Gemeenteblad van Amstelveen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AmstelveenGemeenteblad 2016, 13819Verordeningen



Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Amstelveen

RECTIFICATIE Gemeenteblad Nr: 9615
Hierbij maakt het college van burgemeester en wethouders de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Amstelveen (APV gemeente Amstelveen) inclusief bijlagen 1 en 2 bekend. Deze bijlagen maken integraal deel uit van de APV gemeente Amstelveen, zoals vastgesteld op 16 december 2015. Deze bekendmaking vervangt de eerdere bekendmaking op 1 februari 2016 en met nummer 9615 vanwege het ontbreken van de bijlagen 1 en 2.

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 (bijlage 1);

  • -

    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

  • -

    bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de gemeentelijke Bouwverordening daaronder wordt verstaan;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;

  • -

    handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  • -

    heempark: heembeplantingsvoorzieningen met een duidelijk parkachtige aanleg, waarbij voornamelijk gebruik is gemaakt van inheemse plantensoorten, dat wil zeggen soorten die tot de wilde flora van Nederland (kunnen) worden gerekend;

  • -

    openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  • -

    openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;

  • -

    rechthebbende: degene die over een zaak of dier zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

  • -

    vaartuigen: hetgeen in artikel 1 van de gemeentelijke Woonschepenverordening daaronder wordt verstaan;

  • -

    weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 , daaronder wordt verstaan.

Artikel 1:2 Beslistermijn

  • 1.

    Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in 2:11 of artikel 4:11.

  • 4.

    Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag

  • 1.

    Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

  • 2.

    Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  • 2.

    Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • a.

    indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  • c.

    indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • d.

    indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

  • e.

    indien de houder dit verzoekt.

Artikel 1:7 Termijnen

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden

De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    de volksgezondheid;

  • d.

    de bescherming van het milieu.

HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE

AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

  • 1.

    Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden of op andere wijze de orde te verstoren.

  • 2.

    Degene die op een openbare plaats

    • a.

      aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    • b.

      aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    • c.

      zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

      is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  • 4.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.

  • 5.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

  • 6.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:1A Messen en steekwapens

  • 1.

    Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.

AFDELING 2. BETOGING

Artikel 2:2

[vervallen]

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

  • 1.

    Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste vier dagen voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  • 2.

    De kennisgeving bevat:

    • a.

      naam en adres van degene die de betoging houdt;

    • b.

      het doel van de betoging;

    • c.

      de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;

    • d.

      de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;

    • e.

      voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en

    • f.

      maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

  • 3.

    Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

  • 4.

    Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

  • 5.

    De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:4

[vervallen]

Artikel 2:5

[vervallen]

AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN

Artikel 2:6

[vervallen]

AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG

Artikel 2:7

[vervallen]

Artikel 2:8

[vervallen]

Artikel 2:9

[vervallen]

AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg

  • 1.

    Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:

    • a.

      het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

    • b.

      het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  • 2.

    Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,20 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

  • 3.

    Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden.

  • 4.

    Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid is geen ontheffing nodig voor de bij besluit van het college aangewezen voorwerpen, onder de voorwaarden dat deze voorwerpen maximaal 6 maanden worden geplaatst en minimaal 4 weken voor de plaatsing melding is gedaan middels een door het college vastgesteld meldingsformulier. Het eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing.

  • 6.

    Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

  • 7.

    De voorwerpen als bedoeld in lid vijf mogen worden geplaatst, tenzij het college binnen vier weken na ontvangst van de melding schriftelijk heeft laten weten dat de gewenste plaatsing niet aan een of meer van de voorwaarden van lid vijf voldoet.

  • 8.

    In afwijking van het vierde en vijfde lid kan het bevoegde gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 9.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    • b.

      terrassen als bedoeld in artikel 2:27;

    • c.

      standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en

    • d.

      overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  • 10.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening.

  • 11.

    Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  • 2.

    De vergunning wordt verleend:

    • a.

      als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of

    • b.

      door het college in de overige gevallen.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.

  • 4.

    Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

  • 5.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

    • a.

      ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

    • b.

      indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

    • c.

      indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of

    • d.

      indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG

Artikel 2:13

[vervallen]

Artikel 2:14 Winkelwagentjes

  • 1.

    Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze

    • a.

      te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en

    • b.

      terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

  • 2.

    Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.

  • 3.

    Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:17

[vervallen]

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen

1. Het is verboden in bossen, (heem)parken en natuurgebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:

a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode;

b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

2. De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.

3. De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

Artikel 2:19

[vervallen]

Artikel 2:20

[vervallen]

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Artikel 2:22

[vervallen]

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs

  • 1.

    Het is verboden:

    • a.

      voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;

    • b.

      bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.

AFDELING 7. EVENEMENTEN

Artikel 2:24 Begripsomschrijving

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    • a.

      bioscoopvoorstellingen;

    • b.

      markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder h van de Gemeentewet;

    • c.

      kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    • d.

      het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

    • e.

      betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    • f.

      activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening.

  • 2.

    Onder evenement wordt mede verstaan:

    • a.

      een herdenkingsplechtigheid;

    • b.

      een braderie;

    • c.

      een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening;

    • d.

      een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd;

    • e.

      een straatfeest of buurtbarbecue op één dag;

    • f.

      een snuffelmarkt;

    • g.

      de door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden en - gala’s.

  • 3.

    Onder klein evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse 0 volgens het risicoanalysemodel.

  • 4.

    Onder regulier evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse A volgens het risicoanalysemodel.

  • 5.

    Onder aandacht evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse B volgens het risicoanalysemodel.

  • 6.

    Onder risico evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse C volgens het risicoanalysemodel.

Artikel 2:25 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    • a.

      er een organisator is;

    • b.

      de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan via een volledig ingevuld formulier melding klein evenement.

  • 3.

    De burgemeester kan na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  • 4.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van evenementen.

  • 5.

    In afwijking van artikel 1:3 kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een regulier evenement niet te behandelen als minder dan 8 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend.

  • 6.

    In afwijking van artikel 1:3 kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een aandacht evenement niet te behandelen als minder dan 12 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend.

