Parkeerbelastingverordening 2016 en de Parkeerverordening 2016

De raad van de gemeente Ouder-Amstel;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 augustus 2016, nummer 2016/42;

gelet op de artikelen:

149 van de Gemeentewet

156 van de Gemeentewet

219 van de Gemeentewet

225 van de Gemeentewet

234 van de Gemeentewet

Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen Parkeerverordening Ouder-Amstel 2016;

BESLUIT :

bel-parkeren in Amsterdam-Duivendrecht in te voeren door het vaststellen van de Parkeerbelastingverordening 2016 en de Parkeerverordening 2016 :

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Ouder-Amstel 201 6

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • 1.

    a parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in lid 2 van artikel 225 van de Gemeentewet.

  • 2.

    b bedrijf: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht c.q. de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, c.q. een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college van burgemeester en wethouders is gelijkgesteld; alles met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond.

  • 3.

    c college: het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente Ouder-Amstel.

  • 4.

    d RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459.

  • 5.

    e houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zich heeft.

  • 6.

    f motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990.

  • 7.

    g openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

  • 8.

    h parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • 9.

    i centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel.

  • 10.

    j parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg.

  • 11

    k parkeerbelasting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet.

  • 12

    l tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen.

  • 13

    m vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

  • 14

    n vergunningperiode: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen periode waarin de parkeervergunning geldig is.

  • 15

    o zelfstandige woonruimte: woonruimte achter één eigen afsluitbare toegang, die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Voor deze verordening wordt onder zelfstandige woonruimte tevens verstaan: woonboten op een reguliere plaats.

  • 16

    p werkdag: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

  • 1.

    a een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

  • 2.

    b een belasting ter zake van het parkeren van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

 

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    2 Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen.

b zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat

1e als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

2e alleen voor kentekenplichtige motorvoertuigen: als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 1.

    3 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, is aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 2.

    4 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

 

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1.

    1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.

  • 2.

    2 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door voldoening op aangifte.

   

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

2 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Voor de berekening van de parkeerbelastingen wordt een gedeelte van een eenheid van de maand voor een gehele maand gerekend.

 

Artikel 7 Wijze van heffing entermijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte, en wel door middel van het, bij aanvang van het parkeren, op de door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze betalen van geld met behulp van parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of via de parkeerapparatuur of in de daarbij geleverde gebruiksaanwijzing kennis gegeven.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

3 Een naheffingsaanslag moet, inclusief de kosten van de naheffingsaanslag zoals bedoeld in artikel 10, en voor zover van toepassing verhoogd met de andere kosten zoals bedoeld in artikel 10, terstond worden betaald. 4. Indien de belastingplicht met betrekking tot de belasting, bedoeld in art. 1, onder deel b, in de loop van vergunningperiode eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel volle kalendermaanden als er in die periode na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog resteren. De Parkeerverordening Ouder-Amstel 2014 geeft de voorwaarden bij de beëindiging van de vergunning.

 

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd geschiedt door het college.

Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wegsleepregeling

Als na het aanbrengen van de naheffingsaanslag 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.

 

Artikel 10 Kosten naheffingsaanslag

  • 1.

    a. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn vermeld in de bij deze verordening en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

  • 2.

    b. Het bedrag van de voor de wielklem en voor het overbrengen en bewaren in rekening te brengen kosten, wordt in een voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

 

Artikel 11 Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en zijn derhalve vrijgesteld van het parkeren van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:

  • 1.

    a. Gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart

  • 2.

    b. als zodanig herkenbare politievoertuigen

  • 3.

    c. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen

  • 4.

    d. als zodanig herkenbare ambulances

  • 5.

    e. als zodanig herkenbare dierenambulances

 

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

   

Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

 

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

1. De Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Ouder- Amstel 2014 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2016.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

3. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2016 Ouder-Amstel'.

                 

Tarieventabel

Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Ouder-Amstel.

