de horeca voor bezoekers vergroot. Concentratie van cafés rond de Plantage wordt voor de hand liggend geacht, met een uitloper naar de omgeving van het Van Heutszplein/Beneden Oudestraat en de IJsselkade. In de visie uit 2000 wordt tevens aangegeven dat er rond de Plantage en Botermarkt meer terrassen kunnen komen. Voor restaurants wordt een spreiding bedacht langs de IJsselkade en rond de Botermarkt en Nieuwe Markt. Langs de Burgel wordt geen horeca voorgestaan. Lunchrooms kunnen zich vestigen verspreid over de Boven Oudestraat en bij de Plantage.
Inmiddels zijn meerdere doelen uit de Binnenstadsvisie 2000 bereikt. Zo is de concentratie van cafés rond de Plantage een feit en is er nu een Grandcafé. Tevens zijn de beoogde terrassen op de Plantage en de Botermarkt gerealiseerd.
In de Economische structuurvisie Kampen binnenstad van 2002 wordt aangegeven dat op dat moment het horeca-aanbod kwalitatief onvoldoende is. Een versterking van het horeca-aanbod, met name in kwalitatieve zin wordt daarom voorgestaan. In het bijbehorende actieprogramma worden in het onderdeel horecaversterking de volgende actiepunten benoemd:
In de Startnotitie Masterplan Binnenstad Kampen wordt een eerste aanzet gegeven voor integraliteit en samenhang tussen de verschillende plannen voor de binnenstad. Er zijn binnen de gemeente inmiddels meerdere visies beschikbaar (zie hiervoor). Daarnaast zijn er heel wat plannen inmiddels gerealiseerd (stedelijk tapijt, autoluwe binnenstad, inrichting pleinen). Het Masterplan zal de samenhang in beeld brengen en bewaken en visies vertalen naar uitvoering. Door het ontbreken van een actuele horecavisie voor de gemeente Kampen komt de horeca in het Masterplan Binnenstad niet prominent aan bod.
Binnen de ontwikkeling van het Masterplan Binnenstad is een viertal “Pijlers” geformuleerd. Bij twee pijlers wordt een link naar de horeca gelegd:
In vooral deze laatste pijler zijn ontwikkelingen ten aanzien van de horeca besloten. In verband met het eerder gesignaleerde ontbreken van een recente horecavisie en een directe beleidsverantwoordelijkheid voor de horeca binnen de gemeente, is het lastig om hieraan een goede invulling te geven.
In de beleidsanalyse ten behoeve van het Masterplan komen de volgende belangrijkste horecagerelateerde acties naar voren:
Op een aantal acties na (m.n. plaatsing urinoirs en recent de gedeeltelijke verplaatsing van de markt en standplaatsen op de Plantage om verdere invulling te kunnen geven aan de horecafunctie van het plein), zijn er momenteel weinig ontwikkelingen ten gunste van de horeca in beeld.
Stel een ontwikkelingsgerichte horecavisie op. Onderliggend Horecauitvoeringsbeleid is specifiek gericht op het beheer van de horeca. Een actuele visie op wat de gemeente nu en in de toekomst met de horeca voor ogen heeft is nodig om strategische keuzes te kunnen maken. Tevens kan met een actuele visie beter worden gestuurd op diversiteit en kwaliteit.
3.1 Openbare orde en veiligheid
De gemeente Kampen beschikt over een Integraal Veiligheidsbeleid van 2005 en een Integrale Veiligheidsmatrix 2009. Daarnaast is vanuit de politie IJsselland het lokaal Criminaliteits- & Veiligheidbeeld (LCVB) 2008 beschikbaar. Vanaf 2009 zal de LCVB “Gebiedsscan” worden genoemd.
De volgende prioriteiten uit het Integraal veiligheidsbeleid hebben op enigerlei wijze relatie met de horeca:
Integrale Veiligheidsmatrix 2009
De Integrale Veiligheidsmatrix wordt gezamenlijk met de ketenpartners politie en justitie gemaakt. In deze matrix wordt een beeld gegeven van de aanpak van de diverse partners op het integraal veiligheidsterrein. In de matrix worden doelstellingen en resultaatafspraken vastgelegd. De matrix verschijnt elk jaar en wordt ook jaarlijks geëvalueerd. Deze evaluatie levert dan onder andere weer input op voor de komende matrix.
In de Integrale Veiligheidsmatrix 2009 worden de volgende projecten en acties concreet benoemd:
a. Project Veiligheid op straat (VOS). Genoemd project loopt reeds sinds 1998 en heeft als doelstelling het tegengaan van geweld tijdens uitgaansavonden en evenementen. Het project richt zich m.n. op de hotspots Binnenstad en Stationsplein. De gemeente voert hierin de regie en heeft de volgende maatregelen op zich genomen:
De politie registreert specifiek geweldsincidenten in relatie tot uitgaan en stuurt hier gericht op. Het Openbaar Ministerie pakt recidiverende (uitgaans)geweldplegers volgens een specifieke werkwijze aan.
In 2000 is in dit kader een intentieverklaring ondertekend door de burgemeesters van Kampen en IJsselmuiden, vertegenwoordigers van de regiopolitie, de horeca en de ondernemers in Kampen en IJsselmuiden. Doel van de intentieverklaring is het verminderen van de overlast en de criminaliteit op straat in Kampen en IJsselmuiden. De intentieverklaring is toe aan een update, omdat er sinds de ondertekening veel wisselingen van horecaondernemers zijn geweest. Naar aanleiding van een wijkschouw in mei 2009 en een overleg tussen bewoners, horeca en gemeente op 29 juni 2009 is de vraag naar voren gekomen hoe gezamenlijk gewerkt kan worden aan een verhoging van de veiligheid bij het uitgaan in de binnenstad van Kampen. Een instrument dat hier op gestructureerde wijze antwoord op kan geven is het stappenplan van het Keurmerk Veilig Uitgaan.
b. Project Alcoholmatiging jeugd. De werkgroep alcohol en drugs heeft een aantal doelen voor alcoholmatiging vastgesteld: er wordt aangesloten bij landelijke acties gericht op ‘geen alcohol onder de 16’, boven de 16 alcoholmatiging en voldoende alcoholvrije trefmogelijkheden bieden aan jongeren. Vanaf 2009 doen de gemeente en de politie Kampen mee aan het project “Meer dan een Biertje”. Verder wordt gezamenlijk geparticipeerd in het regionale project ‘Minder drank, Meer scoren!’.
De politie draagt verder aan het project bij door het werkproces Vroegsignaleren en Doorverwijzen verder in te voeren. Via de zogenoemde shortlistmethode, worden overlastgevende, hinderlijke en criminele jeugdgroepen in beeld gebracht.
Het Openbaar Ministerie wijst zo mogelijk feiten die onder invloed van alcohol zijn gepleegd aan als Halt-waardige feiten, zodat zij kunnen worden afgedaan in het project ‘Meer dan een biertje’ dat Halt in samenwerking met Tactus Verslavingszorg heeft ontwikkeld.
c. Project Keten en hokken. Er is onderzoek gedaan naar het aantal en de soorten keten en hokken en de aard van de bezoekers. Op basis hiervan wordt een ‘gedragscode keten’ opgesteld. Uitgangspunten zijn (brand)veiligheid en handhaven Drank- en Horecawet.
Agenten met als taakaccent ‘Jeugd’, bezoeken structureel op vrijdagavond jongeren in keten en hokken.
In 2009 wordt een plan van aanpak voor de uitvoering van het Ketenbeleid aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd. Duidelijk is al wel, dat commerciële drankketen niet worden toegestaan.
d. Drugs. De politie constateert een verhoogd drugsgebruik onder uitgaansjeugd. Het drugsbeleid Kampen wordt geëvalueerd op basis van de in 2003 door de raad vastgestelde kaders. De procesmanager alcohol en drugs die is aangesteld naar aanleiding van deze evaluatie houdt zich bezig met het koppelen van betrokken partijen om zo het signaleringsproces te stroomlijnen. Verder zijn er afspraken gemaakt in de Driehoek die hebben geresulteerd in een handhavingarrangement. De gemeente treedt bestuursrechtelijk op tegen de feiten die in art. 13b van de Opiumwet worden genoemd. Verder zijn er in de gemeente gebieden (openbare ruimte) aangewezen waar het gebruik van drugs verboden is. Dit is vastgelegd in de Algemene plaatselijke verordening.
Al een aantal jaar hanteert de gemeente de zogenaamde nuloptie. Dit betekent dat de handel in hard- en softdrugs niet wordt gedoogd. De Raad heeft een drietal uitgangspunten geformuleerd:
Aan de hand van deze uitgangspunten heeft de politie een drietal prioriteiten aangegeven:
e. BIBOB. De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB) wordt geïmplementeerd in de gemeentelijke werkprocessen. De horecabranche valt onder de reikwijdte van deze wet (zie verder hoofdstuk 5 Wet- en regelgeving).
Lokaal Criminaliteits- & Veiligheidsbeeld 2008
Uit het Lokaal Criminaliteits- & Veiligheidsbeeld 2008 van de politie IJsselland blijkt, dat geweldsdelicten zich met name rondom de binnenstad en een nabij gelegen discotheek afspelen en dat vrijwel al het geweld alcoholgerelateerd is. Het geweldsbeeld heeft geleid tot de wens voor cameratoezicht op de twee hotspots Oudestraat en Stationsplein.
Er is een tendens waarneembaar van incidenten tijdens uitgaansavonden rondom de zogenaamde ‘droge’ horeca (broodjeszaken e.d.). In dit kader wordt de wens geuit om nader onderzoek te doen naar eventuele sluitingstijden voor de ‘droge’ horeca.
Verder constateert de politie een verhoogd drugsgebruik onder de uitgaansjeugd.
Het item burengerucht is op basis van de politiecijfers stabiel tot licht stijgend. Naar de beleving van mensen is betreffende problematiek echter groot te noemen. Met name in de binnenstad en rond het Stationsplein is hier sprake van. Veel overlast is uitgaansgerelateerd. De politie is vanuit het VOS-project actief op momenten dat veel overlast plaatsvindt. De gemeente investeert in situaties waarbij sprake is van geluidsoverlast door cafés.
De gemeente Kampen beschikt over ‘Beleidsregels voor het plaatsen van terrassen op de openbare weg’ van juli 2006. De beleidsregels zijn erop gericht om het gebruik van de openbare ruimte voor terrassen te reguleren. De beleidsregels gaan onder andere in op de volgende onderwerpen: obstakelvrije zone op en boven de openbare weg, minimale diepte van terrassen, situering terrassen, maximale oppervlakte van terrassen, terrasinrichting, terrasseizoen, openingstijden, gedragsregels en geldigheidsduur vergunning. Betreffende beleidsregels zijn in bijlage 2 integraal opgenomen.
Naast deze algemene beleidsregels zijn er voor de terrassen op de Plantage nadere regels geformuleerd. Op het plein worden de terrassen gesitueerd volgens een zogenaamd ‘terrassenplan’. Dit terrassenplan maakt deel uit van de terrasvergunning. Er wordt onderscheid gemaakt in vrij liggende- en gevelterrassen.
Inmiddels heeft op grond van het terrassenseizoen 2008 een evaluatie van de nadere regels voor de terrassen op de Plantage plaatsgevonden. Op 31 maart 2009 is betreffende evaluatie voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. De evaluatie heeft geresulteerd in een kleine aanpassing van de nadere regels voor terrassen op de Plantage. Er is bij wijze van proef afgesproken, dat het terrasmeubilair tijdens het terrasseizoen 2009 permanent op de gevelterrassen mag blijven staan. De nadere regels zijn integraal opgenomen in bijlage 3.
Het rookverbod dat per 1 juli 2008 van kracht is geworden voor horeca-inrichtingen, heeft invloed op de situatie bij de terrassen van de horeca. Er wordt nu in veel gevallen buiten op de terrassen gerookt. De sluitingstijden voor de terrassen (zie hoofdstuk 5.2.2 ‘sluitingsuur’) en het verbod op heaters bij de winterterrassen op de Plantage vormen hierbij dan weer een beperking. Daarnaast kan door deze nieuwe situatie extra overlast voor de omgeving ontstaan. Het verdient aanbeveling om hier nader onderzoek naar te verrichten.
Naar aanleiding van onderzoeken op landelijk, regionaal en lokaal niveau, worden verschillende initiatieven ontwikkeld om extra aandacht te besteden aan alcoholmatiging. Uit betreffende onderzoeken is namelijk een zorgelijke ontwikkeling ‘toename van alcoholconsumptie van jongeren’ naar voren gekomen.
4.1.1 Lokaal alcoholmatigingsbeleid
De gemeenteraad van Kampen heeft op 2 november 2006 de kaders voor het alcoholmatigingsbeleid vastgesteld.
Vanaf 2007 wordt op regionaal niveau het project ‘Alcoholmatiging Jeugd – regio IJsselland’ uitgevoerd. De trekkers van het project zijn: gemeente Zwolle, provincie Overijssel, politie IJsselland, Tactus Verslavingszorg en de GGD Regio IJssel-Vecht. Het regionale project heeft geleid tot een concreet aanbod en uitvoering van activiteiten op het gebied van alcoholmatiging bij jongeren. Gemeenten kunnen uit het aangeboden pakket aan maatregelen die werkwijzen kiezen die het beste bij de lokale situatie passen.
Parallel aan het ontwikkeltraject ontstaan allerlei lokale initiatieven en activiteiten die ondersteunend zijn aan de doelstellingen van het regionale projectplan. In het Zwolle-Kampen-netwerkstad-verband (boegbeeld ’Zorgen voor de toekomst’) is het initiatief genomen om vanaf 2007 tot en met 2009 te werken aan de gezamenlijke uitvoering van lokale onderdelen van het regionale projectplan ‘Alcoholmatiging Jeugd – regio IJsselland’. In dit verband komt vooral het onderwerp ‘alcoholmatiging en sportverenigingen’ aan de orde.
Alcoholmatiging kent verschillende invalshoeken en beleidsterreinen (onderzoek, preventie, zorg, openbare orde, paracommercie en handhaving). Vanuit het plan van aanpak Alcoholmatigingbeleid 2007-2011 komen de volgende direct aan de horeca gerelateerde acties naar voren:
Aanwezigheid gegevens situatie ketens en plan van aanpak ketenproblematiek.
De Stichting Alcoholpreventie (STAP) heeft eind 2006 een onderzoek afgerond naar de specifieke situatie van ketengebruik door jongeren in Kampen.
In 2009 wordt een plan van aanpak voor de uitvoering van de ketenproblematiek aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd. Duidelijk is al wel dat commerciële drankketen niet worden toegestaan.
3‘mistery shoppers’ zijn jongeren onder de wettelijk toegestane leeftijdgrens voor verkoop van alcohol, die gevraagd worden om zich voor te doen als klant van een bedrijf, waar alcohol verkocht wordt, om zo uit te vinden of dit bedrijf zich aan de regels betreffende verkoop van alcohol aan jongeren houdt.
4.1.2 Project alcoholmatiging jeugd regio IJsselland ‘Minder drank, meer scoren’
Onder de naam ‘Minder drank, meer scoren’ is medio 2007 een vierjarig project alcoholmatiging jeugd van start gegaan. In dit project werkt de gemeente Kampen, samen met de andere regiogemeenten, de politie IJsselland, de GGD, Tactus Verslavingszorg en de provincie Overijssel aan een trendbreuk ten aanzien van ‘te vroeg, te vaak en te veel’ alcoholgebruik onder jongeren. In dit kader is in januari 2008 het regionale alcoholmatigingsprogramma vastgesteld en zijn afspraken over concrete activiteiten (interventies) gemaakt.
4.1.3 Initiatieven vanuit Zwolle-Kampen Netwerkstad
Vanuit het Zwolle-Kampen Netwerkstad verband is door de Stichting Alcoholpreventie onderzoek gedaan naar de naleving van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop. Voor de resultaten wordt verwezen naar betreffende rapportage4.
Een ander initiatief vanuit Zwolle-Kampen Netwerkstad dat afgeleid is van het regionale project ‘Minder drank, meer scoren’ is gericht op het verantwoord gebruik van alcohol in sportkantines. In samenwerking met de verenigingen worden convenanten afgesloten, waarin richtlijnen zijn opgenomen voor alcoholgebruik door jongeren in kantines. Tevens is er aandacht voor het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, zoals de aanwezigheid van een geldige Drank- en Horecawetvergunning, het beschikken over opgeleide barvrijwilligers (IVA) en het opstellen van een bestuursreglement (zie hiervoor tevens Hoofdstuk 6 paracommercie). De uitvoering van dit project ligt in handen van Sportservice Kampen.
4Alcoholverstrekking aan jongeren onder de 16 jaar in Zwolle en Kampen, Nalevingsonderzoek & Beleidsadvies Gemeente Zwolle, Gemeente Kampen, Stichting Alcoholpreventie, Utrecht, oktober 2008.
In het Lokaal Criminaliteits- & Veiligheidsbeeld 2008 van de politie IJsselland komt naar voren dat de politie een verhoogd drugsgebruik onder jongeren (de uitgaansjeugd) constateert. In samenwerking met de procesmanager drugs- en alcoholbeleid wordt deze problematiek opgepakt. Zo is in de raadsvergadering van 23 april 2009 besloten om een artikel in de Algemene plaatselijke verordening op te nemen, dat het mogelijk maakt om effectief op te kunnen treden tegen drugsgebruik op straat. In overleg met Tactus wil de gemeente de voorlichting over drugsgebruik versterken en uitbreiden naar het basisonderwijs. Preventie en repressie gaan zo hand in hand.
In de gemeente Kampen zijn geen formeel gedoogde coffeeshops aanwezig en deze worden ook niet toegestaan (nuloptie).
In september 2007 heeft een evaluatie van het drugsbeleid in de gemeente Kampen plaatsgevonden. Hierbij zijn geen horecagerelateerde aandachtspunten naar voren gekomen.
Hoofdstuk 5 Wet- en regelgeving
Horecabedrijven komen in aanraking met veel wet- en regelgeving. Wettelijke voorschriften zijn gesteld in het kader van de openbare orde en veiligheid, de ruimtelijke ordening, het milieu en sociaalhygiënische omstandigheden, volksgezondheid en sociaaleconomische omstandigheden. De uitvoering van deze regelingen is neergelegd bij verschillende instanties, waardoor het aan onderlinge afstemming wel eens schort.
