Eerste wijziging Beleidsnota Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet 2014

 

 

Inleiding

Op 29 september 2014 stelde de burgemeester van Vlissingen de Beleidsnota Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet 2014 vast. In deze beleidsnota staat hoe de burgemeester van Vlissingen omgaat met zijn bevoegdheid ex artikel 13b Opiumwet om lokalen en woningen te sluiten vanwege “drugshandel”. Met deze eerste wijziging wordt ingespeeld op maatschappelijke ontwikkelingen en de bestaande praktijk. De wijziging ziet vooral op de aanpak van hennepteelt in woningen en lokalen.

Aanleiding wijzigen beleid

Binnen de gemeente Vlissingen vindt het gros van de overtredingen van de Opiumwet plaats vanuit woningen. In de praktijk komen de overtredingen vooral voor in de sociale huurwoningen. De woningbouwcorporatie hanteert daarbij een strikt beleid. Bij overtreding van de Opiumwet ontbindt de woningbouwcorporatie op grond van het huurcontract de huurovereenkomst. Dit beleid wordt toegepast naast het huidige handhavingsbeleid van de gemeente.

Naast overtredingen in sociale huurwoningen vinden steeds meer overtredingen plaats in “particuliere” woningen, zowel in koopwoningen als in huurwoningen van particuliere verhuurders. Daarnaast heeft de drugshandel vanuit woningen een professionalisering doorgemaakt, zowel wat betreft organisatie, omvang en inrichting. Daarbij worden vaak risico’s genomen, met overlast en/of gevaar voor de bewoner(s) van de woning, voor omwonenden en de omgeving tot gevolg.

In het huidige beleid volgt bij de eerste overtreding van artikel 13b van de Opiumwet, waarbij een stof als bedoeld in lijst van de Opiumwet (softdrugs) wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is in een woning, of lokaal of bijbehorende erven in beginsel een waarschuwing. Van een waarschuwing op een eerste overtreding gaat onvoldoende preventieve werking uit en het werkt calculerend gedrag van de overtreders in de hand. Deze handelswijze biedt daarom onvoldoende slagkracht om de grootschalige drugshandel vanuit woningen en lokalen tegen te gaan. Om daadkrachtiger te kunnen optreden wordt in deze beleidswijziging opgenomen dat ook bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet (softdrugs) op grond van de gevonden hoeveelheid en op grond van feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, ook bij een eerste overtreding de woning of het lokaal of bijbehorende erven kan worden gesloten.

Wijziging artikel 2.2

In dit artikel wordt onder het tweede aandachtsstreepje ten onrechte de gemeente Goes genoemd, dit moet de gemeente Vlissingen zijn.

Wijziging artikel 4.5

Om te kunnen voldoen aan de bovengenoemde doelstelling en de huidige stand van de jurisprudentie moet het huidige artikel 4.5 van de beleidsnota als volgt worden aangevuld.

De Algemene wet bestuursrecht ( Awb ) schrijft niet voor dat er vooraf moet worden gewaarschuwd. Het is een vorm van behoorlijk bestuur om dit wel te doen, maar dit betekent niet dat het in alle gevallen zou moeten. Het hangt af van de ernst van de geconstateerde overtreding. Uit jurisprudentie blijkt dat het bestuursorgaan uit het oogpunt van behoorlijk bestuur wel eerst dient te waarschuwen, wanneer het voornemens is een maatregel te treffen die voor de burgers schadelijk is en de burger zelf in staat is de noodzaak tot het treffen van de maatregel weg te nemen.

Zoals eerder aangegeven sluit In beginsel de zwaarte van de sanctie aan de ernst van de overtreding. Het gaat om de proportionaliteit van de sanctie ten opzichte van de overtreding. Indien de situatie dermate ernstig is, kan de burgemeester besluiten de eerste stap van waarschuwing in tabel 2 (Handhavingsmatrix bij aantreffen softdrugs) te laten vervallen en direct overgaan naar stap 2.