I Tarieven voor parkeren met een parkeervergunning, zoals bedoeld in art. 2 onderdeel a

E. Bewonersvergunning € 20,00 per zes maanden en pro-rata meer bij een langere periode

F. Bedrijfsvergunning € 29,00 per maand

G. Buffervergunning € 29,00 per maand

H. Specifieke vergunning (voorheen P+R vergunning) € 29,00 per maand

 

II Tarieven voor parkeren bij parkeerapparatuur

 

B. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, on derdeel a, bedraagt: € 0,85 voor de eerste drie uur en € 2,75 voor ieder volgend uur.

 

III Kosten Naheffingsaanslag

 

De kosten voor een Naheffingsaanslag bedragen € 55,90 + het tarief voor 1 uur parkeren in het gebied waar het voertuig staat geparkeerd.

 

Het tarief voor het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats aan de Daniël Goedkoopstraat bedraagt € 103,38 op maandag tot-en-met vrijdag tussen 06:00 en 18:00 uur. Voor het bewaren van een voertuig op de bewaarplaats wordt éénmalig een bedrag van € 225,00 in rekening gebracht.

       

Toelichting Verordening Parkeerbelastingen Ouder-Amstel 2016

 

In de verordening parkeerbelastingen is de toepassing van betaald parkeren geregeld, zoals bedoeld in artikel 225 van de gemeentewet. In artikel 2 van deze verordening zijn de vormen van parkeerbelastingen zoals die in de gemeentewet zijn opgenomen letterlijk weergegeven.

 

Artikel 1. Definities

Bij het definiëren van termen is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de definities uit andere regelgeving. Indien sprake is van hogere regelgeving (wetten) wordt daarnaar verwezen. Indien definities aansluiten bij andere gemeentelijke regelgeving, wordt deze zoveel mogelijk gelijkluidend geformuleerd. Ook is zoveel mogelijk aangesloten bij termen die in dit kader gebruikelijk zijn.

 

Artikel 2. Belastbaar feit

In het systeem van betaald parkeren is het – anders dan wel eens verondersteld wordt - niet zo, dat de parkeervergunningen een vorm van ontheffing zijn om niet te hoeven te betalen. Het is mogelijk om plaatsen aan te wijzen waar uitsluitend met vergunningen mag worden geparkeerd, maar het is ook mogelijk om plaatsen aan te wijzen waar parkeervergunningen niet geldig zijn, maar uitsluitend ‘aan de meter’ moet worden betaald. Voor fiscale handhaving (i.c. het uitschrijven van naheffingsaanslagen) is het echter vereist dat iedereen die wil parkeren moet kunnen betalen aan ten minste de parkeermeter. Parkeert iemand zonder vergunning op een (fiscale) E9 plaats, dan krijgt deze geen naheffingsaanslag, maar een ‘Mulderbon’, ofwel een boete in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Burgemeester en wethouders stellen de vergunningperiode vast. Deze kan per type vergunning verschillen.

   

Artikel 3. Belastingplicht

In dit artikel is beschreven wie de belastingplichtige is. Voor het betalen aan de meter is dat de kentekenhouder of ieder ander die de belasting wil betalen. De kentekenhouder is, enkele uitzonderingen daargelaten, aanspreekbaar op het betalen van de parkeerbelastingen. Parkeervergunningen worden aan een (rechts-)persoon verstrekt.

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

Het betreft hier de hoogte van het tarief en over welke periode dat wordt betaald. Deze zijn vastgelegd in de tarieventabel. Voor de vergunningen is dit de vergunningperiode van de betreffende vergunning (ongeacht het moment in de periode dat deze wordt aangevraagd). Voor betalen aan de meter betreft het een uurtarief. Er kan ook in kleinere eenheden worden betaald. Men is dus niet verplicht om een uur parkeertijd (of een veelvoud daarvan) af te nemen.

 

De tarieven zijn gebaseerd op de wens het streven om het parkeren in de gemeente kostendekkend te reguleren. Voor de prijs van parkeervergunningen is aansluiting gezocht bij de tarieven van Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam. Het tarief aan de meter is een afgeleide daarvan. Met de voorgestelde tarieven is de exploitatie het eerste jaar negatief en de jaren daarna positief.

