Mandaatregeling SED organisatie 2015, versie 3

Overwegende dat de noodzaak aanwezig was de bestaande mandaatregeling aan te passen door toevoeging van artikel 3a;

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland, ieder zover het zijn bevoegdheid betreft, op 22 december 2015;

Gelet op artikel 10:3 en volgende van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluiten, vast te stellen de gewijzigde mandaatregeling SED organisatie 2015 als gevolg waarvan deze regeling in de plaats treedt van de vorige versie;

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar: hij die wordt bedoeld in artikel 1 onder c van de Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie;

  • b.

    besluit: het verrichten van publiekrechtelijke rechtshandelingen, waaronder ook wordt verstaan het treffen van voorbereidingshandelingen en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen;

  • c.

    directie: zij die wordt bedoeld in artikel 1 onder h van de Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie;

  • d.

    gemeenten: zij die worden bedoeld in artikel 1 onder l van de Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie;

  • e.

    mandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan besluiten te nemen;

  • f.

    mandaatgever: het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke wettelijke bevoegdheid heeft en deze aan een ander mandateert;

  • g.

    SED organisatie: zij die wordt bedoeld in artikel 1 onder q van de Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie;

 

Artikel 2 Inhoud mandaat

Het mandaat omvat naast het nemen van besluiten, tevens het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals:

  • a.

    het verstrekken van mondelinge en/of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;

  • b.

    het verzenden van ontvangstbewijzen;

  • c.

    het voeren van overige correspondentie;

  • d.

    het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen;

  • e.

    het verzorgen van publicaties.

 

Artikel 3 Algemeen mandaat van gemeenten aan SED organisatie

  • 1.

    De colleges en de burgemeesters van de gemeenten verlenen aan het dagelijks bestuur en de voorzitter van de SED organisatie het mandaat, de volmacht en de machtiging om alle besluiten te nemen en alle rechtshandelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van hun taken en bevoegdheden nodig zijn.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde mandaat omvat de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat. Zonodig onder het stellen van nadere instructies.

 

Artikel 3a Algemene machtiging

De burgemeesters machtigen de wethouders om in voorkomende gevallen overeenkomsten te ondertekenen.

 

Artikel 4 Algemeen mandaat van dagelijks bestuur aan ambtenaren SED organisatie

  • 1.

    Het dagelijks bestuur en de voorzitter verlenen de ambtenaar die werkzaam is voor de SED organisatie het ondermandaat, de volmacht en de machtiging om namens de colleges en burgemeesters van de gemeenten alle besluiten te nemen en alle rechtshandelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van de aan de colleges en burgemeesters opgedragen taken en bevoegdheden nodig zijn met in achtneming van de voorwaarden genoemd in artikel 5, lid 1, 2 en 3.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur en de voorzitter van de SED organisatie verlenen de ambtenaar die werkzaam is voor de SED organisatie het mandaat, de volmacht en de machtiging om namens hen alle besluiten te nemen en alle rechtshandelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die nodig zijn om een goede invulling te geven aan zijn taak en bevoegdheid zoals hem deze op grond van de Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie zijn toebedeeld met in achtneming van de voorwaarden genoemd in artikel 5, lid 1, 2 en 3.

  • 3.

    De mandaathouder heeft tevens de bevoegdheid het in het eerste en tweede lid bedoelde (onder)mandaatbesluit, de volmacht en de machtiging te ondertekenen.

 

Artikel 5 Voorwaarden mandaatverlening

  • 1.

    Het in het artikel 4, eerste en tweede lid, bedoelde (onder)mandaat komt de gemandateerde slechts toe, voor zover de uitoefening van de bevoegdheid overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden van de staf- of vakafdeling waarbinnen de ambtenaar werkzaam is.

  • 2.

    De gemandateerde is niet bevoegd om in mandaat te besluiten, indien:

    • a.

      de gemandateerde het te nemen besluit niet met een collega heeft afgestemd, tenzij het een besluit betreft met een zeer eenvoudig karakter;

    • b.

      het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften;

    • c.

      het een bevoegdheid betreft die in de Gemeenschappelijke Regeling SED organisatie expliciet wordt genoemd en derhalve geacht wordt voorbehouden te zijn aan het desbetreffende orgaan aan wie het is toebedeeld;

    • d.

      het voorgenomen besluit een overschrijding van een budget of krediet tot gevolg heeft dan wel een groot financieel risico met zich brengt;

    • e.

      het voorgenomen besluit dusdanige gevolgen heeft voor de rechtspositie van een of meerdere ambtenaren dat besluitvorming door het dagelijks bestuur vereist is;

    • f.

      het dagelijks bestuur dan wel een lid hiervan heeft aangegeven dat hij het voorstel aan de mandaatgever wenst voor te leggen;

    • g.

      de mandaatgever heeft aangegeven zelf te willen besluiten;

    • h.

      het een voordracht voor of benoeming van personen op grond van een wettelijk voorschrift betreft anders dan het aangaan van een dienstverband;

    • i.

      het een besluit betreft waarmee algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of beleid worden vastgesteld dan wel anderszins bevoegdheden betreft waarvoor ingevolge de Algemene wet bestuursrecht of in enig ander wettelijk voorschrift is bepaald dat mandaat niet kan worden verleend;

    • j.

      aan het voorgenomen besluit mogelijkerwijs politieke consequenties zijn verbonden dan wel dat dit precedentwerking tot gevolg kan hebben;

    • k.

      indien het voorgenomen besluit kan leiden tot bestuurlijke afbreuk.

