Gemeenteblad van Schagen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Schagen | Gemeenteblad 2016, 123563 | Plannen | overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Schagen | Gemeenteblad 2016, 123563 | Plannen | overig |
Beleidsplan Schuldhulpverlening Schagen 2016- 2019
Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente Schagen verantwoordelijk voor schuldhulpverlening. Hiervoor werd deze taak uitgevoerd door de ISD Kop van Noord-Holland. De visie op schuldhulpverlening sluit aan bij de visie op het sociaal domein. De integrale aanpak, eigen kracht en zelfredzaamheid staan centraal. Er wordt bij een hulpvraag over schulden niet alleen gekeken naar de schulden zelf maar ook naar de achterliggende oorzaken en eventuele andere problemen die spelen. Daarom is er in 2014 voor gekozen om schuldhulpverlening onder te brengen in het wijkteam.
Schuldenproblematiek is nog steeds een stijgend probleem in Nederland. In 2014 ( de laatst bekend gegevens) is het aantal schuldenaren opnieuw gestegen en is de gemiddelde schuldenlast toegenomen naar € 38.500. Schuldproblematiek komt het meest voor bij lage inkomensgroepen (81% heeft een inkomen beneden modaal). Dit komt mede door toegenomen werkloosheid, de versobering van inkomensondersteunende maatregelen en de stijging van lasten op het gebied van wonen en zorg.
Schulden zijn steeds moeilijker op te lossen. Het aantal huishoudens met minimaal één niet-saneerbare schuld is in drie jaar tijd meer dan verdubbeld. Het gaat hier om vorderingen (bijvoorbeeld fraudevorderingen) die niet in een schuldbemiddelingsregeling meegenomen kunnen worden. Schuldenvrij is voor deze schulden niet mogelijk, er moet gekeken worden naar een oplossing waarbij de schulden beheersbaar en stabiel zijn.
Om te voorkomen dat huishoudens in een niet- oplosbare schuldenpositie komen, worden vroegsignalering en preventie steeds belangrijker. In situaties waar reeds sprake is van een onoplosbare schuld, is het beheersbaar maken van de schuld van groot belang, om zo ervoor te zorgen dat de schuld geen belemmering meer vormt voor participatie in de samenleving. Een schuldenvrije toekomst op korte termijn (drie jaar) door het inzetten van een schuldbemiddelingstraject is dus niet meer het meest belangrijke doel.
Vanaf 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening(Wgs) van kracht. Het doel van deze wet is het voorkomen en wegnemen van schuldenproblematiek als drempel om te participeren in de samenleving. De Schuldhulpverlening was tot 1 januari 2012 nagenoeg volledig privaatrechtelijk vormgegeven. Het verstrekken van een saneringskrediet gebeurde in de vorm van een leenovereenkomst en schuldbemiddeling gebeurde in de vorm van kwijtscheldingsovereenkomst met de verschillende schuldeisers. Alleen de verklaring ex artikel 285 Fw over het niet lukken van het minnelijk traject, had een publiekrechtelijk karakter. Door de inwerkingtreding van de Wgs ontstaat een recht op schuldhulpverlening, nadat het college van B en W de beslissing heeft genomen tot een aanbod van schulddienstverlening. Een beslissing van het college van B en W tot het doen van een aanbod of tot het weigeren van schuldhulpverlening is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen een dergelijke beslissing is dan ook bezwaar mogelijk.
Met de Wgs hebben gemeenten expliciet de verantwoordelijkheid om schuldhulpverlening uit te voeren. Belangrijkste onderdelen van de wet zijn.
Tot de doelgroep behoort elke burger met problematische privé-schulden. Er wordt geen maximale inkomensgrens gehanteerd voor de toegang tot schuldhulpverlening. Daarmee wordt aangesloten bij het landelijke uitgangspunt dat schuldhulpverlening breed toegankelijk dient te zijn en dat er op voorhand geen groepen mogen worden uitgesloten. In het kader van actieve preventie ligt de nadruk op de groep burgers met schulden die neigen problematisch te worden. Bijvoorbeeld mensen die na een echtscheiding of baanverlies met hoge hypotheeklasten blijven zitten. Wanneer sprake is van gezinnen met inwonende kinderen dan kan, indien nodig, via de reeds in de gemeente aanwezige instellingen extra aandacht gegeven worden aan de situatie van deze gezinnen en de situatie van de kinderen. Zeker hier is maatwerk geboden. Burgers met zakelijke schulden (zelfstandige ondernemers) kunnen een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Wanneer een onderneming niet levensvatbaar blijkt, dan kan, mits de burger een privé persoon is, een beroep gedaan worden op schuldhulpverlening.
De Wgs regelt de voorwaarden voor de zogenaamde minnelijke trajecten waarbij een
gemeentelijke schuldhulporganisatie namens de schuldenaar de schuldeisers benadert en de
schulden probeert te regelen. Als op basis van een minnelijk traject geen overeenstemming wordt
bereikt met (één van) de schuldeisers, kan de schuldenaar besluiten om een wettelijke
schuldsanering aan te vragen op basis van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).
Daartoe dient een verzoek bij de rechtbank te worden ingediend. Een dergelijk verzoek moet
vergezeld gaan van een verklaring van de gemeente dat een buitenrechtelijke (een minnelijke)
schuldsanering niet mogelijk is, en een overzicht van de financiële situatie van de schuldenaar.