 

Artikel 5. Wijze van heffing

In dit artikel is beschreven hoe de belasting moet worden betaald. Conform het gestelde in art 225 van de gemeentewet is het aan het college om hier invulling aan te geven.

 

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld

De inhoud van dit artikel is evident.

   

Artikel 7. Wijze van heffing en termijnen van betaling

Wanneer moet er betaald worden? De parkeerbelasting kan vooraf of achteraf worden voldaan. Met mobiel parkeren wordt achteraf betaald. De naheffingsaanslag (en de hierbij komende kosten) moet ‘terstond’ worden betaald. Dit is een mogelijkheid en zeker van toepassing als van de wielklem gebruikt wordt gemaakt. In Ouder-Amstel is dat niet het geval en moet naheffingsaanslag worden betaald via de aanslag die men thuis ontvangt.

In bijzondere gevallen kan op aanvraag restitutie plaatsvinden indien de vergunning tussentijds wordt beëindigd. Hierbij kan worden gedacht aan een bedrijfsvergunningen, indien de bedrijfsvestiging voor het einde van de vergunningperiode feitelijk wordt opgeheven. Zie hiervoor verder de Parkeerverordening Ouder-Amstel 2014.

 

Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

In artikel 225 van de Gemeentewet is aangegeven dat parkeerbelastingen kunnen worden toegepast b bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Het laten aanwijzen van de plaatsen waar betaald parkeren van toepassing is door het college is ingegeven door het feit dat voor een adequate regulering het belangrijk is dat wijzigingen snel kunnen worden doorgevoerd. Het aanwijzen van parkeerplaatsen waar een fiscaal regime geldt, geschiedt in het “Aanwijzingsbesluit”, terwijl de tijden dat betaald parkeren van kracht is en de wijze waarop moet worden betaald is gereld in het “Uitwerkingsbesluit”.

 

Artikel 9. Bevoegdheid tot gebruik wegsleepregeling

Of daadwerkelijk wordt gesleept is aan de handhaver. In ieder geval wordt met dit artikel de mogelijkheid geboden. De kosten verbonden aan het wegslepen en in bewaring houden van het motorvoertuig zijn opgenomen in de legestabel van deze verordening.

  

Artikel 10. Kosten naheffingsaanslag

In tegenstelling tot het begaan van een verkeersovertreding, zoals te hard rijden of parkeren in een blauwe zone zonder parkeerschijf, krijgt degene die niet of te weinig betaalt geen administratieve boete (’Mulderbon’) maar een naheffingsaanslag. Dit komt voort uit het feit dat bij niet of te weinig betalen, men belasting ontduikt. De hoogte voor de naheffingsaanslag zijn de kosten die gemoeid zijn met het invorderen van de gederfde belastinginkomsten.

Het vaststellen van de hoogte van de naheffingsaanslag is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Het bedrag is echter aan een maximum gebonden. De hoogte daarvan wordt jaarlijks vastgesteld middels een koninklijk besluit. Boven op dat bedrag mag 1x het uurtarief worden gerekend.

De hoogte van een ‘Mulderbon’, worden jaarlijks vastgesteld door het openbaar ministerie. De boete voor verkeersovertredingen zijn nu hoger dan voor het niet betalen van belastingen. Op het moment van schrijven bedraagt deze € 90,-. De gemeente ontvangt hier geen inkomsten van.

 

Artikel 11. Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

De hoogte van de belastingtarieven is vrij. Er is noch sprake van een maximum, noch van een minimum bedrag. Wel zijn er grenzen aan de mogelijkheden om tarieven te differentiëren. Dit kan op basis van locatie van de parkeerplaats, ruimte die het voertuig inneemt, het tijdstip van het parkeren en/of de parkeerduur. Andere zaken, zoals de kleur van het voertuig, de herkomst van de persoon, het al dan niet gehandicapt zijn, wel of geen voertuig van de gemeente zijn, zijn geen basis om een ander tarief te hanteren. Wel kan de gemeente groepen aanwijzen waarvan zij het parkeren niet wil reguleren, dus die ook geen belasting hoeven te betalen. Het is daarbij wel zaak dat de voertuigen herkenbaar zijn en dat sprake is van gelijke behandeling van gelijke gevallen. De jurisprudentie is daar strikt in. Stel dat de gemeente de gemeentelijke hoveniers vrijstelling wil geven, dan moet zij dat voor alle hovenierbedrijven doen.