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het juridisch kader voor het reguleren van de horecasector. In de eerste plaats wordt ingegaan op de landelijke wet- en regelgeving. Daarna volgt een uiteenzetting van de belangrijkste lokale regels. Op voorhand een overzicht:
De Drank- en Horecawet schept randvoorwaarden voor een verantwoorde distributie van alcohol in de samenleving en bevat regels voor zowel verstrekkers van alcohol als voor overheden. De Drank- en Horecawet bepaalt dat het schenken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse in de horeca en de verkoop van sterke drank in slijterijen vergunningplichtig is. Voor de verkoop van zwakalcoholische dranken voor gebruik elders dan ter plaatse, zoals in winkels, is (nog) geen vergunning vereist. Waar in dit beleidskader overigens over het begrip alcohol wordt gesproken, wordt gedoeld op de definitie uit de Drank- en Horecawet.
De Drank- en Horecawet regelt de verstrekking van alcoholhoudende drank van oudsher vanuit een volksgezondheidsperspectief en vanaf begin jaren negentig vanuit een sociaalhygiënische en sociaaleconomische optiek. In de wet zijn vooral kwalitatieve eisen ten aanzien van de ondernemer en leidinggevenden opgenomen. De wet biedt op dit punt geen enkele beleidsvrijheid. Indien de ondernemer(s) en de overige leidinggevende(n) voldoen aan de in de wet gestelde eisen die betrekking hebben op vakbekwaamheid, betrouwbaarheid gegevens aanvraag, zedelijkheid, moraliteit en het pand voldoet aan de inrichtingseisen en het bouwbesluit, dan moet de Drank- en Horecawetvergunning worden afgegeven. Met andere woorden: de vergunning is een gebonden beschikking.
In 2000 is de Drank- en Horecawet gewijzigd. De nieuwe en/of gewijzigde bepalingen hebben vooral betrekking op alcoholmatiging en preventie van misbruik. Verstrekkers van alcoholhoudende dranken zijn bijvoorbeeld verplicht, bij personen van wie niet onmiskenbaar vaststaat of ze de leeftijd van 16 en/of 18 jaar hebben bereikt, om aan de hand van een leeftijdsdocument vast te stellen of de vereiste leeftijd van 16 (voor zwakalcoholhoudende dranken) en 18 (voor sterke drank) is bereikt. De verstrekker is ook verplicht in zijn bedrijf melding te maken van deze leeftijdsgrenzen.
Verder is de verkoop van alcohol in niet-levensmiddelenzaken en tankshops verboden en heeft de gemeente de mogelijkheid om de verkoop van alcohol in bijvoorbeeld supermarkten en snackbars tijdelijk (in een bepaald gebied) te verbieden, bijvoorbeeld rondom risicovolle voetbalwedstrijden.
Sportkantines en andere niet-commerciële inrichtingen zijn op grond van de (vernieuwde) Drank- en Horecawet verplicht bij nieuwe aanvragen voor een vergunning, met huisregels te gaan werken, het zgn. bestuursreglement. Hierin moet onder andere worden opgenomen op welke tijden alcohol wordt verstrekt en hoe het toezicht op de verstrekking van alcohol is geregeld. Hierbij staat zelfregulering en de vraag of er op verantwoorde wijze alcohol wordt verstrekt voorop. Het bestuursreglement voorziet in de wijze waarop wordt toegezien op de naleving hiervan.
In de Drank- en Horecawet is in artikel 35 tevens een ontheffingsmogelijkheid voor de vergunningsvereiste opgenomen. Dit artikel geeft aan dat de burgemeester op aanvraag ontheffing kan verlenen voor de verstrekking van zwakalcoholhoudende drank. Het gaat daarbij om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (bijvoorbeeld een festival, culturele manifestaties, enz.) voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Voorwaarde is wel dat de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die voldoet aan de eisen zoals deze in artikel 8 (lid 2 en 4) van de Drank- en Horecawet zijn opgenomen (> 21 jaar, geen slecht levensgedrag, enz).
5.1.1.1 Bijbehorende besluiten Drank- en Horecawet
Aan de Drank- en Horecawet is een aantal besluiten, regelingen en overgangswetten gekoppeld. Deze maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de drank- en horecawetgeving:
Wij behandelen al deze besluiten en regelingen niet afzonderlijk. Via www.overheid.nl zijn deze via de zoekfunctie te raadplegen. In verband met een lokaal afgesproken handelswijze ten aanzien van de inrichtingseisen, gaan wij hieronder wel nader in op het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet.
Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet
In dit besluit zijn eisen opgenomen die, op grond van artikel 10 van de Drank- en Horecawet, in het belang van de sociale hygiëne aan horecabedrijven worden gesteld. Bijzonder is, dat deze eisen vooraf fysiek gecontroleerd moeten worden. Dit wederom in het licht van het type beschikking (geen beleidsvrijheid gemeente). Voor de controle die de gemeente op grond van dit besluit uitvoert, wordt gebruik gemaakt van een controlestaat. Deze controlestaat wordt ingevuld, gedagtekend en geparafeerd bij het dossier gevoegd. De eisen gaan over o.a.:
Naast de eisen zoals deze in dit besluit voor horeca-inrichtingen gelden, dient de inrichting ook onverminderd aan de eisen van het Bouwbesluit te voldoen en verder aan de eisen gesteld in de gemeentelijke Bouwverordening. Hierin zijn algemene bouwtechnische-/ veiligheidseisen met betrekking tot bouwwerken opgenomen. Uiteraard moeten de activiteiten ook in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, echter dit is formeel geen weigeringgrond voor de Drank- en Horecawetvergunning.
In het kader van de actualisatie en inhaalslag van Drank- en Horecawetvergunningen zijn bij de fysieke controles van de inrichtingen, de nodige tekortkomingen geconstateerd (hier is in het verleden nauwelijks aandacht voor geweest). Om de inrichtingseisen bij bestaande horeca-inrichtingen binnen een redelijke termijn te kunnen herstellen is afgesproken, dat voor kleine aanpassingen (niet bouwvergunningplichtige) een termijn van maximaal 2 maanden wordt gehanteerd en voor grotere aanpassingen (bouwvergunningplichtige) een termijn van 4 maanden. Voor nieuwe horeca-inrichtingen moet direct aan de eisen worden voldaan.
De Drank- en Horecawet bepaalt dat alle rechtspersonen, niet zijnde naamloze vennootschappen of besloten vennootschappen, in beginsel paracommerciële instellingen zijn indien deze instellingen zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard (artikel 4 Drank- en Horecawet). Uit deze bepaling kan worden afgeleid dat verenigingen en stichtingen die zich richten op de genoemde activiteiten in beginsel aangemerkt worden als paracommerciële instellingen. Als gevolg van het bepaalde in dit artikel dient het college van burgemeester en wethouders bij de verlening van Drank- en Horecawetvergunningen aan genoemde niet-commerciële instellingen te waken voor mogelijke oneerlijke concurrentie.
Niet alleen de commerciële horeca vraagt al geruime tijd duidelijke voorwaarden en beperkingen waar paracommerciële instellingen zich aan moeten houden. Ook voor paracommerciële instellingen zelf is het vaak onduidelijk wat ze nu wel mogen en wat niet.
Daarom wordt in hoofdstuk 6 van dit beleidskader aangegeven welke systematiek en criteria de gemeente toe zal passen om te bepalen welke voorwaarden en beperkingen worden opgelegd aan de paracommerciële instellingen.
De voorwaarden en beperkingen kunnen alleen daar opgelegd worden waar de wet dat vereist en heeft betrekking op de volgende onderwerpen:
Per 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van kracht; het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit is een uitvoeringsbesluit op grond van de Wet milieubeheer.
De Wet milieubeheer beoogt gevaar, schade en hinder (onder meer) vanuit een (horeca)inrichting te voorkomen en milieubelasting zoveel mogelijk te beperken. Dit is met name relevant voor geluidsoverlast, afvalstoffen, afvalwater, lucht (stankoverlast), energieverbruik, leefbaarheid en duurzaamheid. De Wet milieubeheer maakt onderscheid tussen categorieën inrichtingen, waarbij inrichtingen in de ‘zwaarste’ categorie over een milieuvergunning moeten beschikken. Inrichtingen die onder de andere categorieën vallen hebben een meldplicht. In de gemeente Kampen zijn geen vergunningplichtige bedrijven met horeca als hoofdfunctie.
De ondernemer is verplicht zich te melden bij de gemeente, team Vergunningen, uiterlijk 4 weken voordat zij met de activiteiten starten. Hiervoor is landelijk een digitaal meldingsformulier opgesteld (http://aim.vrom.nl). De ondernemer geeft via de melding aan wat de aard en het karakter is/wordt van zijn bedrijf. Op basis hiervan wordt beoordeeld of de activiteit zondermeer uitgevoerd mag worden of dat bijvoorbeeld een akoestisch onderzoek nodig is. Als een bedrijf aangeeft, dat de bedrijfsactiviteiten gepaard gaan met een muziekniveau van 70 of 80 dB(A) (afhankelijk of sprake is van een vrijstaande horeca-inrichting of niet) of meer en er zijn nog geen geluidsgegevens van de inrichting bekend, dan wordt een akoestisch onderzoek verlangd. Dit is landelijk bepaald. Het akoestisch onderzoek kan door de ondernemer zelf of door een akoestisch adviesbureau worden uitgevoerd.
Reguliere horeca-activiteiten: onderscheid wordt gemaakt tussen de dag-, avond- en nachtperiode. ’s Avonds en ’s nachts mag niet of nauwelijks muziekgeluid hoorbaar zijn op straat of in aangrenzende woningen.
Het hiervoor reeds genoemde akoestisch onderzoek levert inzicht op over de situatie waarin aan de geluidnormen kan worden voldaan. Tevens kan het inzicht geven over de geluidsisolatiewaarde van het gebouw waarin de horecaonderneming is gevestigd. Een akoestisch onderzoek kan opgelegd worden bij nieuwe bedrijven (n.a.v. indienen van een melding) of naar aanleiding van een handhavingtraject bijvoorbeeld na klachten.
Het Activiteitenbesluit biedt ook de mogelijkheid (maatwerk)voorschriften op te leggen. (Maatwerk)voorschriften zijn specifieke inrichtingsgebonden (aanvullende) eisen. Op grond van de resultaten van akoestisch onderzoek kunnen nadere eisen worden opgelegd om te bereiken dat aan de normen van het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Deze (maatwerk)voorschriften kunnen bestaan uit:
Voor de aanwezigheid van een speelautomaat in een horecagelegenheid is een vergunning vereist. Onderscheid moet worden gemaakt tussen behendigheidsautomaten en kansspelautomaten. Een behendigheidsautomaat is een speelautomaat waarbij het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlenging van de spelduur of gratis spelen waarbij het spelproces door de speler kan worden beïnvloed. Alle andere speelautomaten zijn kansspelautomaten. Het aantal en soort speelautomaten dat in een inrichting geplaatst mag worden is afhankelijk van het soort inrichting. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen laagdrempelige inrichtingen (cafetaria’s/snackbars) en hoogdrempelige inrichtingen (cafés, restaurants). Op 1 juni 2000 is een wijziging van de Wet op de kansspelen, en het daarbij behorende Speelautomatenbesluit 2000, in werking getreden. Op grond van deze regelgeving geldt dat de burgemeester voor hoogdrempelige inrichtingen nog voor maximaal twee kansspelautomaten een vergunning kan/mag afgeven. Voor laagdrempelige inrichtingen mogen geen vergunningen voor kansspelautomaten worden afgegeven, maar mogen uitsluitend maximaal twee behendigheidsautomaten worden opgesteld (zie verder 5.2.2 Speelgelegenheden en opstelplaatsenbeleid Apv).
Op 1 juni 2003 is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet BIBOB) in werking getreden. Deze nieuwe wet maakt het bestuursorganen mogelijk vergunningen, subsidies en opdrachten (aanbestedingen) te weigeren of in te trekken als er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning, subsidie of overheidsopdracht wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld (artikel 3). Op deze wijze biedt de Wet BIBOB bestuursorganen een belangrijk instrument om een bijdrage te kunnen leveren aan de preventie en bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit en beschermt het de gemeente tegen het risico dat het (ongewild) criminele activiteiten faciliteert. De mogelijkheid van de inzet van het BIBOB-instrumentarium beperkt zich op het moment tot de branches die van oudsher gevoelig zijn voor criminele infiltratie: horeca, coffeeshops, grow- en smartshops, seksinrichtingen, kansspelautomatenhallen en afvalstofverwerkende ondernemingen.
Op 16 december 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen ingestemd met implementatie van de wet BIBOB. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het Steunpunt BIBOB Twente. Momenteel wordt gewerkt aan een projectplan voor toepassing van genoemde wet. Vanuit de regio wordt gestreefd naar een standaard methode van optreden, waarbij lokale keuzes kunnen worden gemaakt.
5.1.5 Wet particuliere beveiligingsorganisaties
In de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus zijn de waarborgen opgenomen voor de betrouwbaarheid van het personeel van beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De beveiligingsorganisaties zijn verplicht om de werkzaamheden af te stemmen met de politie en te zorgen voor een duidelijke presentatie van de activiteiten aan opdrachtgevers en burgers.
Ook de horecaportier valt onder deze wetgeving. Het naleven van genoemde wet moet de veiligheid bevorderen van ondernemers, medewerkers en gasten. De Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus stelt de volgende eisen aan horecaportiers:
De Woningwet ziet op het bouwen, op de inrichting en het gebruik van onder meer horecabedrijven. De Woningwet bepaalt in welk geval een bouwvergunning nodig is en wanneer die moet worden geweigerd. Het is verboden te bouwen zonder (of in afwijking van) een bouwvergunning van burgemeester en wethouders. Daarop geldt een uitzondering, het zogeheten ‘vergunningvrij’ bouwen. Het gaat dan om kleine bouwwerken als erfafscheidingen, zonweringen, dakkapellen en bijgebouwen aan de achterzijde van de woning.
In het Bouwbesluit wordt een groot aantal technische eisen gesteld waaraan gebouwen uit oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid moeten voldoen. Strijd met het Bouwbesluit is een weigeringgrond voor een bouwvergunning.
Het nieuwe Bouwbesluit, dat op 1 januari 2003 in werking is getreden, stelt ook eisen aan horeca-inrichtingen. Veel van die eisen staan nu ook nog in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. In de toekomst zal dit Besluit daarom naar verwachting sterk vereenvoudigd worden. De bouwkundige eisen waaraan horeca-inrichtingen moeten voldoen zijn nu immers terug te vinden in het nieuwe Bouwbesluit.
5.1.7 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit)
Vanaf 1 november 2008 gelden, door inwerkingtreding van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit), landelijke regels voor het brandveilig gebruik van gebouwen.
Tevens is met de uniformering ook het aantal gebruiksvergunningplichtige bouwwerken fors verminderd. Een gebruiksvergunning is alleen nog nodig voor de meest risicovolle vormen van gebruik, bijvoorbeeld basisscholen, kinderdagverblijven met meer dan tien kinderen, hotels en tehuizen met meer dan tien bedden. In alle overige gevallen vervalt de vergunningplicht en geldt een meldingsplicht met algemene regels. Het Gebruiksbesluit hanteert grotendeels dezelfde brandveiligheidsregels als de Bouwverordening. In afwijking daarvan wordt de controlefrequentie van (aanvullende) mobiele brandblusapparaten verlaagd van eens per jaar naar eens per twee jaar. Dat scheelt administratieve lasten voor bedrijven. De jaarlijkse controle van vaste brandhaspels blijft.
Na een gebruiksmelding, die minstens vier weken voor ingebruikname van bijvoorbeeld een horecapand moet worden gedaan, kan de gemeente of brandweer ter plekke preventief controleren of het bouwwerk en het gebruik daarvan inderdaad aan de gestelde brandveiligheidseisen voldoet.
Volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument van ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wro). In een bestemmingsplan legt het gemeentebestuur het ruimtelijk beleid vast. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen: de plankaart, de voorschriften en de toelichting. In de plankaart zijn de diverse bestemmingen in het bestemmingsgebied aangegeven. Tevens zijn het maximaal toegestane bebouwingspercentage, de maximale bouwhoogte en de bouwgrens aangegeven. In de voorschriften is nader aangegeven wat de inhoudelijk betekenis van de bestemmingen is. In de bestemmingsplannen wordt ook aangegeven waar horeca wordt toegelaten. Voordat een horecabedrijf ergens kan worden opgericht, moet worden getoetst of er een horecabestemming in het bestemmingsplan is opgenomen. Deze toets vindt niet in het kader van de Drank- en Horecawet plaats. Op basis van een bestemmingsplan is het in principe mogelijk de omvang, het aantal en de locaties van horecabedrijven te reguleren. Als een bepaald pand niet voor horecadoeleinden is bestemd, kan in sommige gevallen (indien de mogelijkheid daartoe aanwezig is) vrijstelling worden verkregen. De vrijstelling moet bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd.
5.2.2 Algemene plaatselijke verordening Kampen 2001 (Apv)
In de Algemene plaatselijke verordening (Apv) zijn regels gesteld voor een aantal onderwerpen waar de horeca mee te maken heeft.
In het kader van deregulering voor bedrijven heeft de raad op 28 mei 2009 besloten om alle vergunningen die gebaseerd zijn op de Algemene plaatselijke verordening in principe voor onbepaalde tijd af te geven. Hierop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk: wanneer bij de vergunning anders is bepaald of de aard van de vergunning zich hiertegen verzet. Bij inwerkingtreding van de hiervoor genoemde aanpassing van de Algemene plaatselijke verordening wordt een en ander nader bepaald.
Exploitatie horecabedrijf en terras
Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester (artikel 2.3.1.2 Apv / exploitatievergunning). In het kader van deregulering voor bedrijven is in de raadsvergadering van 28 mei 2009 besloten om betreffende exploitatievergunning af te schaffen. Voorwaarde is wel dat er eerst een algemene regel in de Algemene plaatselijke verordening wordt opgenomen, waarin staat dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid/uitoefening van het horecabedrijf. In het kader van de wet BIBOB (zie hoofdstuk 5.1.4) wordt de afschaffing van de exploitatievergunning wellicht heroverwogen.
Voor terrassen, die eveneens onder deze exploitatievergunning vallen (art. 2.3.1.2 lid 5 Apv), wordt voorgesteld om een nieuw artikel op te nemen waardoor de exploitatie van een terras vergunningplichtig blijft.
