Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2016, 137217 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2016, 137217 | Verordeningen |
Wijzigen van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel “In Amsterdam is wethoudersnorm de norm” van het lid Peeters. (2016, nr. 279/1082)
Publicatiedatum 16 september 2016
Datum besluit B&W 12 juli 2016
Wijzigen van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel “In Amsterdam is wethoudersnorm de norm” van het lid Peeters.
Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 12 juli 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1082);
Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,
I.vast te stellen de volgende:
Verordening tot wijziging van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2013 (Gemeenteblad 2013, afd. 3a, nr. 264/1095).
Artikel 1 onder d wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van de activiteiten van de aanvrager die van bepaalde duur zijn en maximaal vier jaar bedragen.
Artikel 1 onder g wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
periodieke subsidie: een subsidie voor activiteiten van in beginsel onbepaalde duur, die per boekjaar of voor een aantal boekjaren aan een aanvrager worden verstrekt met een maximum van vier jaar.
Artikel 5 lid 2 onder d wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
d.het inschrijvingsnummer uit het handelsregister;
Aan artikel 5 lid 2 wordt een onderdeel f toegevoegd, dat als volgt komt te luiden:
f.documenten waaruit de hoogte van de bezoldiging van de bij de aanvrager werkzame topfunctionarissen, als bedoeld in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, blijkt.
1.Van artikel 9 lid 2 worden de huidige onderdelen g, h en i vernummerd tot i, j en k.
1.Na artikel 9 lid 2 onder f wordt een nieuw onderdeel g toegevoegd, dat als
h.De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet overeenkomen met of bijdragen aan door de gemeenteraad, het college of het algemeen bestuur van een bestuurscommissie vastgesteld beleid;
Artikel 9 lid 2 onder k wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
k.gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de gevraagde subsidie niet doelmatig zal worden besteed in verband met een bezoldiging die de aanvrager is overeengekomen die hoger is dan de maximale bezoldiging als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.
Aan artikel 10 wordt een vierde lid toegevoegd, dat als volgt komt te luiden:
4.De subsidieontvanger verschaft alle informatie en verleent alle medewerking aan onderzoeken die door of namens de gemeente worden uitgevoerd en verschaft daartoe onverwijld alle documenten, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid danwel de controle op de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van subsidies .
Artikel 17 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat de subsidieontvanger een batig saldo heeft, is de subsidieontvanger daarvoor aan het college alleen een vergoeding verschuldigd als de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd, als de subsidie wordt beëindigd, als een gesubsidieerde rechtspersoon ophoudt te bestaan of als een van de andere situaties als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht zich voordoet.
II. Kennis te nemen van de bij deze verordening behorende toelichting.
A.Aan de toelichting op artikel 1 wordt een passage toegevoegd die luidt als volgt:
In de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector is een definitie gegeven van het begrip bezoldiging. In de ASA wordt bij deze definitie aangesloten.
B.De toelichting op het gewijzigde artikel 1 onder d wordt vervangen door de volgende tekst:
De ASA kent slechts twee soorten subsidies: eenmalige en periodieke. In de praktijk worden veel benamingen voor subsidies gehanteerd zoals projectsubsidies, waarderingssubsidies, investeringssubsidies, exploitatiesubsidies en stimuleringssubsidies. Onder welke benaming een bepaalde subsidie ook te boek staat, hij valt altijd onder de eenvoudige tweedeling van eenmalig of periodiek.
Subsidie kan eenmalig worden afgegeven met het oog op een bepaalde activiteit, die in tijd begrensd is, ook al hoeft die activiteit niet per se in één kalenderjaar gerealiseerd te zijn. Eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die maximaal vier jaar bedragen.
C.De toelichting op artikel 1 onder g wordt vervangen door de volgende tekst:
Periodieke subsidie is subsidie voor activiteiten die in beginsel van onbepaalde duur zijn. Periodieke subsidie kan voor maximaal vier jaar worden verstrekt.
Uitgangspunt is dat het boekjaar voor de subsidieontvanger zoveel mogelijk gelijk is aan het kalenderjaar. De administratie van de subsidieontvanger moet hier dus op toegesneden zijn. De structuur van afdeling 4.2.8 van de Awb is ook afgestemd op de jaarlijkse cyclus van planning, uitvoering en verantwoording.
Voor sommige periodieke subsidies geldt dat per bestuursperiode wordt bezien of en hoe ze worden gecontinueerd.