  

Artikel 12. Kwijtschelding

Kwijtschelden is het achteraf vrijstellen van de belastingverplichting. Dat past niet in het bepaalde in artikel 11. Vandaar dat geen kwijtschelding wordt verleend.

 

Artikel 13. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Zie ook de toelichting bij artikel 8. De invulling van de wijze waarop parkeerbelastingen worden geïnd is ook een bevoegdheid van het college. Met dit artikel wordt daar invulling aan gegeven.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

Evident.

                  

Parkeerverordening Ouder-Amstel 2016

 

Gelet op:

de gemeentewet art. 147

de gemeentewet art. 225

 

Afdeling I Definities en begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in lid 2 van artikel 225 van de Gemeentewet.

  • 2.

    bedrijf: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht c.q. de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, c.q. een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college van burgemeester en wethouders is gelijkgesteld; alles met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond.

  • 3.

    college: het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente Ouder-Amstel.

  • 4.

    RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459.

  • 5.

    houder van een motorrijtuig: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken in het register krachtens de Wegenverkeerswet 1994 is ingeschreven of degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of vruchtgebruik (lease) onder zich heeft.

  • 6.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990.

  • 7.

    openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

  • 8.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • 9.

    centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel.

  • 10.

    parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg.

  • 11

    parkeerbelasting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225 van de Gemeentewet.

  • 12

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

  • 13

    vergunningperiode: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen periode waarin de parkeervergunning geldig is.

  • 14

    zelfstandige woonruimte: woonruimte achter één eigen afsluitbare toegang, die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Voor deze verordening wordt onder zelfstandige woonruimte tevens verstaan: woonboten op een reguliere plaats.

  • 15

    werkdag: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag.

    

Afdeling II Wijze van Reguleren

Artikel 2. Regulering parkeren

  • 1.

    Regulering van het gebruik van parkeerplaatsen geschiedt op basis van of krachtens deze verordening door middel van het toepassen

    a. van parkeerbelastingen, zoals bedoeld in lid 1 van art 225 Gemeentewet.

    b. van een parkeerduurbeperking op basis van bord E10 Bijlage I RVV1990, ook bekend als “blauwe zone”.

 

Afdeling III Parkeren met vergunningen

Artikel 3. Het verlenen van de vergunning

Het college kan op een schriftelijke aanvraag een parkeervergunning verlenen.

 

Artikel 4. Nadere regels door het college

Het college kan nadere voorschriften en/of beperkingen vaststellen met betrekking tot:

a. het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per vergunninggebied;

b. het verlenen, het intrekken en het ontzeggen van vergunningen;

c. het locatie(s) waar de vergunning geldig is;

d. het gebruik van vergunningen;

e. de geldigheidsduur van een parkeervergunning;

f. de restitutie van parkeerbelasting.

 

Artikel 5. Gegevens

De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:

a. de periode waarvoor de vergunning geldt;

b. het gebied waarvoor de vergunning geldt;

c. de naam van de vergunninghouder en/of het kenteken of een ander kenmerk van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend;

d. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning verbonden zijn.

 

Artikel 6. Overschrijven en wijzigen van de vergunning

1. De vergunning is niet overdraagbaar.

2. Vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning, onmiddellijk aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

3. Wijziging van het voertuig of van het kenteken van het voertuig, van bedrijfsnaam of –adres van vergunninghouder dienen onmiddellijk aan burgemeester en wethouders te worden doorgegeven.

 

Artikel 7. Volgorde van vergunningverlening en wachtlijst

1. Op de aanvraag van een parkeervergunning wordt in volgorde van ontvangst beschikt.

2. Indien het aantal aanvragen groter is dan het vergunningplafond voor het betreffende vergunninggebied wordt de aanvraag op een wachtlijst geplaatst.