In afwachting van nadere besluitvorming in het kader van deregulering voor bedrijven, worden terrasvergunningen vooralsnog voor maximaal vijf jaar verleend. Voor De Plantage geldt in afwijking hierop een termijn van één jaar.
Aansluitend op de besluitvorming over de terrassen op de Plantage van 31 maart 2009 wordt voor afgifte van terrasvergunningen een verbinding gelegd met de aanwezigheid van een Drank- en Horecawetvergunning.
Het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken op andere gedeelten van de openbare weg, dan waar dat verstrekken door burgemeester en wethouders uitdrukkelijk is toegestaan (art. 11 DHW). Daarnaast wordt een terras gezien als een lokaliteit in de zin van de wet en moet deze als zodanig in de Drank- en Horecawetvergunning worden vermeld overeenkomstig het model van de minister. Indien een horecabedrijf niet beschikt over een rechtsgeldige Drank- en Horecawetvergunning houdt dit, gelet op het voorgaande, formeel in dat er geen alcoholhoudende drank op het terras mag worden verstrekt. Alcoholvrije drank zou wel mogen worden verstrekt. Omdat in de praktijk moeilijk te controleren is of er alcoholvrije of alcoholhoudende drank wordt verstrekt en dit dus ook moeilijk te handhaven is, wordt horecabedrijven zonder rechtsgeldige Drank- en Horecawetvergunning nog geen terrasvergunning verleent totdat er een kansrijke aanvraag is ingediend en er zicht is op afgifte van een Drank- en Horecawetvergunning.
In hoofdstuk 3.2 en bijlagen 2 en 3 van dit beleidskader wordt verder ingegaan op de beleidsregels ten aanzien van terrassen.
De burgemeester kan voor een horecabedrijf of voor een daarbij behorend terras een sluitingsuur vaststellen (art. 2.3.1.4 Apv).
Voor horecabedrijven wordt hieraan geen invulling gegeven en zijn er geen sluitingstijden.
Voor terrassen zijn in de Beleidsregels terrassen de volgende openingstijden vastgesteld:
“Het terras mag alleen opgesteld staan op de dagen dat de inrichting waartoe het terras behoort geopend is. Voor terrassen in het centrumgebied geldt als sluitingstijd 24.00 uur. Voor terrassen gelegen in delen van de gemeente welke met name een woonbestemming kennen is 23.00 uur de sluitingstijd.
Uiterlijk een half uur na sluitingstijd dient het terrasmeubilair op zijn minst opgestapeld te zijn. Bij voorkeur is het terrasmeubilair voorzien van een ketting en een slot. Voor zover mogelijk dient het terrasmeubilair inpandig te worden opgeslagen. Een en ander ter voorkoming van diefstal en vandalisme (overlast)” (zie bijlage 2).
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren (art. 2.3.3.1 lid 2 Apv / aanwezigheidsvergunning). Momenteel worden aanwezigheidsvergunningen voor de duur van één jaar afgegeven.
Voor het vestigen van een amusementshal of speelautomatenhal is vereist dat het bestemmingsplan een dergelijke vestiging toelaat. In Kampen zijn hiervoor geen locaties be¬stemd. De raad heeft op 29 januari 1987 uitgesproken de aan¬wezigheid van een speelautomatenhal of amusementshal niet te willen bevorderen en niet het voornemen te hebben om een veror¬dening vast te stel¬len die het mogelijk maakt hiervoor toestemming te verlenen. Verzoeken om mee te werken aan het vestigen van een amusementshal of speelautomatenhal zijn, gezien het ontbreken van een verordening voor een speelhal en het feit dat er geen locaties in Kampen zijn aangewezen in de geldende bestemmingsplannen, tot op heden afgewezen.
In de Apv is bepaald dat in hoogdrempelige inrichtingen twee speelautomaten zijn toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten (art. 2.3.3.2 lid 2 Apv).
In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, maar dit mogen geen kansspelautomaten zijn. Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 5.1.3.
Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of al dan niet aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben met het doel deze ter plekke te nuttigen (art. 2.4.8 Apv) . Deze bepaling is niet van toepassing op terrassen en richt zich primair op personen die in betreffend aangewezen gebied alcohol nuttigen of bij zich hebben.
Gebieden die aangewezen zijn voor het niet in het openbaar mogen nuttigen van alcohol (voor precieze omschrijving zie artikel 2.4.8 Apv):
Collectieve en incidentele festiviteiten
Het college kan per kalenderjaar collectieve festiviteiten aanwijzen waarbij gedurende nader aan te wijzen dagdelen, de geluidsnormen uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer niet gelden (art. 4.1.2 Apv). Ditzelfde geldt voor de beperking met betrekking tot de verlichting voor sportbeoefening op sportterreinen. Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Hiervan wordt tot op heden geen gebruik gemaakt.
Het is een inrichting als bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan om maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn (art. 4.1.3 Apv). Hiervoor geldt wel de eis dat de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld door middel van het vastgestelde standaardformulier (zie bijlage 4).
Het langer aanhouden van de verlichting wordt in dit zelfde artikel eveneens voor maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar toegestaan, mits ook hiervan ten minste tien werkdagen voorafgaand aan de festiviteit aan het college kennis is gegeven. Ook hiervoor dient het vastgestelde standaardformulier gebruikt te worden (zie bijlage 4).
5.2.3 Verordening beperking sterke drank 2001
Vanaf 6 januari 2001 is in de gemeente Kampen de Verordening beperking sterke drank 2001 van kracht. Hierin is bepaald dat het verboden is, tegen betaling en anders dan om niet (gratis) sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:
Het college van burgemeester en wethouders kan hiervan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen. In 2008 is in totaal acht keer ontheffing verleend aan vier verschillende sportverenigingen. Tot op heden is het gebruikelijk, dat aanvragen voor ontheffing voor bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard in principe worden verleend. Overigens wordt alleen ontheffing verleend voor de betreffende lokaliteit waarvoor een Drank- en Horecawetvergunning aanwezig is.
Vanuit alcoholmatigingsoogpunt en de relatie tussen jeugd en alcohol, is het niet ondenkbaar dat er vanuit eerder genoemde alcoholmatigingsprogramma’s in hoofdstuk 4 Volksgezondheid, nadere regels worden opgesteld voor betreffende ontheffingsmogelijkheid.
De integrale tekst van deze verordening is in bijlage 5 opgenomen.
Hoofdstuk 7 Toezicht en handhaving
Horecabeleid staat of valt met de wijze waarop de vergunningvoorschriften worden nageleefd en gehandhaafd. Onder handhaving wordt verstaan: het controleren en toepassen van bestuursrechtelijke en of strafrechtelijke sancties (of dreigen deze toe te passen) en daardoor bereiken dat de voorschriften worden nageleefd. Alleen het hanteren van een bestuursrechtelijke sanctie is een gemeentelijke bevoegdheid. Strafrechtelijke sancties zijn voorbehouden aan de politie, de Voedsel- en Waren Autoriteit, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht.
De horecaondernemer is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de handhaving van de orde in zijn zaak en in de directe omgeving daarvan. Preventie is daarom zonder twijfel de meest effectieve vorm van handhaving. Door te voorkomen dat voorschriften worden overtreden vervalt immers de noodzaak om sanctionerend op te treden. Voorbeelden hiervan zijn het geven van duidelijke en volledige informatie aan horecaondernemers en het opstellen van heldere vergunningvoorschriften.
De handhaving van de in dit beleidskader behandelde regelgeving kan worden onderverdeeld in strafrechtelijke en administratiefrechtelijke handhaving. De politie is deels als toezichthouder Openbare Orde en deels vanuit de algemene taakomschrijving bij de handhaving betrokken. Strafrechtelijke handhaving is het primaat van het Openbaar Ministerie. Verder zijn er ook andere instanties dan de politie bij het toezicht op de horeca betrokken, zoals bijvoorbeeld de Voedsel- en Waren Autoriteit.
7.2 Pilot Decentralisatie Toezicht Drank- en Horecawet
Het toezicht op de Drank- en Horecawet (DHW) wordt momenteel uitgevoerd door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), maar gaat in de toekomst grotendeels over op gemeenten. Vooruitlopend op de benodigde wetswijziging hiervoor, is in januari 2008 de pilot Decentralisatie Toezicht DHW van start gegaan. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volkshuisvesting Welzijn en Sport hebben onder andere de gemeenten Kampen, Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland uitgekozen voor deelname aan deze pilot. Er wordt twee jaar proef gedraaid met lokaal toezicht op de Drank- en Horecawet. Door de pilot krijgen betreffende gemeenten inzicht in de ervaringen met het toezicht op de DHW. Hierdoor is een soepele overdracht van taken van de VWA naar gemeenten na de wetswijziging mogelijk. De gemeenten werken in de pilot in genoemde gemeenten onder andere samen met de politie.
De genoemde vier gemeenten hebben gedurende twee jaar twee lokale toezichthouders aangewezen voor het toezicht op de DHW. Tijdens de pilot wordt speciale aandacht besteed aan de controle op het schenken en verstrekken van alcoholische drank aan minderjarigen. Ook is er een scherpere controle op het schenken van alcohol zonder geldige vergunning. Dit betekent niet alleen dat de horeca vaker en regelmatiger gecontroleerd wordt, maar dat er ook extra aandacht is voor het toezicht op drankverstrekking bij sportkantines en evenementen. De controles zijn in beginsel onaangekondigd.
Belangrijkste speerpunt voor het jaar 2009 zijn de controles bij evenementen, sportkantines en de reguliere horeca. Tot 5 februari 2009 zijn er in Kampen 80 controles uitgevoerd. Tot nu toe zijn er regelmatig overtredingen geconstateerd bij de aanduiding van de leeftijdsgrenzen en het ontbreken van leidinggevenden die vermeld staan op de vergunning. Er is één keer een boeterapport opgemaakt en er zijn diverse schriftelijke waarschuwingen verstuurd die kunnen leiden tot een boeterapport. Uiteraard kunnen deze constateringen worden gebruikt bij een eventueel bestuursrechtelijk traject.
Een belangrijke constatering van de pilot is het ontbreken van een gemeentelijk sanctiebeleid op het terrein van de horeca. Het boeterapport is nu een op zichzelf staand instrument. De gemeente kan er voor kiezen om aan de hand van een sanctiebeleid zelf stappen te ondernemen tegen overtreders. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op het Horecasanctiebeleid.
De gemeente Kampen heeft een Horecasanctiebeleid opgesteld. Hierbij is het horecasanctiebeleid van buurgemeente Steenwijkerland als voorbeeld genomen. Het Horecasanctiebeleid maakt deel uit van het Horecauitvoeringsbeleid en is in bijlage 6 opgenomen.
Het doel van het Horecasanctiebeleid is om overlastproblemen en overtredingen goed te kunnen aanpakken, herhaling te voorkomen en duidelijkheid te verschaffen over hoe de gemeente en politie omgaan met horecagerelateerde overtredingen. Het optreden van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavers is inzichtelijk gemaakt, zodat beide activiteiten elkaar versterken in hun effect en er een uniforme benadering van de diverse geconstateerde overtredingen is ontstaan.
Samenvatting Horecasanctiebeleid
Het Horecasanctiebeleid bevat allereerst een overzicht van geldende wet- en regelgeving voor horeca-inrichtingen. Daarnaast wordt het bestuursrechtelijke instrumentarium weergegeven.
Zo zal de gemeente bij constatering van overtredingen een aantal stappen doorlopen:
Bij spoedeisende situaties kan overigens direct worden overgegaan tot het doen uitgaan van een bestuurlijke voorwaarschuwing.
Naast deze bestuursrechtelijke instrumenten kan tevens op basis van het strafrecht worden opgetreden. Het Openbaar Ministerie heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. In dit kader is afstemming en informatieuitwisseling tussen de gemeente en de politie van groot belang.
Vervolgens wordt in een aantal hoofdstukken per aard van de overtreding een stappenplan met mogelijke sancties weergegeven. De overtredingen worden in de volgende categorieën onderscheiden:
Hoofdstuk 8 Communicatie en dienstverlening
8.1 Accountmanager bedrijven/contactpersoon horeca
In de gemeente Kampen is een accountmanager bedrijven aangesteld. Op de site van de gemeente (www.kampen.nl ) wordt aangegeven dat ondernemers die een bedrijf willen vestigen contact op kunnen nemen met deze accountmanager. De accountmanager richt zich op alle ondernemers in de gemeente en niet specifiek op horecabedrijven.
De horeca is een belangrijke bedrijfstak die met veel complexe wet- en regelgeving en verschillende beleidsterreinen te maken kan krijgen. Vanuit de horeca is daarom behoefte aan een contactpersoon die de belangen van de horeca binnen de gemeente tijdig kan signaleren. In dit kader is tevens de aanwezigheid van een vast contactpersoon horeca binnen het team Vergunningen van belang die vergunningaanvragen in behandeling kan nemen en eventueel kan begeleiden.
Op de site van de gemeente Kampen is een zogenoemd Ondernemersloket te raadplegen. Hier kunnen ondernemers productinformatie opvragen.
Zo wordt aangegeven dat ondernemers met algemene vragen over vergunningen, meldingen en ontheffingen terecht kunnen bij het team Vergunningen. Daarnaast wordt specifieke productinformatie weergegeven voor bijvoorbeeld: melding en vergunning milieubeheer, bouwvergunning, speelautomatenvergunning, Drank- en Horecavergunning en ontheffing Drank- en Horecawet.
Het Horecaoverleg is een structureel halfjaarlijks overleg tussen de gemeente en de horeca.
Namens de horeca zijn vertegenwoordigers aanwezig van de Stichting Kamper Kasteleins en Koninklijke Horeca Nederland.
Namens de gemeente is de burgemeester als voorzitter aanwezig. Daarnaast zijn vertegenwoordigers van Stadstoezicht, team Toezicht en Handhaving, team Participatie en Zorg en team Vergunningen aanwezig.
Onderwerpen die in het Horecaoverleg aan de orde komen zijn onder andere: Veilig Uitgaan, rookbeleid, ketenbeleid, paracommercie, deregulering.
8.4 Veilig Op Straat (VOS) overleg
Maandelijks vindt overleg plaats in het kader van het project Veilig Op Straat. Hierbij zijn vertegenwoordigers van de Stichting Kamper Kasteleins, de politie en de gemeente aanwezig. Dit overleg is vooral uitvoeringsgericht (zie verder hoofdstuk 3.1).
8.5 Procedure Drank- en Horecawetvergunning
De belangrijkste vergunning om drank te mogen verstrekken is de Drank- en Horecawetvergunning. In hoofdstuk 5.1.1 wordt reeds op de Drank- en Horecawet ingegaan. In bijlage 7 wordt de aanvraagprocedure beschreven die een horecaondernemer moet volgen. Het team Vergunningen neemt aanvragen voor Drank- en Horecawetvergunningen in behandeling.
De aanvraagprocedure wordt in een aantal stappen uitgesplitst:
Hierbij wordt vooral informatie ingewonnen en verstrekt. Van belang is onder andere of er sprake is van een commercieel of paracommercieel bedrijf.
Voor de inlevering van het aanvraagformulier met de benodigde aanvullende informatie wordt een afspraak gemaakt. Hierbij vindt controle op een aantal documenten plaats. Als een en ander compleet is ingediend, wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Stap 3 Behandeling aanvraag door gemeente
De gemeente neemt de aanvraag in behandeling en toetst de eisen op grond van de Drank- en Horecawet. Als alles in orde is, wordt de Drank- en Horecawetvergunning afgegeven.
Voor paracommerciële instellingen wijkt de behandeling van de vergunningaanvraag overigens af ten opzichte van een aanvraag voor een commerciële Drank- en Horecawetvergunning. Zo dienen bij een aanvraag van paracommerciële instellingen twee personen als leidinggevenden vermeld te worden op de vergunning. Daarnaast is het opstellen en inleveren van een bestuursreglement een verplichting en wordt de vergunning 6 weken ter inzage gelegd.
Bijschrijven leidinggevenden en wijziging lokaliteit
Voor het bijschrijven van nieuwe leidinggevenden hanteert de gemeente Kampen in het kader van deregulering en vooruitlopend op de nieuwe Drank- en Horecawet een praktische werkwijze. Onder een aantal voorwaarden wordt het bijschrijven van een leidinggevende op vereenvoudigde wijze en tegen lagere leges toegestaan.
Ook voor een wijziging van de lokaliteit is in bijlage 7 een procedure beschreven.
Stap 4 Behandeling aanvraag door College van Gedeputeerde Staten
Indien de gemeente de exploitant is van een horecainrichting, is het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel het bevoegd orgaan. Zij doorloopt dezelfde stappen als in bijlage 7 wordt beschreven.
In dit hoofdstuk wordt een opsomming gegeven van de aanbevelingen die in voorgaande hoofdstukken zijn opgenomen. Deze aanbevelingen dienen nader uitgewerkt te worden. Het is wenselijk dat bij de vaststelling van onderliggend Horecauitvoeringsbeleid tevens wordt besloten om te rapporteren over de verdere uitwerking van de aanbevelingen. Hierbij kan dan tevens in beeld worden gebracht wat de consequenties (capaciteit, financiën e.d.) zullen zijn.
Aanbeveling 1 Inzicht horecabestand
Maak aan de hand van de verschillende gegevensbronnen inzichtelijk hoeveel (para)commerciële horecabedrijven binnen welke categorieën in onze gemeente aanwezig zijn. Maak daarbij gebruik van het BIRO, het digitale Vergunning Informatie Systeem, gegevens VVV etc.
Stel een ontwikkelingsgerichte horecavisie op. Onderliggend Horecauitvoeringsbeleid is specifiek gericht op het beheer van de horeca. Een actuele visie op wat de gemeente nu en in de toekomst met de horeca voor ogen heeft is nodig om strategische keuzes te kunnen maken. Tevens kan met een actuele visie beter worden gestuurd op diversiteit en kwaliteit.
Aanbeveling 3 Prioriteit en aandacht voor horeca
Zorg dat horeca als beleidsonderwerp binnen de gemeente voldoende prioriteit en aandacht krijgt en houdt.
Aanbeveling 4 Keurmerk Veilig Uitgaan
Implementeer het stappenplan van het Keurmerk Veilig Uitgaan in de binnenstad van Kampen, om zo gezamenlijk te werken aan een verhoging van de veiligheid en het veiligheidsgevoel.