  • 7.

    In afwijking van artikel 1:3 kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een risico evenement niet te behandelen als:

    • a.

      het risico evenement niet door de organisator daarvan voor 1 december van het voorafgaande jaar en tot 1 jaar voorafgaand aan het evenement is gemeld via het meldingsformulier risico evenement;

    • b.

      minder dan 26 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend.

  • 8.

    Onverminderd artikel 1:8 kan een vergunning voor vechtsportwedstrijden en -gala’s geweigerd worden als de natuurlijke personen die het evenement organiseren van slecht levensgedrag zijn.

  • 9.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 10.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:26 Ordeverstoring

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN

Artikel 2:27 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a.

      openbare inrichting:

    • i.

      een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;

      ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid.

    • b.

      terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

    • c.

      daghoreca: openbare inrichtingen die vallen onder Categorie I van horeca- activiteiten volgens het bestemmingsplan.

  • 2.

    Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

  • 1.

    Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  • 2.

    De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien:

    • a.

      naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    • b.

      de exploitant van de openbare inrichting in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • c.

      het terras:

    • i.

      schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg;

      ii. de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;

      iii. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  • 4.

    Geen vergunning is vereist voor door de burgemeester aan te wijzen categorieën van openbare inrichtingen die naar zijn oordeel geen invloed hebben op de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en geen risico vormen voor de openbare orde.

  • 5.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28a Verbod verstrekken alcoholhoudende drank door commerciële horeca in paracommerciële omgeving

  • 1.

    Het is verboden buiten de genoemde tijden in artikel 2 van de Verordening paracommercie gemeente Amstelveen alcoholhoudende drank te verstrekken in een openbare inrichting , niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke:

    • a.

      deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;

    • b.

      deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties;

    • c.

      deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis;

    • d.

      deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of -instellingen.

  • 2.

    In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen, met uitzondering van onderdeel c., is het verboden sterke drank te verstrekken.

  • 3.

    De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

  • 5.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:29 Sluitingstijd

  • 1.

    Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag, zondag en reguliere feestdagen tussen 03.00 uur en 07.00 uur.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op openbare inrichtingen waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt. Gedurende de tijden genoemd in het eerste lid mag geen alcoholhoudende drank worden verstrekt.

  • 3.

    Terrassen zijn gesloten tussen 01.00 uur en 07.00 uur.

  • 4.

    Daghoreca is gesloten tussen 22.00 uur en 06.00 uur.

  • 5.

    Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  • 6.

    De burgemeester kan per openbare inrichting 5 keer per kalenderjaar ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Per openbare inrichting kunnen maximaal 2 ontheffingen per maand worden verleend.

  • 7.

    In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor andere sluitingstijden gelden.

  • 8.

    In afwijking van het eerste lid en het derde lid kan de burgemeester gebieden aanwijzen waarvoor andere sluitingstijden gelden.

  • 9.

    Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

  • 10.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:31 Verboden gedragingen

  • 1.

    Het is verboden in een openbare inrichting:

    • a.

      de orde te verstoren;

    • b.

      zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

    • c.

      op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

  • 2.

    Lid 1 sub b is niet van toepassing op openbare inrichtingen waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt.

Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen

  • 1.

    In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • 2.

    De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan

Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2:34

[vervallen]

AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF

Artikel 2:35 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie

Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:37

[vervallen]

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister

Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

  • 1.

    In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

  • 2.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

    • a.

      speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;

    • b.

      speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en

    • c.

      speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.

  • 3.

    De burgemeester weigert de vergunning:

    • a.

      indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

    • b.

      indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

  • 4.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

  • 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder:

    • a.

      Wet: de Wet op de kansspelen;

    • b.

      kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet;

    • c.

      hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;

    • d.

      laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.

  • 2.

    In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.

  • 3.

    In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal

1.Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:42 Plakken en kladden

1.Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

5. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

Artikel 2:43

[vervallen]

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen

1.Het is verboden inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

2. Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Artikel 2:44A Vervoer geprepareerde voorwerpen

1.Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.

1. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden en/of schade te veroorzaken in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, heemparken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.

2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d

1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.

2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening.

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

1.Het is verboden op een openbare plaats:

a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik

1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

2. Het verbod is niet van toepassing op:

a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en

b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

1. Het is verboden:

a. zich zonder redelijk doel in en/of bij een portiek, hal of poort van een gebouw op te houden;

b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

Het is verboden zich zonder redelijk doel en op voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.

  • 1.

    Het is verboden een fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig te parkeren als daardoor:

    • a.

      op de weg de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;

    • b.

      de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt belemmerd;

      c. schade ontstaat of;

    • d.

      voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of het gehandicaptenvoertuig staat geparkeerd, de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd.

      2. Het is verboden:

      a. een fiets of bromfiets te parkeren in door het college daarvoor aangewezen gebieden, langer dan een door het college te bepalen periode;

      b. fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg te laten staan.

      3. Het college kan in het belang van de veiligheid en ter voorkoming van hinder een gebied aanwijzen waarin fietsen of bromfietsen uitsluitend in een daarvoor bestemde voorziening mogen worden geparkeerd. Het is verboden een fiets of een bromfiets in een gebied als bedoeld in het derde lid buiten een voor parkeren bestemde voorziening te plaatsen.

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.

Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

Artikel 2:53 Bespieden van personen

1.Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.

2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.

Artikel 2:54

[vervallen]

Artikel 2:55

[vervallen]

Artikel 2:56

[vervallen]

Artikel 2:57 Loslopende honden

1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide dan wel heempark, schoolplein of op een andere door het college aangewezen plaats;

b. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of

c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 2:57A Hondenuitlaatcentrales

1. Het is verboden zich op of aan de openbare weg te bevinden met meer dan vijf honden voor het bedrijfsmatig uitlaten.

2. Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen voor nader bepaalde, afgebakende gebieden en voor het aantal honden dat gelijktijdig bedrijfsmatig uitgelaten wordt.

3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

1.Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond

a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

1.Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

a. aanwezig te hebben;

b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;

c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of

d. te voeren.