Instemming van de rechtbank houdt tevens in dat de schuldvrager onder bewind wordt
gesteld. Het te grote beroep op de Wsnp is mede aanleiding geweest voor de totstandkoming
Als er teveel beperkingen zijn om een minnelijk traject op te starten, is in de Wgs de mogelijkheid voor een moratorium (afkoelingsperiode) opgenomen. Een moratorium krachtens de Wgs houdt in dat schuldeisers voor een periode van maximaal zes maanden niet bevoegd zijn hun “goederen” op te eisen. Het doel van dit moratorium is dat de schuldhulpverleningsorganisatie in het kader van een minnelijk schuldhulpverleningstraject de tijd krijgt om samen met de schuldenaar en de schuldeisers een goede schuldregeling tot stand te brengen. Net als bij de wettelijke schuldsanering zal de rechtbank ook bij de toekenning van een moratorium een grote rol spelen. Het moratorium is opgenomen in artikel 5 van de Wgs. Dit artikel is echter nog niet in werking getreden. Op dit moment is nog niet duidelijk of en wanneer het artikel in kwestie in werking zal treden.
2.Missie: aanpak schuldenproblematiek bevordert participatie
Als mensen een participatieprobleem hebben op het gebied van wonen, zorg en welzijn, dan draagt de Wmo de gemeenten op te zorgen voor maatschappelijke ondersteuning in de vorm van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De eigen kracht, draagkracht en verantwoordelijkheid van mensen wordt aangesproken.
Op grond van de Wgs zijn gemeenten verplicht ondersteuning te bieden aan hun inwoners die kampen met schuldenproblematiek, met als doel de participatie in de samenleving te bevorderen. Voorgesteld wordt het principe dat de gemeente Schagen hanteert bij de uitvoering van de Wmo ook door te voeren bij de aanpak van schuldenproblematiek. Inwoners kijken eerst zelf hoe zij hun probleem kunnen oplossen. Dit noemen we ‘eigen kracht’. De inwoner vraag in zijn omgeving om steun als dat nodig is. Dit kan hulp zijn van anderen, verenigingen, organisaties etc. Als dit niet lukt, helpt de gemeente. We ondersteunen daarom de vrijwilligers en organisaties in onze gemeente. Zij kunnen ook onze inwoners met schulden helpen.
We passen uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Wmo dus ook toe bij de schuldhulpverlening:
Mensen zorgen voor elkaar, mantelzorg, verenigingsleven.
Alleen waar nodig (cursus leren omgaan met geld).
Professionele inzet (schuldhulpverlening) van de overheid als sluitstuk.
Wij zien bij het oplossen van schulden verschillende verantwoordelijkheden. Sommige problemen kan iemand zelf oplossen. Soms heeft hij daarbij hulp nodig uit zijn omgeving. Voor ingewikkelde problemen is professionele hulp vereist. We zetten alleen professionals in als dat nodig is. Ondersteuning is daarom afgestemd op wat de inwoner zelf kan. De kwaliteit van het sociale netwerk speelt daarbij een rol.
Hoe sterker de ‘eigen kracht’ van de hulpvrager en hoe beter het netwerk, hoe minder hulp er van de gemeente nodig is. De nadruk ligt op de motivatie van de klant. Als iemand vraagt om hulp bij schulden, kijken we wat de vrager zelf kan en waarmee we kunnen helpen.
We pakken de schuldhulpverlening integraal, dat wil zeggen ‘in zijn geheel’ aan. We kijken naar zowel de oorzaak van de schuld als de schuld zelf. We zoeken daar hulp bij van anderen, zoals verslavingszorg, GGZ, vrijwilligersorganisaties, kerken en verenigingen.
Met de aanpak van schuldenproblematiek wil de gemeente Schagen (een perspectief op) maatschappelijke participatie van mensen met schulden bevorderen door hun financiële zelfredzaamheid te stimuleren (Financiële zelfredzaamheid: de mate waarin iemand zelfstandig de financiën kan regelen en daar de verantwoordelijkheid voor kan dragen). Daarnaast wil de gemeente onnodige maatschappelijke kosten als gevolg van schuldenproblematiek bij inwoners voorkomen.
Wij willen binnen het beleidsveld schuldhulpverlening zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij en verbinding maken met de uitgangspunten van de drie decentralisaties (Jeugdwet, Wmo en Participatiewet) en inzetten op de eigen kracht, het zelforganiserend vermogen van mensen. Het hoofddoel van schuldhulpverlening is het vergroten van de maatschappelijke participatie en het voorkomen van maatschappelijke kosten door te streven naar het financiële zelforganiserend vermogen van inwoners met schulden.
De visie schuldhulpverlening is gelijk aan de visie binnen het sociaal domein. Zelfredzaamheid staat centraal.
“Wij stellen inwoners in staat zo lang mogelijk zelfstandig in de samenleving te functioneren en te participeren”. Zelfredzaamheid en eigen kracht worden gestimuleerd en zijn vanzelfsprekend. We maken de omslag van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Inwoners zijn op lange termijn meer gebaat zijn bij ondersteuning zodat ze zelf hun problemen kunnen aanpakken dan dat de gemeente de problemen overneemt (korte termijn oplossing). Voor inwoners waarbij zelfredzaamheid geen reële optie is, wordt ondersteuning geregeld via maatwerkarrangementen.