Bij de afweging of met een waarschuwing wordt volstaan of dat direct een sluiting wordt bevolen, zijn onder andere de volgende indicatoren van belang:

  • a.

    de hoeveelheid softdrugs die wordt aangetroffen: bij een handelsvoorraad van minder dan 20 planten of minder dan 30 gram wordt in beginsel volstaan met een waarschuwing;

  • b.

    indicatoren van enige professionaliteit: de professionaliteit wordt afgemeten aan de aanwezigheid van attributen in het lokaal die wijzen op regelmatige handel in verdovende middelen, zoals de aanwezigheid van weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, verpakkings- en versnijdingsmaterialen en/of overige attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt;

  • c.

    er is sprake van gewelds- of openbare orde delicten;

  • d.

    er is sprake van verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

  • e.

    er is een vermoeden van betrokkenheid van de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n);

  • f.

    er is een vermoeden dat de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten t.a.v. de Opiumwet en/of de Wet Wapens en Munitie en/of antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, bedreiging of diefstal en dergelijke;

  • g.

    er is sprake van recidive bij de eigenaar/bewoner(s)/betrokkene(n), daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen op grond van artikel 13b Opiumwet;

  • h.

    er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet

  • i.

    de mate van gevaarzetting en de risico’s voor de bewoners, omwonenden en/of de omgeving;

  • j.

    de mate van overlast;

  • k.

    de aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt;

  • l.

    de aannemelijkheid dat naast de woning en/of het lokaal of bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties zijn betrokken bij de drugshandel;

  • m.

    overige feiten en omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband.

De genoemde indicatoren zijn niet limitatief: ook andere hier niet genoemde indicatoren kunnen meewegen bij de beslissing op direct over te gaan tot sluiting.

Wijziging artikel 4.6

Vanwege een wijziging in de Algemene wet bestuursrecht dient in tabel 7 de verwijzing naar artikel 5:24 lid 5 Awb te worden vervangen door een verwijzing naar artikel 5:24 lid 2 Awb.

Artikel 4.10. Plaatsen bord (woningen en lokalen)

Aanvullend wordt artikel; 4.10 opgenomen in het beleid.

Naast de aankondiging van het besluit tot sluiting, wordt op/aan het te sluiten pand een groot bord geplaatst/bevestigd met daarop de melding “gesloten drugspand” of woorden van die strekking. Gelet op het doel van een krachtens artikel 13b van de Opiumwet opgelegde last tot sluiting en het feit dat een aankondiging daarvan op het pand kan bevorderen dat de loop wordt doorbroken, acht de Afdeling Bestuursrechtsspraak van de Raad van State dit middel acceptabel (Uitspraak ABRvS van 20 augustus 2014, nr. 201402336/1/A3). Hiermee wordt de reeds bestaande praktijk verankerd in het beleid.

Artikel 6. Overgangsbepaling

Uit het oogpunt van rechtszekerheid dient, gelet op de aanscherping van het beleid, voor bestaande gevallen die nog zijn aangeschreven op grond van het voorgaande beleid een overgangsbepaling te worden opgenomen.

Voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet bij woningen en lokalen of bijbehorende erven waarvoor onder het voorgaande beleid een waarschuwing is afgegeven voor een eerste overtreding, geldt:

Als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 13b Opiumwet en sprake is van verkoop/aflevering/verstrekking, dan wel aanwezigheid van drugs in een woning/lokaal of het daarbij behorende erf, volgt:

  • bij een eerste overtreding, binnen drie jaar na de waarschuwing, sluiting voor een periode van drie maanden. Uit het oogpunt van rechtszekerheid wordt hier de termijn van de reeds gegeven waarschuwing aangehouden;

  • bij een tweede overtreding binnen drie jaar na de eerste overtreding, sluiting voor een periode van 6 maanden;

  • bij een derde overtreding binnen drie jaar na de tweede overtreding, sluiting voor een periode van 12 maanden

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Eerste wijziging Beleidsnota Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet 2014.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking in het elektronische gemeenteblad van de gemeente Vlissingen.

Aldus vastgesteld op 9 februari 2016 door de burgemeester van Vlissingen

A.M. Demmers-Van der Geest

Naar boven