2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:61

[vervallen]

Artikel 2:62 Loslopend vee

De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.Artikel 2:63

[vervallen]

Artikel 2:64 Bijen

1. Het is verboden bijen te houden:

a. binnen een afstand van 8 meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;

b. binnen een afstand van 12 meter van de weg.

2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.

3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement.

4. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:65 Bedelarij

Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.

AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN

Artikel 2:66 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister

1.De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:

a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;

c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;

d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en

e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2. De burgemeester kan bepalen dat de verplichting als bedoeld in lid 1 tevens via het Digitaal Opkopersregister kan geschieden.

3. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen;

4. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:

a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;

3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;

4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;

b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste 5 dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Artikel 2:69

[vervallen]

Artikel 2:70

[vervallen]

AFDELING 13. VUURWERK

Artikel 2:71 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

[vervallen]

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

  • 1.

    Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

  • 2.

    Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

  • 3.

    De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.

AFDELING 14. DRUGSOVERLAST

Artikel 2:74 Openlijk gebruik en handel in drugs

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben, dan wel het al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN

Artikel 2:75

[vervallen]

Artikel 2:76

[vervallen]

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

  • 2.

    De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van aangewezen voor een ieder toegankelijke plaatsen: openbare parkeerplaatsen of openbare parkeerterreinen.

  • 3.

    Na een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid brengt de burgemeester dit ter kennis van de leden van de Raadscommissie voor Algemeen bestuur en middelen.

Artikel 2:78 Gebiedsontzegging

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 8weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  • 3.

    Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

  • 4.

    De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE EN DERGELIJKE

AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 3:1 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  • b.

    prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  • c.

    seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

  • d.

    escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

  • e.

    sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

  • f.

    exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;

  • g.

    beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;

  • h.

    bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:

    • 1.

      de exploitant;

    • 2.

      de beheerder;

    • 3.

      de prostituee;

    • 4.

      het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;

    • 5.

      toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening;

    • 6.

      andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:3 Nadere regels

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN DERGELIJKE

Artikel 3:4 Seksinrichtingen

  • 1.

    Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  • 2.

    In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    • a.

      de persoonsgegevens van de exploitant;

    • b.

      de persoonsgegevens van de beheerder; en

    • c.

      de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

  • 3.

    Er wordt voor in totaal ten hoogste drie escortbedrijven vergunning verleend.

  • 4.

    Er wordt voor in totaal ten hoogste twee seksinrichtingen vergunning verleend.

  • 5.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

  • 1.

    De exploitant en/of de beheerder:

    • a.

      staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

    • b.

      zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en

    • c.

      hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet:

    • a.

      met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht  in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht  ter beschikking gesteld;

    • b.

      binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering  is toegelaten;

    • c.

      binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

      • -

        bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;

      • -

        de artikelen 137c tot en met 137g,140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

      • -

        de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      • -

        de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen;

      • -

        de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

      • -

        de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  • 3.

    Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:

    • a.

      vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht  of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;

    • b.

      een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

  • 4.

    De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

    • a.

      bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

    • b.

      bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  • 5.

    De exploitant en/of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant en/of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3:6 Sluitingstijden

  • 1.

    Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven dagelijks tussen 00:00 en 11:00 uur.

  • 2.

    Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

  • 3.

    Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.

  • 4.

    Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer  gebaseerde voorschriften.

Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting

  • 1.

    Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:

    • a.

      tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;

    • b.

      van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht

    maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid.

Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

  • 1.

    Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant en/of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.

  • 2.

    De exploitant en/of de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

    • a.

      geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;

    • b.

      geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3:9 Straatprostitutie

  • 1.

    Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding:

    • a.

      op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;

    • b.

      gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.

  • 2.

    Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  • 3.

    Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  • 4.

    De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.

  • 5.

    De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

  • 6.

    Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.

Artikel 3:10 Sekswinkels

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente..

Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  • 1.

    Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

    • a.

      indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

    • b.

      anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  • 2.

    Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

AFDELING 3. BESLISTERMIJN: WEIGERINGSGRONDEN

Artikel 3:12 Beslistermijn

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

  • 2.

    Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel 3:13 Weigeringsgronden

  • 1.

    De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:

    • a.

      de exploitant en/of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;

    • b.

      de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;

    • c.

      er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht  of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen  of de Vreemdelingenwet  bepaalde;

    • d.

      het maximum aantal vergunningen, zoals bedoeld in artikel 3:4, derde en vierde lid, is bereikt.

  • 2.

    Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:

    • a.

      het voorkomen of beperken van overlast;

    • b.

      het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    • c.

      de veiligheid van personen of goederen;

    • d.

      de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    • e.

      de gezondheid of zedelijkheid; of

    • f.

      de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER

Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie

  • 1.

    De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  • 2.

    Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 3:15 Wijziging beheer

  • 1.

    Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

  • 2.

    Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

AFDELING 5
Artikel 3:16

[vervallen]

Artikel 3:17

[vervallen]

Artikel 3:18 Ongeklede openbare recreatie

.

Het college kan voor ongeklede openbare recreatie geschikte plaatsen aanwijzen, gelet op het bepaalde in artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht.

HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTEN

AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING

Artikel 4:1 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • b.

    inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;

  • c.

    houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  • d.

    collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

  • e.

    incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  • f.

    geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

  • g.

    geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

  • 1.

    De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  • 2.

    De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  • 3.

    In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer aan te wijzen gebieden.

  • 4.

    Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  • 5.

    Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  • 6.

    Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 85 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

  • 7.

    De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  • 8.

    Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om 01:00uur te worden beëindigd.

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

  • 1.

    Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  • 2.

    Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

  • 3.

    Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

  • 4.

    De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  • 5.

    De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  • 6.

    Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.

  • 7.

    De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten.

  • 8.

    Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 23:00 uur op zondag tot en met donderdag en om 1:00 uur op vrijdag en zaterdag uur beëindigd.

  • 9.

    De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

  • 10.

    Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 4:4

[Vervallen]

Artikel 4:5 Onversterkte muziek

  • 1.

    Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:

    • a.

      de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

    • b.

      de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

    • c.

      de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;

    • d.

      bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

    • e.