3. De volgorde waarin de aanvraag op de wachtlijst wordt geplaatst, is de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag.

4. Burgemeester en Wethouder kunnen besluiten om voor een vergunninggebied per vergunningsoort een aparte wachtlijst bij te houden.

5. De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd, indien:

a. de aanvrager daarom verzoekt;

b. de aanvrager een parkeervergunning wordt verleend in het eigen vergunninggebied;

c. blijkt dat bij de aanvraag om de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;

d. niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aangevraagde vergunning, gesteld bij of krachtens deze verordening.

  

Artikel 8. Diefstal, verlies of vermissing

1. In geval van verlies of vermissing van een vergunning op kenteken kan maximaal 1 x per vergunningsperiode een duplicaatvergunning worden verstrekt.

2. In geval van diefstal van vergunningen wordt slechts een duplicaat verstrekt indien van de diefstal aangifte is gedaan bij de gemeente of de politie en tegen overlegging van het proces-verbaal.

3. Alle kosten, verbonden aan de uitgifte van duplicaatvergunningen zijn voor rekening van de vergunninghouder.

4. In geval van verlies/vermissing van de vergunning op naam, wordt er geen duplicaat verstrekt.

 

Afdeling III Parkeren met ontheffingen

Artikel 9. Nadere regels door het college

Het college kan nadere voorschriften en/of beperkingen vaststellen met betrekking tot:

a. het maximaal aantal uit te geven parkeerontheffingen per ontheffinggebied;

b. het verlenen, het intrekken en het ontzeggen van ontheffingen;

c. het locatie(s) waar de ontheffing geldig is;

d. het gebruik van ontheffingen;

e. de geldigheidsduur van een parkeerontheffing.

 

Artikel 10. Gegevens

De ontheffing bevat in ieder geval de volgende gegevens:

a. de periode waarvoor de ontheffing geldt;

b. het gebied waarvoor de ontheffing geldt;

c. de naam van de ontheffinghouder en/of het kenteken of een ander kenmerk van het motorvoertuig waarvoor de ontheffing is verleend;

d. de voorschriften en beperkingen die aan de ontheffing verbonden zijn.

Artikel 11. Overschrijven en wijzigen van de ontheffing

  • 1.

    1. De ontheffing is niet overdraagbaar.

  • 2.

    2. Ontheffinghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een ontheffing, onmiddellijk aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

  • 3.

    3. Wijziging van het voertuig of van het kenteken van het voertuig, van bedrijfsnaam of –adres van ontheffinghouder dienen onmiddellijk aan burgemeester en wethouders te worden doorgegeven.

 

Artikel 12. Volgorde van ontheffingverlening en wachtlijst

1. Op de aanvraag van een parkeerontheffing wordt in volgorde van ontvangst beschikt.

2. Indien het aantal aanvragen groter is dan het ontheffingplafond voor het betreffende ontheffinggebied wordt de aanvraag op een wachtlijst geplaatst.

3. De volgorde waarin de aanvraag op de wachtlijst wordt geplaatst, is de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag.

4. Burgemeester en Wethouder kunnen besluiten om voor een ontheffinggebied per ontheffingsoort een aparte wachtlijst bij te houden.

5. De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd, indien:

a. de aanvrager daarom verzoekt;

b. de aanvrager een parkeerontheffing wordt verleend in het eigen ontheffinggebied;

c. blijkt dat bij de aanvraag om de ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;

d. niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aangevraagde ontheffing, gesteld bij of krachtens deze verordening.

  

Artikel 13. Diefstal, verlies of vermissing

  • 1.

    1. In geval van verlies of vermissing van een ontheffing op kenteken kan maximaal 1 x per kalenderjaar een duplicaatontheffing worden verstrekt.

  • 2.

    2. In geval van diefstal van ontheffingen wordt slechts een duplicaat verstrekt indien van de diefstal aangifte is gedaan bij de gemeente of de politie en tegen overlegging van het proces-verbaal.

  • 3.