3.3 Uitgangspunten schuldhulpverlening
De uitgangspunten die wij hierbij hanteren zijn:
Een integrale aanpak houdt in dat er bij schuldhulpverlening niet alleen oog is voor de financiële problemen van de burger. Ook wordt gekeken naar de omstandigheden die van invloed zijn op de financiële problemen. Onder een integrale aanpak vallen ook preventie en nazorg.
Preventie en vroeg si gnalering
De prioriteit ligt bij preventie en vroegsignalering om (problematische) schuldsituaties te voorkomen.
We zetten in op gedragsverandering. We werken aan het gedrag en de vaardigheden van de schuldenaar. De schuldenaar heeft zelf inzicht in zijn of haar belemmeringen. Hiermee wordt nieuwe schuldenproblematiek op de lange termijn voorkomen. Om dit objectief te kunnen meten en vaststellen gaan we werken met een diagnose-instrument, waarover later meer.
Zoals gezegd heeft iedereen recht op schuldhulpverlening, mits er sprake is van problematische schulden. De schuldenaar is en blijft zelf verantwoordelijk voor zijn of haar schulden. Schuldhulpverlening is niet vrijblijvend. Voor schuldenaren die (tijdelijk) niet zelfredzaam zijn, worden passende instrumenten ingezet zoals beschermingsbewind en budgetbeheer;
Het college kan, op basis van artikel 3 lid 2 van de wet, personen weigeren die al eerder gebruik hebben gemaakt van schuldhulpverlening. Dit is ook het geval wanneer een persoon is veroordeeld voor fraude of daarvoor een bestuurlijke sanctie heeft opgelegd gekregen. In bovenstaande gevallen wordt het begrip ‘maatwerk’ als uitgangspunt genomen.
Als een schuldenaar de juiste motivatie toont om structurele verandering in de financiële situatie aan te brengen, richt de ondersteuning zich in elk geval op het stabiliseren van de schuldsituatie ongeacht de vaardigheden en leerbaarheid van de schuldenaar.
Alleen schuld hulp verlening als de klant het traject kan doorlopen
Een minnelijke schuldregeling of begeleiding naar de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) wordt alleen aangeboden als objectief wordt vastgesteld dat de schuldenaar in staat is dit traject te doorlopen en een traject gericht op beheersbare schulden geen oplossing is.
Belang minderjarig kind prevaleert
Wanneer er minderjarige kinderen betrokken zijn, gaat het belang van het kind altijd boven andere belangen.
In geval van recidive wordt onderzocht waarom het eerste traject niet gelukt is en waarom de burger voor de tweede keer gebruik wil maken van schuldhulpverlening. Wanneer de inschatting is dat met behulp van een integrale aanpak wel een duurzame oplossing gerealiseerd kan worden, dan kan nogmaals hulp geboden worden.
In deze paragraaf worden de resultaten beschreven die wij gedurende de periode waarover dit beleidsplan zich uitstrekt, willen behalen. Daarnaast worden per omschreven resultaat prestatie-indicatoren geformuleerd aan de hand waarvan het succes van het ter zake gevoerde beleid kan worden gemeten.
Wij willen gedurende periode 2016 -2019 de volgende resultaten bereiken:
Prestatie-indicator resultaat 1
Wat betreft het eerste resultaat, het volgende. In 2015 hebben 4 huisuitzettingen plaatsgevonden. Wij willen in de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 het aantal huisuitzettingen omlaag brengen of in ieder geval gelijk houden op het lage niveau waar het nu op zit.
Prestatie-indicator resultaat 2
Wij willen in de komende jaren (2016 tot 2020) het aantal huishoudens met een problematische schuldensituatie omlaag brengen. Het aantal minnelijke regeling en het aantal gestarte stabilisatietrajecten ten behoeve van technische stabiliteit is een prestatie-indicator aan de hand waarvan kan worden gemeten in hoeverre wij er in geslaagd zijn dit resultaat te bereiken.
Het aantal mensen met een problematische schuld, zal uiteindelijk dalen. Het is de bedoeling dat we door preventie en vroegsignalering meer mensen kunnen helpen met een advies of met een traject beheersbare schulden. Aangezien we verwachten dat de preventieve activiteiten niet op hele korte termijn vruchten af zullen werpen, omdat er nu al veel mensen zijn die met een problematische schuld kampen, en aangezien ook economische factoren een rol spelen, hebben we de daling niet heel ambitieus neergezet. Doordat een aantal regels zijn veranderd met betrekking tot niet saneerbare vorderingen, verwachten we dat we in 2016 meer mensen kunnen begeleiden naar een minnelijke regeling en dat in minder gevallen technische stabiliteit het hoogst haalbare zal zijn.
Prestatie-indicator resultaat 3
Wij willen de komende jaren de uitval in zowel de minnelijke regelingen en de wettelijke schuldsaneringstrajecten als in de stabiliseringstrajecten omlaag brengen of in ieder geval gelijk houden met het lage niveau van dit moment.
Prestatie-indicator resultaat 4
Wij willen de komende jaren meer huishoudens met een (potentiele) schuldproblematiek in beeld brengen. Een prestatie-indicator aan de hand waarvan kan worden gemeten in hoeverre dit resultaat is verwezenlijk, is het aantal meldingen schuldhulpverlening. Naar mate wij meer huishoudens met een (potentiele) schuldproblematiek in beeld krijgen, zal dit leiden tot een stijging van het aantal meldingen schuldhulpverlening.