  • 3.

    De gemandateerde moet de instructies van de mandaatgever opvolgen.

 

Artikel 6 Ondertekeningswijze bij mandaat

Bij de uitoefening van een mandaat, verleend door het college of de burgemeester, worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

Hoogachtend, / Met vriendelijke groet,

namens burgemeester en wethouders van…… / de burgemeester van ………

<handtekening gemandateerde>

gevolgd door de naam van de gemandateerde, alsmede diens functienaam en afdeling.

 

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2015.

 

Artikel 8 Intrekking oude regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

  • a.

    Mandaatregeling gemeente Stede Broec 2013;

  • b.

    Algemeen mandaatbesluit gemeente Enkhuizen 2011;

  • c.

    Mandaat- en machtigingsregeling Drechterland 2014.

 

 

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling SED organisatie 2015.

 

 

Uitzonderingen en instructies

De hoofdregel voor onze ambtelijke organisatie is dat alle bevoegdheden aan de ambtenaar zijn (onder) gemandateerd en dat deze ambtenaar gemachtigd is om de uitvoeringshandelingen uit te voeren die noodzakelijk zijn voor zijn werk. Dit volgt uit artikel 4 en 5 van de Mandaatregeling SED organisatie 2015.

In deze Mandaatregeling is ook een aantal algemene uitzonderingen opgenomen in artikel 5 lid 2. Als één van deze uitzonderingen zich voordoet is niet de ambtenaar bevoegd maar in de meeste gevallen het dagelijks bestuur. De ambtenaar wordt voldoende taakvolwassen geacht om zelfstandig de afweging te kunnen maken of hij de beslissing namens het college kan nemen. Het afdelingshoofd ziet hier zonodig op toe.

Het mandaat is begrensd tot bevoegdheden die voortvloeien uit de werkzaamheden die binnen een afdeling worden uitgevoerd en tevens functioneel noodzakelijk zijn.

Daarnaast bestaat er een aantal specifieke onderwerpen waarvan de bevoegdheid niet door de ambtenaar kan worden uitgevoerd zonder een nadere instructie in acht te nemen. Hieronder de lijst met onderwerpen en desbetreffende instructie. De besluitvorming op onderstaande gebieden heeft betrekking op toekenning, afwijzen en niet ontvankelijk verklaren en ondertekening. Als de instructie niet wordt opgevolgd kan dat consequenties hebben voor de rechtsgeldigheid van het besluit. De instructies luiden alsvolgt;

  • a.

    Wet openbaarheid van bestuur, Instructie van JZ, gebruik van standaardbrieven

  • b.

    Ingebrekestellingen, Instructie van JZ, gebruik van standaardbrieven

  • c.

    Sluitingstijden horeca. Voor zover in afwijking van het bestaande beleid, niet dan na overleg en instemming Burgemeester

  • d.

    Incidentele subsidies, Niet dan na overleg en instemming van de portefeuillehouder, financiele dekking aanwezig

  • e.

    Behandeling van klachten Besluitvorming en ondertekening, conform de Klachtenverordening

  • f.

    Instellen van een schadevergoedingsactie, Instructie JZ bij niet routinezaken

  • g.

    Behandelen van ingediende schadeclaims, Boven eigen risico in overleg met verzekeraar

  • h.

    Het instellen van beroep en hoger beroep, procesbesluit, Dit blijft de bevoegdheid van het college

  • i.

    P&O zaken, Na overleg met afdelingshoofd en directie

    • Disciplinaire straffen

    • Detacheringsovereenkomsten

  • j.

    Projecten ,De projectleider is bevoegd mits passend binnen de opdracht

    • Besluitvorming binnen het project

    • Inkoop binnen het project,

  • k.

    Beslissing op een bezwaarschrift, instandlating primo (geen belastingzaken) JZ, mits betreffende medewerker niet betrokken was bij primair besluit, het college kan instructies verschaffen

  • l.

    Beslissing op een bezwaarschrift, contrair aan de primo ( geen belastingzaken), Bevoegd bestuursorgaan (veelal college), e.e.a. na overleg en instemming portefeuillehouder

  • m.

    Handhavingsbesluiten als bedoeld in hoofdstuk 5 Awb, Na overleg en instemming portefeuillehouder

  • n.

    Overeenkomsten, mits conform inkoop- en aanbestedingsbeleid

    • Enkelvoudig onderhands door medewerker, mits na overleg en afstemming met budgetbeheerder

    • Meervoudig onderhands door afdelingshoofd, mits na overleg en afstemming met budgethouder

    • Nationale en Europese aanbestedingsprocedures: niet bevoegd. Besluit moet langs bevoegd bestuursorgaan.

  • o.

    Afwijken van het inkoop- en aanbestedingsbeleid

    • Voor gemeente: niet na toestemming van bevoegd bestuursorgaan (veelal college)

    • Voor SED: niet na toestemming van directie, mits deugdelijk gemotiveerd en toereikend budget

 

 

 

 

 

Naar boven