    3. Alle kosten, verbonden aan de uitgifte van duplicaatontheffingen zijn voor rekening van de ontheffinghouder.

 

Afdeling IV Verbodsbepalingen

Artikel 14.

1. Het is verboden om enig voertuig, niet zijnde een motorvoertuig op 2 of meer wielen, of een voertuig op 3 of meer wielen met een kenteken, te plaatsen of te laten staan op een parkeerplaats welke onder een regime van parkeerbelastingen is gebracht, uitgezonderd het gedeelte zuidzijde Van der Madeweg te Amsterdam-Duivendrecht.

2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

3. Het is verboden op een parkeerplaats voor uitsluitend vergunninghouders te parkeren:

a. zonder vergunning;

b. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.

4. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan voorgeschreven door Burgemeester en Wethouders, in werking te stellen.

5. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en derde lid van dit artikel.

  

Afdeling IV Strafbepaling

Artikel 15.

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.

 

Afdeling V slotbepalingen

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

1. De Parkeerverordening Ouder-Amstel 2014 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van de Parkeerverordening Ouder-Amstel 2016.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Parkeerverordening 2016".

 

Toelichting op de Parkeerverordening Ouder-Amstel 2016

In de parkeerverordening regelt de gemeenteraad de mogelijkheid dat het college parkeervergunningen gaat verstrekken als vorm van parkeerbelastingen.

 

Artikel 1. Definities

Bij het definiëren van termen is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij hetgeen bepaald is in de definities uit andere regelgeving. Indien sprake is van hogere regelgeving (wetten) wordt daarnaar verwezen. Indien definities aansluiten bij andere gemeentelijke regelgeving, wordt deze zoveel mogelijk gelijkluidend geformuleerd. Ook is zoveel mogelijk aangesloten bij termen die in dit kader gebruikelijk zijn.

 

Artikel 2. Reguleren parkeren

Met dit artikel stelt de raad kaders aan de vormen van parkeerregulering die in de gemeente kan worden toegepast. De eerste vorm is parkeerbelasting, zoals dat wordt toegepast in Amstel Business Park, maar ook in de kern Ouderkerk aan de Amstel waar regulering plaats vind met het bord E9 bijlage I RVV 1990 (= Parkeren uitsluitend vergunninghouders). Ook deze plaatsen worden onder een fiscaal regime geplaatst.

De andere vorm van parkeerregulering is de parkeerduurbeperking, beter bekend onder de naam blauwe zone.

Voor de vaste gebruikers van een dergelijk gebied maak het niet bar veel uit hoe de regulering plaats vind. Zij parkeren met een vergunning (parkeerbelastingen) of een ontheffing (blauwe zone). De naam en verschijningsvorm is anders, het principe voor het verlenen niet. De verschillen in de reguleringsvorm zijn vooral merkbaar voor de bezoeker.

    

Artikel 3. Het verlenen van de vergunning

Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om parkeervergunningen te verlenen. Niet alleen vanuit het duaal stelsel is dit de aangewezen weg. Het is niet werkzaam als voor iedere vergunning een raadsbesluit nodig is.

 

Artikel 4. Nadere regels door het college

Artikel 4 is een opsomming van de regels die nader door het college kunnen worden bepaald. Het college heeft door het mixen van en variëren met de genoemde elementen de mogelijkheid om ondermeer:

  • 1.

    Verschillende parkeerproducten te ontwikkelen. Hiermee is de gemeente in staat om, binnen de grenzen van de wet, doelgroepen beleid te voeren. Denk bijvoorbeeld aan de specifieke P+R vergunning of buffervergunning.

  • 2.

    Snel en adequaat in te spelen op gewijzigde omstandigheden door de geldigheid van de vergunning in tijd of locatie te verruimen of te beperken. Op die wijze kan effectief worden gestuurd op de parkeerdruk als dat op basis van onderzoek of klachten nodig mocht blijken.

De bevoegdheid van het college om parkeerplaatsen aan te wijzen waar betaald parkeren van kracht is, en de wijze te bepalen waarop parkeerapparatuur in werking moet worden gesteld is geregeld in de verordening parkeerbelastingen.

