Gemeenteblad van Maassluis

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
MaassluisGemeenteblad 2016, 137701Overige besluiten van algemene strekking



Nota bodembeheer 2016-2026 gemeenten Maassluis en Vlaardingen

 

Samenvatting  

Inleiding

De gemeenten Maassluis en Vlaardingen willen nog beter invulling geven aan haar huidige duurzame bodembeleid. De gemeenten hebben daarom een bodemfunctieklassenkaart, een bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer opgesteld. De kaarten zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van de gemeente Maassluis en Vlaardingen kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. Ook zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd.

De gemeenten vullen haar bodembeleid in door vrijkomende grond en baggerspecie (bij graaf- en baggerwerkzaamheden) zoveel als mogelijk te hergebruiken zodat minder materiaal wordt gestort en minder primaire grondstoffen worden gewonnen.

De wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit[1]. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats tijdelijk neer te leggen of het toe te passen. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik.

 

Gemeentelijk beleid

De gemeenten Maassluis en Vlaardingen hebben binnen de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit[1] gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Het gebiedsspecifiek beleid richt zich op de volgende aspecten:

  • Het uitbreiden van het beheergebied. Hierdoor ontstaat het beheergebied dat het gemeentelijk grondgebied omvat van de gemeenten Maassluis, Rotterdam en Vlaardingen. Zodra de gemeente Schiedam haar bodemkwaliteitskaart heeft geactualiseerd, wordt het beheergebied met deze gemeente uitgebreid (zie § 4.2).

  • Het hanteren van de toetsingsnormen van de gemeente Rotterdam[2] (zie § 4.3).

  • Het verruimen van regels de toepassingseisen van grond in schone gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ (zie § 4.4.2).

  • Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen (zie § 4.6).

  • Het verruimen van de regels bij grondstromen met kleine partijen grond (zie § 4.9).

  • Het vaststellen van strengere regels bij het toepassen van grond bij bepaalde bodemgebruiken dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.5).

     

 

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de vastgestelde bodemkwaliteit en toepassingseisen in de gemeenten Maassluis en Vlaardingen. In § 4.14 en bijlage 5 is aangegeven welke grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat dat voorafgegaan moet worden door een onderzoek.

 

In deze nota is ook ingegaan op:

  • het toepassen van grond in grootschalige toepassingen (zie § 4.7);

  • het toepassen van grond van buiten het beheergebied van de gemeente (zie § 4.8);

  • het toepassen van grond van een tijdelijke opslag (zie § 4.10);

  • het toepassen van grond als aanvulgrond, ophooglaag of leeflaag in een sanering (zie § 4.11);

  • het toepassen van grond van locaties met bijzondere omstandigheden (zie § 4.12);

  • het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.13).

     

Beoogd effect

Met het vaststellen van dit grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat:

  • de gemeenten Maassluis en Vlaardingen duurzaam bodembeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is;

  • meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeente en derden kunnen hierdoor besparingen worden gerealiseerd in tijd en kosten;

  • het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd;

  • de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker).

     

Financiën

Het beleid heeft voor de gemeenten Maassluis en Vlaardingen geen nadelige financiële gevolgen.

 

Met het beleid kunnen voor de gemeente en derden besparingen worden gerealiseerd bij:

  • onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en baggerspecie;

  • transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond;

  • aanschafkosten voor de toe te passen primaire bouwstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank).

 

Nota bodembeheer 2016-2026  

[De Nota bodembeheer 2016-2026 is aan de linkerkant te downloaden.]