      Tabel

 

7.00-19.00 uur

7.00-19.00 uur

23.00-7.00 uur

LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

  • 2.

    Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

  • 3.

    Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.

Artikel 4:5A

[vervallen]

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

  • 1.

    Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  • 2.

    Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:6A

[vervallen]

Artikel 4:6B (Geluid)hinder door dieren

Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING

Artikel 4:7 Ruimte voor straatvegen en aanbiedplaatsen voor huishoudelijk afval

  • 1.

    Het is verboden op een door het college aangewezen weggedeelte ten behoeve van reinigingswerkzaamheden een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan op een daarbij aangeduide tijdsperiode.

  • 2.

    Het is verboden op een door het college aangewezen en als zodanig ter plaatse als aanbiedplaats aangeduid weggedeelte een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende de dagen waarop de inzameling van huishoudelijk afval plaatsvindt.

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN

Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a.

      houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

    • b.

      hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

    • c.

      iepziekte: een ziekte onder iepen, veroorzaakt door de schimmels Ophiostoma ulmi (synoniem Ceratocystis ulmi) en Ophiostoma novo-ulmi.

  • 2.

    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten,

    alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 4:11 Kapverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen ofte doen vellen die staan vermeld op de lijst vermeld op bijlage 2 (Bomenlijst).

  • 2.

    In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    • a.

      de natuurwaarde van de houtopstand;

    • b.

      de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    • c.

      de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    • d.

      de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    • e.

      de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    • f.

      de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

  • 5.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Boswet.

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:11A Bestrijding iepziekte

  • 1.

    Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving gestelde termijn van 10 werkdagen:

    • a.

      indien de iepen in de grond staan, deze te vellen bij voorkeur door een erkend boomverzorgingsbedrijf;

    • b.

      de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen bij voorkeur door een erkend boomverzorgingsbedrijf;

    • c.

      of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen door een erkend recyclingsbedrijf of zodanig te laten behandelen door een erkend recyclingsbedrijf dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

  • 2.

    Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan vier centimeter, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.

  • 3.

    Het gestelde in het eerste lid onder sub c geldt eveneens voor geveld en gezond iepenhout.

Artikel 4:12

[vervallen]

AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

  • 1.

    Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

    • a.

      onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

    • b.

      (brom-)fietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

    • c.

      kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

    • d.

      mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

  • 2.

    Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening.

Artikel 4:14

[vervallen]

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke, ontsierende of gevaarlijke reclame

  • 1.

    Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ontsierende en/of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 4.16 Reclame

  • 1.

    Onverminderd artikel 4:15 is het verboden zonder vergunning van het college op enigerlei wijze in het openbaar reclame te maken.

  • 2.

    Onverminderd artikel 4:15 kan het college categorieën van reclame- uitingen en/of gebieden aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid niet geldt, al dan niet onder het stellen van voorwaarden en/of nadere regels.

  • 3.

    Onverminderd artikel 4:15 is het verbod van het eerste lid niet van toepassing op reclame- uitingen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN

Artikel 4:17 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

a. de bescherming van natuur en landschap; of

b. de bescherming van een stadsgezicht.

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

1.Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.

HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE

AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN

Artikel 5:1 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990)  met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  • b.

    parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke

  • 1.

    Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    • a.

      het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

    • b.

      het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  • 2.

    Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    • a.

      voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    • b.

      voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

  • 3.

    Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    • a.

      drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

    • b.

      de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  • 4.

    Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

  • 5.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3

[vervallen]

Artikel 5:4 Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5 Voertuigwrakken

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.

  • 1.

    Het is verboden een kampeerwagen, camper, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen, woonwagen of een ander dergelijk voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd, langer dan drie achtereenvolgende dagen te doen of te laten staan op of aan de weg.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  • 2.

    Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 3.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg binnen de bebouwde kom, behoudens op daartoe door het college aangewezen plaatsen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 uur tot 20.00 uur.

  • 3.

    Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  • 2.

    Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:10

[vervallen]

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  • 1.

    Het is verboden met een voertuig of een tijdelijk (mobiel) bouwwerk te rijden door een (heem)park, plantsoen, speelweide of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.

  • 2.

    Dit verbod is niet van toepassing:

    • a.

      op de weg;

    • b.

      op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en

    • c.

      op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  • 3.

    Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:12

[Vervallen]

AFDELING 2. COLLECTEREN

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

  • 2.

    Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  • 3.

    Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.

  • 4.

    Het verbod geldt niet voor instellingen die zijn vermeld op het landelijke collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen periode als:

    • a.

      de inzameling plaatsvindt tussen 08.00 en 21.00 uur;

    • b.

      de inzameling niet plaatsvindt op zon- en feestdagen;

    • c.

      de collectanten minimaal 14 jaar oud zijn;

    • d.

      de collectanten zichtbaar een legitimatiebewijs dragen met hun naam.

  • 5.

    Het verbod geldt niet voor door het college aan te wijzen instellingen en categorieën van openbare inzamelingen van geld of goederen of het daartoe aanbieden van intekenlijsten.

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

AFDELING 3. VENTEN

Artikel 5:14 Begripsbepaling

  • 1.

    In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

  • 2.

    Onder venten wordt niet verstaan:

    • a.

      het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

    • b.

      het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;

    • c.

      het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:15 Ventverbod

  • 1.

    Het is verboden te venten:

    • a.

      op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen;

    • b.

      op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen dagen en uren;

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

  • 3.

    Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  • 4.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  • 5.

    Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

Artikel 5:16

[vervallen]

AFDELING 4. STANDPLAATSEN

Artikel 5:17 Begripsbepaling

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  • 2.

    Onder standplaats wordt niet verstaan:

    • a.

      een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    • b.

      een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  • 2.

    Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

    • a.

      indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand

    • b.

      indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

  • 4.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

  • 1.

    Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

  • 2.

    De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:21

[vervallen]

AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN

Artikel 5:22

[vervallen]

Artikel 5:23

[vervallen]

AFDELING 6. OPENBAAR WATER

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

  • 1.

    Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

  • 2.

    Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

  • 3.

    De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

  • 4.

    Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

  • 5.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 5:24A Vaartuigwrakken

  • 1.