 

Artikel 5. Gegevens

Het is evident dat een vergunning de noodzakelijke gegevens moet bevatten om effectief te zijn. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de vergunning en het vergunningbewijs. Dit laatste is hetgeen de automobilist achter zijn ruit plaatst. Deze kan zijn voorzien van alle in dit artikel genoemde gegevens, maar kan zich ook beperken tot minder tot geen gegevens. In het laatste geval worden deze opgevraagd in een database. De vergunning zelf plaatst men niet achter de ruit, maar is het ‘schrijven’ waarin alle vereiste gegevens vermeld staan.

 

Artikel 6. Overschrijven en wijzigen van de vergunning

Door de parkeervergunning niet overdraagbaar te maken (artikel 6) wordt (legale) handel in vergunningen voorkomen. Ook wordt de vergunninghouder verplicht om relevante wijzigingen door te geven, zodat ten alle tijden kan worden bezien of de vergunninghouder nog aan de criteria voldoet.

 

Artikel 7. Volgorde van vergunningen op de wachtlijst

In een gebied kunnen niet onbeperkt vergunningen worden verstrekt. Parkeerregulering zou in dat geval geen effect hebben. Het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg is richtinggevend voor het aantal vergunningen dat kan worden verstrekt. Indien het aantal aanvragen de beschikbare capaciteit overschrijdt, is het voor een eerlijke verdeling van de ruimte nodig dat de mogelijkheid van een wachtlijst bestaat. Dat wil niet zeggen dat deze te allen tijde actief is.

 

Artikel 8 Diefstal, verlies of vermissing

Een parkeervergunning is een waardedocument. Dit artikel gaat in op wat er moet gebeuren bij diefstal, verlies of vermissing van vergunningen. Door een vergunning “kwijt” te raken wordt het mogelijk om twee auto’s voor de prijs van één te laten parkeren. Door de in dit artikel genoemde beperkingen wordt het op deze wijze frauderen met vergunningen beperkt.

 

Artikelen 9 - 13

Voor ontheffingen (indien een blauwe zone wordt toegepast) geldt het zelfde als voor vergunningen. Om die redenen zijn de artikelen in Afdeling III een kopie van die van Afdeling II, maar met het woord ‘vergunning’ vervangen door ‘ontheffing’. Let op dat een equivalent van artikel 3 ontbreekt. Dit komt omdat de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen op basis van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) reeds bij het college ligt. De artikelen 9 - 13 zijn in deze verordening opgenomen om aan burgers, bestuurders en ambtenaren duidelijkheid te verstrekken over de regels die gelden bij het verlenen van ontheffingen bij blauwe zones. Dat deze regels zijn geformuleerd wil overigens niet zeggen dat een grootscheepse blauwe zone daadwerkelijk moet worden toegepast.

 

Artikel 14. Verbodsbepalingen

Dit regelt de verbodsbepalingen. Door de hier gebruikte formulering is het behalve auto’s ook toegestaan dat allerhande brommobielen, quads en invalidenvoertuigen van deze parkeerplaatsen gebruik maken. Voorwaarde is dat deze voertuigen zijn voorzien van een kenteken. Uiteraard geldt ook voor hen de betalingsverplichting. Het parkeren van motorfietsen blijft ook mogelijk op fiscale plaatsen, het parkeren van brommers, bromscooters etc. echter niet.

 

Artikel 15. Strafbepaling

Het begaan van een overtreding als genoemd in art. 14 kan leiden tot een gevangenisstraf of een geldboete. Een geldboete van de eerste categorie bedraagt in oktober 2013 maximaal € 380,-. Voor het zonder parkeerschijf of ontheffing parkeren op een blauwe zone wordt bestraft volgens de daarvoor geldende boete (2013 € 85 + € 7).

 

Artikel 16. Citeertitel

Evident.

  

  • Ouder-Amstel, 6 oktober 2016

     

     

    De raad voornoemd,

     

    de raadsgriffier,

    de voorzitter,

     

     

    A.A. Swets

    M.T.J. Blankers-Kasbergen

  

 

Naar boven