In het vorige hoofdstuk staan de resultaten die de gemeente in de periode 2016-2019 wil realiseren. In dit hoofdstuk staan de maatregelen om deze resultaten daadwerkelijk te kunnen behalen.
Resultaat 1: Reductie van het aantal huisuitzettingen
Huurschulden kunnen iedereen overkomen, bijvoorbeeld door het onverwacht verliezen van werk. Het is dan belangrijk om snel in actie te komen. Want hoe hoger de achterstand oploopt, des te groter het probleem vaak wordt. Het is echter onoverkomelijk dat een huurder uit zijn woning wordt gezet, als gevolg van een opgelopen huurschuld. Om huisuitzettingen tegen te gaan, dient samenwerking te worden gezocht met de woningcorporatie. Op 16 december 2015 is een convenant met de Wooncompagnie afgesloten, waarin onder meer afspraken zijn opgenomen over het afgeven van signalen bij huurachterstanden. Daarnaast willen we ook met de Wooncompagnie en de deurwaarder afspraken maken over de wijze waarop in individuele gevallen waarin een huisuitzetting dreigt wordt gecommuniceerd.
Resultaat 2: Vermindering van het aantal huishoudens met een problematische schuldenproblematiek
Om dit resultaat te kunnen behalen, willen we de onderstaande maatregelen te nemen.
Vroegsignalering en convenanten
We willen het aantal huishoudens met problematische schulden terugdringen. Daarom is het zinvol
om financiële problemen vroegtijdig te signaleren. Samenwerking met schuldeisers is daarom noodzakelijk. Gedacht kan worden aan betalingsachterstanden van of schulden aan:
Deze vier soorten schulden worden in de Wgs gezien als bedreigende schulden. Wij willen met deze schuldeisers convenanten afsluiten over vroegsignalering. Convenanten voorkomen escalatie en werken kostenbesparend.
Grote werkgevers en vroegsignalering
Een tweede optie voor vroegsignalering is de inschakeling van werkgevers. Werkgevers worden geconfronteerd met werknemers die in financiële problemen zitten bijvoorbeeld door beslagleggingen op het salaris. Dat heeft gevolgen voor de concentratie en productiviteit van de betreffende werknemer. Een goed werkgever wil daar graag iets aan doen. Door in samenwerking met de gemeente de werknemer te helpen, kan de aandacht weer aan het werk worden besteed. Wij willen met grote werkgevers en ondernemersverenigingen in de regio afspraken maken over de wijze waarop werknemers die kampen met financiële problemen, kunnen worden doorgeleid naar de wijkteams.
Samen met de Wering breed scala van cursussen ontwikkelen op het gebied van geldzaken
Uit verschillende landelijke onderzoeken is het volgende gebleken:
Wij willen samen met de Wering een breed aanbod van cursussen ontwikkelen die gericht zijn op de bevordering van de financiële redzaamheid van de inwoners en van bovengenoemde doelgroepen in het bijzonder. Een voorbeeld van een cursus die gericht is op vergroting van de financiële zelfredzaamheid is een cursus budgetbeheer.
Vrijwilligers hebben meer tijd en aandacht voor klanten vergeleken met professionals. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd en laagdrempelig in contact. Deze combinatie maakt dat ze soms dingen voor elkaar krijgen die een professional niet voor elkaar krijgt. Ze komen meer in de thuissituatie van de klant. Ze zijn van grote betekenis. Niet alleen op financieel gebied, maar op meerdere levensgebieden. Ze hebben een belangrijke signalerende functie. Meestal kunnen zij klanten zelfstandig helpen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij complexe schuldenproblematiek of meervoudige problemen, is samen optrekken met een professional gewenst. Professional en vrijwilliger kunnen elkaar in dat soort situaties aanvullen en versterken. Wij zijn dan ook voornemens samen met een instantie, bijvoorbeeld Schuldmaatje of Humanitas, ondersteuning te organiseren ten behoeve van de inwoners van de gemeente met financiële problemen, welke ondersteuning onder meer gericht is op het op orde krijgen van de thuisadministratie.
In Nederland zijn veel wetten en regels. Voor vragen hierover kan men terecht bij de sociaal raadslieden van De Wering. Sociaal raadslieden beantwoorden vragen over sociale voorzieningen, wetten en regelingen. Deze dienstverlening is overigens gratis. Wij willen nieuwe afspraken maken met de Wering over de inzet van de sociaal raadslieden om inwoners toe te leiden naar de verschillende inkomensondersteunende regelingen, zoals huur-en zorgtoeslag, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand etc.
S cholen stimuleren te participeren in projecten
Om schulden bij jongeren te voorkomen, willen wij scholen stimuleren optimaal gebruik te maken van de verschillende (landelijke) projecten die rondom het thema ´Geld en Schulden´ worden geïnitieerd, zoals De Week Van Het Geld. Jongeren moeten leren hoe zij schulden kunnen voorkomen. Kinderen die al jong zelf leren kiezen waar zij hun geld aan uitgeven, blijken minder vaak in de financiële problemen komen.
In dit verband kan nog worden opgemerkt dat de VNG in haar brief van 12 november 2015 die gericht is aan de Vaste Kamercommissie SZW, heeft benadrukt dat er structureel iets moet worden gebeuren op het gebied van financiële educatie.