    Het is verboden een vaartuigwrak in het openbaar water dan wel op de weg te plaatsen of te hebben, dan wel zodanig te plaatsen dat dit vanaf de openbare weg zichtbaar is dan wel hinder, gevaar of verontreiniging veroorzaakt.

  • 2.

    Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, alsmede omvangrijke samenstellende delen van vaartuigen die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

  • 1.

    Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

  • 2.

    Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

    • a.

      nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;

    • b.

      beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen;

    • c.

      beperkingen stellen naar tijdsduur.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats

  • 1.

    Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

  • 2.

    De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de gemeentelijke Woonschepenverordening.

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

  • 1.

    Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.

  • 2.

    Het bepaalde in dit artikel geldt niet in gevallen waarin de gemeentelijke Woonschepenverordening van toepassing is.

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

  • 1.

    Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of Provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor onmiddellijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

  • 1.

    Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  • 2.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5:30A Snelheid gemotoriseerde vaartuigen

  • 1.

    Het is verboden met een gemotoriseerd vaartuig te varen met een snelheid van meer dan zes kilometer per uur op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

  • 2.

    Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Binnenvaartpolitiereglement, het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen, of de provinciale scheepvaartverordening van toepassing is.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen

  • 1.

    Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  • 2.

    Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN

Artikel 5:31A Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • -

    Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • -

    bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5:32 Crossterreinen

  • 1.

    Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  • 2.

    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:

    • a.

      in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    • b.

      in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

    • c.

      in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

  • 3.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

  • 1.

    Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, heemparken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

  • 2.

    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen vanwege:

    • a.

      het voorkomen van overlast;

    • b.

      de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

    • c.

      de veiligheid van het publiek.

  • 3.

    Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:

    • a.

      ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

    • b.

      die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    • c.

      die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

    • d.

      van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    • e.

      voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

  • 4.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:

    • a.

      op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

    • b.

      binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  • 1.

    Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer  of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  • 2.

    Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden.

  • 3.

    Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht  of de Provinciale milieuverordening.

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS

Artikel 5:35 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36 Verboden plaatsen

  • 1.

    Incidentele asverstrooiing is verboden op:

    • a.

      verharde delen van de weg;

    • b.

      gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;

    • c.

      heemparken;

    • d.

      vijvers/waterlopen binnen de bebouwde kom.

  • 2.

    Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

  • 3.

    Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37 Hinder of overlast (asverstrooiing)

Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6:1 Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van het bij deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste de tweede categorie.

  • 2.

    In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.

Artikel 6:2 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

    • a.

      aangewezen gemeenteambtenaren;

    • b.

      aangewezen ambtenaren van het Amsterdamse Bos van de Boswachterij van de gemeente Amsterdam, voor zover het gaat om het gebied behorende tot de Amsterdamse Bos;

    • c.

      aangewezen BOA’s van het Groengebied Amstelland.

  • 2.

    Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met het toezicht, bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening

De Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Amstelveen, inwerking getreden op 20 december 2007, wordt ingetrokken.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze bekend is gemaakt.

Artikel 6:7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Amstelveen.

BIJLAGE 1 – Kaart

Bijlage 1 Kaart van de bebouwde kom vastgesteld op grond van artikel 20a van deWegenverkeerswet 1994 (artikel 1:1 APV)

Komgrens

gemeentegrens

oktober 2015

BIJLAGE 2 – Bomenlijst

BANKRAS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

(stuks)

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Camera Obscuralaan 327-469

Betula pendula (Berk)

5

x

x

 

 

x

 

 

 

 

1980

Eline Verestraat 27

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1965

Fideliolaan 49

Robinia pseudoacacia (Acacia)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1970

Klaasje Zevensterstraat 67

Betula pendula (Berk)

5

x

x

 

 

x

 

 

 

 

1985

Klaasje Zevensterstraat 67

Gleditsia triacanthos (Valse Christusdoorn)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1981

Klaasje Zevensterstraat 67

Acer pseudoplatanus (Esdoorn)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1970

Max Havelaarlaan 84

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1970

Pallieterstraat 41

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1970

Parelvisserslaan, de 44

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1965

Rigolettolaan 11

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

 

Subtotaal Bankras

19

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BOVENKERK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Betje Wolfflaan 3

Ginkgo biloba

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1935

Betje Wolfflaan 9

Ginkgo biloba

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1935

Handweg 75

Fagus sylvatica "Atropunicea" (Beuk)

1

x

x

x

 

 

 

 

x

2e van de weg

1945

Handweg 119

Fagus sylvatica "Atropunicea" (Beuk)

2

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1925

Legmeerdijk 17

Tilia europea (Linde)

4

x

x

 

 

x

 

 

x

leilindes

1955

Noorddammerlaan 38

Quercus robur (Eik)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1955

Noorddammerlaan 43

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Noorddammerlaan 124

Quercus robur (Eik)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Noorddammerlaan 126

Platanus acerifolia (Plataan)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

naast kerk

1935

Noorddammerlaan 126

Carpinus betulus (Haagbeuk)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1935

Noorddammerlaan 126

Salix a.Sepulcralis Chrysocoma (Wilg)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1965

Noorddammerlaan 126

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

 

 

 

x

x

vergroeiing (achter kerk)

1925

 

Subtotaal Bovenkerk

17

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BUITENGEBIED

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Amsteldijk Noord 40

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1925

Amsteldijk Noord 42

Fraxinus excelsior (Es)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1965

Amsteldijk Noord 55

Acer saccharinum (Suikeresdoorn)

2

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Amsteldijk Noord 55

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

30

x

x

 

 

x

 

 

x

 

1945

Amsteldijk Noord 56

Prunus serrulata (Sierkers)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1955

Amsteldijk Noord 56

Quercus robur (Eik)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1905

Amsteldijk Noord 75

Platanus acerifolia (Plataan)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1955

Amsteldijk Noord 76

Aesculus carnea "Briotii" (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1985

Amsteldijk Noord 100

Fagus sylvatica (Beuk)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Amsteldijk Noord 103d

Betula utilis (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Amsteldijk Noord 104a

Robinia pseudoacacia "Frisia" (Acacia)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1989