Aanbeveling 5 Onderzoek sluitingstijden ‘droge’horeca
Onderzoek in het kader van het hiervoor genoemde Keurmerk Veilig Uitgaan, de wenselijkheid van sluitingstijden voor de ‘droge’ horeca in relatie tot incidenten op uitgaansavonden.
Aanbeveling 6 Gevolgen rookverbod voor terrassenbeleid
Onderzoek de gevolgen van het rookverbod in relatie tot het terrassenbeleid en pas zonodig het terrassenbeleid aan.
Aanbeveling 7 Aanwijzing collectieve festiviteiten
Maak gebruik van de mogelijkheid voor het college om jaarlijks een aantal collectieve festiviteiten aan te wijzen. Hierdoor is voor zowel horecaondernemers als bewoners duidelijk wat bij specifieke festiviteiten wordt toegestaan.
Aanbeveling 8 Nadere regels ontheffing sterke drank
Stel vanuit alcoholmatigingsoogpunt nadere regels op voor het verstrekken van ontheffingen op grond van de Verordening beperking sterke drank 2001. Zo kan de aanwezigheid van sterke drank bij bijvoorbeeld jeugdactiviteiten worden tegengegaan.
Aanbeveling 9 Contactpersoon horeca
Maak vanuit de gemeente kenbaar welke contactpersonen voor de horeca beschikbaar zijn. Deze contactpersonen zijn voor zowel de horeca als voor de interne organisatie het aanspreekpunt voor horecagerelateerde zaken.
Aanbeveling 10 Ondernemersloket
Onderzoek het Ondernemersloket op toegankelijkheid, actualiteit en volledigheid van horeca-informatie.
Aanbeveling 11 Beschikbaarheid aanvraagprocedure
Zorg ervoor dat de aanvraagprocedure voor een Drank- en Horecawetvergunning via internet en informatiebrief beschikbaar is voor horecaondernemers.
Aanbeveling 12 Deskundigheid inspectie inrichtingseisen
Breng binnen de gemeente de taak van inspectie inrichtingseisen onder bij een deskundige, niet zijnde de vergunning verlener, die binnen een afgesproken termijn de inspectie uitvoert.
Bijlage 2 Beleidsregels terrassen
Beleidsregels voor het plaatsen van terrassen op de openbare weg
Ten aanzien van het plaatsen van terrassen worden de volgende beleidsregels geformuleerd, waarbij uitgegaan wordt van de normale omstandigheden. In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van deze beleidsregels.
Beleidsregel 1 : Obstakelvrije zone op en boven de openbare weg
Normale omstandigheden in acht genomen kunnen terrassen niet geplaatst worden op de voor de rijbaan bestemde gedeelten van de openbare weg. Op de voor de voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg zijn wel mogelijkheden, waarbij de absolute minimumnorm voor een vrije ruimte van 1,5 meter gehanteerd wordt. Op plaatsen waar dit, in verband de intensiteit van het gebruik door voetgangers nodig is, wordt de minimumnorm naar boven bijgesteld. Dit met inachtneming van de Richtlijn integrale toegankelijkheid openbare ruimte.
De vrije ruimte boven dit gedeelte dient minimaal 2,60 meter te bedragen; een zonneluifel mag dus nooit lager hangen. In bijzondere gevallen (evenementen) kan in afwijking van het bovenstaande het gebruik van de voor de rijbaan bestemde gedeelten van de openbare weg ten behoeve van de exploitatie van een terras worden toestaan. Hierbij speelt het waarborgen van de toegang voor direct aanwonenden en ook de veiligheidsdiensten een belangrijke rol. Een minimale doorgang van 4,0 meter is vereist.
Beleidsregel 2: minimale diepte van terrassen
Het in acht nemen van de obstakelvrije zone van minimaal 1,5 meter kan tot gevolg hebben dat de mogelijkheid van het exploiteren van een terras beperkt wordt tot een gebruik van minder dan 1 meter. Hoewel het plaatsen van terrasmeubilair dan nog wel mogelijk is zal dit in de praktijk ten koste gaan van de obstakelvrije zone ten gevolge van het gebruik door bezoekers. Gelet hierop wordt tegelijkertijd een minimale diepte voor een terras vastgesteld, die -naast de obstakelvrije zone - beschikbaar moet zijn voor het exploiteren van een terras. Deze dient zodanig te zijn dat in alle redelijkheid een terras kan worden geëxploiteerd. In een optimale situatie is een diepte van 2 meter de norm Wanneer dit tot gevolg heeft dat een bepaald terras niet gerealiseerd zou kunnen worden, kan het college overwegen een minimale diepte van 1.50 meter aan te houden Voor zover een terras direct aansluitend aan de gevel wordt gesitueerd kan een terrasdiepte van 1 meter worden toegestaan. Anderszins behoort de exploitatie van een terras niet tot de mogelijkheden.
Beleidsregel 3: Situering terrassen
Voor vergunning in aanmerking komende terrassen zijn gesitueerd in de onmiddellijke omgeving van het horecabedrijf, (direct) aansluitend aan de voor- of zijgevel van het pand en niet daarbuiten. Met schriftelijke toestemming van de eigena(a)r(en)/gebruiker(s) van naastgelegen panden mag een terras eventueel wel worden opgesteld voor de betreffende belendende percelen.
Het plaatsen van terrassen voor de gevel van andere (naastgelegen) panden kan overigens voor de duur van bijzondere gelegenheden (evenementen) worden toegestaan. Ter bescherming van de belangen van eigenaren/gebruikers van die panden zal jaarlijks maximaal 4 keer gebruik kunnen worden gemaakt van deze uitzondering. Ook hierbij geldt dat met schriftelijke toestemming van de eigena(a)r(en)/gebruikers(s) van naastgelegen panden, meer dan vier keer vergunning kan worden verleend.
Beleidsregel 4: Maximale oppervlakte van terrassen
Wanneer rekening gehouden wordt met al het hiervoor gestelde ten aanzien van "breedte" en obstakelvrije zone, zijn er met name in het centrum locaties voorhanden die volledig benut zouden kunnen worden voor het plaatsen van een terras. Aangezien dit niet overeen hoeft te stemmen met een ter plaatse beoogd straatbeeld, is het college bevoegd aan het terras een maximum-oppervlakte te verbinden.
Beleidsregel 5: Terrasschotten
Om bezoekers van terrassen uit de wind te laten zitten, mogen terrasschotten worden geplaatst, mits het geen voor- en tussenschotten parallel aan de weg betreft. Reclame is niet toegestaan. Een maximale hoogte van 1.50 meter is voldoende om aan dit doel te voldoen, waarvan de minimaal de bovenste 75 cm volledig transparant. De lengte van de terrasschotten is afhankelijk van de breedte van het betreffende terras, maar mag nooit langer zijn dan de maximaal toegestane breedte van het terras (diepte). De terrasschotten dienen bovendien demontabel/inklapbaar te zijn, zodat zij kunnen worden verwijderd gedurende de tijden, dat de terrassen niet worden geëxploiteerd en de tafeltjes en stoelen van het terras zijn verwijderd. Uitzondering op vorenstaande is het gebied in de stad Kampen waarop het Beeld Kwaliteitsplan Oudestraat van toepassing is. Het plaatsen van terrasschotten is aldaar uitdrukkelijk niet toegestaan.
Beleidsregel 6: Terrasinrichting
Aangezien - onder meer in het straatbeeld van Kampen - kwaliteit wordt nagestreefd, is het voor de hand liggend ook ten aanzien van de inrichting van terrassen kwaliteitscriteria op te stellen. Zo hebben stoelen van naturelkleurig rotan, riet of materiaal dat oogt als rotan/riet veruit de voorkeur, doch worden niet verplicht gesteld.
Voor terrasstoelen en -tafels in het gebied dat beheerst wordt door het Beeld Kwaliteitsplan Oudestraat (Kampen) geldt de specifieke eis dat deze een frame moeten hebben van duurzaam materiaal (dus geen kunststof).
Parasols (incl. voet), uitsluitend toegestaan in effen kleur (geen reclame!), mogen alleen toegepast indien zij een semi-permanent karakter hebben en als afzonderlijke elementen herkenbaar blijven. Bovendien moeten deze inklapbaar zijn en parasolvoeten verwijderd kunnen worden. In uitgeklapte toestand moet zich de onderkant van de volant op minimaal 2.60 meter hoogte bevinden, terwijl de afmeting (doorsnede) beperkt wordt tot 3 meter. Verlichtings- en verwarmingselementen mogen alleen op een terras direct grenzend aan een pand aangebracht worden aan de gevel. Bij wijze van uitzondering kan, ingeval de maatvoering van het terras tot gevolg heeft dat de op deze wijze aangebrachte verlichting dan wel verwarming ondercapaciteit tot gevolg heeft, in overleg met de brandweer en de gemeente gezocht worden naar een passende oplossing.
De vergunning is alleen van kracht gedurende het terrasseizoen, ofwel de maanden april tot en met oktober. Het terrasmeubilair, schotten en andere bij het terras behorende voorwerpen dienen buiten het seizoen van de openbare weg verwijderd te zijn.
Beleidsregel 8: Openingstijden van terras
Het terras mag alleen opgesteld staan op de dagen dat de inrichting waartoe het terras behoort geopend is. Voor terrassen in het centrumgebied geldt als sluitingstijd 24.00 uur. Terrassen gelegen in delen van de gemeente welke met name een woonbestemming kennen is 23.00 uur de sluitingstijd.
Uiterlijk een half uur na Sluitingstijd dient het terrasmeubilair op zijn minst opgestapeld te zijn en bij voorkeur voorzien van ketting en slot. Voor zover mogelijk dient het terrasmeubilair inpandig te worden opgeslagen. Een en ander ter voorkoming van diefstal en vandalisme (overlast).
Beleidsregel 9: Opbouwen van het terras
Het opbouwen van het terras mag in het centrum van Kampen (Oudestraat ca.) eerst plaatsvinden na 11.00 uur. Dit vanwege de bevoorrading van winkels welke tot 11.00 uur is toegestaan.
Beleidsregel 10: Afval op openbare weg ten gevolge van gebruik van terras
De vergunninghouder dient ervoor zorg te dragen dat het terras en de naaste omgeving daarvan (ca. 25 meter) vrij blijven van afval en andere ongerechtigheden afkomstig van of veroorzaakt door het gebruik van het terras.
Ten aanzien van maximale geluidsniveaus gelden voor het terras de normen van de bijbehorende inrichting. Bij de vaststelling van eventuele overschrijding van de toegestane geluidsniveaus mag geen rekening worden gehouden met menselijk stemgeluid. Voortdurende klachten over overlast van terrasbezoekers kan echter wel leiden tot nadere regels ten aanzien van het terras, bijvoorbeeld met betrekking tot een tijdstip waarop het terras niet meer in gebruik mag zijn.
Beleidsregel 12: Gedragsregels
De vergunninghouder is gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om hinder en overlast, veroorzaakt door de op een terras aanwezige bezoekers, te voorkomen of beperken.
Beleidsregel 13: Gebruiksvoorwaarden bij terras op gemeentegrond
gedurende de periode dat door of vanwege de gemeente of vanwege nutsbedrijven werkzaamheden in of aan de grond moeten worden uitgevoerd, dit in te richten als terras. Over de periode dat de houder geen gebruik kan maken van de gemeentegrond bestaat geen recht op restitutie van belasting of schadevergoeding.
Ter afbakening van de grenzen van het terras worden - waar nodig - op de openbare weg markeringen aangebracht, die voor partijen duidelijkheid scheppen. Deze markeringen worden aangebracht door de gemeente, bijvoorbeeld door plaatsing van zgn. punaises.
Beleidsregel 15: Precariobelasting
Voor zover het terras op gemeentegrond wordt ingenomen is precariobelasting verschuldigd. Alhoewel aangenomen wordt dat de vergunningvoorschriften zullen worden nageleefd, moet rekening gehouden worden met het feit dat intrekking van de terrasvergunning tevens zal leiden tot intrekking van de toestemming tot het gebruik van gemeentegrond.
Beleidsregel 16: Legestarieven
Een terras mag niet worden ingericht zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van de burgemeester. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag terrasvergunning is een vergoeding verschuldigd. De hoogte daarvan wordt jaarlijks vastgesteld en opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Legesverordening.
Beleidsregel 17: Geldigheidsduur vergunning
De vergunning is geldig tot wederopzegging, met een maximum van 5 jaar. De aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend, onder overlegging van een tekening op schaal.
Aldus vastgesteld door de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester
Terrassen op de Plantage, versie maart 2009
Voor het plaatsen van terrassen kent de gemeente Kampen beleidsregels (juli 2006). Voor de Plantage, hét horecaplein in de binnenstad van Kampen, zijn nadere regels geformuleerd.
Op het plein worden de terrassen gesitueerd volgens een zogenaamd 'terrassenplan'. Dit terrassenplan maakt onderdeel uit van de terrasvergunning. In het plan is onderscheid gemaakt in vrij liggende en gevelterrassen.
Van een gevelterras is sprake als het terras direct aan de gevel van de horeca-inrichting is gelegen.
Een gevelterras is in het algemeen niet breder dan de gevel van het bedrijf waartoe het terras behoort.
Op de Plantage krijgt iedere horeca-inrichtinq in principe een terras grenzend aan de gevel van het pand tot aan de eerste bomenrij. Uitzondering hierop vormen de horeca-inrichtingen aan de Hofstraat. Deze bedrijven kunnen in verband met het vrijhouden van de noodzakelijke doorgangen geen gevelterras exploiteren.
Omdat het plein mede gezien de centrale ligging in de binnenstad bij uitstek geschikt is voor een (recreatieve) terrasfunctie, wordt aan exploitanten met een gevelterras de mogelijkheid geboden om beschikbare ruimte voor een aangrenzend pand als terras in te richten. Voor deze extra m2 dient ook vergunning aangevraagd en precario betaald te worden. De gebruiker van het betreffende pand dient schriftelijk toestemming te verlenen aan de exploitant van de horeca-inrichting. Het terras is in dat geval breder dan de gevel van de horeca-inrichting waartoe het behoort.
Van een vrij liggend terras is sprake als het terras van een horeca-inrichting wordt gescheiden door een voetgangers- of andere verkeersstrook. De terrassen in de middenzone van de Plantage zijn vrij liggende terrassen. De exploitanten van de huidige horeca-inrichtingen aan de Hofstraat kunnen op verzoek een vrij liggend terras in de middenzone - grenzend aan de Hofstraat - toegewezen krijgen. De uiterste grens van dat terras ligt niet verder dan circa 25 meter (gemeten vanaf de toegangsdeur van het betreffende bedrijf). Er is gekozen voor het laten samenvallen van deze grens met die van een horeca-inrichting aan de andere zijde van de doorgang die de terrassen scheidt. Dit mede in verband met de overige beschikbare ruimte in de middenzone van het plein.
De aangrenzende horeca-inrichtingen krijgen als eerste de gelegenheid een vergunning aan te vragen voor de overige beschikbare ruimte in de middenzone. De begrenzingen van de gevelterrassen kunnen dan doorgetrokken worden als begrenzingen van de bijbehorende vrij liggende terrassen. Als de aangrenzende horeca-inrichtingen geen belangstelling hebben, kunnen andere horeca-inrichtingen een vergunning aanvragen. Deze horeca-inrichtingen dienen binnen 25 meter (gemeten tussen de toegangsdeur van het betreffende bedrijf en de uiterste grens) van het bedoelde terras gevestigd te zijn.
De gevelterrassen en de vrij liggende terrassen worden van elkaar gescheiden door een voetgangers- of verkeersstrook. Dit zijn doorgangen die vrijgehouden dienen te worden van obstakels. De doorgangen zijn noodzakelijk voor de bereikbaarheid van de horeca-inrichtingen en de doorstroming van voetgangersverkeer. De brede verkeersstrook moet bovendien doorgang bieden aan de hulpdiensten (politie, brandweer en ambulance). Niet aangegeven in het terrassenplan, maar ook vrij te houden van obstakels zijn de entrees en nooduitgangen van zowel horeca-inrichtingen als aangrenzende bedrijven en (boven)woningen.
Het terrassenplan voor de Plantage regelt in principe de locatie van de terrassen van de horeca-inrichtingen aan het plein. De situatie op het plein is (nog) niet zodanig dat alle dagen gebruik gemaakt kan worden van de aangewezen locaties. De (zaterdag)markt speelt hierbij een rol. Verder kan de burgemeester bij evenementen de terrasvergunning tijdelijk intrekken.
Op zaterdag neemt de markt rug aan rug plaats in de middenzone van het plein. Dit betekent dat in principe alle vrij liggende terrassen op zaterdag pas na het beëindigen van de markt opgesteld kunnen worden. Alle gevelterrassen kunnen op zaterdag ongehinderd gebruikt worden.
Op dit moment beslaat de markt echter niet de gehele middenzone. De horeca-inrichtingen aan de Hofstraat kunnen zo (een deel van de) toegewezen m2 als terras inrichten. Zodra de zaterdagmarkt als gevolg van uitbreiding door branchedifferentiatie meer ruimte nodig heeft, gaat dit ten koste van deze terrassen. De markt heeft op zaterdag voorrang.
De losse standplaatshouders nemen tijdens het terrasseizoen niet langer een plaats in de middenzone van de Plantage in. Dit betekent dat op de doordeweekse dagen alle vrij liggende terrassen in de middenzone geplaatst kunnen worden. Voor de periode buiten het terrasseizoen is afgesproken dat de standplaatshouders in de middenzone plaatsnemen. Rug aan rug, vergelijkbaar met de zaterdagmarkt.
In de middenzone van het plein ontbreken 'natuurlijke' grenzen. Hier is de noodzakelijke markering door de gemeente in de bestrating aangebracht. Dit schept duidelijkheid voor de horecaondernemers, maar markeert bovenal de doorgangen voor bijvoorbeeld de hulpdiensten. Het is niet toegestaan zelf markeringen aan te brengen of te laten aanbrengen. De horecaondernemer dient er op toe te zien dat zijn/haar terras binnen de gestelde grenzen blijft.
Het terrasmeubilair van de qevelterrassen kan dit jaar in het terrasseizoen, bij wijze van proef, permanent blijven staan. Het terrasmeubilair van de vrij liggende terrassen dient buiten de openingstijden van de horeca-inrichting binnen opgeslagen te worden. Eventueel kan dit meubilair in het terrasseizoen op een gevelterras opgestapeld opgeslagen worden. Het is uitdrukkelijk verboden het terrasmeubilair om of aan de bomen op de Plantage te bevestigen.