Wij willen de voorlichting aan hulpverleners die met ouderen werken, zoals ouderenadviseurs, intensiveren, zodat zij ouderen die kampen met financiële problemen gericht kunnen doorverwijzen naar de hulpverlenende instanties.
D e GGZ doelgroep en verslaafden
De GGZ-doelgroep, de verslaafden en de mensen die onder beschermingsbewind staan, zijn vooral gebaat bij goede voorlichting en begeleiding. Daarom is het van groot belang dat de hulpverleners goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden van schuldhulpverlening. Wij willen daarom waar het deze doelgroep betreft ons vooral focussen op een goede voorlichting aan de hulpverleners, bijvoorbeeld door het organiseren van informatiebijeenkomsten.
Wij willen met Vluchtelingenwerk afspraken maken over het organiseren van informatiebijeenkomsten, gericht op het vergroten van de kennis en vaardigheden van nieuwkomers op het gebied van financiën en het geven van voorlichting over risico’s van schulden.
Voorlichting aan inkomens consulenten intensiveren
Wij willen de voorlichting aan inkomensconsulenten intensiveren, in die zin dat wij, behalve het verstrekken van schriftelijke informatie, ook voorlichtingsbijeenkomsten gaan organiseren die gericht zijn op preventie van schuldenproblematiek. Bijstandsgerechtigden vormen wat deze problematiek betreft een belangrijke risicogroep.
Focus op Jongeren 18+ zonder vast inkomen ( o.m. studenten)
Vanaf je 18e levensjaar mag je rood staan, abonnementen afsluiten en kopen op afbetaling. De trend die kan worden waargenomen, is dat steeds meer jongeren vanaf 18 jaar zonder vast inkomen (bijvoorbeeld studenten en werkloze jongeren) zich voor langere tijd verbinden aan abonnementen zoals telefoon, tijdschriften en clubs. Er ontstaan steeds grotere betalingsachterstanden. Bedrijven onderzoeken slechts summier of jongeren aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. De bedrijven hebben weinig oog voor de risicojongeren die zich in korte tijd in uitzichtloze financiële situaties weten te werken. Jongeren hebben vaak onvoldoende inkomen voor het doen van regelmatige aflossingen. Wij gaan inzetten op een goede samenwerking met andere instellingen (bijvoorbeeld onderwijsinstellingen) die werken met dezelfde jongeren. Ook willen wij de grote opleidingscentra in de regio Noord-Holland Noord, zoals Horizoncollege, ROC Schagen en Hogeschool Inholland, bewust maken van de verschillende (landelijke) projecten die rondom het thema ´Geld en Schulden´ worden georganiseerd.
Bbz -co n sulenten en ondernemingsplatform
Wij gaan samenwerkingsafspraken maken met de Bbz-consulent en het ondernemersplatform.
Resultaat 3 Reductie uitval in stabilisatie trajecten , minnelijke schuldregeling en en de wettelijke schuldsaneringstracten
Om dit resultaat te kunnen behalen, dienen passende trajecten te worden ingezet. Om goed te kunnen inschatten welke traject voor de desbetreffende klant het meest passend is, heb je een diagnose –instrument nodig. Een dergelijk diagnose-instrument maakt het mogelijk te beoordelen waartoe een schuldenaar in staat is. Tevens worden schuldenaren gescreend op hun motivatie, gedrag en vaardigheden, zodat groepen onderscheiden kunnen worden: de zogenaamde profielen. Aanschaf en gebruik van een dergelijk instrument zal betekenen dat iedereen met een financiële hulpvraag op uniforme wijze wordt gescreend op welke ondersteuning het meest geschikt is. Het resulteert, zo is de verwachting, in een verlaging van het uitvalpercentage gedurende de looptijd van het traject. Een diagnose-instrument (zoals Mesis) verschaft ons een redelijk inzicht in de motivatie van de klant. Een juiste motivatie van de klant is een niet onbelangrijke randvoorwaarde voor het welslagen van een schuldhulpverleningstraject.
Resultaat 4: Meer huishoudens met een potentiele financiële problematiek in beeld brengen.
Om dit resultaat te behalen, dienen de volgende maatregel(en) te worden genomen:
De activiteiten die we moeten verrichten om de hierboven benoemde resultaten te behalen, moeten projectmatig worden opgepakt. Na vaststelling van dit beleidsplan wordt een uitvoeringsplan geschreven.
5.Maatregelen ter borging van de kwaliteit van de schuldhulpverlening
In dit hoofdstuk worden de maatregelen beschreven die het college reeds heeft genomen of voornemens is te nemen om de kwaliteit van de schuldhulpverlening naar een hoger plan te brengen.
Plangroep voert in opdracht van de gemeente Schagen de schuldregelingen en de daarbij horende begeleiding, hercontroles en nazorg uit. Op 31 december 2016 loopt het contract met Plangroep af. Het college heeft in februari 2016 besloten de schuldhulpverlening ingaande1 januari 2017 in eigen beheer te gaan uitvoeren. Dit betekent dat de schuldhulpverlening vanaf voornoemde datum volledig wordt uitgevoerd door het wijkteam.
Het in eigen beheer uitvoeren van de schuldhulpverlening heeft de volgende voordelen:
In bijlage 2 treft u financiële onderbouwing van dit besluit aan.