Amsteldijk Noord 104b

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Amsteldijk Noord 112

Betula utilis (Berk)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

3-stammig

1975

Amsteldijk Noord 125

Fagus sylvatica (Beuk)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1925

Amsteldijk Noord 138

Ilex aquifolium "J.C. van Tol" (Hulst)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1955

Amsteldijk Noord 164

Hoogstam fruitbomen

6

x

x

 

 

x

 

 

 

 

1965

Amsteldijk Noord 170

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

bij het bruggetje

1955

Amsteldijk Zuid 74

Tilia x europaea (Linde)

3

x

x

 

 

 

 

 

 

leilindes

1945

Amsteldijk Zuid 78

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Amsteldijk Zuid 78b

Quercus robur (Eik)

1

x

x

 

x

x

 

 

x

 

1945

Amsteldijk Zuid 113

Tilia x europaea (Linde)

5

x

x

 

 

x

 

 

 

leilindes

1955

Amsteldijk Zuid 117

Quercus robur (Eik)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1945

Amsteldijk Zuid 119

Platanus acerifolia (Plataan)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1905

Amsteldijk Zuid 136 (Nes)

Tilia x europaea (Linde)

2

x

x

 

 

 

x

 

 

leilindes

1873

Amsteldijk Zuid 145 (Nes)

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

kerk

1945

Amsteldijk Zuid 145 (Nes)

Aesculus carnea (Kastanje)

1

x

x

x

 

 

 

 

x

kerk

1945

Amsteldijk Zuid 145 (Nes)

Acer saccharinum (Suikeresdoorn)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

kerk

1945

Amsteldijk Zuid 145 (Nes)

Acer pseudoplatanus (Esdoorn)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

kerk

1945

Amsteldijk Zuid 145 (Nes)

Fagus sylvatica "Atropunicea" (Beuk)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1855

Amsteldijk Zuid 194

Fagus sylvatica Atropunicea (Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

Ons tweede thuis

1890

Amsteldijk Zuid 194

Taxus baccata (Taxus)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1890

Amsteldijk Zuid 204

Betula papyrifera (Berk)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1985

Bankrasweg 2

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1965

Bankrasweg 2

Salix alba (Wilg)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Bankrasweg 2

Populus canadensis (Populier)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Bankrasweg 4

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1980

Bankrasweg 4

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1965

Bankrasweg 5a

Salix alba ((Knot-) Wilg)

5

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1980

Bankrasweg 6b

Alnus glutinosa (Els)

4

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1980

Bankrasweg 7

Salix alba ((Knot-) Wilg)

5

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1970

Bankrasweg 12

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Bankrasweg 19

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Bankrasweg 21

Tilia x europaea (Linde)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Bankrasweg 22

Tilia x europaea (Linde)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Bankrasweg 23

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Bankrasweg 24

Tilia x europaea (Linde)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1965

Bankrasweg 25

Populus nigra Italica (Populier)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Bankrasweg 28a

Populus nigra Italica (Populier)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Bankrasweg 30

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1980

Bankrasweg 30

Acer pseudoplatanus (Esdoorn)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Bankrasweg 30

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1975

Bovenkerkerweg 86

Fagus sylvatica purpurea (Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1925

Bovenkerkerweg 96

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1935

Bovenkerkerweg 96

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1935

Bovenkerkerweg 96

Fagus sylvatica Atropunicea" (Beuk)

2

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1925

Bovenkerkerweg 100

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

9

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1945

Bovenkerkerweg 106

Juglans regia (Notenboom)

14

x

x

x

 

 

 

 

 

oprijlaan

1980

Bovenkerkerweg 128

Alnus glutinosa (Els)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1955

Bovenkerkerweg 129

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

2

x

x

 

 

 

x

 

 

 

1925

Bovenkerkerweg 131

Populus canadensis (Populier)

7

x

x

 

 

 

x

 

 

oprijlaan

1935

Bovenkerkerweg 132

Fraxinus excelsior "Tristis" (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1915

Bovenkerkerweg 132a

Platanus acerifolia (Plataan)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1935

Bovenkerkerweg 134

Tilia x europaea (Linde)

1

x

x

 

 

 

x

 

 

 

1925

Bovenkerkerweg 134

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

x

 

 

 

1915

Kalfjeslaan 49

Populus canadensis (Populier)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Kalfjeslaan 49

Populus nigra "Italica" (Populier)

3

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1955

Kostverlorenkade 8

Salix a."Sepulcralis Chrysocoma (Wilg)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1975

Kostverlorenkade 23

Salix a."Sepulcralis Chrysocoma (Wilg)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1975

Kostverlorenweg 2

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Kostverlorenweg 2

Populus nigra "Italica" (Populier)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Kostverlorenweg 10a

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Kostverlorenweg 11

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Kostverlorenweg 14

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Kostverlorenweg 19

Tilia x europaea (Linde)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1965

Kruitmolen 25

Salix a."Sepulcralis Chrysocoma (Wilg)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1975

Kruitmolen 27

Fagus sylvatica "Atropunicea" (Beuk)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1945

Legmeerdijk 180

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

 

x

 

 

 

3-stammig

1975

Legmeerdijk 182

Paulownia tomentosa

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Legmeerdijk 222b

Metasquoia glyptostroboides

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1985

Legmeerdijk 226

Quercus rubra (Amerikaanse Eik)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1955

Legmeerdijk 244

Acer campestre (Esdoorn)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1975

Legmeerdijk 270

Acer platanoides "Faassen's Black" (Esdoorn)

9

x

x

 

 

 

 

 

 

oprijlaan

1985

Legmeerdijk 274

Metasequoia glyptostroboides

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Machineweg 17

Populus nigra "Italica" (Populier)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Machineweg 16

Ulmus hollandica Dampieri (Iep)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Machineweg 16

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

x

 

 

x

 

1945

Machineweg 16

Fagus sylvatica (Beuk)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1925

Machineweg 16

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1945

Machineweg 16

Salix alba "Tristis" (Wilg)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1975

Zijdelweg 1

Platanus acerifolia (Plataan)

14

x

x

 

 

 

 

 