D.Aan de toelichting op artikel 3 wordt, tussen de tweede en derde alinea, een passage toegevoegd die luidt als volgt:
Een van de onderwerpen waarin nadere invulling kan worden gegeven aan de bepalingen van de ASA, is de wijze van verdelen van de subsidie. In nadere regels kan worden bepaald dat een subsidie door middel van een onderlinge vergelijking op basis van vooraf gestelde criteria, wordt verleend. De zogenaamde ‘subsidietender’.
E.Aan de toelichting op artikel 5 wordt, na de derde alinea, een passage toegevoegd die luidt als volgt:
De subsidieaanvrager dient het inschrijvingsnummer uit het handelsregister te overleggen. Daarnaast dient de aanvrager gegevens te overleggen waaruit de bezoldiging van bij de aanvrager werkzame topfunctionarissen blijkt.
F.De toelichting op artikel 9 wordt vervangen door de volgende tekst:
De algemeen geldende weigeringsgronden, opgenomen in artikel 4:35 Awb, worden hier met nadere, op de gemeentelijke praktijk toegesneden gronden aangevuld.
Het eerste lid bevat twee imperatieve weigeringsgronden, in het tweede lid wordt het college enige vrijheid geboden om een aanvraag op basis van de daarin genoemde gronden al dan niet (gedeeltelijk) te honoreren.
De weigeringsgrond in het eerste lid onder a geeft aan dat het vaststellen van een tijdstip waarop een aanvraag uiterlijk moet zijn ingediend geen ruimte laat om na dat tijdstip alsnog een aanvraag te kunnen indienen. De weigeringsgrond onder b ziet op de situatie dat op de begroting geen gelden voor een activiteit zijn gereserveerd. In dat verband wordt opgemerkt dat op grond van de Awb ook het bereiken van het subsidieplafond een weigeringsgrond vormt. Als het plafond is bereikt, wordt de aanvraag dus eveneens afgewezen.
De in het tweede lid opgenomen facultatieve weigeringsgronden richten zich in de eerste plaats op de situatie dat de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden voor de subsidie zoals die in de ASA of nadere regels zijn gesteld (a). Daarnaast kan de subsidie worden geweigerd als twijfel bestaat over het doel van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd (b en c). De weigeringsgrond onder c biedt bovendien de mogelijkheid om de subsidie te weigeren als de aanvrager handelingen verricht die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang of de openbare orde. Onder strijd met het recht wordt daarbij niet alleen strijd met de Grondwet, wetten in formele zin en lagere regelgeving bedoeld, maar ook strijd met het recht van de Europese Unie, een ieder verbindende verdragsbepalingen en algemene rechtsbeginselen. De weigeringsgrond biedt dus bijvoorbeeld ook de mogelijkheid om de subsidie te weigeren als de aanvrager de Algemene wet gelijke behandeling niet naleeft of zich in verband met de subsidie schuldig maakt aan het bedreigen of intimideren van portefeuillehouders en ambtenaren.
Verder kan de subsidie worden geweigerd als twijfel bestaat of de aanvrager de subsidie wel nodig heeft (d) dan wel twijfel of de subsidie zal worden besteed waarvoor deze is bedoeld (e en f). De onderdelen g, h, I, j en k tenslotte bevatten bijzondere weigeringsgronden.
Subsidie kan worden geweigerd indien de aanvrager niet voldoet aan de in de branche van de aanvrager geldende governance code. Deze door de branche opgestelde regels voor goed bestuur dienen door de aanvrager te worden nageleefd (g).
Subsidie kan worden geweigerd indien de aanvraag niet voldoet aan gemeentelijk vastgesteld beleid. Dit beleid moet zijn gepubliceerd en moet voldoende duidelijke gronden bevatten op een aanvraag te kunnen weigeren (h).
Bij de weigeringsgrond onder i is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hier louter om de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen.
Lid j beoogt om de subsidiegever zich ervan te laten vergewissen dat het verlenen van de gevraagde subsidie niet leidt tot ongeoorloofde staatssteun.
De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), die op 1 januari 2013 in werking is getreden, beoogt de beloning van topfunctionarissen van (semi)publieke instellingen tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau te maximeren. Omwille van deze, wenselijk geachte, beheerste bezoldiging van topfunctionarissen kan op grond van de WNT onder meer worden ingegrepen in salarisafspraken. De minister is daarbij de eerst aangewezen bestuurder.