Op diverse locaties in de binnenstad zijn en/of worden voorzieningen gemaakt voor het stallen van fietsen (onder de Stadsbrug, inpandige stalling Broederkerk, voorplein Broederstraat 27 en nabij de Bovenkerk). Er geldt intussen een fietsparkeerverbod op de Plantage, het gedeelte van de Oudestraat grenzend aan de Plantage én de Botermarkt.
Het is mogelijk voor het winterseizoen een vergunning voor een winterterras aan te vragen. Een winterterras is een gevelterras aan de horeca-inrichting bestaande uit enkele tafeltjes en stoelen (één rij langs de gevel). Het plaatsen van heaters is in verband met millenniumdoelstellingen en in het kader van klimaatdoelstellingen niet toegestaan.
De gemeente is bevoegd op basis van de APV, om de terrassen bestuursrechtelijk te handhaven. Het toezicht vindt plaats in samenwerking met Stichting Stadstoezicht. De bestuursrechtelijke handhaving vindt plaatst door het team Toezicht en Handhaving. Er zijn twee mogelijkheden om te handhaven:
last onder dwangsom en bestuursdwang. In het eerste geval kan dit een boete per dag/overtreding zijn. Bij Bestuursdwang kan dit het innemen van het terrasmeubilair als gevolg hebben. Het toezicht zal zich met name richten op de plaatsbepaling van de terrassen (afstand tot de rijbaan). In overleg met de politie kan er gekozen worden voor strafrechtelijke handhaving. In het nieuwe horecauitvoeringsbeleid komt een sanctiebeleid (stappenplan bij overtredingen) voor alle handhavingstaken voor wat betreft de horeca.
Bijlage 5 Verordening beperking sterke drank 2001
De raad van de gemeente Kampen,
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 december 2000,
Gelet op de bepalingen van de Gemeentewet en de Drank- en Horecawet
Besluit vast te stellen de volgende:
VERORDENING BEPERKING STERKE DRANK 2001
Het is in de gemeente verboden anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:
Het is verboden bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken in een inrichting als bedoeld in artikel 1, letters b tot en met g.
is met redenen omkleed en wordt aan de verzoeker bij aangetekende brief toegezonden.
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening beperking sterke drank 2001.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 januari 2001.
Horecasanctiebeleid GEMEENTE KAMPEN
Al langere tijd werken politie, de horeca en de gemeente Kampen samen om een aantrekkelijk, gezellig en veilig uitgaansleven in Kampen te bewerkstelligen. Het Veilig Op Straat project is hiervan het meest aansprekende voorbeeld.
Kampen wil graag ruimte bieden aan ondernemers, maar het ondernemen dient binnen de bestaande wet- en regelgeving plaats te vinden. Reeds in 2000 is de samenwerking tussen horeca, politie, Koninklijke Horeca Nederland en de burgemeesters van de gemeenten Kampen en IJsselmuiden geformaliseerd in een “Convenant”. In het Horecauitvoeringsbeleid is als aanbeveling reeds opgenomen dat het Convenant geëvalueerd dient te worden. Tot op heden ontbreekt het aan een eenduidig vastgesteld horecasanctiebeleid.
Het doel van voorliggend horecasanctiebeleid is om overlastproblemen en overtredingen goed te kunnen aanpakken, herhaling te voorkomen en duidelijkheid te verschaffen over hoe de gemeente en politie omgaan met overtredingen van horecaondernemers. Het Horecasanctiebeleid van de gemeente Steenwijkerland heeft als voorbeeld en kader voor onderliggend Horecasanctiebeleid gediend. De daarvoor in aanmerking komende wet- en regelgeving is in kaart gebracht en er zijn stroomschema’s opgesteld waarin wordt aangegeven op welke wijze handhaving plaatsvindt. Het optreden van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavers wordt hiermee inzichtelijk gemaakt, zodat beide activiteiten elkaar versterken in hun effect en er een uniforme benadering van de diverse geconstateerde overtredingen ontstaat. Door een eenduidige en eensluidende strategie te hanteren zijn de verwachtingen over en weer helder. Dat draagt bij aan een meer efficiënte samenwerking tussen de partijen en de doelstelling om het uitgaansgeweld en hieraan gerelateerde openbare orde problemen te verminderen in Kampen.
In hoofdstuk 2 zijn de begrippen en definities beschreven die zijn gehanteerd in dit horecasanctiebeleid.
Vervolgens is in hoofdstuk 3 tot en met 10 de sanctieprocedure uiteengezet voor respectievelijk de volgende overtredingen:
Bij elke overtreding is zowel de wettelijke grondslag als de toezicht- & handhavingprocedure beschreven in geval van overtreding. Dit is tevens in elk hoofdstuk in een overzichtelijk stroomschema gepresenteerd.
In de praktijk zal moeten blijken of dit horecasanctiebeleid voldoet aan de verwachtingen. Hiertoe zal een evaluatie van dit beleid worden uitgevoerd 1 jaar na inwerkingtreding. Indien nodig zal het beleid worden aangepast. Verder vindt aanpassing plaats indien in een eerder stadium wet- en regelgeving wordt gewijzigd.
In dit hoofdstuk worden enkele begrippen uitgelegd die op de verschillende toezicht- en handhavingschema’s van toepassing zijn. Uit de schema’s valt op te maken dat onderlinge afstemming en samenwerking belangrijk is. In het kader van de handhaving zijn diverse rollen weggelegd voor de politie, de gemeente, andere toezichthouders en het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor het strafrechtelijk traject en de gemeente voor het bestuursrechtelijk traject. Daar waar gemeentelijke opsporingsambtenaren (BOA’s) worden ingezet, kan niet alleen door de politie maar tevens door deze buitengewone opsporingsambtenaren een proces-verbaal worden opgemaakt en zodoende kan het strafrechtelijk traject worden ingezet. Uitgangspunt is dat als primair handhavingtraject het bestuurlijk traject wordt gehanteerd. Bij sommige overtredingen zal gekozen moeten worden voor beide trajecten. Afstemming tussen de betrokken handhavingpartners is daarbij essentieel.
Op horecabedrijven is een diversiteit aan regelgeving van toepassing. In hoofdstuk 5 van het Horecauitvoeringsbeleid wordt hier reeds specifiek op ingegaan. Hieronder wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de vigerende wet- en regelgeving voor horecavoorzieningen. In de hoofdstukken 3 t/m 10 zijn de specifieke wetsartikelen die van toepassing zijn op de betreffende overtreding opgenomen.
- Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Bestuursrechtelijke handhaving is geregeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van de bestuursrechtelijke handhaving bestaat een groot aantal instrumenten. Bestuursdwang en de last onder dwangsom zijn de meest bekende en worden in de praktijk ook het meest gebruikt. De instrumenten voor bestuursrechtelijke handhaving zijn uiteengezet in paragraaf 2.3.
Onder bepaalde omstandigheden is het noodzakelijk om strafrechtelijk op te treden in plaats van of in aanvulling op het bestuursrechtelijk optreden. Sancties in het strafrecht worden door een onafhankelijke en onpartijdige rechter opgelegd. De relatie tussen bestuursrechtelijke handhaving en strafrechtelijke handhaving is beschreven in paragraaf 2.3 en 2.4.
Artikel 125 lid 1 van de Gemeentewet biedt gemeenten de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen. Lid 2 van dit artikel heeft als hoofdregel dat de bevoegdheid tot toepassen van bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college van burgemeester en wethouders indien dit dient, tot handhaving van regels die het gemeentebestuur heeft vastgesteld. Lid 3 van artikel 125 geeft de bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang aan de burgemeester wanneer het gaat om de regels welke de burgemeester uitvoert.
Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kunnen overtredingen van regelgeving in verordeningen strafbaar worden gesteld met maximaal drie maanden hechtenis of met de oplegging van een geldboete van de tweede categorie. Dit betekent, dat op het moment dat een overtreding plaatsvindt, aangifte kan worden gedaan. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie om tot strafvervolging over te gaan. Dit kan naast het bestuurlijke handhavingtraject lopen.
- Wet milieubeheer / Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)
Op horecabedrijven zijn de regels van de Wet milieubeheer (Wm) van toepassing. Meer in het bijzonder gelden daarvoor de regels van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, een op basis van de Wet milieubeheer gebaseerde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Aan dit besluit zijn voorschriften verbonden ter bescherming van het milieu.
In deze wet is een aantal overtredingen van bepalingen uit andere Wet- en regelgeving opgenomen als strafbaar feit c.q. misdrijf of delict. Daarnaast is in deze wet een aantal strafbepalingen en maatregelen opgenomen die het Wetboek van Strafrecht niet kent. Handhaving op grond van deze wet valt onder strafrechtelijke handhaving en het Openbaar Ministerie is terzake bevoegd.
De Drank- en Horecawet – die is gewijzigd op 1 maart 2005 - regelt de uitoefening van het horecabedrijf en de verstrekking anders dan om niet van alcoholhoudende drank, vanuit sociaalhygiënische en sociaal-economische motieven. De wet regelt niet de verstrekking van alcoholhoudende drank vanuit openbare orde motieven en ziet evenmin op verstrekking van alcoholvrije drank. Artikel 36 van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen.
De Opiumwet verbiedt het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen van hard- en softdrugs. Harddrugs zijn als stoffen met een onaanvaardbaar risico geplaatst op lijst 1 van de wet. Softdrugs staan op lijst 2. In de praktijk worden coffeeshops in bepaalde gevallen gedoogd. Het gedoogbeleid wordt geregeld in de instructie van het Openbaar Ministerie en is primair de bevoegdheid van de burgemeester. In Kampen is sprake van een zogenoemde nuloptie. Dit betekent dat coffeeshops niet formeel worden gedoogd.
In de Wet op de Kansspelen staat dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester één of meer speelautomaten aanwezig te hebben in horecagelegenheden. In de Wet op de Kansspelen is onderscheid gemaakt tussen laag- en hoogdrempelige inrichtingen. In de gemeentelijke Algemene plaatselijke verordening is vastgelegd dat in hoogdrempelige inrichtingen twee speelautomaten zijn toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.
- Algemene plaatselijke verordening gemeente Kampen 2001
De Gemeentewet biedt de gemeenteraad een verordende bevoegdheid zolang deze niet in strijd is met een hogere wetgeving. In de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Kampen 2001 (verder: Apv) is deze bevoegdheid uitgewerkt. De overlast voor burgers ten gevolge van het vestigen van horecabedrijven kan groot zijn. Om deze reden heeft de gemeente de mogelijkheid een vergunningensysteem te hanteren welke is uitgewerkt in de artikelen 2.3.1.1 t/m 2.3.1.9 van de Apv (exploitatievergunning). Onlangs is vanuit dereguleringsgedachte de exploitatievergunningplicht voor horecabedrijven geschrapt. Momenteel vindt echter discussie plaats over herinvoering van deze vergunningplicht. De uitkomst hiervan staat nog niet vast. Voor terrassen blijft deze vergunningplicht bestaan.
- Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit)
Vanaf 1 november 2008 gelden, door inwerkingtreding van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit), landelijke regels voor het brandveilig gebruik van gebouwen.
Tevens is met de uniformering ook het aantal gebruiksvergunningplichtige bouwwerken fors verminderd. Een gebruiksvergunning is alleen nog nodig voor de meest risicovolle vormen van gebruik, bijvoorbeeld basisscholen, kinderdagverblijven met meer dan tien kinderen, hotels en tehuizen met meer dan tien bedden. In alle overige gevallen vervalt de vergunningplicht en geldt een meldingsplicht met algemene regels. Het Gebruiksbesluit hanteert grotendeels dezelfde brandveiligheidsregels als de Bouwverordening.
In een bestemmingsplan legt de gemeente vast voor welke doeleinden men de grond mag bebouwen en gebruiken. Een bestemmingsplan voorkomt dat horeca-inrichtingen overal kunnen worden gerealiseerd. Het college van burgemeester en wethouders draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op het toezicht op de naleving van de in het bestemmingsplan opgenomen regels.
2.3 Bestuursrechtelijke handhaving
Regelgeving is één van de middelen om beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. Het doen naleven van deze regelgeving is de rechtshandhaving. Toezicht en handhaving van de regelgeving liggen in handen van de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders (verder: bestuursorgaan) als het gaat om bestuursrechtelijk handhaven en bij het Openbaar Ministerie als het gaat om de strafrechtelijke handhaving. Belangrijke verschillen tussen strafrecht en bestuursrecht zijn, dat sancties in het strafrecht door een onafhankelijke en onpartijdige rechter worden opgelegd en zijn gericht op vergelding. In het bestuursrecht worden de sancties door het gemeentebestuur opgelegd, achteraf te beoordelen door de rechter. Deze sancties zijn gericht op herstel van de illegale situatie.
In dit horecasanctiebeleid wordt de bestuursrechtelijke procedure toegelicht en de mogelijk daarbij te hanteren instrumenten. Daar waar er sprake is van gelijk optreden met het strafrechtelijk traject, wordt deze tevens vermeld. Bestuursrechtelijke instrumenten zijn:
- 1e schriftelijke waarschuwing
Na het constateren van een overtreding van de voorschriften, krijgt de horeca-exploitant een 1e schriftelijke waarschuwing. Deze overtreding kan betrekking hebben op een activiteit/handeling zonder melding/vergunning, dan wel een overtreding van de wet- en regelgeving of de voorschriften verbonden aan een verleende melding/vergunning. In deze brief/kennisgeving van de constatering laat het bevoegd bestuursorgaan aan de overtreder weten welke overtreding is geconstateerd. Daarnaast wordt gemeld dat een volgende overtreding niet wordt geaccepteerd en handhavend zal worden opgetreden. Bovendien wordt verzocht te verklaren wat de oorzaak van de overtreding is geweest en welke maatregelen genomen worden om herhaling te voorkomen. Dit alles zal binnen een in de brief vermelde termijn moeten plaatsvinden.
Let wel. Er kunnen zich situaties/overtredingen voordoen waarbij een schriftelijke waarschuwing overbodig dan wel niet zinvol wordt geacht, omdat er sprake is van een spoedeisende situatie. In die gevallen wordt direct overgegaan tot het doen uitgaan van een bestuurlijke voorwaarschuwing.
- Bestuurlijke voorwaarschuwing
Na de 1e schriftelijke waarschuwing worden inspecties uitgevoerd. Indien nog steeds overtredingen plaatsvinden, wordt aan de hand van de aard en de zwaarte van de overtreding een afweging gemaakt tussen de instrumenten welke vervolgens kunnen worden ingezet om effectief te kunnen optreden: bestuursdwang of een last onder dwangsom.
bestuursdwang: dit instrument is van oudsher het instrument geweest waarmee overtredingen worden aangepakt. Er kunnen zich overtredingen voordoen waarbij het instrument bestuursdwang weliswaar toegepast kan worden, maar er toch sprake is van disproportioneel optreden. Deze overtredingen lenen zich dus voor een alternatief sanctie-instrument, de last onder dwangsom.
Beide beschikkingen moeten worden voorafgegaan door een bestuurlijke voorwaarschuwing. Bij spoedeisende gevallen is er een mogelijkheid om deze stap over te slaan. In de bestuurlijke voorwaarschuwing wordt het voornemen tot het treffen van een sanctiemiddel aangekondigd. Tevens wordt er opnieuw een termijn gegeven waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. De overtreder kan zijn zienswijze5 over het standpunt en het voornemen van het bestuursorgaan bekendmaken. Die zienswijze wordt meegenomen bij de verdere besluitvorming. Met inachtneming van de zienswijze wordt besloten tot het doen uitgaan van een bestuurlijke aanschrijving.
5Artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht geeft aan dat de belanghebbende die de overtreding heeft begaan “gehoord” moet worden, zodat zijn/haar zienswijze bekend kan worden gemaakt.
Tegen de bestuurlijke aanschrijving (bestuursdwang of last onder dwangsom) kan binnen 6 weken na bekendmaking, bezwaar worden ingediend bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Naast het bezwaar kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad. In die gevallen waar sprake is van overtredingen op grond van de Wet Milieubeheer, kan een dergelijk verzoek worden ingediend bij de Voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In de aanschrijving is een begunstigingstermijn opgenomen. Als na afloop van deze termijn, bij controle opnieuw een overtreding wordt geconstateerd, wordt een aangekondigde dwangsom verbeurd. Na invoering van de 4e Tranche van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de dwangsom door middel van een invorderingsbeschikking opgeëist. Tegen dit besluit is bezwaar en beroep mogelijk.
In het geval van bestuursdwang zal worden medegedeeld wanneer tot uitvoering van bestuursdwang wordt overgegaan. Tegen die schriftelijke mededeling staat geen bezwaarmogelijkheid open, maar moet de overtreder in verzet gaan bij de rechtbank. Na invoering van de 4e Tranche van de Algemene wet bestuursrecht ziet de procedure er alsvolgt uit: indien na de gegeven begunstigingstermijn in de aanschrijving de overtreding niet ongedaan is gemaakt, dan wordt de overtreding ongedaan gemaakt door de gemeente. De kosten die daarbij worden gemaakt, worden verhaald op de overtreder. Dit gebeurt door middel van een kostenbeschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.
Bestuursdwang en last onder dwangsom mogen niet tegelijkertijd uitgevoerd worden. Wil de gemeente een last onder dwangsom opleggen en daarna bestuursdwang toepassen dan moet zij eerst de last onder dwangsom intrekken voordat bestuursdwang toegepast kan worden6. De mogelijkheid bestaat wel om na afloop van een last onder dwangsom als bijvoorbeeld het maximumbedrag is bereikt, een nieuwe last onder dwangsom op te leggen of bestuursdwang toe te passen. De financiële prikkel zou dan misschien wel aanwezig zijn als het dwangsombedrag een stuk hoger ligt. Daarna rest in feite geen andere weg dan het toepassen van bestuursdwang.
6Artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht: Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang wordt niet opgenomen zolang een ter zake van de betrokken overtreding reeds gegeven beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom niet is ingetrokken.