 

oprijlaan

1980

Zijdelweg 3

Fagus sylvatica ((Prieel-) Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1945

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BUITENGEBIED

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Meerlandenweg 5

Acer platanoides "Faassen's Black" (Esdoorn)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Meerlandenweg 7

Quercus cerris (Eik)

2

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1985

Meerlandenweg 29

Sophora japonica (Honingboom)

3

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1980

Meerlandenweg 29

Liquidambar styraciflua (Amberboom)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1985

Middenweg Bovenkerkerpolder 1

Fraxinus excelsior (Es)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Middenweg Bovenkerkerpolder 1

Populus canadensis (Populier)

2

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Middenweg Bovenkerkerpolder 3

Fruitboom

1

x

x

x

 

x

 

 

 

 

1965

Middenweg Bovenkerkerpolder 6

Populus nigra "Italica" (Populier)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Nesserlaan 1

Tilia x europaea (Linde)

3

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1935

Noorddammerweg 69

Aesculus hippocastanum (Kastanje)

3

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1945

Noorddammerweg 77

Taxodium distichum

1

x

x

x

 

 

 

 

 

top eruit

1983

Noorddammerweg 87

Tilia x europaea (Linde)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Noorddammerweg 89

Tilia x europaea (Linde)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Noorddammerweg 93

Populus canadensis (Populier)

5

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Noorddammerweg 99

Acer pseudoplatanus (Esdoorn)

6

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Noorddammerweg 102a

Fagus sylvatica Dawyck Purple (Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1965

Randweg 8

Fagus sylvatica purpurea (Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1925

Ringdijk Bovenkerkerpolder 1

Platanus acerifolia (Plataan)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1945

Ringdijk Bovenkerkerpolder 1

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Ringdijk Bovenkerkerpolder 10

Castanea sativa (Tamme Kastanje)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

achter gemaal

1965

Ringdijk Bovenkerkerpolder 24

Populus nigra "Italica" (Populier)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Ringdijk Bovenkerkerpolder 28

Fraxinus excelsior (Es)

3

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Ringdijk Bovenkerkerpolder 28

Fruitboom

1

x

x

 

 

x

 

 

 

 

1965

Ringdijk Bovenkerkerpolder 199

Fraxinus excelsior (Es)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

 

Subtotaal Buitengebied

65

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ELSRIJK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Bardeslaan, mr. 1

Betula pendula (Berk)

3

x

x

 

 

 

x

 

 

veel maserkroppen

1955

Bevelandselaan 11

Liriodendron tulipifera (Tulpenboom)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1970

Bevelandsezijweg 6

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Borssenburg 26

Cedrus atlantica "Glauca " (Ceder)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

zijkant huis

1965

Carel Fabritiuslaan 34

Pinus wallichiana (griffithii) (Den)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Carel Fabritiuslaan 42

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1965

Charlotte v. Montpensierlaan 65

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1955

Charlotte v Montpensierlaan 30

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1955

Charlotte v. Montpensierlaan 34

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Dijkgravenlaan 3a

Acer platonoides (rood) (Esdoorn)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

achtertuin

1965

Duivelandselaan 2

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1965

Graaf Aelbrechtlaan 120

Picea pungens "Koster" (Spar)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

zijtuin

1975

Hallweg, mr. F.A. van 22

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1965

Hallweg, mr. F.A. van 27

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Haspelslaan, burgemeerster 330

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

3- stammig

1965

Heemraadschapslaan 59

Populus canadensis (Populier)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1925

Heemraadschapslaan 73

Fagus sylvatica "Atropunicea" (Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1965

Heuven Goedhartlaan, van 576

Betula pendula (Berk)

2

x

x

 

x

 

 

 

 

2-stammig

1965

Heuven Goedhartlaan, van 951

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

x

x

 

 

 

3-stammig

1965

Jan Lievensweg 1

Acer campestre "Elsrijk" (Esdoorn)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1945

Jan Lievensweg 43

Acer campestre "Elsrijk" (Esdoorn)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1945

Judith Leysterweg 33

Alnus glutinosa "Laciniata" (Els)

1

x

x

x

x

x

 

 

 

 

1955

Keizer Karelweg 233

Taxodium distichum (Taxis)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1965

Keizer Karelweg 255

Cederus atlantica glaca (Ceder)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Keizer Karelweg 356

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1945

Keizer Karelweg 412

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Kruisweer 13

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Kuyperlaan, dr. 3

Ulmus hollandica "Dampieri" (Iep)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Kuyperlaan, dr. 4

Ulmus hollandica "Dampieri" (Iep)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Kuyperlaan, dr. 23

Ulmus hollandica "Dampieri" (Iep)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Laan Walcheren 26

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1965

Laan Walcheren 5

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Nolenslaan, mgr. 54

Ulmus hollandica "Dampieri" (Iep)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1955

Rendorplaan, mr. 2

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1955

Rembrandtweg 349

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Rembrandtweg 390

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Ruwiellaan, de 1

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1945

Savornin Lohmanlaan, de 1

Ulmus hollandica "Wredei" (Iep)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1965

Schouwenselaan 2

Pinus nigra subs nigra austria (Den)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1975

Schouwenselaan 2

Ulmus hollandica "Wredei" (Iep)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Schulp, de 2

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1985

Selderust 2

Betula utillis (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Selderust 11

Metasequoia glyptotroboides

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1965

Selderust 37

Ilex aquifolium "Albomarginata" (Hulst)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1970

Thorbeckelaan 21

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1965

Trompenburg 6

Juglans regia (Notenboom)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Zonnestein 8

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1955

 

Subtotaal Elsrijk

43

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GROENELAAN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Groenelaan 2

Betula pendula "Tristis" (Berk)

9

x

x

 

 

x

 

 

 

ABN/AMRO

1975

Groenelaan 2

Betula ermanii (Berk)

3

x

x

x

 

 

 

 

 

ABN/AMRO

1975

Kringloop 160

Paulownia tomentosa

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1970

Kringloop 169

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1970

Kringloop 177

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

 

x

 

 

 

4-stammig

1970

Kringloop 179

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

 

x

 

 

 

