Wijziging verordeningen Participatiewet

 

Gemeenteblad, College van gemeente Uden,

4 februari 2016, nr. 2016-26

 

 

In het raadsvoorstel tbv de raadsvergadering van 9 juli 2015 wordt in het derde besluitpunt voorgesteld om een aantal technische verbeteringen aan te brengen aan de verordeningen die zijn vastgesteld op 26 maart 2015. Er worden geen inhoudelijke wijzigen beoogd.

 

Verantwoordelijkheden van en de verhouding tussen raad en college zijn in de Participatiewet duidelijk omschreven. Bij het opstellen van de huidige verordeningen is onvoldoende rekening gehouden met de specifieke taken en verantwoordelijkheden van zowel de raad als het college. Dit is nu met deze technische verbeteringen scherper neergezet.

Daarnaast is er in de verordeningen een aantal bepalingen opgenomen die reeds zijn verankerd in de wet of landelijke regelgeving. Het is derhalve niet nodig desbetreffende zaken nogmaals op te nemen in de verordening.

 

Hieronder volgt de opsomming van de wijzigingen van de

I Verordening individuele inkomenstoeslag

II Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015

III Verordening individuele studietoeslag 2015

IV Re-integratieverordening Participatiewet 2015

 

I Verordening individuele inkomenstoeslag

De Verordening individuele inkomenstoeslag wordt als volgt gewijzigd:

1. Wijziging artikel 1

  • 1.

    Onder vernummering van het eerste lid naar het tweede lid een nieuw eerste lid toevoegen, dat luidt:

  • 1.

    De begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Onder verlettering van onderdeel b. naar c. voor het begrip ‘peildatum’ onderdeel b. toevoegen

2. Wijziging artikel 2

Dit artikel inclusief de toelichting laten vervallen

3. Wijziging artikel 3

In de toelichting op artikel 3 het begrip ‘referteperiode’ vervangen door de zinsnede ‘afgelopen 12 maanden’.

4. Wijziging artikel 4

De tekst van dit artikel vervangen als volgt:

Aan de in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.

 

 

II Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015

De verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 wordt als volgt gewijzigd:

5. Wijziging overweging

Bij de overweging na ‘Participatiewet’ toevoegen:

“…en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen”

6. Wijziging artikel 1

  • 1.

    Bij de begripsomschrijving van het begrip ’Uitkering’ de zinsnede ‘een uitkering op grond van de Participatiewet’ vervangen door de volgende zinsnede: ‘bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van’

  • 2.

    De begripsomschrijving van ‘Belanghebbende” wordt als volgt gewijzigd: ’persoon met een uitkering’.

7. Wijziging artikel 4

Aan de toelichting van artikel 4 het volgende toevoegen:

Van de belanghebbende kan vanaf de dag dat bij rechthebbend is gevraagd worden een tegenprestatie te leveren en kent geen einddatum. Overigens kan op basis van de verordening in theorie belanghebbende gevraagd worden 24 maanden lang 16 uur per week een tegenprestatie te leveren.

Echter gehouden moet worden aan de uitspraak van RBZWB, 25-02-2013, nr 12/3649. De omvang van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te zijn. Dit is ook opgenomen in de notitie van de Minister: (…) het moet gaan om werkzaamheden voor een paar uur per dag of per week. In de MvT is verder nog opgenomen dat het leveren van een tegenprestatie vaak werkzaamheden van korte duur omvat.

8 Wijziging artikel 3 en 6

Aan de bepaling van artikel 6 wordt voor het begrip ‘werkzaamheden’ het begrip ‘passend’ toegevoegd en wordt bovendien ondergebracht als lid 4 van artikel 3; artikel 6 komt daarmee te vervallen.

9 Wijziging artikel 8

Achter het begrip ‘Participatiewet’ toevoegen het begrip c.a. (cum annexis)

 

 

III Verordening individuele studietoeslag 2015

De verordening individuele studietoeslag 2015 wordt als volgt gewijzigd:

10 Wijziging artikel 1

Dit artikel inclusief de toelichting laten vervallen

11 Wijziging artikel 3

Artikel 3 wijzigen in:

Een belanghebbende kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag, voor zolang de betreffende persoon voldoet aan de voorwaarden voor de individuele studietoeslag.

12 Wijziging artikel 4

In het eerste lid van artikel 4 wordt de volgende zinsnede verwijderd:

‘maar wordt in één betaling volledig betaalbaar gesteld’

 

 

IV Re-integratieverordening Participatiewet 2015

De Re-integratieverordening Participatiewet 2015 wordt als volgt gewijzigd:

13 Wijziging artikel 3

Onder vernummering van het vierde lid het tweede en derde lid verwijderen.

14 Wijziging artikel 9

  • 1.

    Artikel 9 laten vervallen

  • 2.

    In de toelichting wordt opgenomen:

De regels rondom loonkostensubsidie en de begeleiding op de werkplek zijn bij wet en AMvB geregeld en worden derhalve niet in de verordening opgenomen

Naar boven