De juridische basis voor het instrument bestuursdwang staat vermeld in artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 36 van de Drank- en Horecawet en artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht. Het toepassen van bestuursdwang is bedoeld om illegale situaties op te heffen. De overtreder wordt aangeschreven om binnen een gestelde termijn (begunstigingstermijn) de overtreding ongedaan te maken. Hij/zij moet het wel in zijn/haar macht hebben om de overtreding ongedaan te maken. In de brief wordt uitdrukkelijk vermeld dat, mocht de overtreder geen gevolg geven aan de oproep, het bevoegd gezag na afloop van de begunstigingstermijn zal besluiten de overtreding op te heffen op kosten van de overtreder. De beschikking dient een duidelijke en onvoorwaardelijke lastgeving te bevatten: wat dient de overtreder te doen om toepassing van bestuursdwang te voorkomen? De last moet een duidelijke omschrijving van de te nemen maatregelen bevatten en deze moeten voor de overtreder uitvoerbaar zijn.
De last onder dwangsom kan als dwangmiddel worden gebruikt om de overtreding te beëindigen. Nadat de beschikking van kracht is geworden, wordt bij constatering van een overtreding na afloop van de begunstigingstermijn, per overtreding een dwangsom verbeurd. Aan de last onder dwangsom is geen wettelijk maximum verbonden. Het vastgestelde bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de overtreding en het geschonden belang.
Het opstellen van een dwangsombeschikking is gebonden aan een aantal essentiële vereisten. Bij het opstellen van de beschikking dient rekening te worden gehouden met zowel formele als materiële aspecten.
- Preventieve handhavingbeschikking
Het is mogelijk om in situaties waarbij er geen overtreding(en) is(zijn) geconstateerd, toch bestuursdwang toe te passen of een last onder dwangsom op te leggen. In die gevallen is er sprake van een preventieve handhavingbeschikking. Voorwaarde hiervoor is dat het gevaar voor herhaling klaarblijkelijk is. Eerder gedane constateringen en/of uitspraken (“ik blijf die activiteit toch uitvoeren”), alsmede dossiervorming, zijn belangrijke randvoorwaarden om een dergelijk instrument toe te passen en ook te doen slagen. In het geval van overtreding van de sluitingstijden (zie hoofdstuk 4), wordt dit instrument toegepast als bij een onderneming twee keer een overtreding wordt geconstateerd. In dat geval volgt na de in de bestuurlijke voorwaarschuwing opgenomen hoortermijn, direct een bestuurlijke aanschrijving. Uitgangspunt is, dat een geconstateerde overtreding daarna direct leidt tot effectuering en een proces-verbaal (strafrecht).
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij spoedeisend optreden gewenst is. Het direct toepassen van bestuursdwang kan gebeuren bij ernstige overtredingen en overtredingen waarbij directe actie noodzakelijk is, zoals overtredingen die een gevaar vormen voor de volksgezondheid, milieu en veiligheid. In dergelijke gevallen zal geen gebruik worden gemaakt van een 1e schriftelijke waarschuwing en de bestuurlijke voorwaarschuwing. Een bestuurlijke aanschrijving zal direct worden opgemaakt en het hoofd van het team Toezicht en Handhaving is gemandateerd tot het inzetten van directe handhavingactie(s). Tevens staat de mogelijkheid open voor het opmaken van een proces-verbaal.
- Bestuurlijke strafbeschikking/bestuurlijke boete
Met ingang van 1 januari 2009 is de mogelijkheid geopend dat aangewezen bestuursorganen en/of Buitengewone opsporingsambtenaren bestuurlijke strafbeschikkingen voor de openbare ruimte kunnen uitvaardigen. Deze mogelijkheid wordt geboden voor die overtredingen waarbij een geldboete kan worden opgelegd. De werkwijze daarbij is globaal dat een Boa een overtreding constateert en daarbij een aankondiging van beschikking doet aan de overtreder. Deze wordt vervolgens via een internetverbinding zonder tussenkomst van de politie rechtstreeks naar het Centraal Justitieel Incassobureau gezonden. Deze nieuwe werkwijze zal gevolgen hebben voor de werkwijze van de Boa's, die voor deze nieuwe bevoegdheden moeten worden geschoold. Het besluit zal vanaf 1 januari 2009 gefaseerd in werking treden voor een aantal grote gemeenten. Vanaf 1 januari 2010 zal het besluit breder van toepassing worden.
Daarnaast is het vanaf 1 januari 2009 mogelijk om op basis van de Wet bestuurlijke boete voor overlast in de openbare ruimte een zogenaamde bestuurlijke boete op te leggen. Gemeenten hebben zelf de mogelijkheid te bepalen of zij gebruik wensen te maken van de bestuurlijke boete of de strafrechtelijke boete. Daarnaast dient een duidelijke keus te worden gemaakt voor de soort boeten die de gemeente wenst te hanteren. Een duaal stelsel is niet mogelijk. Het verschil tussen de strafrechtelijke en de bestuurlijke boete is gelegen in de wijze van inning en de bezwaar- en beroepsmogelijkheden. De bestuurlijke boete wordt geïnd door de gemeente, die tevens is belast met de bezwarenbehandeling. Bij de strafrechtelijke boete is de inning in handen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau. In 2009 zal een voorstel voor implementatie volgen. Getracht wordt het voorstel voor implementatie in samenwerking met de gemeenten Zwartewaterland, Staphorst en Steenwijkerland op te stellen.
2.4 Strafrechtelijke handhaving
Het strafrecht heeft in dit horecasanctiebeleid een eigen positie. Los van de bevoegdheden die het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester hebben om bestuursrechtelijke sanctiemaatregelen te treffen, kan het Openbaar Ministerie initiatief nemen tot bijvoorbeeld het opmaken van een proces-verbaal. In dit horecasanctiebeleid wordt aangegeven op welke momenten de politie, als uitvoerder van het Openbaar Ministerie wordt ingeschakeld en op welke momenten zij geacht wordt proces-verbaal op te maken. Overigens kunnen beide trajecten gelijktijdig worden ingezet. In zoverre zijn deze dus complementair. Uitgangspunt in dit sanctiebeleid is dat in onderling overleg de geconstateerde overtredingen worden besproken en de te nemen maatregelen op elkaar worden afgestemd. Hiertoe vindt wekelijks afstemming tussen het team Toezicht en Handhaving en de politie plaats, waarbij de nodige informatie wordt uitgewisseld.
3. Handelen zonder vergunning/ontheffing
7Het handelen zonder bouwvergunning en handelen in strijd met bestemmingsplan wordt als separaat traject beschouwd en is hier buiten beschouwing gelaten.
De controles op het handelen zonder vergunning/ontheffing zijn erop gericht om illegale situaties te voorkomen en/of tegen te gaan en het te beëindigen. Het opsporen van deze illegale situaties gaat door middel van onaangekondigde controles, maar ook door middel van tips van de burgers. Naast de controle of de ondernemer beschikt over de benodigde vergunningen of ontheffingen, worden de aan de vergunning/ontheffing gekoppelde voorschriften gecontroleerd.
De gemeente is verantwoordelijk voor het houden van toezicht en handhaving op activiteiten bijvoorbeeld waarvoor een terrasvergunning, gebruiksvergunning en/of de aanwezigheidsvergunning dient te worden aangevraagd. Met betrekking tot de Drank- en Horecawetvergunning ligt de situatie complex. De vergunning wordt afgegeven door de gemeente. De gemeente is dan ook verantwoordelijk voor het actualiseren van het vergunningen bestand en is in dat kader ook bevoegd en daarmee feitelijk ook verplicht tot bestuurlijke handhaving (artikel 36, DHW). Mede in het kader van de pilot Toezicht Drank- en Horecawet en de inhaalslag Drank- en Horecawetvergunningen, wordt het vergunningenbestand geactualiseerd. Ook tegen het niet naleven van overige voorschriften wordt op grond van artikel 31, ook in situaties van paracommerciële inrichtingen, zonodig gericht opgetreden (zie hoofdstuk 4).
Het toezicht op de naleving daarvan is gesplitst. Bij constatering van het schenken van alcoholische dranken (uitoefening horecabedrijf) zonder dat daarvoor een vergunning in het kader van de Drank- en Horecawet is verstrekt, kan melding worden gemaakt bij de Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) en bij de politie. Bij het aantreffen van overtredingen kan zonodig de drank in beslag worden genomen door hiertoe bevoegde ambtenaren.
In het kader van pilot Toezicht Drank- en Horecawet zijn gemeentelijke opsporingsambtenaren aangesteld. Zij zijn vooruitlopend op de wijziging van de Drank- en Horecawet, onder verantwoordelijkheid van de VWA, belast met het toezicht op de Drank- en Horecawet.
Zodra er geconstateerd is dat een horeca-inrichting zonder vergunning(en) handelt wordt er een 1e schriftelijke waarschuwing verstuurd. Dit is een waarschuwing waarin staat dat de horecaondernemer zonder vergunning handelt. Het verstrekken van alcohol zonder vergunning en de aanwezigheid van alcohol in een voor het publiek geopende inrichting zijn overigens overtredingen van de Drank- en Horecawet. De exploitant is verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van een vergunning (de behandeltijd kan oplopen tot 3 maanden), evenals voor het beschikken over de benodigde en rechtsgeldige vergunning voorafgaand aan en tijdens het verstrekken van alcoholhoudende drank. Daarnaast wordt onderzocht of de situatie te legaliseren is. De exploitant zal daartoe direct een aanvraag moeten indienen.
In het geval van een vergunningplicht in het kader van de Drank- en Horecawet is in die Wet opgenomen binnen welke termijn een vergunning verleend moet worden. Voor dat onderzoek heeft de gemeente tijd nodig en zal de overtreder binnen een daartoe opgenomen termijn berichten. Mocht uit dat onderzoek naar voren komen, dat het niet gelegaliseerd kan worden en er nog sprake is van een overtreding dan verstuurt de gemeente een bestuurlijke voorwaarschuwing. Hierin wordt kenbaar gemaakt dat de gemeente overweegt een bestuursrechtelijk sanctie-instrument toe te passen bij het niet opheffen van de overtreding. Na afloop van de termijn waarbinnen de zienswijze kenbaar kan worden gemaakt, zal uiteindelijk het college of de burgemeester een besluit moeten nemen rond het daadwerkelijk doen uitgaan van een sanctie. Zodra tijdens de behandeling van de aanvraag voor een vergunning zou blijken dat er geen sprake is van een kansrijke situatie (inrichting voldoet en alle leidinggevenden voldoen aan eis m.b.t. sociale hygiëne en er zijn geen onduidelijkheden of beletsels te verwachten) wordt betrokken exploitant daarover geïnformeerd. Op dat moment zal worden nagegaan of er aanleiding is om tot bestuurlijke handhaving over te gaan. Daarbij zal aan de hand van de beschikbare gegevens een keuze worden gemaakt tussen een bestuursdwangaanschrijving of een last onder dwangsom.
Wanneer de situatie zich voordoet, dat er reden is tot spoedeisend optreden, dan kan direct worden overgegaan tot het opleggen van een sanctie-instrument. Afhankelijk van de ernst van de situatie kan dat worden voorafgegaan door een bestuurlijke voorwaarschuwing.
Wanneer na afloop van de in de bestuurlijke aanschrijving opgenomen begunstigingstermijn nog steeds sprake is van het continueren van de overtreding, zullen de in de lastgeving aangegeven maatregelen worden uitgevoerd. Dat houdt in dat de bestuursdwang zal worden toegepast dan wel de te verbeuren bedragen uit de last onder dwangsom worden geïnd. Tegen de bestuurlijke aanschrijving staan de eerder in deze notitie vermelde rechtsbeschermingmogelijkheden open.
Terrasvergunning: € 500,- per dag/overtreding met een max. van € 10.000,-
Aanwezigheidsverg. speelautomaten: € 500,- per dag/overtreding met een max. van € 10.000,-
Gebruiksvergunning: € 5000,- per week/overtreding met max. van € 100.000,-
Drank- en Horecawetvergunning: € 500,- per dag/overtreding met een max. van € 10.000,-
Ontheffing Drank- en Horecawet: € 500,- per dag/overtreding met een max. van € 10.000,-
Ontheffing sterke drank: € 500,-- per dag/overtreding met max. van € 10.000,-
Milieuvergunning/-melding: zie Milieuhandhavingsbeleidsplan Kampen met bijbehorend Handboek protocollen gemeente Kampen
Voor overtredingen van de Drank- en Horecawet geldt tevens het Boetebesluit (1 december 2004), houdende vaststelling van boetetarieven (bevoegdheid:Voedsel en Waren Autoriteit).
8De sanctie zal per overtreding worden vastgesteld. Het type overtreding is uiteindelijk bepalend voor de keuze per dag, per week of per overtreding.
De mogelijkheden voor bestuursdwang zijn als volgt:
Handelen zonder Drank- en Horecavergunning: verwijdering van alcoholhoudende dranken zonodig op kosten van exploitant
Handelen zonder Gebruiksvergunning: sluiting of beperking in gebruik
Handelen zonder Terrasvergunning: verwijdering van terrasmeubilair/vervroeging sluitingstijd
Handelen zonder aanwezigheidsvergunning: innemen van gok- of speelautomaten
Handelen zonder ontheffing DHW: verwijdering van alcoholhoudende dranken zo nodig op kosten van exploitant
Handelen zonder ontheffing Verordening sterke drank: verwijdering van sterke drank zonodig op kosten van exploitant
Handelen zonder Milieuvergunning: afhankelijk van aangetroffen tekortkomingen
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
3.2 Stroomschema handelen zonder vergunning/ontheffing
Dit schema gaat alleen over de overtreding ¨handelen zonder vergunning/ontheffing¨. Voor overtredingen van de voorschriften die in de verleende vergunningen zijn opgenomen wordt in hoofdstuk 4 de procedure weergegeven. Het gaat om de volgende vergunningen en ontheffingen
4. Handelen in strijd met voorschriften Drank- en Horecawetvergunning
artikel 23 Drank- en Horecawet
artikel 31 Drank- en Horecawet
De controles op het handelen in strijd met de voorschriften die aan de Drank- en Horecawetvergunning zijn verbonden, zijn erop gericht om illegale situaties te voorkomen en/of tegen te gaan en het te beëindigen. Het opsporen van deze illegale situaties gaat door middel van onaangekondigde controles, maar ook door middel van tips van de burgers. Naast de controle of de ondernemer beschikt over de benodigde vergunningen of ontheffingen, worden de aan de vergunning/ontheffing gekoppelde voorschriften gecontroleerd.
Zoals in het voorgaande hoofdstuk reeds is aangegeven, ligt de situatie met betrekking tot de Drank- en Horecawetvergunning complex. De vergunning wordt afgegeven door de gemeente. De gemeente is dan ook verantwoordelijk voor het actualiseren van het vergunningen bestand en is in dat kader ook bevoegd en daarmee feitelijk ook verplicht tot bestuurlijke handhaving (artikel 36, DHW). Op grond van artikel 31 lid 2 DHW kan een vergunning worden ingetrokken indien is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, als bedoeld in artikel 4 of artikel 23, derde lid. Op grond van dit artikel wordt de volgende procedure gevolgd.
Het college van burgemeester en wethouders informeert de ondernemer schriftelijk dat hij niet voldoet aan hetgeen in de vergunning is gesteld. Als bij een volgende controle weer sprake is van overtreding van de vergunningvoorschriften, treedt de volgende stap in werking. Ook wordt de ondernemer gewezen op de transacties van het Openbaar Ministerie en mogelijke veroordelingen, waardoor hij niet langer voldoet aan de moraliteitseisen.
Indien een hersteltermijn mogelijk is, krijgt de ondernemer een brief waarin staat dat als hij over 14 dagen de vergunningvoorschriften nog steeds overtreedt, de vergunning ingetrokken wordt. Indien geconstateerd wordt dat het horecabedrijf na de intrekkingprocedure alcoholhoudende drank blijft verstrekken, wordt er gehandeld zonder vergunning. De procedure uit hoofdstuk 3 (handelen zonder vergunning) treedt dan in werking.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
4.2 Stroomschema handelen in strijd met voorschriften Drank- en Horecawetvergunning
5. Overtreden sluitingstijdenregeling
artikel 2.3.1.4 Apv Sluitingsuur
artikel 2.3.1.5 Apv Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting
artikel 2.3.1.6 Apv Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf
De gemeente Kampen kent in principe vrije sluitingstijden in de Apv. De burgemeester kan echter voor een horecabedrijf of voor een daarbij behorend terras, door middel van een vergunningvoorschrift of anderszins, een sluitingsuur vaststellen. De controle van de sluitingstijden is erop gericht dat er zich geen ongewenste situaties voordoen. Het opsporen van overtredingen van sluitingstijden zal worden uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente. Deze controles zullen worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met de politie, vanwege de mogelijke problemen die zich kunnen voordoen met bijvoorbeeld bezoekers die de openbare orde verstoren. Naast de reguliere controles van de gemeente en/of de politie, kan een controle ook plaatsvinden na klachten of tips van burgers. Wanneer de overtreding geconstateerd wordt, wordt de horeca-inrichting gelijk gesloten. Dit zal in principe in samenspraak met de horecaondernemer gebeuren en daarover behoeft niet gediscussieerd te worden. Vervolgens wordt van de zijde van de gemeente een 1e schriftelijke waarschuwing verstuurd, met de waarschuwing dat de gemeente geconstateerd heeft dat de sluitingstijden overtreden zijn. Mocht er in de toekomst wederom sprake zijn van een overtreding dan zal naast wederom sluiting die avond/nacht, een bestuurlijke voorwaarschuwing worden verstuurd. Tussen de gemeente en de politie is de afspraak gemaakt dat, na afloop van de in de bestuurlijke voorwaarschuwing opgenomen hoortermijn (2 weken), er altijd een bestuurlijke aanschrijving de deur uitgaat. De horecaondernemers zijn omtrent deze afspraak geïnformeerd. Mocht er na afloop van de in de bestuurlijke aanschrijving opgenomen begunstigingstermijn nog steeds sprake zijn van een overtreding, dan zal effectuering van de aanschrijving plaatsvinden. Tegen de bestuurlijke aanschrijving staan de eerder in deze notitie vermelde rechtsbeschermingmogelijkheden open. De bevoegdheid tot het opleggen van de sanctie-instrumenten ligt bij de burgemeester.