Inrichting van het proce s van schuldhulpverlening
Aangezien wij in 2017 de schuldhulpverlening volledig in eigen beheer gaan uitvoeren, dient ter voorbereiding hierop in 2016 het proces van schuldhulpverlening te worden ingericht. Wij zullen iedere stap in het proces toetsen op toegevoegde waarde voor het uiteindelijke eindproduct, waardoor het uitvoeringsproces wordt ontdaan van mogelijke dubbelingen of inefficiënties. Ook zullen wij ervoor zorgen dat het schuldhulpverleningsproces voldoet aan de zogenaamde NEN 8048-normen, waarover later meer. Tevens dienen de bestaande applicaties opnieuw te worden ingericht.
De Nederlandse vereniging voor volkskrediet (NVVK) is een brancheorganisatie waarbij ruim 90 publieke instellingen en private ondernemingen die schuldhulpverlening en sociale kredietverlening bieden, zijn aangesloten.
De leden worden periodiek onderworpen aan een audit. Tijdens de driejaarlijkse audit wordt niet alleen getoetst aan de NEN8048-normen, maar ook wordt de totale organisatie beoordeeld op de criteria die gelden voor de aanvraag van het lidmaatschap.
Voor leden van het NVVK gelden onder andere de volgende eisen:
Lidmaatschap van de NVVK heeft voor ons de volgende voordelen:
het maakt afspraken door leden en partners bij elkaar te brengen om efficiëntere en effectievere dienstverlening te bieden, bijvoorbeeld door het afsluiten van convenanten met grote landelijke schuldeisers (uit onderzoek blijkt dat veel (grote) schuldeisers alleen willen meewerken aan een schuldregeling wanneer de schuldhulpverlenende instantie lid is van de NVVK);
Nieuwe leden kunnen zich verder tegen een jaarlijkse vaste bijdrage aanmelden bij de Stichting Toezicht Bemiddeling Beheer Gelden. Deze door de NVVK opgerichte Stichting is houder van een bemiddelingsvergunning van de AFM, waardoor geen eigen vergunning noodzakelijk is voor het openen van rekeningen bij banken voor individuele cliënten in het kader van financieel- of budgetbeheer. Daarnaast heeft de NVVK met een grote bank een samenwerkingsovereenkomst om leden bij het openen van bankrekeningen te faciliteren.
Wij willen, gelet op genoemde voordelen, lid worden van het NVVK.
Daarna dienen we ons te richten op de certificering. Als lid van de NVVK dien je je namelijk te onderwerpen aan een uitgebreide en onafhankelijke audit.
Een ander middel om tot kwaliteitsverbetering van de schuldhulpverlening te komen is certificering. NEN 8048 is de Nederlandse norm voor de schuldhulpverleningssector. De certificatie op basis van deze norm moet leiden tot transparantie en tot verdere professionalisering van genoemde sector.
NEN 8048 heeft betrekking op het primaire proces van de schuldhulpverlening. De norm is van toepassing op alle organisawel publiek als privaat) en personen die zich richten op activiteiten in het kader van de schuldhulpverlening aan natuurlijke personen. NEN 8048 bestaat uit drie delen:
Organisaties en personen kunnen zich laten certificeren tegen de eisen die in NEN 8048-1 en NEN 8048-2 zijn vastgelegd. KIWA en DNV bieden die mogelijkheid aan organisaties.
Als gemeente Schagen de schuldhulpverlening in eigen beheer gaat uitvoeren en lid wordt van de NVVK, dient zij te voldoen aan de NEN 8048 I. De gemeente is dus niet verplicht te voldoen aan de NEN 8048-2.
Om ervoor te zorgen dat de schuldhulpverlening binnen de gemeente Schagen aanstonds op adequate wijze wordt uitgevoerd, zijn er extra middelen vrijgemaakt voor scholing (verdiepingscursussen en trainingen) van de medewerkers die belast zijn met de schuldhulpverlening. In 2016 en 2017 wordt hiervoor €10.000 per jaar en in 2018 en 2019 € 5.000,00 uitgetrokken. Deze scholing kan via in-company trainingen gerealiseerd worden.
Aanschaf van een diagnose-instrument
We willen sturen op gedragsverandering en het aanleren van vaardigheden zodat inwoners ook op lange termijn financieel zelfredzaam zijn. Een diagnose-instrument maakt het mogelijk te beoordelen waartoe een schuldenaar in staat is. Tevens worden schuldenaren gekarakteriseerd op hun motivatie, gedrag en vaardigheden, zodat groepen/profielen onderscheiden kunnen worden.
Bovengenoemde maatregelen die ter borging van de kwaliteit van de schuldhulpverlening moeten worden getroffen, zullen projectmatig worden opgepakt. Er zal een projectplan worden opgesteld waarin wordt beschreven welke doelen worden nagestreefd en welke resultaten worden opgeleverd.
Een onderdeel van de kwaliteit van de dienstverlening is de lengte van de doorlooptijd. Voor de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening was hiervoor wettelijk niets geregeld. De gemeenten hebben nu na een verzoek voor schuldhulp maximaal vier weken de tijd om een eerste gesprek met de burger te voeren. Voor bedreigende schulden geldt een maximum van drie werkdagen (artikel 4).
Onder bedreigende situaties worden verstaan:
Voor de doorlooptijd stelt de wet geen termijn, omdat die per burger zal verschillen. Zo maakt het veel uit of er alleen sprake is van een financieel probleem of dat er ook sprake is van problemen als verslaving of psychische problemen. De burger heeft daarmee zelf grote invloed op de doorlooptijd. De gemeenten hebben ook invloed op de snelheid van het proces namelijk op de wachttijd tussen de verschillende processtappen. Wij sturen erop de wachttijden zo kort mogelijk te houden.