Artikel 9 van de ASA 2013 sluit weliswaar aan bij de bezoldigingsnormen uit de WNT, maar de achtergrond en de reikwijdte van artikel 9 zijn uitdrukkelijk anders.
Het gaat in de verordening niet om een gewenste maximering van de bezoldiging van topfunctionarissen van (semi)publieke instellingen maar om een doelmatige en effectieve besteding van de beschikbare subsidiegelden bij alle instellingen die bij de gemeente een aanvraag om subsidie indienen.
De ASA verbiedt niet dat een gesubsidieerde organisatie hogere (ontslag)-vergoedingen overeenkomt dan de normen die zijn neergelegd in de WNT, maar maakt wel mogelijk dat het college de gevraagde subsidie weigert als blijkt dat hogere vergoedingen zijn of worden overeengekomen.
Uitbetaling van dergelijke hoge (ontslag)vergoedingen kan immers ten koste gaan van het doel waarvoor de subsidie wordt verleend.
Als de subsidieontvanger honoraria betaalt die de WNT-normen overschrijden, rijst de vraag of subsidiegelden wel doelmatig en effectief worden besteed en of deze gelden wel voldoende ten goede komen aan de activiteiten van de subsidieontvanger.
Het is dan ook noodzakelijk dat het college bij de beslissing omtrent de subsidieverlening een afweging kan maken of de bezoldigingskosten van de organisatie in verhouding staan tot de activiteit en de daarvoor gevraagde subsidie. Wanneer dat niet het geval is, kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren.
Hetzelfde geldt als het een uitkering betreft wegens de beëindiging van een dienstverband.
G.Aan de toelichting op artikel 10 wordt, na de laatste alinea, een passage toegevoegd die luidt als volgt:
Het vierde lid geeft het college de bevoegdheid de subsidieontvanger te verplichten mee te werken aan door of namens het college, waaronder de Rekenkamer, uitgevoerd onderzoek. De subsidieontvanger verschaft daartoe de benodigde documenten. Het college kan, door gebruik te maken van deze bevoegdheid, onderzoek doen naar de doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van de door haar verstrekte subsidies.
H.De vijfde alinea van de toelichting op artikel 17 wordt gewijzigd, en komt als volgt te luiden:
Het derde lid bepaalt dat de subsidieontvanger een vergoeding aan het college verschuldigd is als uit de rekening en verantwoording of het financieel verslag blijkt dat er na het realiseren van de activiteiten een batig saldo is. Een vergoeding voor het ontstaan van vermogensvorming bij de subsidieontvanger is alleen mogelijk als een van de situaties zich voordoet als genoemd in het tweede lid van artikel 4:41 Awb. Dit betreft dus bijvoorbeeld de situatie waarin de gesubsidieerde activiteit en geheel of gedeeltelijk worden beëindigd, de subsidie wordt beëindigd of de gesubsidieerde rechtspersoon ophoudt te bestaan. Voor het vragen van de vergoeding is wel vereist dat dit in de beschikking tot subsidieverlening is aangekondigd en dat daarin ook is beschreven hoe de hoogte van de subsidie wordt bepaald. Daarin moet bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan de posten uit de begroting die bij de berekening van het batig saldo worden betrokken en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de overige inkomsten van de ontvanger. Denkbaar is bijvoorbeeld dat als een subsidieontvanger voor de helft van zijn inkomsten afhankelijk is van de subsidie op grond van de ASA, ook alleen voor de helft van het batig saldo een vergoeding wordt gevraagd.
III. Kennis te nemen van de bestuurlijke reactie van het college zoals verwoord in deze voordracht op het initiatiefvoorstel van Raadslid Peters (SP), getiteld: In Amsterdam is wethoudersnorm de norm, d.d. 15 oktober 2014.
IV. Ervan kennis te nemen dat de motie Van Lammeren (2 juli 2014, nr. 492) zal worden uitgevoerd overeenkomstig hetgeen is vermeld in de brief van het college van 6 september 2016 met betrekking tot de uitvoering van de motie.
V.Kennis te nemen van het format voor het opstellen van een nadere subsidieregeling.
VI. Kennis te nemen van de beleidsregel voor de toepassing van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9 lid 2 onder k.
VII. Te bepalen dat deze verordening in werking treedt op 1 oktober 2016.
Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-137217.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.