3-stammig

1975

Kringloop 445

Betula nigra (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1970

Kringloop 447

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

 

x

 

 

 

3-stammig

1970

In de Wolken 71

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1970

In de Wolken 240

Pinus wallichiana (=griffithii) (Den)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1970

Laan v.d. Helende Meesters 8

Tilia cordata (Linde)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

ziekenhuis

1955

Laan v.d. Helende Meesters 12

Populus nigra "Italica" (Populier)

3

x

x

 

x

 

 

 

 

zijtuin noord

1965

Laan v.d. Helende Meesters 12

Populus nigra "Italica" (Populier)

2

x

x

 

x

 

 

 

 

zijtuin noord

1970

Laan v.d. Helende Meesters 12

Tilia cordata (Linde)

1

x

x

 

x

 

 

 

 

zijtuin noord (Zonnehuis)

1970

Laan v.d. Helende Meesters 12

Salix a.Sepulcralis Chrysocoma (Wilg)

1

x

x

 

 

 

 

 

x

 

1970

Laan v.d. Helende Meesters 12

Cupressocyparis leylandii

2

x

x

 

x

 

 

 

 

zijtuin oost

1970

Laan v.d. Helende Meesters 12

Ulmus glabra Exoniensis (Iep)

2

x

x

 

 

 

 

 

x

Zonnehuis

1970

Landtong 2

Ulmus hollandica Groeneveld (Iep)

2

x

x

 

x

 

 

 

x

Olmenhof

1965

Watercirkel 1

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

 

x

 

 

 

2-stammig

1970

Watercirkel 344

Prunus serrulata (Sierkers)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1970

Watercirkel 320

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1985

 

Subtotaal Groenelaan

26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KOSTVERLOREN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Straat van Gibraltar 18

Magnolia soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Straat van Gibraltar 18

Prunus serrulata (Sierkers)

1

x

x

 

 

x

 

 

x

 

1975

Straat van Magelhaens 3

Prunus subhirtella "Autumnalis" (Sierkers)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1980

Straat van Magelhaens 7

Ilex aquifolium "Albomarginata" (Hulst)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Straat van Magelhaens 41

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Straat van Makassar 2

Betula nigra (Berk)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1970

Straat van Makassar 6

Fagus sylvatica (Beuk)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

 

1970

Straat van Mozambique 1

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Straat van Mozambique 10

Betula pendula "Tristis" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Top Naefflaan 36

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1970

 

Subtotaal Kostverloren

9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KEIZER KARELPARK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Alphons Ariensstraat, dr. 7

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Ambrosiuslaan 30

Betula pendula "Purpurea" (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Ariensstraat, dr. 19

Ulmus hollandica "Wredei" (Iep)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Bleriotlaan 10

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Essenlaan 4

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1985

Essenlaan 15

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Essenlaan 21

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Essenlaan 27

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Essenlaan 33

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Essenlaan 36

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Essenlaan 37

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Essenlaan 45

Fraxinus xanthoxyloides var dumosa (Es)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1955

Haagbeuklaan 13

Metasequoia glyptotroboides

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1955

Haagbeuklaan 17

Metasequoia glyptotroboides

1

x

x

 

x

 

 

 

 

 

1955

Haagkerslaan 1

Acer pseudoplatanus (Esdoorn)

1

x

x

 

 

 

 

 

 

kerkplein

1965

Haagkerslaan 15

Ulmus hollandica "Wredei" (Iep)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1955

Keizer Karelweg 95

Ginkgo biloba

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Lindenlaan 340

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1965

Maarten Lutherweg 290

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1975

Ouderkerkerlaan 19

Fagus sylvatica "Atropunicea" (Beuk)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

3-stammig

1965

Ouderkerkerlaan 122

Populus can. Serotina de Selys (Populier)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1945

Ouderkerkerlaan 126

Populus can. Serotina de Selys (Populier)

1

x

x

x

x

 

 

 

x

 

1945

Populierenlaan 21

Ginkgo biloba

2

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1975

Rijnderslaan, burgemeester 24-30

Tilia cordata Rancho (Linde)

18

x

x

 

 

 

 

 

 

Swiss-re

1985

Rijnderslaan, burgemeester 10-20

Tilia cordata Rancho (Linde)

19

x

x

 

 

 

 

 

 

KPMG

1985

 

Subtotaal Keizer Karelpark

5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MIDDENHOVEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Nesserlaan 2

Fagus sylvatica "Atropurpurea" (Beuk)

1

x

x

x

 

x

x

 

 

 

1885

Willem Dreesweg, dr. 1

Metasequoia glyptostroboides

2

x

x

 

 

 

 

 

 

Fontaine Royale

1985

 

Subtotaal Middenhoven

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OUDE DORP

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Dorpsstraat 36

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

 

1935

Dorpsstraat 65

Robinia pseudoacacia" Aurea" (Acacia)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

zijtuin

1965

Handweg 55

Betula nigra (Berk)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1955

Handweg 69

Betula pendula (Berk)

1

x

x

 

 

x

 

 

 

3-stammig

1965

 

Subtotaal Oude dorp

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PATRIMONIUM

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

standplaats

boomsoort

aantal

criteria

bijzonderheden

geschat

 

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

plantjaar

Amsterdamseweg 30

Cedrus atlantica "Glauca" (Ceder)

1

x

x

 

x

 

 

 

x

zijtuin

1955

Amsterdamseweg 40

Davidia involucrata (Vaantjesboom)

1

x

x

x

 

 

 

 

 

 

1965

Amsterdamseweg 55

Ulmus glabra "Exoniensis" (Iep)

7

x

x

 

x

x

 

 

x

KLM kantoor

1955

Amsterdamseweg 270

Fagus sylvatica (Beuk)

1

x

x

x

x

x

 

 

x

 

1930

Amsterdamseweg 332

Taxus baccata "Fastigiata"

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1965

Amsterdamseweg 369

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1965

Amsterdamseweg 371

Magnolia x soulangeana (Magnolia)

1

x

x

x

x

 

 

 

 

 

1965

Beatrixlaan, prinses 2

Acer saccharinum (Suikeresdoorn)

1

x

x

x

x