Om de positie van de burger te versterken, moet na de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor elk besluit een beschikking worden gemaakt. Hiertegen kan bezwaar worden aangetekend. Dat betekent dus ook dat burgers een officiële aanvraag voor schuldhulpverlening moeten indienen. De uitvoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening sluit daarmee aan op de Algemene wet bestuursrecht en andere sociale wetgeving, zoals de Wet werk en bijstand en de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Het uitvoeringsproces schuldhulpverlening in vogelvlucht
Als een burger een melding over schulden of financiële problemen doet bij het wijkteam (click of call) wordt de vraag direct neergelegd bij een wijkteamconsulent (door telefoonteam of inkomensconsulenten). De wijkteamconsulent neemt binnen 24 uur telefonisch contact op en beantwoordt de vraag of plant binnen 2 tot 4 weken een keukentafelgesprek in. Als er sprake is van een crisissituatie, zal er binnen 3 dagen een keukentafelgesprek plaatsvinden. Tijdens dit gesprek wordt de situatie en de hulpvraag in kaart gebracht. Er wordt ingeschat of er sprake is van een problematische schuld. Bij een niet problematische schuld, wordt de hulpvraag beantwoord met eenmalig (budget)advies of met doorverwijzing naar voorliggende voorzieningen. Als er meer dan 2 vervolggesprekken nodig zijn om de cliënt te ondersteunen in de zelfredzaamheid, zal de cliënt een aanvraag voor de maatwerkvoorziening schuldhulpverlening indienen. Ook als er sprake is van een (waarschijnlijk) problematische schuldensituatie zal de cliënt een aanvraag voor de maatwerkvoorziening schuldhulpverlening indienen. Er kan ook een dergelijke aanvraag volgen op basis van een keukentafelgesprek dat gevoerd wordt omdat een inwoner zich heeft gemeld met een hulpvraag op een ander leefgebied (wonen, (jeugd)zorg). Wanneer het wijkteam een inwoner ondersteunt, kan gedurende dit ondersteuningstraject ook een vraag worden gesteld op het gebied van schulden of financiën (face). Er zal dan geen keukentafelgesprek volgen, maar direct worden ingeschat of er een aanvraag voor een maatwerkvoorziening ingediend moet worden.
Er volgt dan een intakegesprek en een onderzoek op welke wijze deze aanvraag afgehandeld kan worden. Dit intakegesprek vindt direct plaats na het keukentafelgesprek of in ieder geval binnen 2 weken na ondertekening van het keukentafelgespreksverslag. Het intakegesprek wordt gevoerd door een wijkteamconsulent met specialisatie schuldhulpverlening. Voor de intake worden bewijsstukken van inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden opgevraagd. De intake wordt afgerond met een plan van aanpak en een besluit. Het besluit zal volgens conform de Algemene Wet Bestuursrecht in ieder geval genomen worden binnen 8 weken na ondertekening van het keukentafelgespreksverslag, of zoveel eerder als mogelijk. Er wordt gestreefd naar afhandeling van de aanvraag binnen 4 weken. In het plan van aanpak wordt aangegeven welk traject ingezet zal worden. Dit kunnen de volgende trajecten zijn;
Als onderdeel van deze trajecten kan gekozen worden voor budgetbegeleiding door het wijkteam, inzet van een budgetbeheerder of bewindvoerder. Ook doorverwijzing naar andere hulpverlenende instanties of inzet van wijkteamconsulenten met een ander specialisme kan een onderdeel zijn van deze trajecten.
Schuldhulpverlening wordt uitgevoerd binnen een keten, waarin diverse partijen een rol spelen. Hieronder worden de rollen van de verschillende partijen toegelicht.
Het slagen van een schuldhulpverleningstraject hangt voor een groot deel af van de eigen inzet. Van de burger wordt verwacht dat hij of zij de eigen verantwoordelijkheid neemt. Dit betekent dat:
Tevens wordt in het geval van werkloosheid van de burger verwacht dat al het mogelijke gedaan wordt om de aflossingsmogelijkheid te vergroten door te solliciteren, mee te werken aan een re-integratietraject of aanvulling op het inkomen aan te vragen. De aan het schuldhulpverleningstraject verbonden verplichtingen worden vermeld in de beschikking. Wanneer de burger deze verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, kan het college een traject te weigeren dan wel te beëindigen.
Niet alle burgers zijn in staat om voldoende eigen verantwoordelijkheid te nemen. In die gevallen wordt gezocht naar ondersteuning bij maatschappelijke organisaties in de gemeente. Het doel van de inzet van deze hulp is op de lange termijn de zelfredzaamheid van de burger te vergroten.