Horeca-inrichting: € 500,- per dag/overtreding met een maximum van € 10.000,-
Terras: € 500,- per overtreding met een maximum van € 10.000,-
Bestuursdwang horeca-inrichting (mogelijkheden)
Bestuursdwang terras (mogelijkheden)
Terras eerder sluiten voor een week of een maand, bijvoorbeeld om 20.00 uur
Sluiting van het terras voor de rest van het seizoen.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
5.2 Stroomschema overtreden sluitingstijdenregeling
6. Handelen in strijd met voorschriften Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit)9
9Voor zover betrekking hebbende op horeca inrichtingen
Per 1 november 2008 is het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (ook wel aangeduid als Gebruiksbesluit) in werking getreden. Dit besluit bevat landelijk geldende regelgeving over het brandveilig gebruik van bouwwerken en is van toepassing op alle bouwwerken. Het Gebruiksbesluit kent drie verschillende situaties:
Aan een gebruiksmelding of verleende gebruiksvergunning zijn voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben o.a. betrekking op:
Door de gemeentelijk toezichthouders die specifiek zijn belast met het houden van toezicht op de brandveiligheid, zullen controles worden uitgevoerd. Bij de controles zal aandacht worden geschonken aan bovengenoemde voorwaarden en zal niet naleving daarvan leiden tot het inzetten van een handhavingtraject. Hierbij moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen overtredingen die een spoedeisend optreden verlangen en overtredingen die van dien aard zijn, dat deze binnen een gestelde termijn opgelost worden. Er wordt een rapport opgemaakt aan de hand waarvan het in te zetten traject zal worden toegelicht.
Spoedeisend optreden kan aan de orde zijn, als in een gelegenheid meer personen zich ophouden dan volgens de melding of vergunning is toegestaan, noodzakelijke voorzieningen ontbreken, etc. Het verder exploiteren van de inrichting met deze overtredingen zou een levensgevaarlijke situatie kunnen doen ontstaan. Het versturen van een bestuurlijke aanschrijving zal na consultatie van het college van burgemeester en wethouders dan aan de orde zijn. De daarbij te hanteren begunstigingstermijn zal kort zijn, zodat het spoedeisend karakter duidelijk wordt.
Bij een overtreding waar een regulier handhavingtraject kan worden ingezet, zal een 1e schriftelijke waarschuwing worden verstuurd. Als na verloop van tijd de overtreding niet ongedaan is gemaakt of een overtreding vindt opnieuw plaats, dan kan een bestuurlijke voorwaarschuwing met vermelding van het sanctie-instrument dat wordt overwogen, worden verstuurd.
Na afloop van de termijn waarbinnen de zienswijze kenbaar kan worden, zal het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke aanschrijving versturen. Overtredingen na afloop van de in de aanschrijving opgenomen begunstigingstermijn zal vervolgens leiden tot effectuering van de sanctiemaatregel.
Bij constatering van overtredingen waarbij het opleggen van een last onder dwangsom aan de orde is, dient onderzocht te worden wat het financiële gewin is bij voortduring van de overtreding. Aan de hand daarvan zal de hoogte van lastgeving worden vastgesteld. Het zal altijd zo moeten zijn dat het financieel onaantrekkelijk is de overtreding voort te laten duren. Tevens dient de zwaarte van de overtreding in verhouding te staan tot de hoogte van de dwangsom. Overigens zal bij een dergelijke overtreding altijd gekeken worden naar veiligheidsaspecten. Een sterke overschrijding van het aantal personen kan leiden tot het toepassen van bestuursdwang (zoals verzegeling van de inrichting).
Het instrument bestuursdwang zal vooral aan de orde zijn op het moment dat er sprake is van spoedeisend optreden. De gebruiker wordt bijvoorbeeld aangeschreven om:
Vooralsnog zijn dit de meest in het oog springende voorbeelden die zich lenen voor bestuursdwang. De waarnemingen van de toezichthouder zijn op dat punt leidend.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
6.2 Stroomschema Gebruiksbesluit10
10Wanneer er sprake is van een overtreding van zeer geringe aard, wordt in eerste instantie gepoogd om in onderling overleg tussen toezichthouders en de ondernemer het op te lossen. Indien de afspraken niet worden nagekomen dan wordt dit stappenplan gevolgd.
7. Handel in en/of gebruik van drugs in de horeca
artikel 2.3.1.5 Apv Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting
artikel 2.7.1 Apv Drugshandel op straat
artikel 2.7.2 Apv Openlijk drugsgebruik
Het drugsbeleid Kampen wordt geëvalueerd op basis van de in 2003 door de raad vastgestelde kaders. De procesmanager alcohol en drugs die is aangesteld naar aanleiding van deze evaluatie houdt zich bezig met het koppelen van betrokken partijen om zo het signaleringsproces te stroomlijnen. Verder zijn er afspraken gemaakt in de Driehoek die hebben geresulteerd in een handhavingarrangement. De gemeente treedt bestuursrechtelijk op tegen de feiten die in art. 13b van de Opiumwet worden genoemd. Verder zijn er in de gemeente gebieden (openbare ruimte) aangewezen waar het gebruik van drugs verboden is. Dit is vastgelegd in de Algemene plaatselijke verordening.
Al een aantal jaar hanteert de gemeente de zogenaamde nuloptie. Dit betekent dat de handel in hard- en softdrugs niet wordt gedoogd. De Raad heeft een drietal uitgangspunten geformuleerd:
Aan de hand van deze uitgangspunten heeft de politie een drietal prioriteiten aangegeven:
Bovenstaand beleid (nuloptie) betekent, dat nergens in de gemeente Kampen dergelijke acties/transacties worden getolereerd. Wel zij daarbij opgemerkt dat de aanpak plaatsvindt op basis van de prioriteiten die in het handhavingarrangement worden genoemd.
In de handhavingmatrix (zie onder) staat aangegeven welke stappen de gemeente doorloopt en welke sanctie wordt opgelegd in welke situatie. Zo is er onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs en tussen handel uit woningen en lokalen. Verder is aangegeven wie wat doet. Voor de bestuursrechtelijke aanpak is een stappenplan gemaakt met het oog op proportionaliteit en subsidiariteit.
Van de zijde van de gemeente, in dit geval de burgemeester, zal een bestuurlijke voorwaarschuwing worden verstuurd met de mededeling dat dergelijke activiteiten niet worden getolereerd en dat het voortduren/opnieuw voorkomen van de overtreding zal leiden tot het toepassen van een vorm van bestuursdwang. Na het “horen” van de overtreder zal een bestuurlijke aanschrijving met daarin opgenomen welke vorm van bestuursdwang zal worden toegepast aan de overtreder worden toegezonden. Vervolgens staat de overtreder de gebruikelijke rechtsbeschermingmogelijkheden open. Alle acties die gericht zijn op de beëindiging van een ongewenste situatie (handel/gebruik) worden gecoördineerd uitgevoerd. Voorafgaand overleg tussen de betrokken partners is dan ook essentieel. Hiertoe worden afspraken gemaakt die in een convenant worden vastgelegd.
11Voor zover dat vanuit het oogpunt van harm reduction en de historische situatie opportuun is
8. Handelen in strijd met voorwaarden terrasvergunning
artikel 2.3.1.2 lid 5 Apv Terrasvergunning
artikel 2.3.1.4 Apv Sluitingsuur
Beleidsregels terrassen en Terrassen Plantage 12
12De beleidsregels terrassen zijn integraal in bijlage 1 en 2 van het Horecauitvoeringsbeleid opgenomen.
De controle op de terrassen is gericht op het exploiteren van een terras met vergunning. De mogelijk te constateren overtredingen zijn in twee categorieën ingedeeld. Reden daarvoor is, dat niet alle overtredingen als even zwaar zijn te benoemen. Uiteindelijk zijn de overtredingen uit categorie 1 zwaarder dan die uit categorie 2 en zullen de te nemen sanctiemaatregelen daarop worden afgestemd. De categorieën zijn vastgesteld aan de hand van de voorschriften die gelden bij een terrasvergunning voor een horeca-inrichting.
Bij de overtredingen uit categorie één kan direct worden gehandhaafd door een bestuurlijke voorwaarschuwing te versturen, bij de overtredingen uit categorie twee wordt de reguliere handhavingprocedure (1e schriftelijke waarschuwing, etc) gevolgd. De toezichthouders van de gemeente zijn belast met het houden van toezicht op de terrassen. Overtredingen worden geconstateerd door middel van controles door deze toezichthouders en klachten of tips van burgers. Wanneer een overtreding geconstateerd wordt, dan wordt er in eerste instantie beoordeeld of er sprake is van een overtreding van de eerste of tweede categorie.
Bij een overtreding in de eerste categorie kan dus overwogen worden om direct een bestuurlijke voorwaarschuwing te versturen. De situatie zal daarvoor nauwkeurig worden beoordeeld.
Blijft de ondernemer in overtreding dan zal de Burgemeester als bestuursorgaan belast met het verlenen van terrasvergunningen en dus tevens de handhaving daarvan, een besluit nemen over het versturen van een bestuurlijke aanschrijving. In die aanschrijving is een begunstigingstermijn opgenomen. Als geconstateerd wordt, dat na afloop van die begunstigingstermijn de ondernemer in gebreke blijft, dan kan tot effectuering worden overgegaan. Overtredingen zijn:
Bij een overtreding in de tweede categorie zal een 1e schriftelijke waarschuwing worden verstuurd.
Mocht binnen de gestelde termijn of tijdens een reguliere controle worden geconstateerd, dat er wederom sprake is van een overtreding, dan zal een bestuurlijke voorwaarschuwing worden verstuurd. De overweging om een sanctiemaatregel wordt daarin vermeld.
Handhaving van deze overtredingen vindt alleen plaats bij excessieve overtredingen. Dat houdt in dat kleine overtredingen mondeling worden afgedaan. Bij excessieve overtredingen zal na constatering van een overtreding na afloop van de begunstigingstermijn, tot effectuering van de sanctiemaatregelen worden overgegaan. Tevens zal een proces-verbaal worden opgemaakt. Dat kan plaatsvinden door de reguliere politie dan wel door de buitengewone opsporingsambtenaren (Boa’s).
De mogelijkheden voor bestuursdwang zijn als volgt:
De keuze voor welke vorm van bestuursdwang is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de geconstateerde overtreding.
Bij constatering van overtredingen waarbij het opleggen van een last onder dwangsom aan de orde is, dient onderzocht te worden wat het financiële gewin is bij voortduring van de overtreding. Aan de hand daarvan zal de hoogte van de lastgeving worden vastgesteld. Tevens dient de zwaarte van de overtreding in verhouding te staan tot de hoogte van de dwangsom. Zo kan bijvoorbeeld een bedrag worden gekoppeld aan het aantal vierkante meters dat het terras groter is dan toegestaan of het aantal keer dat de sluitingstijden worden overtreden. Ook hier dient gekeken te worden naar bijvoorbeeld milieu- en veiligheidsaspecten. Een overtreding waarbij dergelijke aspecten in het geding zijn, leent zich niet voor een last onder dwangsom en zal teruggegrepen moeten worden op het instrument bestuursdwang.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
8.2 Stroomschema handelen in strijd met voorwaarden terrasvergunning
Dit stroomschema geldt alleen wanneer de exploitant in het bezit is van een terrasvergunning. Is de exploitant niet in het bezit van een terrasvergunning zie dan hoofdstuk 3 ‘Handelen zonder vergunning’.
artikel 18.18 Wet milieubeheer
artikel 2.17 t/m 2.22 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
artikel 4.1.1 t/m 4.1.5 Apv geluid- en lichthinder
artikel 1a sub 1 en 2 Wet Economische Delicten
De controle op geluidsoverlast is erop gericht om de overlast voor de omwonenden zo beperkt mogelijk te houden. In dit horecasanctiebeleid ligt het accent op geluidsoverlast afkomstig van, binnen of buiten, de horeca-inrichting. Geluidsoverlast van de woonomgeving wordt door de politie gericht aangepakt door middel van een actief beleid met rode en gele kaarten.
De overtredingen bij horeca-inrichtingen worden gesignaleerd door controles van de toezichthouders en tips of klachten van burgers. Momenteel hebben alleen de toezichthouders van de gemeente beschikking over geluidmeetapparatuur. Overtredingen die zich voor kunnen doen zijn:
Wanneer het vermoeden bestaat dat sprake is van geluidsoverlast, kunnen metingen worden verricht. Als uit de metingen blijkt dat het geluid de normen overschrijdt, dan wordt direct verzocht om de muziek zachter te zetten. Ook krijgt de horecaondernemer mondeling de mededeling dat een rapport wordt opgemaakt en een 1e schriftelijke waarschuwing wordt verstuurd. Mocht de ondernemer geen gehoor geven aan het verzoek en spoedeisend optreden is noodzakelijk, dan kan overwogen worden de apparatuur in beslag te nemen. Daarvan wordt een proces-verbaal opgemaakt.
Zodra uit metingen blijkt, dat de voorgeschreven geluidsnormen wederom worden overtreden, krijgt de horecaondernemer een bestuurlijke voorwaarschuwing. De toezichthouder rapporteert welke wettelijke overtreding (zie boven) heeft plaatsgevonden en aan de hand daarvan deelt het college van burgemeester en wethouders de horecaondernemer schriftelijk mee dat een bestuurlijke sanctiemaatregel in overweging wordt genomen. Na afloop van de in de brief opgenomen zienswijze termijn (het “horen’), wordt een definitief besluit genomen omtrent het versturen van een bestuurlijke aanschrijving. In de aanschrijving kan bijvoorbeeld worden medegedeeld, dat de ondernemer verplicht wordt de inrichting beter te isoleren. Bij een vergunninghouder kan per overtreding een dwangsombedrag (per tijdseenheid) worden verbeurd. Afhankelijk van de situatie wordt een keuze gemaakt omtrent het meeste effectieve instrument.
De geluidsnormen zijn te vinden in de verleende vergunning of in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer of in opgestelde maatwerkvoorschriften.
NB: in het Activiteitenbesluit is aangegeven dat tijdens incidentele of collectieve festiviteiten afgeweken kan worden van de gangbare normen. Wanneer de horecaondernemer geen kennisgeving heeft gedaan van een incidentele festiviteit en desondanks een festiviteit houdt, kan deze niet worden beschouwd als een incidentele festiviteit en is de horecaondernemer in overtreding.
In het kader van de professionalisering van de (milieu) handhaving is het milieuhandhavingsbeleidsplan Kampen vastgesteld, waarin de bandbreedte voor de hoogte van een dwangsom is opgenomen voor veel voorkomende overtredingen. Deze wordt gehanteerd bij het vaststellen van een last onder dwangsom.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
9.2 Stroomschema geluidsoverlast
artikel 2.1 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
artikel 2.13 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
artikel 2.3.1.7 Apv Ordeverstoring
artikel 2.4.7 Apv Hinderlijk gedrag op of aan de weg
artikel 2.4.8 Apv Hinderlijk drankgebruik
artikel 2.4.9 Apv Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
artikel 2.4.10 Apv Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Alle betrokken partijen (horeca, politie en gemeente) hebben belang bij een gezellig, veilig en aantrekkelijk uitgaansleven. Overlast in ruime zin, bedreigt deze belangen en dient te worden voorkomen. Daarom dient ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid een maximale inspanning te leveren om de verschillende vormen van overlast te voorkomen.
Zo heeft de gemeente bijvoorbeeld een verantwoordelijkheid ten aanzien van het schoonmaken/-vegen van (winkel)straten, wijken, etc. De horeca heeft een verantwoordelijkheid ten aanzien van de verwijdering van verontreinigingen in nabijheid van het horecabedrijf na sluitingstijd. De horeca is hiertoe overigens ook wettelijk verplicht. In het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (voor zover van toepassing) is vastgelegd dat binnen een straal van 25 meter, de op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover deze kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn moeten worden verwijderd.
Speciaal punt van aandacht is het glaswerk dat in de straten door (vertrekkende) bezoekers wordt achtergelaten. De controles op overlast van rommel, glas etc. zijn erop gericht om de omgeving van de horeca-inrichting schoon te houden. De overtredingen worden geconstateerd na controles van de toezichthouders van de gemeente en na tips of klachten van burgers. Wanneer er een overtreding wordt geconstateerd, zal ter plekke de door de toezichthouders gegeven aanwijzingen moeten worden opgevolgd. Op grond van de rapportage van de toezichthouders zal een 1e schriftelijke waarschuwing worden verstuurd. In dit schrijven wordt de geconstateerde overtreding omschreven en de horecaondernemer gewaarschuwd dat bij een volgende overtreding een bestuurlijke voorwaarschuwing als vervolgstap aan de orde zal zijn.
Mocht wederom een overtreding worden geconstateerd, dan wordt bestuurlijke voorwaarschuwing verstuurd. De horecaondernemer krijgt in die brief de uitdrukkelijke mededeling, dat een bestuurlijke sanctiemaatregel in overweging wordt genomen. Na afloop van de termijn waarbinnen de horecaondernemer zijn/haar zienswijze kenbaar kan maken omtrent het voornemen, zal het college van burgemeester en wethouders een besluit nemen met betrekking tot het versturen van een bestuurlijke aanschrijving. Naast het eventueel sanctioneren van het horecabedrijf hebben toezichthouders, mits in het bezit van opsporingsbevoegdheid, ook de mogelijkheid om de bezoekers van het uitgaansleven zelf te verbaliseren op glaswerkoverlast. Dat geldt ook voor de politie. Ernstige overlast of gevaar voor de volksgezondheid vormt hierop overigens een uitzondering. In dat geval zal direct een bestuurlijke voorwaarschuwing of bij spoedeisendheid een bestuurlijke aanschrijving worden verstuurd. De politie zal hierover worden ingelicht en kan eventueel zelfstandig proces-verbaal opmaken.
Los van bovenstaande handhavingacties op grond van overtredingen ingevolge de Wet milieubeheer, heeft het college van burgemeester en wethouders tevens een aanwijzingsbesluit o.g.v. artikel 2.4.8 van de Apv genomen. In dat besluit is onder andere geregeld dat het in bepaalde delen van de gemeente Kampen verboden is in het openbaar alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
Bij constatering van overtredingen waarbij het opleggen van een last onder dwangsom aan de orde is, dient onderzocht te worden wat het financiële gewin is bij voortduring van de overtreding. Aan de hand daarvan zal de hoogte van de lastgeving worden vastgesteld. Tevens dient de zwaarte van de overtreding in verhouding te staan tot de hoogte van de dwangsom.
Bij overtredingen op het gebied van overlast heeft de betreffende ondernemer zelf baat bij het voorkomen van overlast. In zoverre is er sprake van meer gewin bij het voorkomen van de overlast dan het voortduren. In dit specifieke geval zal de last onder dwangsom een dusdanige hoogte moeten hebben om de ondernemer te motiveren meer inspanningen te plegen om zijn bezoekers in toom te houden dan wel zijn omgeving schoon te houden.
De mogelijkheid bestaat om in die gevallen waarbij er sprake is van het continue niet nakomen van de regelgeving een bestuursdwangmaatregel te treffen. Dat kan inhouden dat de gemeente bijvoorbeeld op kosten van de overtreder de overlast gaat bestrijden/opruimen. In het uiterste geval bestaat de mogelijkheid om de vergunning in te trekken of de inrichting te sluiten. Daarbij moet vermeld worden, dat er dan wel sprake is van een situatie waarbij de relatie tussen de vergunninghouder en de gemeente/politie dusdanig verstoord is, dat dergelijke maatregelen de enige optie is. Bij overtredingen op grond van het aanwijzingsbesluit artikel 2.4.8 van de Apv zal in eerste aanleg een mondelinge waarschuwing moeten volstaan. Bij niet-nakoming van een mondelinge waarschuwing zal proces-verbaal worden opgemaakt.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
10.2 Stroomschema overlast & hinder
11. Verstrekking alcohol aan minderjarigen
Artikel 20, 1e lid Drank- en Horecawet
De Drank- en Horecawet geeft de randvoorwaarden voor een verantwoorde distributie van alcohol. De wet maakt onderscheid tussen zwakalcoholhoudende drank (bier, wijn en gedistilleerde drank met minder dan 15% alcohol) en sterke drank (gedistilleerde drank met 15% alcohol of meer).
Verstrekkers van alcohol zijn conform artikel 20 van de Drank- en Horecawet verplicht te controleren of jongeren die de drank willen kopen oud genoeg zijn.
De Voedsel en Waren Autoriteit houdt toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. In het kader van de pilot Toezicht Drank- en Horecawet zijn twee gemeentelijke opsporingsambtenaren voor het toezicht op de Drank- en Horecawet aangewezen. Bij verkooppunten van alcoholhoudende drank waar jongeren proberen alcohol te kopen, wordt onaangekondigd steekproefsgewijs gecontroleerd op de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 16 jaar (voor sterke drank onder de 18 jaar). Een inspectie kan ook uitgevoerd worden naar aanleiding van een binnengekomen klacht. De controle bestaat uit een observatie met daarna de terugkoppeling met de bevindingen naar de ondernemer. Als de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 16 jaar (voor sterke drank onder de 18 jaar) wordt geconstateerd wordt direct opgetreden. Ook kan de gemeente verzocht worden de vergunning van de ondernemer in te trekken. Ook als de politie of gemeentelijke toezichthouders alcoholgebruik van minderjarigen signaleren, spreken zij de horecaondernemer hierop aan en spelen dit consequent door aan de Voedsel- en Warenautoriteit. Zowel politie als gemeente hebben daarnaast mogelijkheden om zelfstandig op te treden. De politie kan procesverbaal opmaken en de gemeente kan overgaan tot bestuurlijke handhaving.
In de Nederlandse Reclame Code zijn regels vastgelegd waar reclame aan moet voldoen. In de Nederlandse Reclame Code is tevens een Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken (RVA) opgenomen. Klachten over reclame-uitingen kunnen worden ingediend bij de Reclame Code Commissie. Zij beoordeelt of een reclame-uiting in strijd is met de Reclame Code. De Stichting Reclame Code heeft een Monitoring Service opgezet om ervoor te zorgen dat uitspraken van de Reclame Code Commissie worden opgevolgd.
Naast voorliggend horecasanctiebeleid, dat zich richt op toezicht en handhaving, spant de gemeente Kampen zich in om, middels diverse projecten die gericht zijn op voorlichting en preventie, jeugd – alsmede ouders – te wijzen op risico’s van drank- en drugsgebruik.
Melding aan Voedsel en Waren Autoriteit (bevoegd gezag)
Degene die alcohol verstrekt aan minderjarigen zonder de leeftijd vast te stellen riskeert een geldboete. Voor de hoogte van de boete wordt verwezen naar het Boetebesluit (d.d. 1 december 2004). Hierin zijn de boetetarieven voor overtredingen van de Drank- en Horecawet vastgelegd. De Voedsel en Waren Autoriteit is hiervoor bevoegd gezag.
De gemeente zal bij constatering van dit soort overtredingen overwegen om over te gaan tot het toepassen van bestuursdwang.
De mogelijkheden voor bestuursdwang zijn als volgt:
De keuze voor welke vorm van bestuursdwang is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de geconstateerde overtreding.
De gemeente kan zonodig voor categorieën bedrijven als voorwaarde in de vergunning opnemen dat de aanwezigheid van personen beneden een bij verordening te bepalen leeftijd niet is toegestaan.
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de mogelijkheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
11.2 Stroomschema verstrekking alcohol aan minderjarigen
12. Handelen in strijd met bestemmingsplan
Bestemmingsplan: artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening
Volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument van ruimtelijke ordening. In een bestemmingsplan legt het gemeentebestuur het ruimtelijk beleid vast. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen: de plankaart, de voorschriften en de toelichting. In de plankaart zijn de diverse bestemmingen in het bestemmingsgebied aangegeven. Tevens zijn het maximaal toegestane
bebouwingspercentage, de maximale bouwhoogte en de bouwgrens aangegeven. In de voorschriften is nader aangegeven wat de inhoudelijk betekenis van de bestemmingen is.
In de bestemmingsplannen wordt ook aangegeven waar horeca wordt toegelaten. Alvorens een horecabedrijf ergens kan worden opgericht, moet worden getoetst of er een horecabestemming in het bestemmingsplan is opgenomen. Deze toets vindt niet in het kader van de Drank- en Horecawet plaats. Op basis van een bestemmingsplan is het in principe mogelijk de omvang, het aantal en de locaties van horecabedrijven te reguleren. Als een bepaald pand niet voor horecadoeleinden is bestemd, kan in sommige gevallen (indien de mogelijkheid daartoe aanwezig is) vrijstelling worden verkregen. De vrijstelling moet bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd.
De controles op het handelen in strijd met het bestemmingsplan zijn erop gericht om illegale situaties te voorkomen en/of tegen te gaan en deze te beëindigen. Het opsporen van deze illegale situaties gaat door middel van onaangekondigde controles, maar ook door middel van tips van de burgers. Naast de controle of de ondernemer beschikt over de benodigde vergunningen of ontheffingen en handelt conform de voorschriften daarvan, wordt tevens gecontroleerd of het handelen op de betreffende locatie in overeenstemming is met het bestemmingsplan.
Zodra geconstateerd is dat een horeca-inrichting in strijd met het bestemmingsplan handelt, wordt een 1e schriftelijke waarschuwing verstuurd. Dit is een waarschuwing waarin staat dat de horecaondernemer in strijd met het bestemmingsplan handelt, met daarin de mededeling dat onderzocht wordt of het strijdig gebruik kan worden gelegaliseerd.
Als vervolgens bij controle opnieuw blijkt dat in strijd met het bestemmingsplan wordt gehandeld en geen legalisatie mogelijk is, verstuurt de gemeente een bestuurlijke voorwaarschuwing. Hierin wordt kenbaar gemaakt dat de gemeente overweegt een bestuursrechtelijk sanctie-instrument toe te passen bij het niet opheffen van de overtreding. Na afloop van de termijn waarbinnen de zienswijze kenbaar kan worden gemaakt, zal uiteindelijk het college een besluit moeten nemen rond het daadwerkelijk doen uitgaan van een sanctie.
Na herhaalde constatering dat in strijd met het bestemmingsplan wordt gehandeld, wordt overgegaan tot bestuurlijke handhaving.
Wanneer de situatie zich voordoet, dat er reden is tot spoedeisend optreden, dan kan direct worden overgegaan tot het opleggen van een sanctie-instrument. Afhankelijk van de ernst van de situatie kan dat worden voorafgegaan door een bestuurlijke voorwaarschuwing.
Wanneer na afloop van de in de bestuurlijke aanschrijving opgenomen begunstigingstermijn nog steeds sprake is van het continueren van de overtreding, zullen de in de lastgeving aangegeven maatregelen worden uitgevoerd. Dat houdt in dat de bestuursdwang zal worden toegepast dan wel de te verbeuren bedragen uit de last onder dwangsom worden geïnd. Tegen de bestuurlijke aanschrijving staan de eerder in deze notitie vermelde rechtsbeschermingmogelijkheden open.
Als er kans is op herhaling van de overtreding, bijvoorbeeld doordat een bepaalde activiteit in de krant wordt aangekondigd, dan kan er besloten worden om preventief een last onder dwangsom op te leggen.
Handelen in strijd met bestemmingsplan: € 2500,- per overtreding met een max. van € 25.000,--
Het Openbaar Ministerie heeft te allen tijde de bevoegdheid om in het geval van een overtreding te besluiten tot het opmaken van een proces-verbaal. De gemeente en politie zullen elkaar informeren over de gemaakte overtreding(en). Als het reguliere handhavingtraject – dus niet-spoedeisende overtredingen - wordt gevolgd, dan zal in principe het opmaken van een proces-verbaal niet eerder aan de orde zijn, dan wanneer na afloop van de begunstigingstermijn in de bestuurlijke aanschrijving, opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
12.2 Stroomschema handelen in strijd met bestemmingsplan
Dit schema gaat alleen over de overtreding ¨handelen in strijd met bestemmingsplan¨.
Bijlage 7 Procedure Drank- en Horecawetvergunning
Hieronder wordt de aanvraagprocedure beschreven die een horecaondernemer moet volgen. Het team Vergunningen neemt aanvragen voor Drank- en Horecawetvergunningen in behandeling.
Bij het uitreiken/toezenden van het aanvraagformulier wordt een begeleidingsformulier (infoblad) overhandigd/meegestuurd, waarop vermeldt staat wat de ondernemer/de ondernemers/bestuurder(s) dient te verzamelen en in te leveren voordat een vergunningaanvraag in behandeling genomen kan worden (zie voorbeeld bijlage 8).
Tijdens het intakegesprek wordt het ingevulde aanvraagformulier doorlopen. Er wordt gecontroleerd op waarheid, volledigheid en originele documenten dienen voor zover van toepassing getoond te worden. Aan de hand van vragen wordt inzicht verkregen in o.a. de bedrijfsvoering, de plannen en de personele bezetting.
Als de aanvraag compleet is ingeleverd kan deze in behandeling worden genomen en gaat de wettelijke termijn van 3 maanden lopen. Voordat deze termijn verstrijkt dienen burgemeester en wethouders een beslissing te nemen over het al dan niet verlenen van de aangevraagde vergunning. Dit kan eventueel gemandateerd worden. De indiening van de complete aanvraag en het in behandeling nemen van de aanvraag wordt met een ontvangstbevestiging schriftelijk bekrachtigd.
Stap 3 Behandeling aanvraag door gemeente
Bij de aanvraag van een Drank- en Horecawetvergunning worden de volgende eisen voor alle leidinggevenden die op de vergunning vermeld dienen te worden, getoetst:
Nota bene: de gemeente dient tevens na te gaan of de leidinggevenden (indien zij kinderen hebben) ooit de ouderlijke macht ontzegd zijn. In de praktijk geeft dit echter problemen omdat de Raad voor de Kinderbescherming niet zonder slag of stoot de gegevens wil aanleveren. Daarom voert de gemeente Kampen deze check niet uit.
Indien er tijdens de aanvraagprocedure complicaties ontstaan, zal er met diverse partijen bekeken moeten worden of en hoe deze zijn op te lossen. In het uiterste geval zal in overleg met partijen een bestuursrechtelijk traject doorlopen worden en/of contact met de toezichthouders opgenomen worden voor eventuele controles. Hierbij is een bestuurlijk afgekaart handhavingsbeleid cruciaal (zie hoofdstuk 7).
Aanvullende behandeling aanvraag paracommerciële instelling
Bij een aanvraag van paracommerciële instellingen dienen twee personen als leidinggevenden vermeld te worden op de vergunning. Dit mogen in de praktijk bestuursleden zijn. Men moet kunnen aantonen dat men daadwerkelijk leidinggevende activiteiten voor die instelling uitoefent. Het meest voor de hand liggend als basis hiervoor is het lidmaatschap.
Het opstellen en inleveren van een bestuursreglement is een verplichting bij het aanvragen van een vergunning. Hierbij dient een lijst gevoegd te worden waarbij de namen vermeld worden van de personen die als ‘barvrijwilliger’ functioneren. Deze barvrijwilligers dienen ook leden te zijn of een aantoonbare relatie met de vereniging te hebben en een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA) gevolgd te hebben.
Voordat de vergunning wordt verleend, wordt deze 6 weken ter inzage gelegd. Dit gebeurt doorgaans op de afdeling van de behandelend ambtenaar. De behandelend ambtenaar stelt een concept vergunning en brief op, waarbij de aanvrager ingelicht wordt dat de gemeente voornemens is de vergunning te verlenen.
Binnen de horecabranche vinden met enige regelmaat personeelswisselingen plaats. Als door deze personeelswisselingen ook nieuwe leidinggevenden in beeld komen, moet er op grond van artikel 29, lid 1, onder b, van de Drank- en Horecawet formeel gezien een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De Drank- en Horecawet voorziet formeel dus niet in de mogelijkheid voor het bijschrijven van leidinggevenden. Er dient strikt formeel genomen een nieuwe aanvraag voor een Drank- en Horecawetvergunning ingediend te worden.
In het kader van deregulering en vooruitlopend op de nieuwe Drank- en Horecawet, hanteert de gemeente Kampen bij aanmelding van nieuwe leidinggevenden de volgende praktische werkwijze:
het bijschrijven van een leidinggevende wordt toegestaan, mits de betreffende vergunning niet ouder is dan één jaar en de aanvrager de bijlage bij Model A aanvraagformulier Drank- en Horecawetvergunning (verklaring leidinggevende) volledig invult. Betreffende nieuwe leidinggevende dient uiteraard te voldoen aan de eisen die voor alle leidinggevenden gelden (zedelijk gedrag, levensgedrag, curatele etc.). Bij vergunningen ouder dan één jaar wordt de reguliere aanvraagprocedure voor een nieuwe vergunning gevolgd en worden de inrichtingseisen opnieuw gecontroleerd en worden antecedenten van alle leidinggevenden opnieuw bij politie en justitie opgevraagd.
De leges voor het bijschrijven van een leidinggevende zijn lager dan de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een Drank- en Horecawetvergunning.
Wanneer een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht betreffende wijziging binnen één maand bij het gemeentebestuur te melden. Het gemeentebestuur verstrekt, wanneer nog aan de gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning.
Het kan bijvoorbeeld de volgende wijzigingen betreffen:
Voor een wijziging van een lokaliteit geldt een aangepast legestarief.
Stap 4 Behandeling aanvraag door College van Gedeputeerde Staten
Indien de gemeente de exploitant is, is het College van Gedeputeerde Staten het bevoegd orgaan. Zij doorloopt dezelfde stappen als hiervoor genoemd.
Bijlage 8 Infoblad aanvraag Drank- en Horecawetvergunning
Alcoholgebruik - vergunning Drank- en Horecawet. INFOBLAD
De gemeente Kampen vindt het belangrijk dat het alcoholgebruik op een gezonde manier plaatsvindt. De basis hiervoor is de Drank- en Horecawet. Het doel van die wet is, om de volksgezondheid en de veiligheid te bevorderen.
De gemeente doet mee aan de landelijke pilot toezicht Drank- en Horecawet. Eén van de onderdelen uit die pilot zijn geïntensiveerde gemeentelijke controles. Daarbij wordt ook gekeken of de vergunning Drank- en Horecawet beschikbaar en actueel is. Op verschillende manieren bent u ingelicht over de pilot. Dit infoblad gaat specifiek over de aanvraag van vergunningen. Hoe kunnen we dit samen goed, zorgvuldig en efficiënt oppakken.
De Drank- en Horecawet is onze basis voor het behandelen van uw aanvraag om vergunning. De wet geeft duidelijke kaders wat kan en wat mag.
Het team Vergunningen heeft momenteel extra personeel ingezet om de aanvragen snel en goed af te handelen en beschikt over een nieuw digitaal vergunningssysteem.
Wat houdt dit nu voor u als aanvrager in:
In vergelijking met de situatie in voorgaande jaren nemen we een aantal onderdelen meer onder de loep. Nieuw bijvoorbeeld is een intakegesprek bij (nieuwe) aanvragen waarbij het bedrijfsconcept wordt doorgenomen, er originele bewijsstukken getoond moeten worden en er zal ook een toets op de inrichtingseisen plaatsvinden. Het gaat dan om bouwkundige eisen, zoals voldoende ventilatie. De inrichtingseisen worden bij elke aanvraag getoetst, ook bij al langer bestaande horecabedrijven. In de praktijk blijkt namelijk dat bedrijven nogal eens gewijzigd worden en dat daardoor de situatie niet meer klopt met de vergunning. Ook kunnen de wijzigingen leiden tot strijd met de eisen van de Drank- en Horecawet. Veiligheid en volksgezondheid zijn hiervoor de graadmeters waar u als ondernemers ook de voordelen van heeft.
Een ander punt is dat wij ook checken op uw gegevens bij de Kamer van Koophandel.
Wat in ieder geval bij een aanvraag moet worden getoond bij de intake:
bij paracommerciële instellingen geldt een verplichting van tenminste twee leidinggevenden voor een vergunning. Om een vergunning te kunnen krijgen geldt ook de eis van het bestuursreglement (ondertekend), de statuten en de akte van oprichting. In het bestuursreglement moet in ieder geval beschreven staan hoe het verantwoord alcohol schenken is geregeld. Dit kan door barvrijwilligers de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA) te laten volgen, maar men kan ook op andere wijze gekwalificeerd barpersoneel opleiden. De IVA geïnstrueerden moeten dan op een overzichtslijst (als bijlage bij het bestuursreglement) worden vermeld. Vervolgens moeten in het bestuursreglement de dagen en tijden waarop alcoholhoudende dranken worden verstrekt worden bepaald en toonbaar aangegeven en uiteraard hoe hierop wordt toegezien. Een model bestuursreglement is te vinden op de website van NOC*NSF
Heeft u nog vragen of opmerkingen?
Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met de heer Aarten, medewerker van het team Vergunningen, per mail: j.aarten@kampen.nl of per telefoon (038) 339 4119.
Alvast hartelijk dank voor uw medewerking.
Gemeente Kampen - team Vergunningen - Postbus 5009 - 8260 GA KAMPEN
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-158410.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.