De wijkteam medewerker met specialisatie schuldhulpverlening
Deze medewerker opereert als intermediair tussen de burger en schuldeisers. De eerste stap is om samen met de schuldenaar tie te werken naar een situatie waarin de schulden )tijdelijk’ geen belemmering meer zijn om te participeren (stabilisatie). Genoemde medewerker opereert hierbij als coach richting burger. Hij brengt de belemmeringen in kaart en geeft aan welke acties moeten worden ondernomen om te komen tot een (voorlopige) stabiele situatie. Rol van deze medewerker is ook om initiatieven te ontplooien waardoor mensen met schulden de juiste hulp weten te vinden en om met andere (vrijwillige) instanties in gesprek te gaan en er zo voor te zorgen dat er initiatieven worden ontwikkeld die schuldenaren kunnen ondersteunen. De tweede stap is dat voornoemde medewerker de burger ondersteunt bij het vergroten van de financiële zelfredzaamheid door middel van advies en training, zodat de financiële zelfredzaamheid van de burger duurzaam verbetert. Op deze manier wordt voorkomen dat de burger na afloop van het traject terugvalt in de oude situatie. Dit heet trajectbegeleiding.
De burger is afhankelijk van de schuldeisers of zij akkoord gaan met een schuldregeling. In verband met deze afhankelijke relatie is het van groot belang dat er goede afspraken zijn met de schuldeisers, zodat zij zoveel mogelijk bereid zijn om mee te werken aan een schuldregeling.
Ondanks goede afspraken met schuldeisers zien wij dat steeds meer schuldeisers meer bevoegdheid krijgen om bedragen te vorderen, ongeacht of er voldoende geld op de rekening van de burger staat voor het bekostigen van bijvoorbeeld het levensonderhoud. De gemeenten hebben weinig invloed op deze landelijke ontwikkelingen.
Gemeenten krijgen met de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening de wettelijke taak de regie te voeren op schuldhulpverlening. Dit houdt in dat ze zorgen dat een integrale aanpak tot stand komt door de juiste partners met elkaar te verbinden. Tevens zorgen ze dat de kwaliteit en het resultaat worden geborgd en bewaakt. Het college is daarnaast verantwoordelijk voor preventie en nazorg. Eén van de onderdelen van preventie is dat de gemeenten toewerken naar afspraken met schuldeisers als woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers om schulden vroegtijdig te signaleren.
8.Schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen
Tot de doelgroep behoort elke burger met problematische privé-schulden. Er wordt geen maximale inkomensgrens gehanteerd voor de toegang tot schuldhulpverlening. Daarmee wordt aangesloten bij het landelijke uitgangspunt dat schuldhulpverlening breed toegankelijk dient te zijn. In het kader van actieve preventie ligt de nadruk op de groep burgers met schulden die neigen problematisch te worden. Bijvoorbeeld mensen die na een echtscheiding of baanverlies met hoge hypotheeklasten blijven zitten. Zeker hier is maatwerk geboden. Burgers met zakelijke schulden (zelfstandige ondernemers) kunnen een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Wanneer een onderneming niet levensvatbaar blijkt, dan kan, mits de burger een privé persoon is, een beroep gedaan worden op schuldhulpverlening.
Gezinnen met minderjarige inwonende kinderen vormen al jaren een speciale doelgroep binnen de
schuldhulpverlening. Als er sprake is van inwonende minderjarige kinderen en ernstige schuldenproblematiek wordt altijd gekeken hoe dit gezin snel en zo goed mogelijk geholpen kan worden om verergering van de (schulden)situatie te voorkomen. Dit betekent dat er altijd maatwerk geleverd moet worden en er daarnaast (bijna) altijd contact is met de hulpverleningsketen om tot een oplossing te komen. Het wijkteam is er voor informatie, advies en ondersteuning met betrekking tot hulpvragen van inwoners. Daarnaast spelen zijn een belangrijke rol in de toegang tot de (betaalde) maatwerkvoorzieningen. In het wijkteam werken consulenten met kennis over jeugd, zorg, schuldhulpverlening en participatie samen. Omdat er bij schulden vrijwel altijd meerdere hulpvragen spelen en omdat een belangrijke rol van het wijkteam vroegsignalering en preventie is, is schuldhulpverlening ondergebracht in het wijkteam. Op deze manier wordt er bij een hulpvraag op het gebied van schulden altijd integraal opgepakt. De specialist jeugd wordt altijd betrokken wanneer er minderjarige kinderen betrokken zijn bij de schuldproblematiek zodat het belang van het kind altijd voorop staat.
Gezinnen met inwonende kinderen die zich melden voor schuldhulpverlening worden altijd beschouwd als crisissituatie, waarbij het eerste gesprek binnen 10 (tien) werkdagen na melding dient plaats te vinden, zodat de wachttijd korter wordt.
Meerjarige kostenraming schuldhulpverlening
De werkzaamheden van PLANgroep zijn begroot op 1fte die deels door het Cowwi en deels door het wijkteam worden overgenomen. Vanwege de extra werkzaamheden die in 2016 noodzakelijk zijn voor het inrichten van de processen die van PLANgroep worden overgenomen, is deze fte in 2016 al volledig opgenomen in de begroting.
* De baten bestaan door een reductie van gemeentelijke kosten. Deze reductie is voornamelijk te danken aan de afname van posten die geraakt worden door de schuldproblematiek, zoals bijstandsuitkeringen en kosten van huisuitzettingen.
Het noodfonds is opgezet om hulp te bieden in schrijnende gevallen waar sprake is van een (acute) financiële noodsituatie waarbij een voorliggende voorziening of andere oplossing niet mogelijk is, de inwoner dit niet op eigen kracht kan oplossen en de wettelijke mogelijkheden zijn uitgeput. Door eerder in te grijpen bij een schuldenproblematiek, is de verwachting dat deze situaties steeds minder frequent zullen voorkomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-123563.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.